Amerikaanse Joden & Het Strafhof
Commentaar WD 2002
The International Kangaroo Court
Get ready for the International Criminal Court to go after Israelis and Americans.
by Jeremy Rabkin, 04/29/2002
IN THE MIDDLE EAST, reality intrudes rather quickly. The dreams of diplomats are regularly blown to pieces by bombings and bullets. Elsewhere, reality sometimes takes longer to penetrate.
This is especially so in the European Union, which has now displaced U.N. headquarters as the global center of
political fantasy.
Puffed with their own moral authority, the Europeans have now corralled enough confused or calculating client states to reach the required 60 ratifications of the Rome Statute for the International Criminal Court. The court will open for business in July.
As a tool of law enforcement, the ICC is absurd. If a country wants to punish its own war criminals, it can do so. If it wants to protect them now, it still can--because the ICC has no way of enforcing its subpoenas.
The main point of the permanent criminal tribunal is to establish a platform for political spectacle.
From the Euro perspective, it has two advantages over the Security Council.
First, the ICC is not subject to a U.S. veto. Second, action by the ICC requires no direct involvement by European
governments. Ostensibly, all decisions will be made by an independent prosecutor.
But the prosecutor will be based in Europe (at The Hague, in the Netherlands). The prosecutor will be financed by European states and given credibility and prestige by the approving comments of European leaders.
So guess who the prosecutor will put in his sights as he tries to prove his value to his European sponsors?
Jeremy Rabkin is widely categorized as a neoconservative intellectual, particularly in how his work applies to international law, national sovereignty, and foreign policy.
Neoconservatism is a political ideology that advocates for an assertive, interventionist foreign policy aimed at spreading American democratic values globally. Emerging in the 1970s among disenchanted liberals, it emphasizes U.S. military hegemony, preemptive action, and a firm, binary distinction between democratic allies and authoritarian adversaries
Wetenschap en moraal,dat waren in de jaren zestig binnen de door linkse studenten gedomineerde universitaire wereld de twee polen waaromheen zich een verhitte discussie afspeelde. De wetenschap wilde objectief zijn - de studenten wilden 'moreel' zijn, op een wijze die het tegendeel was van objectief.
Tegenstanders van de studenten verweten hen onkunde, onwetendheid en te sterke emotionele betrokkenheid bij problemen die zakelijke distantie vereisen. Wetenschap, zo stelden zij, dient zich af te spelen in een sfeer van vrijheid en onafhankelijkheid.
De studenten wezen op de afhankelijkheid van wetenschappelijke onderzoekers van macht en kapitaal. Amerika werd afgeschilderd als een imperialistische natie (essentie van imperialisme is het ondergeschikt maken van moraal aan de wil macht over anderen uit te oefenen), die de totstandbrenging van een linkse ('moreel' genoemde) wereld onmogelijk wilde maken en daarom moest de wetenschap een anti-Amerikaans, marxistisch georiënteerd moreel bouwwerk worden: een links vrijheidsbeeld in een duistere Amerikaanse wereld die wordt beheerst door geld en kapitaal.
Zowel het wetenschappelijke establishment en de studenten hadden gelijk. Wetenschap hoort onafhankelijk zijn en dat betekent dat wetenschap zich niet mag binden aan de wereld van macht en kapitaal.
Vrij wetenschappelijk onderzoek is een farce wanneer het bedrijfsleven ('het kapitaal') gaat bepalen wat goed en wat slecht is. Universiteiten zijn in dat geval geen instituten meer waarin gedacht wordt, maar bedrijfsopleidingen, waaruit kader stroomt dat de kapitalistische orde dient.
Al in de prilste oudheid zagen wetgevers in dat een samenleving marginale figuren nodig heeft die zich onafhankelijk opstellen. In het Oude Testament wordt de Israëlieten de opdracht meegegeven een samenleving te vormen waarin een onafhankelijke geleerdenkaste bestaat, die zich niet identificeert met de machthebbers. Zij (ze worden 'Levieten' genoemd) moeten de Wet bewaken.
Het is een elitaire opvatting, die uitgaat van de realistische opvatting dat de grote meerderheid van het publiek - inclusief de overheid die is aangesteld om dat publiek te leiden - niet in staat is de Wet te respecteren.
Dat het ruime begrip 'Wet' door volgelingen van de racist Ezra werd gereduceerd tot 'joodse wet' in handen van 'joodse priesters' die ook nog eens goddelijkheid claimden kan alleen maar gezien worden als een tragische afwijking van het liberale streven naar universaliteit dat bij cultuurvorming en het streven naar een internationale rechtsorde hoort.
De Wet was in oude (polytheïstische) beschavingen vrijwel altijd in handen van mensen, die in alle opzichten antikleinburgerlijk waren: zij vertegenwoordigden de anarchistische vrijheid, die in een door kleinburgers beheerste wereld ontkend wordt.
Het Egypte uit de 14e eeuw voor Christus is een prachtig voorbeeld van een dergelijke liberale wereld waarin intelligentie, moraal en seksuele vrijheid op een harmonische wijze samengaan.
Het zal duidelijk zijn dat in onze moderne, kapitalistische samenlevingen er niet zoiets bestaat als een onafhankelijke geleerdenkaste. Het economisch nut en de gebondenheid aan kleinburgerlijke religieuze systemen (die ook nog eens staat-gebonden zijn in veel gevallen) bepalen ons bestaan.
Wie geen geld opbrengt is nutteloos en wordt weggeworpen. Je mag alleen een schijn-marginale positie innemen wanneer je dominee, priester, rabbijn of imam bent, maar dan wel een die de status quo in stand houdt...
Dan behoor je bij de gevestigde kerken en die kerken mogen zich de behoeders van 'het geestelijke leven' noemen - ook al zijn de kerkelijke gezagsdragers in geestelijk opzicht 'wandelende doden', die onafhankelijk denken als een doodzonde beschouwen.
Men weigert in te zien dat moraal geen zaak is van theologen en kapitalisten.
Die merkwaardige opvatting (de als noodzaak ervaren verwevenheid van moraal en kapitaal) die door linkse studenten werd aangevallen, maar tegelijkertijd ook verdedigd via hun slaafse overgave aan de marxistische theologie, moet overboord worden gezet.
Echte moraal is altijd wetenschap (dus twijfelend en in beweging) en daar waar wetenschappers weigeren in morele kwesties wetenschappelijke distantie op te brengen hebben ze niet meer het recht zichzelf wetenschapper te noemen. Wetenschap met andere woorden schept verplichtingen!
Waar gebrek aan wetenschappelijke distantie toe leidt kunnen we zien in Israël en Amerika, waar best wel intelligente, maar zeer ideologische joodse en zionistische intellectuelen een wereld proberen op te bouwen, waarin de heilstaat Israël (samen met kleine zus Amerika) tot morele leider van de wereld wordt uitgeroepen.
Juist dat geloof in de heilstaat (Cuba en China werden in de jaren 60 en 70 gezien als 'concrete utopieën') maakte de op zichzelf zinvolle kritiek van de linkse studenten zinloos:
Je kritiek is weliswaar zinvol (imperialisme - in welke vorm dan ook - is verwerpelijk), maar je ondergraaft die zinvolle kritiek door te kiezen voor een oplossing (het Stalinistische imperialisme) die in feite het spiegelbeeld is van de wereld die je aanvalt.
In Palestina gebeurt hetzelfde met de verzetsstrijders die zelfmoordaanvallen uitvoeren in Israël. Hun kritiek is juist (bezetting is illegaal), maar via hun aanvallen ondergraven ze hun eigen rechtspositie en stellen ze onjuist (wetteloos) handelende mensen in staat de illegale kolonisatiepolitiek die men verdedigt wit te wassen. Uiterst dom en het gevolg van de onwil of het onvermogen een verbond aan te gaan met pragmatische, verstandig handelende mensen.
In Amerika laait momenteel (dankzij internet, die marginale figuren een stem geeft) het conflict tussen de objectieve wetenschapper en de aan de ideologie gebonden wetenschapper hoog op.
Rechtse joden en rechtse christenen willen 'goed' zijn in een slechte wereld. Waarheidlievende wetenschappers willen waarheidlievend zijn in een leugenachtige wereld.
Echte moraal wil niet goed zijn. Echte moraal wil waarheidlievend zijn. Echte moraal wil daarom ook niet in de eerste plaats mensen bestraffen, want met zinloos strafgeweld is de waarheid niet gediend, maar mensen waarheidsliefde - en daarmee rechtsgevoel bijbrengen.
Rechtse, pro-Israelische Amerikanen zien de uitdrukking 'rechtsgevoel bijbrengen' als een bedreiging. Die uitdrukking veronderstelt onzekerheid, aantasting dus van het heilige geloof in de onaantastbare juistheid van de eigen principes, en daarom wijzen zij al datgene dat twijfel kan oproepen af.
Het nieuw opgerichte Internationale Strafhof wordt door hen afgewezen omdat het een bron van onzekerheid is. Je kunt niet zomaar meer wat doen, je wordt gedwongen na te denken voordat je wat doet en dat maakt het beoefenen van botte machtspolitiek moeilijk.
Zodra de eigen geloofsovertuiging in het geding is verdwijnen ineens alle mooie wetenschappelijke waarden, en de vrijgekomen plaats wordt ingenomen door een kleinburger die met behulp van quasi-wetenschappelijke onzinargumenten zijn ideologische gelijk probeert te behalen.
Dat autoritaire denken (via een titel je ideologische wijsheden wetenschappelijk gezag verlenen) beheerste ook het denken van de marxistische jaren zestig generatie. Alles wat niet in hun ideologische straatje paste werd afgedaan als 'pseudo-wetenschap' of 'moraalloze wetenschap' (slechte wetenschap die in strijd is met de goede linkse wetenschap).
Jeremy Rabin (die hierboven het Strafhof aanvalt) is een aan de ideologie gebonden conservatieve jood. Zijn wetenschappelijke uitspraken staan daarom in dienst van het jodendom, waarvan de rechtse staat Israël de vertegenwoordiger is.
Daarom mag je hem geen wetenschapper noemen (een man die de wil tot weten boven de ideologie plaatst).
Rabkin heeft zich in Amerika opgeworpen als een fel bestrijder van het Internationale Strafhof (dat door hem een 'kangoroo court' wordt genoemd). Hij weigert in te zien dat het een volstrekt absurde zaak is dat een hoogleraar in het internationale recht een internationale rechtsinstantie afwijst, alleen maar omdat zo'n instituut een bedreiging zou zijn voor Israël en Amerika.
Elke instantie die Israël en Amerika wil confronteren met morele waardeoordelen is in zijn ogen een slechte instantie - een oordeel dat serieus genomen dient te worden omdat hij hoogleraar is.
Het oordeel van een bommen gooiende HAMAS-strijder daarentegen wordt schertsend van de hand gewezen. Dat zijn allemaal "domme mensen, zonder wetenschappelijke opleiding, cultuurloos dus en zonder moraal..."
Dat oordeel is echter - wanneer je het objectief bekijkt - niet juist. HAMAS-strijders bezitten dezelfde moraal als de door Jeremy Rabkin verdedigde joden.
HAMAS voert gewelddadige acties uit en wenst daarbij het morele gezag van een boven hen gestelde autoriteit niet te aanvaarden.
Het verlangen verzetsdaden te stellen in een wereld die bezet is kan zonder meer gerechtvaardigd worden genoemd. De middelen die men gebruikt zijn laakbaar en zijn zelfs volstrekt ontoelaatbaar wanneer gezagsinstanties binnen de eigen groepering er een veto over uitgesproken hebben.
De onwil verantwoording af te leggen aan een boven haar gestelde autoriteit (niet de daden zelf, want de Golfoorlog - waarbij honderdduizenden doden in het geding zijn - heeft bewezen dat een bezetter met alle mogelijke middelen verwijderd mag worden) maakt het optreden van HAMAS momenteel amoreel. Het verdedigen van recht en wet wordt ondergeschikt gemaakt aan destructiedrang.
Het is daarom merkwaardig dat een hoogleraar in het internationale recht pleit voor een wereldgemeenschap, waarin geen enkele staat verantwoording hoeft af te leggen aan een boven de partijen geplaatste vorm van gezag.
Israel en Amerika mogen, zo stelt Rabkin nooit door anderen veroordeeld worden. Staten moeten hun eigen burgers ter verantwoording roepen en zonodig straffen. Recht en politiek kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Soms wegen politieke belangen zwaarder dan het internationale recht.
Vanuit die redenering is het absurd het gedrag van HAMAS-strijders terreur te noemen en ook de wil Saddam Hoessein af te zetten - een leider van een andere staat, die alleen door de burgers van Irak ter verantwoording mag worden geroepen - verliest daarmee elke morele grondslag.
Volgens de rechtsfilosofie van de hoogleraar Rabkin hebben alleen de Palestijnen het recht een moreel oordeel uit te spreken over HAMAS. Wanneer er dus politieke belangen zijn die het optreden van HAMAS rechtvaardigen dan is een veroordeling op grond van internationale wetgeving niet mogelijk. Het begrip terrorist kan dus niet gebruikt worden, omdat alleen de door de internationale gemeenschap erkende Palestijnse Autoriteit daarover een oordeel mag vellen...
Jeremy Rabin wijst het Internationale Strafhof af, omdat hij de mening is toegedaan dat niemand het recht bezit joden en Amerikanen te onderwerpen aan een moreel beoordelingsproces.
Joden kunnen (mogen) niet aangeklaagd worden - zij vertegenwoordigen de moraal en daarom zullen zij altijd het onschuldige slachtoffer zijn in een barbaarse, moraalloze wereld die de goede morele mensen (de joden) wil vernietigen.
Dat is ideologisch, antiwetenschappelijk denken, dat thuishoort in een ideologische wereld.
Mensen op weten gebaseerd rechtsgevoel bijbrengen wordt niet belangrijk gevonden in een primitief-ideologische wereld. Binnen zo'n wereld wil men zich 'goed' kunnen wanen, zodat er niet meer nagedacht hoeft te worden over lastige morele kwesties.
Jeremy Rabkin is dus een uiterst vreemde wetenschapper. Daarom noemt hij zichzelf waarschijnlijk ook 'conservatief' en niet 'progressief'. Wetenschap is namelijk nooit conservatief. Wetenschap is beweging en eist van de beoefenaar een beweeglijke open geest, niet op een klein gebiedje, maar op alle gebieden.
Dat is de reden waarom moderne wetenschap in feite geen wetenschap meer is. We willen de wetenschapper niet meer zien als een vertegenwoordiger van een onafhankelijke intellectuele klasse die naar universaliteit streeft.
Alles wordt in dienst gesteld van een blinde jacht op economisch succes.
Wetenschap is niet denken, maar geld verdienen (toegepaste, op de economische praktijk gerichte wetenschap dus).
Kunstenaars mogen alleen dan kunstenaar zijn, wanneer hun werk verkoopbaar is.
Spiritueel ingestelde mensen mogen alleen religieus zijn binnen conservatieve, rechts-extremistische machtsblokken.
Heel de wereld wordt daarmee rechts, conservatief, bekrompen en door en door kleinburgerlijk. 'Links', in de zin van progressief bestaat niet in zo'n wereld.
We willen geen geld geven aan niksnutten. We hebben ideologen nodig die zichzelf oogkleppen voorbinden en die 'de goeden' sterk en rijk willen maken. Want dat is de taak die conservatieve Amerikaanse (christelijk-joodse) ideologen zichzelf stellen. Ze willen niet links zijn, maar kapitalistisch. Het kapitaal gaat naar 'de goeden', en die goede mensen bouwen een imperium op waarin zij als rijke goede heersers zichzelf laten dienen door gehoorzame slaven, die nooit een woord van kritiek mogen uiten, omdat de rijken en de machtigen de moraal gekocht hebben.
Alles wat niet om- of opkoopbaar is wordt binnen die wereld gehaat. Daarom worden antikapitalisten (mensen die de macht van het kapitaal afwijzen) gehaat en daarom ook worden rechtsinstanties die buiten de machtsinvloed van rijke moralisten vallen afgewezen.
Wie links is, wetenschappelijk ingesteld en voorzien van een hart dat de moraal niet wenst te zien als een hoopje kille goudstukken, zal weinig anders kunnen doen dan een dergelijke rechts-extremistische levensvisie met kracht veroordelen.
"In onze ogen zijn jullie (de Europeanen) niet alleen niet-bondgenoten, jullie behoren niet eens tot de beschaafde wereld" Jeremy Rabkin, Volkskrant 13-7-2002