Dat christenen, joden en moslims hun Perzisch-astrologische afkomst verloochenen valt louter en alleen terug te voeren op de onwil van die religieuze groeperingen het gevecht met het dualisme (dat in de leer van Zoroaster als evident gegeven wordt geaccepteerd) aan te gaan.
Tegenover het dualisme wordt niet de heel makende rechtvaardigheid geplaatst - want religieuze mensen willen niets heel maken - maar de tegenpool van de heelmaker, een duistere anti-God, die door gnostici 'demiurg' wordt genoemd en die in de mystieke leer van de Perzische profeet Zoroaster wordt aangeduid met de naam AHRIMAN, de tegenpool van de rechtvaardige AHURA MAZDA - maar tegelijkertijd ook diens gelijke, die alleen daarom niet in staat is in anderen broeders te zien omdat hij zich blindelings heeft overgeleverd aan het egoïstische verlangen naar macht.
Ahriman is vanwege dat blinde machtsverlangen de aartsvijand van de rechtvaardige Ahura Mazda, een vijand die niet vernietigd kan worden, omdat Ahriman tegelijkertijd de gelijke is van Ahura Mazda, een gegeven dat thuishoort in het holistische wereldbeeld van de astrologie, maar dat ontkend wordt door fundamentalistische gelovigen (en anti-gelovigen), die door hun blinde onderwerping aan het kwaad-scheppende dualistische machtsdenken voortdurend bewijzen dat ze in diepste wezen uiterst ouderwetse stenen-tijdperk-denkers zijn: mensen die altijd proberen een 'goede' wereld op te bouwen ten koste van slecht gemaakte anderen.
Friedrich Weinreb & de anarchistische rebellie
In de jaren zeventig - jaren waarin 'de linkse jeugd' de autoriteit (ofwel het vader-Moeder-denken) uit de samenleving wilde verwijderen - hebben schrijvers en journalisten in dit kleine moralistische koopmansland (waarin nimmer zoiets immoreels heeft bestaan als 'kinderlijke onschuld') zich een tijdlang druk gemaakt over het gedrag van een man aan wie een uiteenlopende reeks typeringen werd toegekend.
'Jood' in de ogen van zijn linkse aanhangers (jood=goed, anti-joods=slecht).
'Een opgeblazen, aan geile vrouwtjes verslaafde bedrieger', volgens zijn veelal rechtse tegenstanders (waarvan W.F. Hermans de meest prominente vertegenwoordiger was).
En volgens eigen zeggen 'een groepen hatende anarchist', een omschrijving die door zijn moralistische aanhangers nooit is gebruikt, hetgeen alleen maar aantoont dat Hollands moralisme (zelfs wanneer dat moralisme super joods is) altijd de vijand is geweest van 'de echte jeugd' - d.w.z. het kinderlijk-onschuldige anarchisme, dat zijn papa en mama nooit het huis uit gooit...
Het lijdend voorwerp van deze ouderwets-Hollandse burenruzie droeg een Duitse naam, werd door zijn vrouw 'Freek' genoemd (zoals Willem Frederik Hermans in intieme kring gewoon 'Wim' heette), maar werd in het openbare leven bekend onder zijn schrijversnaam: Friedrich Weinreb, een pompeus woordgeheel dat uitstekend past bij het werk dat de man publiceerde, waarvan de belangrijkste kwaliteit 'de enorme hoeveelheid' is, een verschijnsel dat niet zo vreemd is wanneer je zijn geboortehoroscoop bekijkt.
Die horoscoop laat namelijk zien dat op het moment van zijn geboorte de Zon het fameuze en beruchte Ahriman-aspect vormt met de planeet Pluto: een aspect dat altijd ruzies en conflicten en hysterie oproept (in jezelf en in anderen) en dat ook het verlangen naar grootheid en succes (dat bij de Zon) behoort versterkt.
Omdat kwantiteit mij bijster weinig interesseert (en me dus ook volstrekt niet imponeert - ik heb als nuchtere Steenbok meer bewondering voor mensen die van iets groots iets kleins kunnen maken) leg ik hier niet de nadruk op de pompeuze kanten van Weinreb, maar op die aspecten die zowel voor- als tegenstanders nooit hebben benadrukt, namelijk de anarchistisch-mystieke afwijzing van collectivistisch groepsdenken, dat in zijn primitieve, banale vorm het door Weinreb afgewezen zionisme heeft opgeleverd.
Weinreb zou je - wanneer je hem wilt typeren - een mystiek denker kunnen noemen. Hij is het in feite niet, omdat mystiek altijd naar eenvoud streeft en die eenvoud is het werk van Weinreb volstrekt afwezig, hetgeen natuurlijk niets afdoet aan de bedoeling ervan. Een boodschapper in een dure jas en een boodschapper in een lompenpak kunnen nu eenmaal precies dezelfde denkprocessen in zichzelf ontwikkelen...
In de jaren vijftig schijnt hij nauw betrokken te zijn geweest bij de religieus-filosofische beweging rondom Koningin Juliana en Greet Hofmans, mensen met een sterk anarchistische inslag, die zich altijd positief hebben opgesteld tegenover anarchistische tendensen (en dus ook buitenbeentjes) in de maatschappij.
Greet Hofmans werd door Prins Bernhard gezien als de incarnatie van de duivel. Haar pacifisme en haar verlangen naar morele zuiverheid stonden haaks op zijn verlangen naar een vrijbuitersbestaan waarin ruim plaats ingeruimd moest worden voor geld, macht en geile vrouwen...
"Een vrolijke schuinsmarcheerder', noemden nette gereformeerde mensen hem op vergoelijkende wijze. In het huidige MeToo - tijdperk zou men hem aan de schandpaal genageld hebben.
Horoscoop van Friedrich Weinreb,
geboren 18-11-1910, 's morgens rond 8 uur.
Zon in Schorpioen (negatief geaspecteerd door Pluto: Ahriman-aspect) , Maan in Tweeling, Ascendant in Boogschutter, Mercurius in ascendanthuis.
Jupiter (Boogschutter) & Mercurius vertegenwoordigen het hermetische wijsheiddenken.
In het hermetische denken vormen God, kosmos en mens een organisch geheel.
"In de jaren ontstond er een vrijzinnige religieus-filosofische beweging rondom Koningin Juliana en de gebedsgenezeres Greet Hofmans, bestaande uit pacifistisch-religieuze mensen met een sterk spiritueel-anarchistische inslag, mensen dus die zich positief opstelden tegenover anarchistische tendensen (en dus ook buitenbeentjes) in de maatschappij - mensen ook die veel tegenwerking ondervonden van wat Dwigth D. Eisenhower in 1961 'het militair-industrieel complex' noemde.
Een van de leden van die groep was Friedrich Weinreb. Hij wordt gezien als 'een kenner van de Joodse mystiek', maar werd nooit voor vol aangezien binnen de joodse gemeenschap omdat hij als anarchist tegen het mystiekloze zionisme was." Uit: Ik & Het Zesde Gebod
Greet Hofmans is geboren in Amsterdam, op 23 juni 1894. Zij was negen jaar lang een vriendin en adviseur van koningin Juliana der Nederlanden en verbleef daarbij vaak op Paleis Soestdijk. Haar aanwezigheid aan het hof leidde tot een crisis in het koningshuis die bekendstaat als de "Greet Hofmans-affaire".
Ook in haar geboortehoroscoop vormt de Zon een negatief aspect met de planeet Pluto (het z.g. Ahriman-aspect).
Waar zionisme is afgeleid van het dualistische denken van Theodor Herzl, gemeenschap opbouwen rondom een gemeenschappelijke vijand (Ahriman- of polarisatiedenken dus), daar zou je het denken van Weinreb kunnen plaatsen in de lijn van het anti-nationalistische denken van Nathan Birnbaum, een man die het begrip 'jood' in de eerste plaats wilde zien als een verwijzing naar een levenshouding of een filosofie.
Zionisten hebben van het 'jood-zijn' bezit (materialisme) gemaakt, het tot exclusief eigendom van 'het volk' gemaakt, een kwalificatie die door Weinreb (die sterk werd beinvloed door het op 'de ander' gerichte denken van Martin Buber) wordt afgewezen.
Binnen het zionisme bestaat 'de ander' alleen als anti-jood, elke vorm van gelijkheid wordt afgewezen.
Bij Weinreb is jood-zijn juist het ontdekken van 'het andere' in zowel joden als niet-joden, een filosofisch-mystieke opstelling die ertoe heeft geleid dat hij zich nooit echt verwant heeft gevoeld met joden als besloten, 'de ander' mijdende groep.
De citaten hieronder (die als illustratie dienen bij het kleine betoog dat ik hier heb opgezet) zijn afkomstig uit een artikel dat verscheen in De Nieuwe Linie van 8 maart 1972:
de hofmansgroep
Friedrich Weinreb: "Ik vond de maatschappij gek"
Voor mij is het jood-zijn iets in ieder mens. Datgene namelijk dat verwijst naar de andere kant in de mens. Buber heeft dat ook benadrukt. Ik verwacht van de joden dat zij daarin het voorbeeld geven. Ik zie dat niet gebeuren en heb me daarom ook nooit aangesloten bij de joden als groep, ook niet bij de chassidische joden.
Strikt privé probeer ik te leven naar de wijze waarop mijn voorouders dat gedaan hebben, omdat ik met hun studie en hun werken naar mijn gevoel verder ga. De meeste van mijn vrienden en kennissen zijn niet-joden.
In mijn manuscript heb ik een analyse van de Nederlandse joden opgenomen. Mijn oordeel was zeer negatief. Het is weggelaten uit het boek.
Ik voelde me in de oorlog meer met de Nederlanders in het algemeen verbonden dan met de joden in het bijzonder. Mijn bijbelboeken zijn geen joodse boeken. Men recenseert ze niet, ze zien me als een buitenstaander. Ik ben altijd een buitenstaander geweest en ik ben dat nog. Een groep zegt me niets. In de tijd dat ik in Israël woonde, verdroeg ik het nationalisme niet." "En: Ik bemerkte ook iets in mij dat onder massa-hypnose geraken kan. Tijdens een parade voelde ik trots over het eerste joodse leger sinds twee-en-eenhalfduizend jaar. Maar tegelijk realiseerde ik me: pas op anders ga je ook nog die kant op. Daardoor zie je de zwakheden die de mens in zich heeft..."
Ik ben een anarchist. Ik erken geen bewind. Ik ben niet voor chaos, integendeel. Het gaat om, min of meer stilzwijgende, afspraken dat men elkaar respecteert. Ik ben ook geen anarchist in politieke zin. Ik ga geen bommen gooien.
Wat mij zo kwalijk genomen is, is dat ik anders gehandeld heb dan verwacht werd, anders dan geprogrammeerd was voor de mens. Ik ben erin terecht gekomen en kon niet meer terug, of ik wilde of niet.
Mijn ouders waren erg burgerlijk en koesterden de hoop dat ik een brave burgerlijke man zou worden. Maar ik was een individualist en ging mijn eigen weg. Ze kunnen allemaal opvliegen, dacht ik in de oorlog.
Ik zag toen al dat er gezichten gemeen naar mij keken. Ik besefte dus wel dat er mensen waren die vonden dat een dergelijk afwijkend gedrag niet kon. Ook niet ten aanzien van de Duitsers... daar kon je hoogstens mee onderhandelen. Ik onderhandelde niet. Ik nam ze op de hak. Die houding heb ik onder alle omstandigheden.
Als de opvoeding niet gericht zou zijn op welstand, carrière, prestatie en niet eenzijdig natuurwetenschappelijk zou zijn, dan worden karakters a la Fischer minder gekweekt en kregen ze geen kans. Dan namen tienduizenden een bezetter op de hak. Dan is het niet meer vol te houden. Dan zouden er ook veel minder slachtoffers vallen. Nu zijn de dapperen gevallen. De collaborateurs zijn gebleven." (De Nieuwe Linie 1972)
Bij Uitgever Sigma Press b.v. verscheen: Astrologie in de Joodse mystiek, Auteur Weinreb, F. - ISBN 9065561943 Recensie: In dit boek vinden we de samenhangen tussen Talmoed, Bijbel en astrologie vanuit de joodse overlevering. Geen naslagwerk, geen interpretatierecepten, maar een bundeling van een serie lezingen over de diepere achtergronden van astrologische tijdperken en gewone dagelijkse gebruiken vanuit de joods-mystieke astrologie.
Een ander boek van Weinreb gaat over Het leven van Jezus (Utrecht 1997: Servire Omvang: 318 blz. Nummer: ISBN 90 6325 517 9).
"Het gaat mij om het onrecht dat de joden het Nieuwe Testament hebben aangedaan, nl. door er geen kennis van te willen nemen.
Maar ok om het onrecht dat het Nieuwe Testament door christenen wordt aangedaan, het onrecht dat de gehele mensheid voortdurend aanricht."
Hoe omstreden de figuur van Friedrich Weinreb is, merkte Sjef Laenen in 1999, toen hij een lezing over het religieuze werk van Weinreb zou houden voor het prestigieuze werkgezelschap Judaica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Sjef Laenen: "Het thema was 'F. Weinreb, tussen traditie en vernieuwing in de joodse mystiek'. Nog voordat de bijeenkomst kon plaatsvinden, stak een storm van protest op. Werkgezelschap-lid Judith Frishman diende een officiële klacht in bij het bestuur, waarin ze stelde dat Weinreb in de oorlog joodse vrouwen zou hebben misbruikt.
Nog even los van de vraag of dat wel waar was - zelf heb ik daar grote twijfels over - ging mijn lezing daar natuurlijk helemaal niet over. Het ging en gaat mij om het theologische werk van Weinreb, dat vele duizenden pagina's beslaat, en dat mijns inziens in de grote traditie van de joodse mystiek staat, op gelijke voet met het werk van iemand als Martin Buber.
Maar ik kon zeggen wat ik wilde, de protesten bleven maar komen. Er werd zware druk uitgeoefend om de lezing niet te laten doorgaan. Mensen werden bijna hysterisch van woede..."