Friedrich Nietzsche & de Profeet Mohammed
Commentaar WD 2002
Citaat: "Voor Socrates was de waarheid heilig en de enige manier om tot de waarheid te komen was de rede. Bij Socrates worden de filosofie en de wetenschap serieus.
Nietzsche heeft altijd een enorme hekel gehad aan deze Griekse wijsgeer. Volgens Nietzsche is de rede er om het instinct te dienen." (Frank Hartgers, Over de Vrolijke Wetenschap)
Friedrich Nietzsche was een groot liefhebber van de waarheid. Alles wat leugenachtig was vervulde hem met gevoelens van intense afkeer. Met name de leugenachtige werkelijkheid van de joods-christelijke godsdiensten vormt in zijn werk het object van genadeloze kritiek,
In zijn werk De Antichrist valt hij op een felle wijze mensen die zich 'priester' noemen aan. Hij beschouwt hen als parasieten die het leven ontkennen. Volgens hem creëren priesters een ziekmakende moraal om de mensheid in angst en afhankelijkheid te houden, louter om hun eigen macht en invloed te behouden. "Nooit (zo stelt hij) is er onder de zon iets leugenachtigers werkzaam geweest dan een joods-christelijke priester.."
Het spreekt vanzelf dat de filosoof Nietzsche niet erg geliefd is in joods-christelijke kringen, hetgeen niet getuigt van een objectieve, op weten gerichte instelling. Wie het werk van Nietzsche namelijk goed leest zal ontdekken dat hij in Jezus van Nazareth geen joods-christelijke priester ziet.
Jezus was in zijn ogen de enige echte christen (of christelijke jood) die ooit heeft bestaan, en met zijn dood is volgens Nietzsche ook 'het christendom' gestorven.
Nietzsche bewonderde in Jezus de rebellie, de opstand tegen het schijnheilige priesterdom, dat daarom zo verwerpelijk was, omdat het de vitale, naar leven verlangende instincten in mensen probeerde te vernietigen.
Jezus noemde zichzelf 'de weg, de waarheid en het leven'. Waar Jezus voor het leven pleitte en de religieuze leiders van zijn tijd verweet dat ze via een systeem van overreglementering en heiligverklaring van door mensen opgestelde geboden het levensverlangen van vrijheidslievende mensen aan banden wilden leggen, daar vindt hij de filosoof Nietzsche aan zijn zijde.
Waar Jezus echter de nadruk legt op 'de weg' (wet = Saturnus en 'orde plus recht = Jupiter), daar komt hij in botsing met de hedonistische Nietzsche, die - juist omdat hij geplaagd wordt door op isolatie en eenzaamheid gerichte ziekteverschijnselen - op een welhaast wanhopige wijze snakt naar een bruisend, vitaal bestaan.
Nietzsche is een randfiguur, die ontdekt dat randfiguren in de joods-christelijke cultuur een miserabel bestaan moeten leiden, en hij probeert daarom aansluiting te zoeken bij filosofische systemen die in staat zijn hem midden in het volle leven te plaatsen.
Daarom plaatst hij de profeet Mohammed boven Jezus van Nazareth, omdat Mohammed volgens hem een vitale, levenslustige vent was, die - ook al was hij niet gehecht aan geld en macht - volop genoot van het leven, dol was op vrouwen, ongegeneerd van jonge meisjes en jonge jongens hield, en op zijn tijd best in was voor een fikse knokpartij, wanneer mensen niet bereid waren zijn leer serieus te nemen.
Mohammed vertegenwoordigt 'de wereld van het instinct', de wereld van gevoel en emoties, die volgens Nietzsche te weinig aan bod komt bij waarheidlievende figuren als Jezus en Socrates.
Socrates hield van de waarheid, maar hij was tegelijkertijd een uiterst keurige man: netjes getrouwd met een vrouw (Xantippe), die populair uitgedrukt 'de broek aan had'. En dat zit Nietzsche dwars.
Wat is dat voor waarheidsliefde, wanneer een vent onder de plak zit van zijn vrouw? Mohammed heeft een heel andere instelling. Die laat zich niet door vrouwen commanderen. Heeft een vrouw een te grote mond, dan krijgt ze voor d'r raap. Uit.
Wanneer we dus willen weten waarom Nietzsche zo'n grote hekel had aan Socrates, dan moeten we zijn instelling tegenover vrouwen bestuderen.
Nietzsche is in bepaalde opzichten een macho, een vrouwenhater, die niet in staat is zijn eigen vrouwelijke eigenschappen te aanvaarden. Hij kiest weliswaar voor de wereld van het instinct, maar dat instinct is sterk dierlijk en egoïstisch gericht.
De vrouwelijke kant van het instinct (instinct is niet alleen drift, maar ook gevoel) komt in het 'filosofisch-wetenschappelijke' werk van Nietzsche nauwelijks aan bod (wel in het profetische Zaratoestra), en dat maakt zijn kritiek op Socrates en Jezus verdacht.
Socrates en Jezus ontkenden dierlijke driften niet, maar plaatsten ze ook niet op de voorgrond. Altijd stond bij deze waarheidszoekers de eerbied voor de Wet (of algemener uitgedrukt) de eerbied voor het Gezag centraal. Daarom slikte Socrates zonder morren de gifbeker en liet Jezus zich (volgens het evangelieverhaal) als een lam naar de slachtbank leiden.
Alleen daar zijn ze rebels, waar het gezag niet meer in dienst staat van mensen, waar het zich isoleert, zichzelf goddelijke status toe-eigent en niet meer bereid is zichzelf te laten controleren.
Dan zetten ze alle registers openen en achtervolgen ze het valse gezag met hun bijtende, nietsontziende waarheidsliefde, die best wel dierlijke trekjes vertoont.
Jezus is feller en emotioneler dan Socrates. Jezus kan schelden als een viswijf. Zijn aanvallen op de Farizeeën zouden in onze politiek correcte tijd als zeer kwetsend en beledigend worden ervaren.
Socrates is gematigder. Hij legt sterk de nadruk op redelijkheid. In moderne termen uitgedrukt zou je Socrates een (ideale) D'66 figuur kunnen noemen, terwijl Jezus met zijn onredelijke scheldpartijen veel meer thuishoort in de wereld van partijen met een sterk socialistisch karakter.
Nietzsche zou zich noch in D'66, noch in een socialistische partij thuis voelen. Nietzsche is een randfiguur, en hij is ziek, en daarom haat hij partijen en groeperingen die buitenbeetjes geen vreugde gunnen.
Juist daarom is het opmerkelijk dat Nietzsche niet in staat is de vrouwelijke kant van zijn karakter tot uiting te brengen.
Die vrouwelijke kant hoort volgens astrologische denkers uit de oudheid thuis bij de planeet Maan, een planeet die in de horoscoop van Nietzsche een dominante plaats inneemt.
De Maan is de Moeder en zij beschermt iedereen, ook de serieuze waarheidszoekers, die behoefte hebben aan wat simpel geluk. Want dat is het kenmerk van de hedonist Nietzsche: waar Jezus en Socrates zeer volwassen figuren zijn, die waarheid, geweten en plicht sterk benadrukken, daar is hij een naar vrolijkheid, warmte en geluk verlangend kind, dat wanhopig probeert zich los te breken uit een wereld die zijn serieuze, waarheidlievende kant tot een ondraaglijke last probeert te maken.
Nederlandse schrijvers die Nietzsche's problematiek ook hebben ervaren zijn Willem Frederik Hermans en Gerard Reve. Van Hermans is de uitdrukking afkomstig dat 'angst het vruchtwater is waarin hij is ondergedompeld' en van Gerard Reve komt de uitspraak dat hij 'niet een dag in zijn hele leven gelukkig is geweest'.
Die uitspraken bewijzen dat Nietzsche gelijk heeft wanneer hij zegt dat onze cultuur in feite een anticultuur is, die het geluk neerlegt bij de middelmaat en het ongeluk bij de uitzonderingen, de buitenbeentjes en de zwak-gemaakten.
Nietzsche heeft aan zijn kritiek op de buitenbeentjeshaat binnen onze cultuur nooit de conclusie getrokken dat we het moederlijke principe van de Maan in ere moeten herstellen. Hij koesterde sympathie voor de Islam, maar hij weigerde in te zien dat de Islam twee polen heeft: een dierlijke Mars-kant (de profeet die gewoon heel geil is en oorlogen voert) en een vrouwelijke, emotioneel-moederlijke kant, die wordt gesymboliseerd door de Maan.
Als waarheidszoeker en 'vrolijke wetenschapper' is hij op dat punt tekortgeschoten. (Zwolle, 3-7-2002)
Socrates (469 - 399 v. Chr.) heeft zijn hele leven lang gestreden tegen de opvatting van de Sofisten dat normen en waarden slechts een relatieve betekenis hebben en dat kennis, met name op ethisch gebied niet mogelijk zou zijn.
Volgens Socrates is het wel degelijk mogelijk kennis te verwerven die algemeen geldig is. Waarheid is een objectief gegeven en de taak van de mens is die objectieve waarheid te achterhalen. Niet de mens is de maat van alle dingen, niet de mens bepaalt wat dapper is of rechtvaardig, maar er zijn algemeen geldende definities van 'dapperheid' en 'rechtvaardigheid'.
Socrates heeft zijn ideeën nooit opgeschreven. In gesprekken met zijn stadgenoten en vreemdelingen probeerde hij zijn opvattingen uit te dragen. Bijna altijd waren de gesprekken erop gericht om definities te vinden voor ethische begrippen.