De angst voor het vreemde
bespiegelingen bij een oude kerstboom



Iedere keer wanneer er wordt gesproken over het Midden-Oosten conflict worden steevast bekrompen, achterlijke moslims (Arabieren) tegenover moderne, vrije en blije democraten (Joden) geplaatst.
Dat er grote aantallen conservatieve moslims zijn is juist. Dat er ook grote aantallen conservatieve joden zijn is eveneens juist. En dat betekent dat de tegenstelling die wordt opgeroepen grotendeels schijn is.
Het aantal joden in Israel dat werkelijk een vrije, sociaal-liberale (dus seculiere) samenleving wil verdedigen is uitermate klein en voornamelijk te vinden in gebieden die niet behoren bij het rechts-religieuze deel van de natie (waartoe ook het Israelisch-orthodoxe rabbinaat behoort).
Natuurlijk bestaan er binnen alle groeperingen uitzonderingen, mensen die de vijanden van wat simpele doodgewone vrijheid de middelvinger geven, maar aangemoedigd wordt dit gedrag niet.
Het grote probleem is de koppeling van de staat Israel aan de Hebreeuwse bijbel. Aan die bijbel hebben joden het idee ontleend dat zij anders dan anderen zijn.
Zowel linkse als rechtse zionisten in Israel proberen hun aanhangers ervan te overtuigen dat joden (Israel is een staat van en voor joden) 'een hoge morele taak' te vervullen hebben in het leven. Het is daarom de taak van de joodse staat een moreel voorbeeld voor de wereld te zijn, een onzinnige (vals-utopistische) opdracht natuurlijk, omdat joden - wat ook de rabbijnen beweren - doodgewone mensen zijn, die niet via een simpel religieus commando gelijkgeschakeld kunnen worden.
Doe je dat toch, ga je van een willekeurige verzameling doodgewone feilbare mensen wezens maken die een heilige rol moeten spelen, dan werk je oneerlijkheid, schijnheiligheid, vals moralisme, en schizofreen afwijkend gedrag in de hand.
Met andere woorden: van gewone mensen hoge morele wezens willen maken bewerkt veelal het tegenovergestelde. Je schept een mooie buitenwereld die een ongecontroleerde negatieve binnenwereld dient te verbergen.
Het is die werkelijkheid waar in het door joden afgewezen Nieuwe Testament naar wordt verwezen, daar waar joodse schriftgeleerden 'witgepleisterde graven' worden genoemd. De farizeÔsche moraal is volgens het evangelie niet een gewetensvolle kracht die van binnenuit komt, maar bestaat uit mooie woorden en leuzen die veelal los staan van een harde, compassieloze werkelijkheid die via niet bijzonder morele daden tot stand wordt gebracht.

In ons land is TROS-medewerker Ralph Inbar, vanuit het oogpunt van de moralistische rollenspeler gezien, een slechte uitzondering. Hij is bij uitstek het type van 'de onverantwoordelijke jood', iemand die alle joodse hogere idealen de wereld uitlacht met zijn verborgen camera, maar - zo stelt men - hij is gelukkig maar een eenling, een maatschappelijke mislukkeling waar 'hogere joden' uiterst misprijzend op neer blikken.
"Grappen maken" - zo stellen zij - "is een laag bij de grondse bezigheid! Voor lolbroeken is er in een hoogstaande gemeenschap geen plaats..."
Sommige moslims in ons land schijnen daar net zo over te denken...

In de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig waren joden veel minder sterk gebonden aan het begrip 'hoog'. Als kind luisterde ik in die jaren graag naar de Sam en Moos-moppen van Max Tailleur - een man waarvan men nu zegt dat hij niet serieus genomen mag worden.
Max Tailleur speelt momenteel in joods intellectuelenland de rol die de traditionele goedlachse neger in de wereld van zich ontwikkelende zwarte intellectuelen speelde: Iemand die zich 'nikker' laat noemen en zich als een nikker gedraagt, heupwiegend en altijd een blijmoedige, enigszins onnozel ogende lach op het gelaat, een hofnar die zijn soortgenoten te schande maakt.
Je zou hem dus 'een joodse neger' kunnen noemen, een laag bij de grondse moppentapper, die niet het hoogstaande woord 'humor' gebruikt, maar het volkse begrip 'mop'. Een man dus die - omdat hij niet eerzuchtig genoeg is en dure morele begrippen aan zijn laars lapt - veroordeeld dient te worden.


"De Amsterdamse komiek Max Tailleur (1909-1990) staat bekend als een van de grootste Nederlandse moppentappers ooit. Toen hij in 1990 stierf, liet hij een kaartenbak met ongeveer 3.000 moppen na, vooral de nog steeds bekende ĎSam-en-Moos-moppení. Tailleur, zelf jood, vond het vooral leuk moppen over het jodendom te vertellen.
Max Tailleur was in Nederland zeer populair. Maar niet iedereen was blij met hem. Sommigen vonden zijn grappen platvloers, terwijl hij in eigen joods-intellectuele kring ervan beticht werd racistisch en smakeloos te zijn.
Grappen vertellen of humor nŠ de Holocaust, nee Ė dat kon niet. En juist door het vertellen van Jiddische moppen zou Tailleur, aldus Joodse critici, het antisemitisme aanwakkeren.
Het Nieuw IsraŽlietisch Weekblad (NIW) schreef in 1952, een week nadat Max Tailleur De Doofpot had geopend, dat deze man Ďde grootste antisemietí was. Hij liet de Goj (de niet-Joden) lachen om joden die in de concentratiekampen vermoord waren..." (Enne Koops, Historiek, 28 mei 2017)


Het blijft een merkwaardige zaak dat de jaren zestig revolutie er toe heeft geleid dat de joodse moppentappende hopsakee-figuur volledig uit het maatschappelijke leven verdwenen is, terwijl de moraliserende, iedereen veroordelende joodse zuurpruim steeds sterker aan het worden is...: "Wat? Ik zuurpruim? Jij antisemiet..!".
Het toont aan dat die zogenaamde 'linkse' revolutie in feite een terugkeer was naar onderdrukkend vals moralisme. Alle onverantwoordelijke immorele elementen dienden uit de wereld van wetenschap en politiek te worden verwijderd, en hun plaats diende te worden ingenomen door 'de moralisten'.
In de Volkskrant, een krant die 'de mop' tot perverse en immorele afwijking heeft verheven, proberen zich 'intellectueel' noemende joodse medewerkers het begrip jood te onthumoriseren. Joden zijn in hun ogen in- en inkeurige mensen die alleen maar bezig zijn met hoge idealen en het verheffen en verlichten van de onontwikkelde, aan heidense gebruiken verslaafde medemens, en het spreekt dan ook vanzelf dat de flodderige TROS-medewerker Ralph Inbar daarbij gemeden moet worden.
Ralph Inbar is weliswaar een man met een joodse achtergrond, maar niet een echte, d.w.z. moralistische jood. Je zou hem, om een joodse term te gebruiken, een 'joodse goy' kunnen noemen, een 'vreemd joods element', iemand die het hoge morele gedachtegoed te grabbel heeft gegooid.
De hieronder weergeven anekdote - een woord dat net als de term 'de mop' verdacht is in hogere kringen - kan dienen als een uitstekende illustratie bij dit betoog:


Max Pam: Als hoger opgeleide columnist voel ik een zeker dťdain jegens de mop.
Jaren geleden heb ik mijzelf daar al eens op betrapt. Omdat ik volgens anderen een beetje joods bloed heb en ook nog een beetje kan schaken, werd ik op een keer opgebeld door Max Tailleur. Het was toen al zo dat je over hem dacht: goh, leeft die nog? De grote moppentapper vertelde dat hij naast de geinlijn ook nog iets voor edelmoedigs deed voor het blad van de reumapatiŽnten Of ik daarin, naast zijn vaste moppentrommel, misschien een wekelijks schaakrubriekje wilde verzorgen. Gratis natuurlijk, want het was voor het goede doel.
Fuck! Meteen daarna ben ik onder de dekens gekropen en heb een maand lang alle telefoontjes onbeantwoord gelaten. Dat het voor niets moest, alla, maar dat ik geassocieerd zou worden met de mop, dat leek me zo'n schrikbeeld dat ik mij nog liever levenslang in ťťn cel zou laten opsluiten met Ron Brandsteder.

"In zijn cabaret De doofpot aan het Rembrandtplein in Amsterdam vertelde Max moppen. Dit is er eentje.
Een meisje komt bij de dokter. Zegt de dokter, zonder verder naar de klacht te informeren: 'Kleedt u zich maar eens uit, mevrouwtje.' Zegt het meisje: 'Maar dokter, ik kom voor mijn grootmoeder.' Wendt de dokter zich tot de grootmoeder en zegt: 'En steekt u uw tong maar uit.'
Veel mensen moesten daar toen om lachen. Nu kun je erover zeggen dat het zo ver beneden elk peil is dat het bijna weer leuk wordt. Maar als je bedenkt dat die moppen werden verteld in een moddervet Jiddisch accent valt ook te begrijpen waarom veel joden zich geneerden voor Max Tailleur. Met zijn moppen, zo voelde het, speelde hij in op de clichťs en vooroordelen die leefden onder zijn gojs publiek..". (Max Pam, 9-3-2017)


Het begrip 'goy' (de vreemde ander) speelt in het traditionele jodendom een hoofdrol, zoals het - onder andere benamingen - in alle orthodoxe religies een belangrijke plaats inneemt. Zelfs het hoofd van onze natie, Koningin Beatrix, kan er niet toe komen dat duistere begrip overboord te zetten, zodat Maxima (een katholieke goy binnen een traditioneel hervormd milieu) tijdens de huwelijksceremonie de rol van tweede viool moet spelen, terwijl zij toch degene is die Koningin wordt.
In Engeland is de situatie veel beter, daar schijnt de koning het hoofd van de kerk te zijn - en niet de paus of de opper-rabbijn of meneer de dominee - zodat hij daar zelf kan bepalen welke vorm van eredienst hij kiest. Een zeer goed gebruik, dat navolging verdient..!
Ik heb nooit zo goed begrepen waarom een koning zich aan de voeten behoort te werpen van een hervormde predikant. Alsof een in geestelijke lompen gehulde boerenman, die als een duistere alchemist god uit een paar heilige boeken probeert te destilleren, belangrijker is dan een van blauw bloed voorziene koning die in een mooi luxueus paleis woont.
Ik sta in die opvatting niet alleen. Het grote publiek is vooral daarom voor de monarchie omdat de monarch in een mooi paleis woont, en niet omdat de monarch in een schamele hut woont en het sloofje is van meneer de dominee. Zulke mensen zijn er wel, maar ze worden zelden 'koning' genoemd...
Dat schijnt men in hofkringen niet in te willen zien. Zodat we gedwongen worden de calvinistische saaiheid te aanbidden, waar je ook rondgeleid zou kunnen worden in een weelderig ingericht paleis dat wordt uitgroepen tot 'open huis' - zoals bijvoorbeeld Leefbaar-Nederland dat wil.
Leefbaar-Nederland (een partij die zich laat beinvloeden door het gedachtegoed van Pim Fortuyn) moet niets hebben van een calvinistisch vorstenhuis dat zich afsluit van de gemeenschap. Deuren open en laten zien wat er aan weelde is opgeborgen in het door ons betaalde paleis, is hun boodschap - waar ik als anarchist best achter kan staan.
Geld investeren in een museum is okee, maar dan moet je dat museum wel kunnen bezoeken natuurlijk - want aan museums die voor niemand toegankelijk zijn heb je als burger niks en die kun je dus maar beter sluiten.
Waarmee we weer aanbelanden bij dat merkwaardige begrip 'goy' dat eeuwenlang zo'n grote rol heeft gespeeld in de joods-religieuze wereld.
In de discussie rond jodenvervolgingen en discriminatie wordt dat niet al te vriendelijke begrip 'goy' (een begrip dat naar angst voor vreemden verwijst) nooit genoemd, hetgeen er op wijst dat joden de geschiedenis niet op een eerlijke wijze willen duiden en verklaren.
Het is erg mooi anderen vreemdelingenhaat te verwijten, maar dat moralistische veroordelingsstreven wordt minder fraai wanneer je weigert je eigen vreemdelingenhaat te veroordelen, een hatende instelling die ertoe heeft geleid dat joden zichzelf hebben vervreemd van andere mensen en andere culturen.
Gettovorming werd nooit afgewezen en assimilatie was en is nog steeds een vies woord in joods-orthodoxe kringen.
Het volgende citaat zegt wat meer over die vreemdelingenangst:

"Hij (bedoeld wordt de god van Israel) zegt daarom heel duidelijk: weest heilig, want Ik ben heilig!
Wat hier zo bijzonder is, is het verwachtingspatroon van de Eeuwige dat de mensen ook inderdaad heilig kunnen zijn.. In feite wordt iemand die niet heilig is gezien als de uitzondering, niet als de norm, althans binnen het volk IsraŽl!
Bij de Goyim [heidenen] is dat precies andersom en daarom mochten de IsraŽlieten ook niet met hen omgaan omdat zij anders de occulte en perverse leefwijze van de heidenen zouden kunnen overnemen. (Messiaanse gelovigen over heiligheid)


Heilig zijn dus, daar gaat het om. Hoog en verheven moeten zijn. Een vorm van gedrag die erg vervelende gevolgen kan hebben.


de kerstboom symboliseert de kosmos,
onze band met het goddelijke heelal...

Zo merkt Volkskrantmedewerker Anet Bleich in een artikel, dat de titel "Bespiegelingen bij een oude kerstboom" draagt, op dat zij als kind een minitraumaatje heeft moeten verwerken. (VK 9-1-2002)
Ze had op school een kerstboom gewonnen, maar ze mocht het boompje niet mee naar huis nemen. Dat noemt men in moderne liberale kringen vreemdelingenhaat.
Een kerstboom wordt beschouwd als een heidens (niet heilig) gebruik en ook al vinden kinderen zo'n boom waanzinnig mooi en kun je hun kinderwereld er mee verlichten, toch moet die boom worden afgewezen - en dat alles vanuit de filosofie dat de joden het licht van de wereld behoren te zijn...
Waaruit mag blijken dat star, vormgebonden moreel denken altijd en eeuwig de ontkenning is van het licht. Omdat licht alleen maar licht is wanneer je er geen remmende schutbladen voor plaatst.
Wie zijn huis blindeert, de gordijnen dichttrekt, de kieren met krantenpapier dichtstopt en alle kaarsen en elektrische lampen met een grote moker vernietigt, die zit niet in het licht, nee, die zit gewoon in het donker.
En dat is precies de situatie die religieuze extremisten in het leven willen roepen in het Midden-Oosten. Niks geen grote kerstbomen in joods Jeruzalem, versierd met duizenden lampjes. Nee, IsraŽl moet (net als de zwarte kleren die ze dragen) een zwarte zon zijn, een ster die niet mag stralen, maar alle licht uit moet doven.
In IsraŽl mogen religieuze kinderen geen kerstboom in huis zetten en op 25 december wordt er geen gebraden konijn op tafel gezet, maar zitten de traditionele joden heel eigenwijs op een hard stukje ongedesemd brood te kauwen - alleen maar om te bewijzen dat zij het licht van de wereld zijn, een benaming die volgens sommige mythologiedeskundigen zou verwijzen naar de gevallen engel Lucifer (de lichtbrenger) en de daarmee verbonden planeet Venus (de morgenster).

Anet Bleich heeft haar kind gelukkig wel een kerstboom gegeven. Haar immorele dochter wilde er graag een hebben.
Tegelijkertijd probeert zij het bekrompen (morele) gedrag van haar ouders - die haar een minitrauma hebben bezorgd - goed te praten.
Die zagen in de kerstboom waarschijnlijk een christelijk symbool - zegt ze - en christenen stonden voor pogroms en daarom was zo'n boom te pijnlijk etc..., een verklaring die niet alleen op een zeer onverantwoorde wijze generaliseert, maar die ook vals en oneerlijk is, omdat orthodoxe joden zich altijd - ook in tijden dat er geen sprake was van vervolging - uitermate vijandig hebben opgesteld tegenover alle gebruiken die niet als 'joods' werden ervaren.
Al in de oudste geschriften waarschuwen profeten tegen 'afgodendienst', gebruiken die verwijzen naar het kosmisch religieuze wereldbeeld van hun goddeloze buren. Want daar verwijst de kerstboom met zijn ballen en zijn lichtjes naar:
De kerstballen zijn de planeten en de lichtjes zijn de sterren... En Jezus is geboren om ons te wijzen op de band tussen hemel en aarde... Heel simpel allemaal, en volstrekt geen verwijzing naar demonisch gedrag.

De kern van het kerstboom-probleem schuilt dus niet (zo kun je concluderen) in jodenhaat, maar in de verwerping van zowel het christelijke als het kosmische wereldbeeld.
Elke aanname dat er een band bestaat tussen mens en kosmos moet verworpen worden. Dat is de belangrijkste functie van het strenge (anti-christelijke) monotheÔsme. Een instelling die je moeilijk liberaal of verlicht kunt noemen, omdat liberaal verlichtingsdenken de veelvormigheid en de complexiteit van het bestaan erkent, precies de instelling die bij een kosmische levensvisie hoort, omdat het aardse leven binnen dat wereldbeeld een afspiegeling is (en ook behoort te zijn) van het veelvormige heelal waarmee we verbonden zijn.

Wie een licht wil zijn werpt licht op alle zaken. Licht is de waarheid die de leugen opheft. Licht kent geen geheimen, omdat alles wat verborgen was zichtbaar wordt gemaakt.
Wie wil verlichten zal dus ook de eigen fouten en tekortkomingen moeten aanwijzen, en die instelling ontbreekt bij fanatieke moralisten die al diegenen die zich kritisch uitlaten over het joods-morele verhaal het etiket 'antisemiet' proberen op te plakken.
Wie bang is voor rassenhaat zal rechts-extremistische, vreemdelingenhaat bevorderende tendensen in een samenleving moeten bestrijden, ook in de eigen samenleving. Maar het vreemde is dat IsraŽl een door en door verideologiseerd land is waar extreem-rechts de dienst uitmaakt.
En juist omdat Israel (via de uiterst obscure band met het christelijke zionisme in Amerika) ons lot en het lot van extreem-rechtse (monotheÔstische) joden aan elkaar probeert te koppelen moeten we die rechtse wereld met een uiterste aan wantrouwen en kritische objectiviteit bejegenen.
Wie verlicht wil worden kan niet het sloofje van een stel wereldvreemde rabbijnen en christelijke warhoofden zijn...

In het artikel van Anet Bleich - dat bij een kerstboom geschreven is - ontbreekt het kindje Jezus, en dat bevalt me niks, want als anarchistisch schrijver, die zich ervan bewust is dat het streven naar onbevangen kinderlijkheid de geestelijke motor van het anarchisme is, wil ik dat goddelijke kind er graag bij hebben, omdat juist het ontbreken van anarchistische kinderlijkheid het orthodoxe jodendom zo'n liefdeloos, vreemdelingenhatend gezicht gegeven heeft.
Voor moslims geldt natuurlijk hetzelfde. Moslims moeten de profeet Jezus eren, maar in Koeweit en Saoedi-ArabiŽ ben je als christen net zo'n hoopje niks als in het IsraŽl van de traditionele joden. Ook conservatieve moslims zijn geneigd het kinderlijk-anarchistische element uit hun wereld te verwijderen.
Daarom is het onzinnig dat christelijk Amerika die landen steunt, want waarom zou je als Amerikaanse christen vechten voor luitjes die jou het kindje Jezus af willen pakken?
Irak daarentegen [we leven in 2002 en Irak is onder Saddam Hussein een socialistisch land] is veel toleranter. Daar vieren ze rustig kerstmis en daar schallen de kerstliedjes uit grote luidsprekers tijdens de kerstdagen en dat komt omdat Irak niet geregeerd wordt door ontkinderlijkte fundamentalisten.
Of ze in Irak ook Max-Tailleur-figuren hebben weet ik niet. Islam en humor zijn geen begrippen die op een automatische wijze samengaan. Er bestaat zoiets als joodse humor, maar waar is de moslimhumor? Kunnen moslims lachen? Of mogen ze alleen maar zeuren over slachtpraktijken, hoofddoeken en het bouwen van kerken voor de eigen beperkte groep?
Ik vrees dat moslims, net als traditionele joden, bitter weinig aandacht besteden aan de humoristische en anarchistische medemens.
Tribalistische groepsdwang, daar wordt voor gekozen, jezelf opsluiten in een subcultuur waaruit alles wat individualistisch (anarchistisch) is verwijderd wordt.
Wat dat betreft zijn ook zij vervreemd geraakt van de bronnen van hun beschaving, die veel toleranter en verdraagzamer waren dan alle joodse en islamitische kerken van de hele wereld bij elkaar.
Babylon, Canašn en Egypte waren op religieus gebied tolerante samenlevingen. Zodra Egypte een land binnen zijn invloedssfeer had gebracht nam het onmiddellijk alle goden van dat land over, een gedragsvorm die in schrille tegenstelling staat tot de pogingen van onverdraagzame christenen, joden en moslims exclusief joodse, islamitische en christelijke staten in het leven te roepen, waarbinnen alle mensen op een onderdanige wijze omhoog moeten blikken naar het onverdraagzame gelaat van een stel vergoddelijkte priesters die alles wat in hun ogen vreemd en afwijkend is haten en verketteren.

Het woord humor komt in de heilige boeken van religieuze fundamentalisten niet voor. Jarenlang praten profeten met God, maar nooit lees je een verslag waarin staat dat de profeet gillend van het lachen op de grond ligt, omdat God hem zojuist een verschrikkelijk goede mop heeft verteld.
God is almachtig zeggen ze dan, maar iemand die geen grappen kan maken is voor mij een doodgewone stakker, een vent die op krukken loopt, zodat hij het tegendeel is van de almachtige vadergod, die al die religieuze mensen ons als waarheid proberen aan te smeren.
Als God almachtig en vaderlijk is, dan kan Hij ook grappen maken en als Hij dat niet kan, als we in zijn wereld nooit eens mogen lachen, dan is Hij een bedrieger.
Daarom distantieer ik mij van verheven joodse moralisten en kies ik voor de joodse moppentapper Max Tailleur, die weliswaar geen hoogstaande intellectueel was, maar die wel iemand was die het vermogen bezat te relativeren.

Ik ben zelf katholiek opgevoed. Wanneer ik terugkijk op mijn jeugd dan zijn de belangrijkste katholieken voor mij diegenen geweest die in staat waren de wereld om mij heen te relativeren. Mensen als Godfried Bomans, Wim Sonneveld en Toon Hermans droegen een vorm van geloof uit die weliswaar verbonden was met Rome, maar die toch een geheel eigen karakter droeg, zodat ook eenzelvige, naar vrijheid en kennis verlangende enkelingen er zich in konden herkennen.
De jaren zestig beweging heeft dat relativeringstreven de kop ingedrukt.
Polarisatie, zwart-wit-denken, de ander tot vreemdeling uitroepen. Dood, vernietiging, verrotting, uitholling van de democratie, middelmatigheid, dood van de ernst, versterking van alles wat hard, conservatief, star, stram en onbeweeglijk is.
Het is die wereld, een wereld waarin voor anarchistische buitenbeentjes geen plaats is, waaruit een onafhankelijke, liberale denker zich moet bevrijden.


Toon Hermans: "Mijn theater komt voort uit een socialistisch gevoel, niet politiek maar menselijk gezien. Ik vind het fijn om mensen te laten lachen, en lachen is toch iets heel groots - veel groter dan velen denken.
Een socialist is iemand die van mensen houdt. In de politiek kunnen ze dat niet, dat is een materieel socialisme.
Als een mens in zijn medemens dezelfde mens ziet als in zichzelf, dan is hij een echte socialist.' (De Groene, 6-12-1995)


Anarchisme is vrijheid, niet in de zin van jezelf vergroten ten koste van anderen, maar rebelleren tegen alles wat ongelijkheid schept.
Vrijheid is contact mogelijk maken met anderen - en juist omdat contact maken essentieel is moet de strijd worden aangebonden met mensen die via ideologische denksystemen contact met anderen onmogelijk maken.
Anet Bleich veroordeelt op een primitief-moralistische wijze christenen - mensen die volgens haar moeder collectief verantwoordelijk zijn voor leed dat sommige joden werd aangedaan - maar ze weigert de op isolatie gerichte ideologie van traditionele joden te veroordelen, mensen die in IsraŽl (ook al is de meerderheid van de bevolking niet religieus-orthodox) de dienst uitmaken en daar alles veroordelen wat in hun ogen 'vreemd' is.

Op het net heb ik een aantal voorschriften gevonden die traditioneel ingestelde joden (joden dus die hun identiteit ontlenen aan 'de joodse wetten') hebben uitgevaardigd voor 'vreemde mensen' (goyim):

Tips voor goyim:
Vraag een jood niet om een afspraakje.
Accepteer geen verzoek om contact van een jood.
Probeer een joodse vriend niet in contact te brengen met een niet-joodse vriend.
Nodig geen joden uit bij u thuis of elders, vooral als u verwacht dat er drankjes worden geserveerd.
Als je voor de een of andere gelegenheid bent uitgenodigd in het huis van een joodse familie, ga dan, maar denk niet dat je verondersteld wordt terug te komen.
Geef joden geen eetbare of drinkbare geschenken - tenzij je weet dat ze koosjer zijn.
Drink geen wijn met joden. Volgens de joodse halacha is het joden verboden om wijn te drinken in sociale situaties met niet-joden. Dat komt omdat van wijn sociale remmingen doet verslappen, hetgeen tot ongepaste relaties kan leiden.
Trouwt een jood met een niet-jood, ga dan niet naar de bruiloft.
Als u een prediker bent, verricht dan niet het huwelijk tussen een niet-jood en een jood.

Wie eerlijk is zal erkennen dat een dergelijke opstelling net zo eng en gevaarlijk is als de fundamentalistische opstelling van moslims, die op een uiterst onverdraagzame wijze een reeks asociale (d.w.z. ongelijkheid scheppende) gebruiken verdedigen...

Wim Duzijn, 9 januari 2002