Ahriman &
de arrogante macht
deel 8

Dat christenen, joden en moslims hun Perzisch-astrologische afkomst verloochenen valt louter en alleen terug te voeren op de onwil van die religieuze groeperingen het gevecht met het dualisme (dat in de leer van Zoroaster als evident gegeven wordt geaccepteerd) aan te gaan.
Tegenover het dualisme wordt niet de heel makende rechtvaardigheid geplaatst - want religieuze mensen willen niets heel maken - maar de tegenpool van de heelmaker, een duistere anti-God, die door gnostici 'demiurg' wordt genoemd en die in de mystieke leer van de Perzische profeet Zoroaster wordt aangeduid met de naam AHRIMAN, de tegenpool van de rechtvaardige AHURA MAZDA - maar tegelijkertijd ook diens gelijke, die alleen daarom niet in staat is in anderen broeders te zien omdat hij zich blindelings heeft overgeleverd aan het egoïstische verlangen naar macht.

Ahriman is vanwege dat blinde machtsverlangen de aartsvijand van de rechtvaardige Ahura Mazda, een vijand die niet vernietigd kan worden, omdat Ahriman tegelijkertijd de gelijke is van Ahura Mazda, een gegeven dat thuishoort in het holistische wereldbeeld van de astrologie, maar dat ontkend wordt door fundamentalistische gelovigen (en anti-gelovigen), die door hun blinde onderwerping aan het kwaad-scheppende dualistische machtsdenken voortdurend bewijzen dat ze in diepste wezen uiterst ouderwetse stenen-tijdperk-denkers zijn: mensen die altijd proberen een 'goede' wereld op te bouwen ten koste van slecht gemaakte anderen.

Astro-Theologie

Omdat monotheïsme in zijn positieve vorm eenheid scheppende religie is - behoort te zijn, beter gezegd - is het de eerste taak van monotheïsten terug te keren naar de eenheid scheppende bron van 'hun religies'.
Terugkeren naar de bron is een voor de hand liggende taak, omdat God in alle religies gezien wordt als scheppend, ordenend beginsel, hetgeen simpelweg betekent dat de beginnende, creatieve eenvoud belangrijker is dan alle ingewikkelde vervormingen van arrogante, zichzelf belangrijk makende hervormers in latere tijden, mensen die weinig meer doen dan God aan de hand van hun eigen beperkte inzichten te herscheppen - op zo'n manier dat gewone mensen niet meer inzien dat religie 'God dienen' is - en daarmee de ontkenning van priester- of schriftgeleerdendienst.
Zowel het Nieuwe Testament als de Koran veroordelen priesterdienst, een praktijk die altijd uitmondt in de een of andere vorm van theocratisch-ideologisch denken, die gericht is op onderwerping en gelijkschakeling van de menselijke geest in dienst van een geknechte god die het bezit van de machthebbers is.
Zo wijst de Koran met een beschuldigende vingers naar joden en christenen, in een tekst die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat:

"De Joden zeggen: Ezra (de schriftgeleerde) is Gods zoon, en de Christenen zeggen: de Messias (Jezus) is Gods zoon. Zo spreken zij met hunne lippen, in overeenstemming met het gevoelen der ongelovigen van vroegere dagen.
God wedersta hun! Hoe durven zij zulke leugens uit te spreken?
En behalve de Messias, de zoon van Maria, nemen zij nog hun priesters en monniken als hun heren aan, ofschoon hun slechts geboden is een God te dienen. Er is geen God dan Hij. Verheven is Hij boven datgene wat zij met Hem vereenzelvigen." (Koran, Soera 9, Het Berouw)

Wat hier veroordeeld wordt is hoogmoed en arrogantie (mensen die zich gelijk willen stellen aan God) en primitieve vormen van totemisme, waarbij op een chaotische wijze Goddelijke kwaliteiten toegekend worden aan levende, en ook dode, dingen in de natuur: totemdieren, totempalen, amuletten, etc...
Alles wat bezield is echter (in verband kan worden gebracht met de ene, universele God, die voor een ordelijke mensengemeenschap staat) wordt niet afgewezen en dat is de reden waarom AstroTheologie - de kosmos koppelen aan symbolische (d.w.z. bezielde) beelden - nooit werd afgewezen. Het is juist zo dat dankzij de bemoeienis van moslims met de astrologie voorkomen is dat de christelijke kerk de band met de kosmos volledig kon doorsnijden.

De Roomse kerk heeft nooit afstand gedaan van wat fundamentalisten 'heidense beelden' noemden. De protestantse kerken deden dat wel, en het ligt daarom voor de hand dat zij niets te maken willen hebben met het astro-theologische gedachtegoed dat ten grondslag ligt aan het rooms-katholieke denken.
Hun theologie is nog altijd mystiekloze woorddienst: bijbelse teksten lezen en verklaren in een wereld die zo plat is als een ordinair Europees dubbeltje.
Dat hoeft geen bezwaar te zijn wanneer je een sociale boodschap uit wilt dragen: armoede bestrijden, zieken helpen, enz. (het evangelie kan wel degelijk gezien worden als een sociaal manifest), maar problemen ontstaan wanneer je wilt proberen de eenheidsgedachte waar het monotheïsme naar verwijst waar te maken. Dan ontdek je namelijk dat je helemaal geen eenheidsdenker bent, maar dat je deel uitmaakt van een dualistische wereld, waarin je (vaak tegen wil en dank) gedwongen wordt de ander tot duivel uit te roepen.
En ja, wat is dan nog de betekenis van sociaal handelen?
Ben je een sociaal mens wanneer je een ander blindelings in elkaar slaat (of laat slaan) om daarna geld in te gaan zamelen voor een rolstoel? Of is het zo dat je helemaal niet het recht hebt een onschuldige ander dood te slaan of tot zondebok uit te roepen?
Dat zijn lastige vragen die het astro-theologische denken niet uit de weg gaat. Het kwaad, zo stelt de astro-theoloog, is een realiteit die in ons allemaal schuilgaat. En dat kwaad een naam geven is geen blasfemische daad, maar een uiting van doodgewone realiteitszin: de wereld zien zoals ze geschapen is...; ook als het zien van de werkelijkheid pijnlijk is...

In Mattheus 16 : 24 zegt Jezus tot zijn discipelen: "Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij .
Niet jezelf verschuilen dus achter schijnwaarheden, zoals 'Jezus is voor mij gestorven' en daarom kan ik de boel de boel laten. Nee zelf sterven (afstand doen van leugens en zondebokdenken), in dienst van een waarheid die primitieve vormen van egoïsme en etnocentrisch denken kan overwinnen.

De Drie Koningen

Het christelijke verhaal over de drie wijzen (of astrologen) die een tocht ondernamen naar Palestina, verwijst naar de triniteitsgedachte die door de Roomse kerk in de derde eeuw na Christus is ontwikkeld. Het is een gedachte die met stringent (priesterlijk) monotheïsme niet veel te maken heeft (God wordt opgesplitst in een aantal deelgoden), maar des te meer met wat we astro-theologisch denken noemen: het toekennen van goddelijke kwaliteiten aan sterren en planeten, die van ons leden van een grote kosmische gemeenschap maken.
De tabel hieronder laat zien hoe in de loop der eeuwen (het beginpunt ligt zo'n vijfduizend jaar terug in de tijd) godenbeelden zich ontwikkeld hebben rondom vier oerbeelden (of archetypen): de Vadergod (Zon, Jupiter, Saturnus), Moedergod (Maan en Venus), de Rechtvaardige god (Zon en Jupiter) en de Intellectuele god (Hermes, Mercurius, 'de heilige geest').
Het is een chaotisch geheel, dat via de ontwikkeling van intelligent astro-theologisch denken geordend kan worden.

Babylon: namen & symbolen
BAAL
ASTARTE-SIN
MARDUK
Jupiter-Saturnus
Maan-Venus
Jupiter-Mercurius
Soortgod:
Vader-god
Moedergod/Maangodin
Kindgod/Zonnegod
Gesymboliseerd door:
4-puntige ster of obelisk (fallus)
Maansikkel,Uterus of 8-puntige ster
Zonnewiel/Oog in pyramide
Ook bekend als:Christelijke Vadergod, Abir, Bel, Bal, Belus, Boaz, Buddh, Horus, Jupiter, Knous, Kronus, Marduk, Moloch, Nebrod, Titan, ZeusMaria, Alilah, Allah, Ariadne, Astartet, Ashtoreth, Cybele, Godin, Gaia, Gaya, Il, Inanna, Isis, Ishtar, Joachin, Koningin der Hemelen, Laksjmi, (Eeuwige) Maagd, Maangodin, Rhea, Sin, VenusJezus, Ahura Mazda, Apollo, Bacchus, Cupido, Dagon, Dyonisses, Hercules, Helios, Horus, Jupiter, Kissos, Ninus (=zoon), Shamash, Shiva, Witte Centaur, Zoon van Aethiops

AstroTheologie

Astro-theologie (koppeling van religie aan de kosmos) kent twee vormen.
Astrolatrie is de verering van sterren en andere hemellichamen als goden, of de associatie van goden en/of goddelijkheid met hemellichamen. God wordt binnen deze systemen gezien als het geheel van alles wat bestaat. De planeten zijn de verschillende gezichten die God ons toont.
De meest voorkomende voorbeelden hiervan zijn zonnegoden en maangoden in polythe stische systemen over de hele wereld. Ook opmerkelijk is de associatie van planeten (Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) met goden in de Babylonische, en de daarvan afgeleide Grieks-Romeinse religie.

De term astro-theologie wordt voor het eerst gebruikt in de context van 18e en 19e eeuwse studieprojecten die gericht zijn op de ontdekking van de oorspronkelijke religie, in het bijzonder de oervormen van het monotheïsme.
In tegenstelling tot astrolatrie, een vorm van religiositeit die meestal polytheïsme impliceert, hetgeen wordt afgekeurd door christelijke auteurs, wordt astro-theologie gezien als een bezigheid die het monotheïsme in de een of andere vorm erkent. De term verwijst naar elk religieus systeem dat gebaseerd is op de observatie van de kosmos, zonder dat er sprake is van 'afgodendienst'.
De term astro-theologie komt onder andere voor in de titel van een werk uit 1714 van William Derham, 'Astro-theologie: of, Een demonstratie van het wezen en de attributen van God'.
Het tijdschrift The New Christian uit 1783 bevatte een essay getiteld 'Astro-theologie', waarin aan de hand van een overzicht van hemellichamen 'heilige waarheden' kritisch worden onderzocht.

Manly P Hall (1901-1990), mysticus en vrijmetselaar, stelde dat elk van de drie Abrahamitische religies geregeerd wordt door een planeet.
Juda sme wordt door hem gekoppeld aan Saturnus: het symbool van het jodendom is een hexagram (symbool van Saturnus) en de dag van aanbidding is zaterdag (de dag van Saturnus). Christendom wordt verbonden met de Zon: de dag van aanbidding is zondag (dag van de Zon). En bij de Islam horen Venus en de Maan: symbolen van de islam zijn 'de ster en de halve maan', en de dag van aanbidding is vrijdag.

Kosmische religiositeit in Uruk

Dat het ontstaan van religie in het Midden-Oosten geen kwestie was van primitief totemisme in dienst van tribalistische zelfverheerlijking bewijst het op de kosmos georiënteerde in Sumerie. Heel duidelijk werd gekozen voor het centraal stellen van de eenheid scheppende moedergodin Inanna.



De tempel van Eanna, Inanna's Hemelhuis, in Uruk, is meer dan 5000 jaar oud en is in de loop der tijden vele malen herbouwd. De tempeldiensten werden verricht door een gemeenschap van 'heilige vrouwen'...

De godin Inanna was de beschermheilige van de oude Sumerische stad Erech (Uruk), de stad van Gilgamesj. Als Koningin van de hemel werd ze geassocieerd met de Avondster (de planeet Venus) en soms met de Maan.
In de vroegste tradities was Inanna de dochter van An, de lucht- of hemelgod en Ki, de aardegod. In latere Soemerische tradities is zij de dochter van Nanna (Narrar), de god van de maan en Ningal, de godin van de maan (beide van Ur).




De Eannatempel, Huis van de Hemel, was de tempel van Inanna-(later Isjtar) die omstreeks 3000 v.Chr. verrees in Uruk. Het tempelcomplex werd meerdere malen herbouwd, waarbij diverse lagen onderscheiden worden, van het oudste Eanna XIV tot het jongste Eanna III.
Het heiligdom van de godin stond in het centrum van de stad en verkreeg reeds in het 4e millennium v.Chr. monumentale afmetingen. Het belangrijkste deel ervan was de zogenaamde kalksteentempel , een gebouw van ca. 70 x 30 m dat uit blokken kalksteen was opgetrokken. De façade van de tempel was verdeeld in nissen. In het inwendige bevond zich een T-vormige hof of zaal.
Naast deze hoofdtempel bevonden zich andere gebouwen, waaronder de zogenaamde steenstifttempel, een gebouw waarvan de wanden met geometrische motieven zijn versierd. Er werden ook balken gevonden van 12 m lang, resten van grote beeldhouwwerken en reliëfs, dierfiguren, pompeuze vaten, rolzegels en juwelen.
Prof. Albright meldt in verband met deze cultusplaats: " de ontdekkingen in Erech in Babyloni hebben bewezen dat het tempelcomplex te E Anna al voor 3000 v.C. het centrum van een uitgebreide economische organisatie vormde". (Wikipedia info)