De Regenboog & de Brug
De 'regenboog' en 'de brug' zijn symbolen die binnen de NEW AGE beweging een grote rol spelen.
Je zou die symbolen in de categorie 'soft' kunnen plaatsen, hetgeen mogelijk een verklaring kan bieden voor de immense afkeer waarmee vertegenwoordigers van een door de staat aangemoedigde massacultuur alles veroordelen en belachelijk maken wat niet in 'het bekende straatje' past.
Op hersenspeoling gerichte massacultuur is altijd geestelijke paden aanwijzen als levenspad die naar de blindheid en de dood voeren, waarbij we als belangrijkste kenmerken van de toestand van blindheid die eigenschappen kunnen aangeven die de ontkenning vormen van het regenboog- en het brugprincipe.
In Nederland worden regenboog- en brugmensen momenteel op een felle wijze aangevallen door wat je 'de Theo van Gogh gemeente' kunt noemen, een heel bijzondere sekte met een geheel eigen religieuze leer die zich heeft gecentreerd rondom de tot God verheven sekteleider Pim Fortuyn, die door Theo van Gogh steevast: 'de goddelijke kale' wordt genoemd.
Fortuyn aanvallen leidt er momenteel toe dat je door zijn volgelingen tot vijand van de joden en vijand van Amerika wordt uitgeroepen, een tamelijk onzindelijke opstelling naar mijn mening, waar je echter geen zinnige argumenten tegen aan kunt voeren omdat de sekteleider dood is, zodat je altijd vechten moet met een schim, die niet meer verwijst naar de persoon zelf, maar naar de beelden die volgelingen van hem hebben gemaakt.
Ikzelf zal nooit een sekte in het leven roepen. Ik verdedig geen enkele sekte, ben niet op zoek naar joodse vrijheid en ook niet naar Amerikaanse vrijheid, maar ik zoek gewoon een beetje intellectuele en emotionele vrijheid voor mezelf.
Dat kleine beetje vrijheid dat ik als eenling verdedig is erg belangrijk voor mij, want zonder dat hele kleine beetje vrijheid dat ik nodig heb word ik ziek en ga ik dood en ik ben zo'n eigenwijs typ dat zoiets niet nodig vindt en die daarom tegen alle sekteleiders zegt:
"Als jullie nou eens stoppen met als blindemannen allerlei hersenschimmen na te jagen, dan ontstaat er misschien eindelijk eens een beetje ruimte voor mensen zoals ik, mensen die alleen maar enkeling willen zijn..."
Ik heb als eenling weinig gemerkt van 'vrijheid en cultuur'. Alles wat een enkeling mag is voor de tv plaats nemen en kijken naar een stel bobo's die 'cultureel' aan het doen zijn, leuke spelletjes voor dikke volgegeten mensen, maar niet besteed aan een enkeling die zichzelf als machteloos individu moet zien te ontwikkelen in een wereld waarin het begrip 'massa' een gevaarlijk, bedreigend begrip is dat alleen maar een vieze, nare smaak oproept in je mond.
Waar de massacultuur regeert worden de symbolen die Nietzsche aan de supermens (lees: 'buitengewoon menselijke mens') toekent nooit serieus genomen worden.
De regenboog is een oeroud symbool dat in het Oude Testament het einde van de zondvloed aangeeft. Die zondvloed was een straf van God die er op was gericht de oude mens die vastgebakken zat aan het verval, de stank, en de leegheid van een inhoudsloos bestaan te vernietigen, of beter gezegd: 'schoon te wassen' (zuiveren met water - dopen dus) in dienst van het ideaal van een nieuwe aarde, wijd en open, vervuld van nieuwe dromen die (zoals Zarathoestra het op zo'n heerlijke ouderwets-profetische wijze uit kan drukken) niet meer geperverteerd kunnen worden door een aan het vuil vastgeklonken, oude en verstarde roversbende...
Ik wijs daar hier op omdat ex-staatsvijand Willem Oltmans op zijn website op een nogal felle wijze uithaalt naar een aantal Nederlandse culturele prominenten, die op hun geheel eigen ouderwetse wijze 'cultuurkritiek' aan het bedrijven zijn.
Met name Kees Fens, die het kijkende volk hoofdschuddend een vermanende vinger zou hebben toegestoken vanwege het onrustbarende feit dat mensen het begrip 'kerstenen' niet meer kennen, en Rudy Kousbroek, die voortdurend aan het roepen was dat de Volkskrant het verschil tussen plek en plaats niet kent, waren het voorwerp van wat je heel eufemistisch 'Oltmans verontwaardiging' zou kunnen noemen.
Willem Oltmans typeren is een van de moeilijkste opgaven die je jezelf kunt geven. De man is soms net een klein kind die hard op een grote toeter gaat zitten blazen wanneer je alleen maar een schepje extra suiker in je kopje koffie wilt hebben.
Verkleinwoordjes kent de aan eeuwige verontwaardiging lijdende toeteraar niet zodat je gedwongen bent zijn werkelijkheid te onderwerpen aan de wetten van het eufemisme, wetten die je - om Kees Fens een plezier te doen - kerstening zou kunnen noemen. Want de essentie van kerstening is dat je de felheid van het conflict verdoezelt en bedekt met een laag vroomheid die zo oneindig dik geworden is, dat gekerstende kunstenaars er kathedralen mee kunnen bouwen.
Een kathedraal zou je - wanneer je er een culturele definitie van zou moeten geven - een vorm geworden kleinburgerlijke eufemisme kunnen noemen, een fraai omhulsel dat ooit verwees naar grootheid en ruimte, maar dat in de loop der tijd een zinledig object geworden is, een bouwwerk dat een immense zee van leegheid omhult.
Willem Oltman wekt soms die suggestie. Dat hij kathedralen aan het bouwen is rondom een wereld van leegheid, zodat je stilletjes gaat hopen dat de toeter waar hij steeds op het blazen is eens een keer een paar scheurtjes gaat vertonen, die mogelijk zouden kunnen leiden tot de totale kladderadatsch en een moment van heerlijke, culturele rust en stilte...
Want er zijn mensen, en ik behoor tot die kleine groep, die de toeter en de megafoon verafschuwen..., serieuze mensen die denken aan simpele praktische zaken, alledaagse wensen en verlangens die een Nietzscheaanse supermens (een mens die volledig mens wil zijn) natuurlijk in hoge mate zou waarderen en bewonderen.
Willem Oltmans praat nooit over zulke simpele zaken. Je zou hem dan ook het tegendeel van een Nietzscheaanse wijsgeer kunnen noemen en wanneer je een plek zou moeten vrijmaken voor hem in de hirarchie der Hollandse groten, dan kun je hem alleen maar naast al die gekerstende (vroom geworden) kathedralenbouwers plaatsen, die in God voornamelijk een bouwer van monstruositeiten zien.
Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat het werk van Oltmans 'monsterlijk' is, maar wel dat het kleinheid mist en die kleinheid maakt nu precies het verschil uit tussen de wijze mens (die voor de regenboog en de brug kiest) en de gekerstende mens, waar Kees Fens steeds zijn mond vol van heeft.
Kees Fens is een recensent of boekenlezer die geniet van zijn gekerstende bestaan, dat weinig meer is dan 'een kerkelijk bestaan'.
Honderden jaren geleden hebben Italiaanse monniken ons die kerk gebracht, en wie in die kerk ging zitten was gekerstend en wie de kerk niet zo zag zitten was ongekerstend. En zo zit de boel nog steeds een beetje in elkaar.
Dat is de reen waarom ik een vroom bestaan afwijs en waarom ik dus ook niet zo enthousiast ben over het naar vroomheid riekende geschrijf van Willem Oltmans, literatuur waarin geen plaats is voor de begrippen 'kleinheid' en 'verkleining' - woorden die je in contact kunnen brengen met de ongekerstende Nietzscheaanse wereld van de regenboog en de brug.... (Zwolle, 7-4-2004)
Jan-Peter Balkenende &
'de vijand van de Christus'
Klein Berichtje: "Wie een paar weken geleden met trots dacht aan premier Balkenende, die van de prestigieuze Princeton University de Abraham Kuyper-prize had ontvangen, wordt in Vrij Nederland met beide benen op de grond gezet.
Het betrof niet de universiteit van Princeton, maar het aldaar gevestigde Seminary, een streng gerefomeerd instituut ter verspreiding van het evangelie van Jezus Christus. Foutje van de RVD, en van de premier zelf." (Gijs Zandbergen, VK 8-4-2004
Commentaar WD 2004
Het begrip 'Abraham Kuyper' is een van de vele begrippen die we dagelijks hanteren, zonder dat iemand weet waar het naar verwijst. Het is een inhoudloos woord geworden, zoals al die andere woorden die we gebruiken zonder dat we weten waar ze voor staan, zoals joden, en moslims en rechtse mensen, en linkse mensen, en ga zo maar door..
Wat dat betreft leven we in een wereld waarin een domgehouden massa willoos zich onderwerpt aan bestuurderen, die elkaar linten, prijzen en oorkonden overhandigen, zonder dat het volk weet wat er geprezen, onderscheiden en beloond wordt. Een vorm van democratie dus, die in feite antidemocratie of schijndemocratie is, omdat de cultuur van de elkaar lintjesgevende regenten altijd uitgaat van de veronderstelling dat het volk een willoos instrument is in handen van leiders, die 'volksmisleiders' zijn, een abstracte stelling die ik hieronder 'hard' probeer te maken aan de hand van een aantal uitspraken van de persoon Abraham Kuyper, een mens van vlees en bloed, die gezien moet worden als 'de grote vijand van het verlichtingsdenken', waarvan in Nederland Multatuli en in Duitsland Friedrich Nietzsche de belangrijkste representanten waren.
De hieronder weergegeven tekstfragmenten zijn afkomstig uit een rede - 'De verflauwing der grenzen' - die door Abraham Kuyper werd uitgesproken bij de overdracht van het rectoraat aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op 20 October 1892:
Ook onze oostelijke naburen bezitten thans hun Multatuli in Nietzsche.
Een schrijver, die bij Douwes Dekker niet achterstaat noch in het wegsleepende van zijn aphoristischen stijl, noch in de stoutheid zijner concepti n, noch in het driest-radicale van zijn ongeloof, en die hem in diepte van opvatting en systematische denkkracht zeer verre overtreft.
Beider levenspositie verklaart dit. Multatuli was Indisch ambtenaar, Nietzsche te Bazel hoogleeraar in de philosophie. Maar overigens vertoont ook beider succes een gelijksoortig karakter; want vooral voor de aankomende jongelingschap werd Nietzsche in Duitschland de opgaande zon; ten deele vroeger reeds, maar vooral na het uitkomen van zijn werk: Also sprach Zarathustra.
Men verslindt, men citeert, men bewierookt hem. Heine en Feuerbach hebben afgedaan; Schopenhauer verveelt; alles is thans Nietzsche geworden.
Nu is ook deze Duitsche Multatuli natuurlijk volstrekt geen vriend van de toongevende kringen op wetenschappelijk en staatkundig gebied. Veeleer steekt hij even dapper den draak met Duitschland s professoren en staatslieden, met zijn kunstaanbidders en Mammondienaars, als met de kalot van den priester en het koord van den asceet.
In de periode, die we thans doorleven, bespeurt hij niets van vooruitgang; vrij sterk zelfs klaagt hij over achteruitgang; en zijn lang niet malsch oordeel luidt, dat de moderne beschaving al meer daalt; steeds dunner, gestadig zwakker, al middelmatiger is geworden.
Maar toch, hoe schamper hij ook het Liberalisme gispt en hekelt, zijn haat heeft hij voor den Christus bewaard.
En dat niet enkel voor den Christus van het dogma, om, gelijk Strauss en Renan, aan den Christus van de Bergrede zijn hulde te bieden; want juist die Bergrede stuit hem het meest tegen de borst. Immers toen het zalig zijn de armen, het zalig zijn de zachtmoedigen, het zalig zijn ze die treuren, langs het strand van Genesareth's meer weerklonk, brak, zoo ge Nietzsche gelooven wilt, in dat wilde roepen 'der Sklavenaufstand der Moral' los, en gaf deze Rabbi van Nazareth slechts lucht, aan de opgekropte wraakzucht , die de Joden, te midden van hun onmacht, bewoog, om mit den Zaehnen des abgruendlichsten Hasses , al wat geweldig en hoog op aarde was, onder den voet te halen.
Tegenover het Lam dat de zonde der wereld wegneemt, stelt Nietzsche dan ook zijn dier-symbolen; symbolen van roofdieren, uitroepend: Wohlan, du solltest meine Thiere sehen, meinen Adler und meine Schlange ...
Desniettemin heeft ook deze hater van den Christus zijn Messias-ideaal; alleen maar de Messias, waarop hij hoopt, is de Antichrist; een soort Uebermensch, gelijk hij hem noemt, die in alles het tegenbeeld van den Christus zal zijn.
Und dieser Antichrist, dieser Besieger Gottes, die aan de aarde haar doel, aan de menschheid haar hope zal teruggeven, er muss einst kommen .
Alzoo een persoonlijke Antichrist, in levenden lijve, over God en zijn Messias triomfeerend; en de komst van dit menschelijk monster wordt niet afgebeden, maar ingeroepen, ja, uit de verte met handgeklap als de dageraad van den eeuwigen morgen begroet.
Is het niet ontzettend, zulk een rauwen kreet uit de diepte op te vangen als echo op wat de Schrift ons van den Antichrist profeteert? Slechts in een opzicht hapert de parallel. Wat theïstisch bij den apostel geopenbaard is, doemt voor Nietzsche pantheïstisch op...
Het Pantheïsme verflauwt de onderscheidingen, doet de grenslijnen verbleeken, en verraadt de neiging om alle tegenstelling uit te wisschen.
Met opzet zei ik: Ook nu weer, omdat deze neiging aan het beginsel zelf van het Pantheïsme haar drijfkracht ontleent. Ge ziet dit aan het religieuse Pantheïsme, dat bang voor een God van verre, zelfs met een God van nabij geen vrede neemt, maar hier reeds door het gebeds-mysterie in Gods wezen poogt in te dringen, en eens voor eeuwig zo lang in Gods wezen wil terugvloeien, tot alle grens tusschen God en de ziel verdwenen zij.
Gij speurt dit aan het practisch Pantheïsme, dat, rusteloos nivelleerend, zo lang al wat hooger uitgroeide, neerbuigt eerst, en dan besnoeit en af kapt, tot ten leste alle onderscheid tusschen den Ceder en den Hysop ophoudt te bestaan.
Maar het sterkst ontwaart ge dit bij het wijsgeerig Pantheïsme, dat principieel en stelselmatig alle thesis en anti-thesis in de synthesis versmelt, en door de bekoring van het denkbeeld der identiteit, u al wat ongelijk scheen, als gelijksoortig, ja, ten slotte als eenswezend, verklaart...
Er mag geen verschil van standen, geen verschil in levensvorm, geen verschil in nationale kleedij meer zijn. Eenvormigheid blijft de vloek, dien ons moderne leven willens en wetens indrinkt. Op muzikaal terrein heeft eerst Beethoven deze pantheïstische stemming onzer eeuw opgevangen en door zijn C mol en negende symphonie aan duizend en nogmaals duizend harten eingetoent , en heeft na hem Wagner zelfs de grens tusschen de wereld der tonen en de wereld der gedachte opzettelijk verbroken. Zekere stilisten ten onzent neigen er al meer toe, om den inktpot met het palet te verwarren...
Onze Christelijke religie toch trok een nieuwe en zeer diepe grenslijn, die tusschen het profane en het heilige gebied, en juist daar ging de geest van secularisatie, schier hoonend en smadend, tegen in.
Aan Theologie als een eigen wetenschap kon geen plaats meer worden ingeruimd; voor haar metaphysisch deel was ze identisch met de Philosophie; en voorts ging ze op in letterkundige, geschiedkundige en ethnologische studiën. Zoo viel vanzelf de grens tusschen God en de afgoden...
Zulk een periode van geestelijke atrophie heeft Europa reeds twee malen gekend; eerst onder het Romeinsche Keizerrijk; en nogmaals toen de Middeneeuwen ten einde liepen; maar toen heeft beide malen de Kerk van Christus den geraakte bij de hand, gegrepen, en opgericht dat hij weer liep en de levensveer als in hem opsprong.
Zoo rijst dan vanzelf de vraag: Zal de Kerk van Christus hiertoe ook nu weer in staat blijken?
En is er dan geen oorzaak voor klimmende bezorgdheid, als ge ziet hoe het juist die Kerk van Christus is, die, door dit verflauwen en straks uitwisschen der grenzen, innerlijk al meer tot ontbinding overgaat, en uitwendig in steeds enger band wordt gekneld?
Immers zoo er een is, die principieel tegen het denkbeeld zelf van Evolutie protesteert, dan is Hij het wel, die van den Vader der lichten is afgedaald, om als God in het vleesch zich te openbaren. Hij is het Wonder. Bethlehem slaat breuke in de genealogie der menschheid.
Het Immanuel verrees, doorbreekt de natuurorde. En als straks de Kerk van Christus de wereld ingaat, is, niet van die wereld te zijn, het haar ingedrukte kenmerk.
Ipso facto staat dus de Kerk van Christus tegen den eenheidsdroom van het pantheïstisch proces, en ontkent ze, dat er ooit redding door Evolutie kan komen voor een in zonde verloren geslacht.
Dit is haar aard, haar natuur. Bij prijsgeving van die antithese boet ze haar karakter in. Ze moet dualistisch tegenover de onherboren wereld staan.
En zoodra de grenslijn verbleekt, die haar van het natuurlijk leven afscheidt, houdt ze op Kerk van Christus te wezen. Doch natuurlijk juist hiertegen kant zich de pantheïstische neiging onzer eeuw... (Bron: www.neocalvinisme.nl)
Definitie: Pantheïsme is een levensbeschouwing waarin God en het heelal volledig aan elkaar gelijk worden gesteld. Het woord komt van het Griekse pan (alles) en theos (god). Volgens deze visie is alles om ons heen goddelijk en is er geen sprake van een losse, menselijke god.
De scheiding van Lam & Adelaar
Commentaar WD 2004
Hoewel het betoog van Abraham Kuyper uitzonderlang lang en ingewikkeld is, want doorspekt met citaten en verwijzingen naar tientallen schrijvers en filosofen, is de kern ervan vrij eenvoudig samen te vatten: namelijk afwijzing van het mystieke eenheidsverlangen (holisme), zodat we rustig mogen stellen dat de zogenaamde 'christelijke cultuur' waar Kuyper naar verwijst weinig meer is dan een tot monsterlijke proporties opgeblazen anti-cultuur die maar een bedoeling heeft, namelijk het verbergen van de eenvoud van de christelijke waarheid, precies zoals de gnostici dat in hun geschriften reeds hebben beschreven, met name in 'Het evangelie der waarheid', waar de schrijvers uiteenzetten hoe een angstige, bekrompen elite een schijnsysteem in het leven roept dat vanwege zijn ogenschijnlijke ingewikkeldheid de zwakke geesten in verwarring brengt - moet brengen ook, omdat deze anticultuur niets anders is dan een intimidatiepoging die tot taak heeft onafhankelijke geesten buiten te sluiten.
Kennis, zo kun je stellen, wordt hier op een uiterst primitieve wijze omgezet in macht, op zo'n vals-sadistische wijze dat al diegenen die 'onwetend' zijn (mensen die niet de werken van honderden filosofen gelezen hebben) per definitie goddeloze, nihilistische onmensen zijn...
Daarbij wordt het simpele feit over het hoofd gezien dat Jezus van Nazareth tweeduizend jaar geleden leefde en dus niet een van al die duizenden boeken gelezen heeft die door calvinisten tot 'heilige geschriften' zijn uitgeroepen.
Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de Islam, die zich heeft gecentreerd rondom een profeet die analfabeet was, een man dus die geen enkel heilig boek ooit heeft gelezen en die zijn kennis deels via zijn occulte vermogens (hij was helderhorend en helderziend) en deels via mondelinge debatten met geestverwanten heeft opgedaan.
Opvallend in het betoog van Kuyper is dat hij Nietzsche indeelt bij de zogenoemde pantheisten, en dat hij een heel duidelijke scheiding aanbrengt tussen Christus, ZIJN Christus wel te verstaan, een goddelijke man die een zondendragend Lam moet zijn, en de opstandige, rebelse 'roofdieren' van Nietzsche: de Adelaar en de Slang, namen die verwijzen naar het astrologische teken Schorpioen, dat volgens astrologen de apostel Johannes, de boezemvriend van Jezus, symboliseert.
De Christus van Kuypers, zo zou je kunnen concluderen, moet eenzaam blijven, verstoken van de liefde van Johannes, zodat de christenen al hun zonden kunnen afwentelen op al die eenzame Christusfiguren, die zonder de liefde van een boezemvriend door het leven moet gaan...
Geboortehoroscoop van Abraham Kuyper
Abraham Kuyper is op 29 oktober 1837, rond 13u, geboren in Maassluis. Dat levert een astrologisch beeld op dat niet echt zacht en vrouwelijk is. Het gevoelsleven is weliswaar sterk, maar het wordt gedomineerd door de felle, dwingerige invloed van het Waterteken Schorpioen (Zon en Maan in dat teken), een teken dat zich hier van zijn felle kant laat zien vanwege negatieve aspect die de Zon en de Maan maken met de planeet Mars, en het negatieve aspect dat wordt gevormd door twee planeten, Saturnus en Pluto, die in hun negatieve vorm heel hard, meedogenloos en onverdraagzaam kunnen maken.
Daar komt bij dat de planeten Mars, Pluto en Saturnus dominant geplaatst zijn in het beroepshuis 10, hetgeen betekent dat men geneigd is de hardheid uit te dragen in de samenleving waar men deel van uitmaakt.