Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Nietzsche en de ziekmakende moraal
VK-blog van maandag 27 oktober 2008 door Wim Duzijn



We praten voortdurend over democratie en macht aan het volk, maar ondanks al die fraaie leuzen en cliché's blijft het vreemde feit bestaan dat serieuze, marginale kunstenaars vaak alleen maar zwak en ziek mogen zijn in een wereld waarin alles wat aangepast en kleinburgerlijk is blaakt van gezondheid. Is u dat wel eens opgevallen?
Of haat u marginale figuren, omdat u graag de slimme sterke - en natuurlijk 'zeer democratische' - nummer een wilt zijn in de wereld van domme zwakke luitjes die altijd achteraan in de rij moeten staan?

Zieken genoeg in kunstenaarsland.
De filosoof Nietzsche was ziek. Zijn moeder en zijn zus (door hem in zijn brieven op een niet al te dankbare wijze 'schorem' genoemd) verzorgden hem. Binnen hun wereld mocht hij niet meer zijn dan een zielige, halfdebiele zonderling.
De schrijver Franz Kafka was eveneens ziek. Zijn kleinburgerlijke vader was de sterke zakenman, die op geringschattende wijze neerblikte op het weke, slappe zoontje.
Dat betekent dat hij, die dergelijke marginale kunstenaars wil helpen, de sterke, aangepaste mensen die andere mensen verkleinen en gebruiken, aan zal moeten klagen, omdat verkleiners zich op een vampiristische wijze aan de marginale mens proberen vast te zuigen: de ander als het ware de versukkeling in helpen....
De kunstliefhebber, zou Nietzsche zeggen, moet het Noodlot tarten - hetgeen natuurlijk alleen maar mogelijk is wanneer je het noodlot niet ontkent.

Dat Noodlot komt tot uiting in een primitieve, oneerlijke schijnmoraal, die niets anders is dan een poging van kleinburgers het Noodlot op een voor hen voordelige wijze te bedwingen.
Juist het hardnekkige streven van aangepaste mensen (die hier voor het gemak kleinburgers worden genoemd) een primitieve moraal in stand te houden en te versterken kan gezien worden als een bewijs voor het bestaan van een dwingend Fatum dat de wereld regeert.
Positief en negatief, goed en kwaad, Yin en Yang, dat zijn de polen die het leven volgens het fatalistisch ingestelde occultisme bepalen.
De kleinburgerlijke uitdrukkingswijze van deze tweepoligheid is 'de moraal', met de nadruk op de, want in burgermansland is er altijd maar een moraal.
Wie niet zwart wil zijn, die zal wit moeten zijn, en dat is nu precies de kern van alle conflicten in een wereld die door kleinburgers wordt geregeerd.

Men valt nooit 'de moraal' aan in burgermansland, nee, men valt altijd de 'immoreel' genoemde moraal van de ander aan. Het Noodlot blijft als een onwrikbaar en onaantastbaar gegeven overeind staan, daar tornt men niet aan; hoe zou men het ook kunnen, immers: 'Men gelooft daar niet in...'

In kunstenaarsland gelden natuurlijk dezelfde wetten.
De moraal verwordt in een verburgerlijkte kunstenaarswereld (niet alle kunstenaars zijn marginale figuren) tot de moraal van de Evangelische Omroep, of tot de moraal van een stel 'dwaze occultisten' en 'halvegare natuurgenezers', en wanneer men die 'moraal' - de moraal van een relatief ongevaarlijke minderheid.., nooit de moraal van de grote, sterke meerderheid - nu maar verwerpt, dan is men automatisch een vrije geest, iemand die het grote voorbeeld, Friedrich Nietzsche, de filosoof die zich 'de vijand van de moraal noemde', heeft begrepen.

Wie zijn de mensen, kun je jezelf afvragen, die op een dergelijke kortzichtige wijze hun onfrisse filosofietjes de wereld in werpen?
Welaan, heel eigenaardig is het dat hier twee tegenover elkaar staande mensentypen broederlijk hand in hand gaan: De 'angst- verkondigers' en de 'verkondigers van sociale platitudes'.
Beiden werpen zich met al hun rancuneuze felheid op minderheden die in feite onbeduidend zijn, vanuit de opvatting dat een mens het Noodlot niet moet tarten. Zorg ervoor aan de goede kant te staan. Laat de slagen van het lot neerkomen op de hoofden van de ander, dat wil zeggen: de minderheid, mensen die je met goed fatsoen verkleinen kunt.
Niet het zondebokdenken, dat in feite het Grote Kwaad is in een dualistisch ingestelde wereld, wordt aangevallen, nee, men koestert juist dat zondebokdenken, alsof men beseft dat dit mechanisme het grootste en meest belangrijke goed is dat de mens bezit.

Wie derhalve werkelijk het zondebokdenken aan wil pakken, die zal voor alle buitenbeentjes op de bres dienen te staan, ook die buitenbeentjes die het slachtoffer zijn geworden van het eigen groepsdenken.
Maar als je dan kijkt naar het sociale beleid dat in Nederland wordt gevoerd, dan denk je bij jezelf: ze weten niet eens wat dat is, een 'buitenbeentje', alles wat ze in huis hebben is een rolstoel en een Melkert-baan.
"Laat ze maar rollen en werken", dat is de verheven filosofie die het Ministerie van Sociale Zaken hier momenteel uitdraagt, en dan geen werk dat gericht is op de verheffing van het volk, zoals je dat in een door idealisten geregeerd land zou mogen verwachten, maar op de verpaupering van het volk, omdat de banenscheppers waaraan het gewone volk zich moet onderwerpen altijd doodgewone, ordinaire plebejers zijn, die nog nooit een blik geworpen hebben in de dikke, dure rapporten die door rijke, geslaagde, twintigjarige schertsintellectuelen worden opgesteld.

Als belanghebbend buitenbeentje zit ik nu voor het lichtende scherm van mijn kleurentelevisie en ik luister nieuwsgierig naar al die snelle, geslaagde jonge luitjes, die vol energieke flinkheid en vastberadenheid beweren dat 'luie mensen en aanstellers' - met name natuurlijk: diegenen die niet geslaagd zijn in het leven! - maar eens hard aangepakt moeten worden.
"De mens is een Noodlot", roept de klaaglijk protesterende filosoof Friedrich Nietzsche zijn ernstloze belagers toe, "alleen dit kan onze leer zijn: dat niemand aan de mens zijn eigenschappen geeft, noch God, noch de samenleving, noch zijn ouders en voorouders, noch hijzelf..."
Maar een succesvolle moralist kan niets anders dan mensen maken, vormen en aanpassen. Moraal is er niet om kennis op te doen maar om succesvol te worden.
Je bent als moralist geslaagd, wanneer je kunt zeggen: "Ik hoor er nu ook bij..."
Hetgeen betekent dat je als lezer selectief hoort te zijn. Je leest veel, maar dat veel is alleen goed wanneer het inhoudelijk gezien 'heel weinig' is...
Als de mens dan al een individu is, dan is hij binnen de wereld van de kleinburger weinig meer dan een kopie van zijn vormgever, een kloon dus, en daarmee de vleesgeworden ontkenning van het vooruitgangsdenken dat in links-intellectuele kringen zo graag verkondigd wordt.

De Nederlandse intellectueel, iemand waarvan je verwacht dat hij zichzelf niet verkoopt aan de domheid, distantieert zich niet van dit dwaze gebeuren.
De Nederlandse intellectueel, de mens die via het teveel een tekort schept, is dan ook een 'klootjesmens' die lacht om andere 'klootjesmensen', een geborneerde stakker, die nooit een werkelijke, ja-zeggende levenshouding zal ontwikkelen, juist omdat hij het hogere tot nietzeggende abstractie heeft verheven.
De arme Nietzsche ligt intussen als een op hol geslagen tol rond te draaien in zijn graf en hij moet gelaten dit smadelijke schouwspel gadeslaan.

Het schijnt het onveranderlijke noodlot van genieën te zijn, door anderen niet begrepen te worden. Desondanks wil iedereen zich met geniale kunstenaars bemoeien.
Je vraagt je af: waarom... Vermoedt men misschien dat men toch niet zo vrij is als men voorgeeft te zijn? Is het een poging wellicht de eigen burgerlijkheid weg te stoppen en te ontkennen? Dat laatste is niet te hopen want kleinburgers die hun eigen burgerlijkheid ontkennen moeten als levensgevaarlijk worden aangemerkt.

Een ernstig mens relativeert alles, ook zijn verlangen geen aangepaste burgerman te willen zijn. Hij weet dat het woord burgerlijkheid een cliché is, dat door anderen in het leven is geroepen, zodat het onzinnig is jezelf klakkeloos af te zetten tegen burgerlijkheid.
Wat is burgerlijkheid, vraagt hij zichzelf af, bevat de burgerlijkheid die men verfoeit ook elementen die voor de ontplooiing van mijn karakter waardevol zijn?, want als dat zo is, dan kan ik ze niet burgerlijk noemen, omdat alleen datgene burgerlijk is wat de vrije ontplooiing van mijzelf als individu onmogelijk maakt.
Een ernstig mens heeft de grenzen van het burgerlijke denken doorbroken. Waar onnadenkende kleinburgers voortdurend nieuwe muren opbouwen, daar breekt hij muren af.
Een ernstig mens lacht om zichzelf. Hij ziet zichzelf ploeteren en worstelen om het hoofd boven water te houden en hij denkt: 'Mijn god, wat een dwaasheid om dit alles vol te houden'. En desondanks gaat hij verder, want hij beseft dat de dwaasheid van het leven facetten omvat die voor hem onmisbaar zijn, en doelbewust richt hij zijn aandacht op die facetten, zich bewust van zijn tekortkomingen, zijn fouten en zijn 'kleinheid'.
Ja, hij zet door, want hij ziet het als zijn plicht zichzelf te verwezenlijken, en daarom aanvaardt hij de slagen van het Noodlot, dat hem net als alle anderen treft.
Het enige criterium dat hij kent is het Leven, en zolang het Noodlot dat criterium niet ondermijnt kan hij het liefhebben, en die liefde noemt hij Amor Fati, de liefde voor hetgeen noodzakelijk is.
Zo ontwikkelt zich de Nietzscheaanse vrije geest: langzaam en geleidelijk... Hij stelt zich als doel de doelloosheid, zijn zoeken gaat uit naar het niet-zoeken en zijn ernst is de ernst van de wijze die zijn hart openstelt voor iedereen, ook voor zijn vijanden, omdat alleen 'het worden' voor hem belangrijk is.

Die intellectuelen, die op een zinloze wijze levensontkennende filosofen (zoals Schopenhauer en Wittgenstein) aanbidden zijn verloren voor het Leven. Zij zijn per definitie de vijand van de levensbevestigende filosofie van Friedrich Nietzsche.
Waar Schopenhauer stelt dat het leven niet waard is om geleefd te worden, een boodschap die de geslaagde burgerman met graagte aanhoort, omdat hij bij zijn genadeloze jacht op rijkdom en succes niets te vrezen heeft van pessimisten die niets meer willen en verlangen, daar roept Nietzsche uit dat hij Leven wil - hoe hard het Noodlot hem ook treft.
Nietzsche zoekt de sobere vrijheid die alleen de afzondering de ernstige mens kan brengen, niet de patserige rijkdom van de kleinburgerlijke machtsmoraal. Luister naar zijn geloofsbelijdenis:

"De vrije geest zit in stille verwondering neer; waar was hij toch? Alle dingen om hem heen, hoe veranderd schijnen ze hem toe, welk een lichte, toverachtige bekoring hebben ze gekregen. Dankbaar kijkt hij terug en beziet zijn reislust, zijn hardheid, zijn zelfvervreemding, het rondzwerven op koude hoogten en het schouwen in duistere, eindeloze verten.
Hoe juist is het geweest, dat hij niet als een weke, bekrompen, gemakzuchtige idioot steeds 'thuis', steeds bij zichzelf is gebleven. Hij was vervreemd van zichzelf; ongetwijfeld. Nu eerst ziet hij zichzelf...."

En op het moment dat hij zichzelf ziet verdwijnt de hardheid van het primitieve, hersenloze moralistenoordeel, dat altijd wordt uitgesproken door gemakzuchtige egoïsten die nooit als slachtoffer de schaduwzijde van het leven hebben beleefd.
Het strenge egoisme van Friedrich Nietzsche, dat omstraalt wordt door het allesonthullende licht van het Noodlot, maakt ernstig, hoe vreemd en chaotisch en paradoxaal die ernst er in de ogen van de aangepaste mens ook uit mag zien.
Het strenge egoisme van Nietzsche doet een mens overgaan naar een werkelijkheid die buiten de grenzen van het aangepaste burgerdom ligt, een burgerdom, dat star en humorloos zijn loodzware het Leven ontkennende begrippen de wereld in blijft gooien, omdat het maar een echte vijand kent:
De uitgestoten mens, die niet de eeuwige zondebok wil zijn en daarom in een dualistische wereld naar mystieke, d.w.z. gewoon-menselijke eenheid streeft...

9 november 1990
Wim Duzijn


Reacties

Klaverblad 27-10-2008 17:31
Boeiende aanvulling op de biografie van Curt Paul Janz, die ik onlangs gelezen heb.

iris kijkt 27-10-2008 21:14
Hmm, waar is tegenwoordig die benepen kleinburger eigenlijk? Ik zie toch meer een type, dat Nietzsche nauwelijks kende, en dat is die van 'de eeuwige consument', zingend om het graf van Hazes zitten in de Arena en voor de rest op tv. elke dag kermis, als je wilt. Ik verlang haast terug naar die kleinburger, bij wijze van spreken.
Daarnaast vind ik Nietzsche ook typisch vallen onder de Freudiaanse categorie 'Allmacht der Gedanken' en hoe machtiger hij het zich voorstelde hoe minder het was.Overigens zat hij in z'n hotelletjes ook graag wat te praten met wat dames bij de thee.
Ik hou wel van z'n taal en z'n boeken maar zie ook z'n eenzaamheid en z'n grootspraak en hoe het op niets uitliep. Vriendelijke groeten.

Wim Duzijn 27-10-2008 22:36
Bedankt voor de getoonde belangstelling KLAVER.
De kille Tante Truus reactie van 'iris kijkt' leg ik gelaten naast me neer.

iris kijkt 28-10-2008 01:28
Hoezo? Ik geef mijn idee over Nietzsche en z'n eenzaamheid en grootspraak.Misschien heb ik 'm wel beter gelezen dan jij. Alleen wel anno 2008, dus met enige distantie en daar lijk jij nog niet aan toe te zijn.

Wim Duzijn 28-10-2008 1:36
Ik noem je een kille tante truus omdat je duidelijk geen marginaal figuur bent die in Nietzsche een lotgenoot ziet. 'Veel gedoe om niks', dat is zo'n beetje de moraal van je verhaal, en dat is nu precies wat mijn zure tantes ook zeggen wanneer ze mijn verhaaltjes lezen. "Ga toch een baan zoeken joh, en maak jezelf nuttig..." Ze zijn best aardig hoor, die tantes. En als ik op bezoek kom krijg ik zelfs een koekje bij de thee. Gewoon op een schaaltje, zonder Freudiaanse humbug erbij...
'Humbug', omdat ik de keuze voor Freud niet erg passend vind hier. Waarom niet Nietzsche confronteren met Carl Jung? Dat was een man die het noodlot serieus nam, die ook oog had voor de geheimzinnige, mystieke kanten van het bestaan, iemand die je zou kunnen vertellen dat de Westerse 'joods-christelijke' cultuur geen verlichtingscultuur, maar geloofscultuur is. Freud was veel beperkter. Die was in feite de gevangene van zijn eigen theorieën die hij als een soort dwingerige dictator (wat wil je: ascendant in het teken Schorpioen) op zijn cliënten los liet.

alib 28-10-2008 03:45
Je stuk is de beste manier om Nietzsche voorgoed onschadelijk te maken. Het is idealisme a la Duzijn, en verder niks. Houd op met filosofen voor je karretje te spannen.
'Kille tante Truus' heeft gelijk: hij schrijft fantastisch maar slaat volledig door in de hoop iets belangrijks te zeggen. Menselijk, te menselijk...

Wim Duzijn 28-10-2008 09:49
Ik neem Nietzsche in elk geval serieus ALIB, en ik kom voor hem op.
Nietzsche is volgens jou gewoon maar een schrijver, zijn werk is overdreven, dolgedraaide fictie en daarom hoef je dat werk niet serieus te nemen...
Dat is jouw boodschap. En nog een vals-morele boodschap ook... Want meneer ALIB stelt zich op als een soort hogepriester die onfeilbare uitspraken doet. En dat niet alleen, hij is ook een hogepriester die zelfs een ander het schrijven onmogelijk wil maken via een hogepriesterlijke "HOUD OP" oproep.
Waar het mij in dit blog om gaat is dat maginale figuren gewoon gesteund zouden moeten worden door luitjes die sterk en groot zijn. Waarom mislukken ze allemaal? Waarom hebben ze nooit eens een lieve sterke vriend? Waarom worden ze achtervolgd door luitjes die 'HOUD OP' roepen?
Nietzsche is door de wereld overwonnen. Net als Kafka en al die andere maginale figuren die alleen maar wat zinloze plaatjes mogen zijn in een prentenboek dat door zeer geslaagde en zeer bezitterige mensen 'ONZE CULTUUR' wordt genoemd.

En wat mijn eigen filosofische identiteit betreft. Die vind je terug in de beschrijving (hier nog maar eens een keer geplaatst) die al jarenlang op dit VKblog staat. Voor de verdediging daarvan heb ik echt geen andere filosofen nodig. Die heb ik ook trouwens ook nooit gezocht. Alles wat ik wilde was eenvoudig zijn en tot mijn verbazing riep dat kinderlijke verlangen in andere mensen alleen maar haat en woede op...

"Je zou mij een anarchistische vertegenwoordiger van het Midden kunnen noemen, iemand die het gelijkheidsdenken van het anarchisme koppelt aan het autoriteitsdenken van het Midden - waarbij autoriteitsdenken niet gezien wordt als kiezen voor opschepperij (astrologisch: Leeuw) en macht, dwang & jaloezie (Schorpioen), maar als een keuze voor het triniteitsdenken (Maan=Moeder, Saturnus=Vader & Jupiter= de verdraagzame bruggenbouwer), autoriteitsdenken dat niets te maken heeft met de christelijke drie-eenheidsgedachte, die weinig meer is dan een in heilige vormen gegoten pervertering of verkrachting van de waarheid - die op een welhaast evident te noemen wijze bij de astrologie ligt en niet bij de Perzisch-Rooms-Ezraistische priestercultuur die het beeldende, anarchistische symbooldenken ondergeschikt heeft gemaakt aan een verabsoluteerde waarheid."