Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Flarden van Woede
VK-blog van maandag 13 april 2009 door Wim Duzijn



We leven in een tijdperk waarin vertegenwoordigers van 'blinde vernietiging' en 'destructie', hoog op de troon zitten, zodat een enkeling die - juist omdat hij als outsider altijd in de hoek zit waar de klappen vallen - pleit voor een intelligent, volledig bestaan, een bestaan dat in religieuze geschriften wordt aangeduid met de termen 'ontwaken', 'levend worden' en 'opnieuw geboren worden', wordt genegeerd en als een lachwekkende 'rariteit' aan de kant wordt geschoven.
Heel het menselijke denken en handelen binnen een op geestelijke verkleining gerichte (d.w.z. kleinburgerlijke) wereld is gericht op 'zelf'-vernietiging en alleen een geestelijke revolutie, die echt niet opzienbarend hoeft te zijn, die, integendeel, nauwelijks zichtbaar hoeft te zijn..., kan een wending ten goede tot stand brengen.

Wanneer je deze problematiek wilt vertalen in astrologische termen, (ik hecht nu eenmaal veel waarde aan astrologie...) dan zou je het volgende standpunt kunnen formuleren:
De Plutonische en Uranische krachten waarover een mens beschikt, krachten die gericht zijn op transformatie (Pluto) en onaangepastheid (Uranus), antiburgerlijke krachten bij uitstek dus, worden niet erkend en derhalve weggestopt, zodat ze een eigen, ongecontroleerd leven gaan leiden en de mensheid (veelal in de vorm van allerlei ongecontroleerde massabewegingen) belagen met haat, woede, grenzeloos egoïsme en destructiedrang, die onvermijdelijk tot grote rampen zal voeren, omdat het nu eenmaal zo is (iedere natuurkundige zal dat bevestigen) dat energie nooit verloren gaat.
Dat noemt men de Wet van Behoud van Energie.

Mensen kunnen zichzelf niet verloochenen, wat ook de kille, aangepaste goegemeente eist en verlangt. Alles wat (gewild of ongewild) wordt weggewerkt blijft bestaan. Niet op een evenwichtige wijze, nee, meestal op een chaotische, oneerlijke wijze, waarbij aan de ene kant grote tekorten ontstaan, terwijl aan de andere kant mensen geen raad weten met het gruwelijke teveel dat hun zo maar, zonder dat ze er iets voor hoeven te doen in de schoot is gevallen.
Daarom is het - wanneer je tenminste gesteld bent op eerlijkheid en fair play - noodzakelijk om een mens te behandelen als individu, in heel zijn totaliteit, met al zijn goede en al zijn slechte zijden, want wanneer je hem gaat opsplitsen, zoals moralisten van diverse religieuze en politieke stromingen dat doen (tegenwoordig allemaal kleiburgerlijke ijdeltuiten die de parapsychologie, het holisme en de astrologie belachelijk maken), dan wordt er een kollektieve, negatieve kracht opgebouwd, waaraan onschuldige, nietsvermoedende mensen te gronde gaan.
Dat noemt men het 'offer'- of 'zondebok'-mechanisme van de totalitaire samenleving.

Het offermechanisme staat altijd centraal binnen de denkwereld van een totalitaire samenleving.
Elke samenleving (democratisch of niet-democratisch) die weigert de strijd aan te binden met dit offermechanisme moet gezien worden als een totalitaire samenleving, waarin het lijden wordt afgewenteld op onschuldige mensen, alleen maar om een zinloze, egoïstische machtsstructuur in stand te houden.
Het offermechanisme is de drijvende kracht achter het kapitalistische verlangen naar uitbuiting, maar dat niet alleen, het is ook de drijvende kracht achter het socialistische verlangen naar vernietiging van de egoïstische mens, die de vijand zou zijn van de nieuwe, eerlijke maatschappij..

Werkelijke vrijheid begint eerst daar waar mensen zich gaan realiseren dat het centrale principe van een door kleinburgers opgebouwde maatschappij een met bloed bevlekte offertafel is...
Heel ons bestaan is gedrenkt in het bloed van de mensen die we doodgemarteld hebben.
Het symbool van dat offermechanisme was eeuwenlang het kruisbeeld: Jezus die de zonden van de mensen op zich heeft genomen en voor ons eeuwig moet lijden en sterven. Heel merkwaardig eigenlijk, want niet het sterven, maar de opstanding uit de dood wordt gevierd aan het einde van een week die 'goede week' wordt genoemd, en het is die opstandingsgedachte die eigenlijk centraal zou moeten staan in een religie die - net als de goddeloze en polytheistische religies in de Oosters-Aziatische wereld - 'verlichtingsdenken' kan worden genoemd.

Mensen een zondebokfunctie geven is een daad van geestelijk sadisme.
In een niet-intelligent opgebouwde maatschappij waarin we blind (mogen) zijn voor de ellende van anderen zijn we allemaal (hoe 'goed' we onszelf ook noemen) beulen en moordenaars.
Zodra je dat feit erkent en het gevecht wilt aangaan met de blinde offerdrang waaraan je gebonden bent is er sprake van 'cultuur'.
Een kille egoïst plaatst de blind makende vorm op de troon, hij kiest niet voor mensendienst, maar voor vormendienst, en daarmee maakt hij zichzelf tot hogepriester in een kerk waarin het kleinburgerlijke offermechanisme de dienst uitmaakt.

Voor iemand die de mens als persoonlijkheid op de eerste plaats wil zetten gaat het om heel iets anders. Hem gaat het erom welke mogelijkheden een schrijver de lezer aanbiedt zichzelf te verwerkelijken. Hij is geen mensenhater, nee, hij is een mensenvriend, iemand die de mens los wil maken uit onderdrukkende kleinburgerlijke kaders.
Daarom haat hij alles wat mensen wil beschadigen en kapot wil maken. Want waarom zouden mensen beschadigd door het leven moeten trekken? Wie geeft een harteloze egoïst het recht voor God te spelen? En waarom zou je muren opbouwen die het contact met andere mensen onmogelijk maken, terwijl je tegelijkertijd beweert dat je een moreel mens wilt zijn? Dat is toch waanzin?
Moraal - echte moraal - verwijst naar 'weten wat je doet'.
Dat zou ook de tekst moeten zijn onder al die afbeeldingen waarin Jezus machteloos aan het kruis hangt: "Weet wat je doet", want wie de evangelieverhalen kent die weet dat aan het eind van zijn leven, overgeleverd aan het totale isolement de stervende man aan het kruis roept: "Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen..."

Vergeven en verlichting horen bij elkaar. Nietzsche en Kafka hebben als eenlingen echte ellende gekend. En toch waren zij geen mensenhaters...
Friedrich Nietzsche formuleerde de Wil om te Leven. Hij verafschuwde de passieve decadente vernietigingswoede van schertsintellectuelen. Hij wilde gezond worden en hij wilde de negatieve krachten die hem tot een gevangene maakten met een hamer te lijf gaan. Die burgerlijke structuren maakten hem het leven onmogelijk, daar ging hij aan kapot, die veroordeelden hem tot een leeg, zinloos bestaan in een gekkenhuis, waarin hij kille, verschrikkelijke jaren moest doorbrengen, voordat de dood hem uit zijn lijden verloste...
Denk je dat je die man een plezier zou doen met een prijsje en een lintje? Denk je dat die man belangstelling zou hebben voor primitieve intellectuelen die aan komen draven met misantropie en mensenhaat?
Kom nou... Die man werd het slachtoffer van de collectieve mensenhaat die altijd en eeuwig wordt uitgedragen door aangepaste ijdeltuiten. Nietzsche haatte geen mensen. Hij haatte de domme, benepen structuren die onwetende mensen in het leven roepen en daar richtte hij zijn woedende aanvallen tegen.
Hij ergerde zich aan het primitivisme van socialistische, christelijke en joodse bewegingen, omdat woorden als 'jodendom' en 'christendom' verwijzingen zijn naar het kleinburgerlijke offermechanisme, dat vreemde mechanisme dat mensen wijs maakt dat ze alleen maar kunnen leven waneer je de ander het zinloze lijden opdringt...
De filosofie die je af kunt leiden uit de levensfilosofie van Nietzsche is eigenlijk heel simpel: Je bent tegen het offer, en dan veroordeel je alles wat collectivistisch is (inclusief het orthodoxe jodendom en de orthodoxe, d..w.z. vormgebonden Islam), of je bent niet tegen het offer, en dan kun je je maar beter niet met 'diepzinnige literatuur' bemoeien, omdat je in geestelijk opzicht 'dood' bent, een blinde leider, of, zoals het evangelie dat zo bloemrijk uitdrukt: een witgepleisterd graf.

Willem Frederik Hermans bewondert - dat beweert hij tenminste - Franz Kafka.
Kafka is een tragische, overgevoelige figuur, die niet tegen het leven opgewassen was en er aan kapot ging. Hij veroordeelde de vorm, de formalisering en bureaucratisering - de ontmenselijking dus van het gewone bestaan.
Hollandse schrijvers zijn zelden tragisch. Ze bewonderen iedereen die binnen een formalistische wereld kapotgeslagen wordt - zolang zijzelf maar aan de kant van de daders mogen gaan staan...
Kafka is binnen zo'n liefdeloze, solidariteitsloze wereld een trofee, een met houtwol gevulde hertenkop die je met zijn glazen ogen weemoedig aanstaart vanaf zijn eenzame plaatsje aan de muur: Gemummificeerd, omgetoverd in een rariteit, waaraan alle kleinburgers zich op onbeschofte wijze vergapen:
"O, moet je kijken.., zie je dat het ene oog van dat hert halfopen is...?"
"Ja, nou je het zegt...; goh-zeg, dat ze dat vroeger al konden, beesten opzetten, tjongejonge, het is me wat..."
"Ja, wat je zegt, je neemt me de woorden uit de mond!"

Dat noem ik als outsider de burgertruttenmentaliteit van de Nederlandse anti-intellectueel, een anachronistisch instituut dat de macht hier momenteel in handen heeft.
Als een soort onderwijsinstelling, met eigen leerkrachten, oefent het een waar schrikbewind uit en wie niet goed zijn best doet, die krijgt een onvoldoende, die deugt niet en die zal nooit deel uit mogen maken van de wereld van de NEP-intellektueel, een personage dat je de oren van het hoofd kan kletsen, maar tegelijkertijd iemand die niet luisteren kan, zodat hij altijd een onwetende betweter blijft.

Ze zijn niet dom hoor. Welnee, de 'tante betjes' en de 'ome jopen' weten alles, en dat niet alleen, als een ander iets weet, dan weten zij het beter, want zo zijn ze, dat komt door al die truttige sokken die ze breien, je weet wel: van je links-rechts-averechts...
Daardoor is hun verstand zo getraind, zo aangescherpt en ontwikkeld, dat ze op spitsvondige wijze de ene grote wijsheid na de andere op papier zetten.
Als een Nederlandse NEP-intellektueel op zijn praatstoel zit, dan hoef je niet bang te zijn voor verveling, want hij kan werkelijk over alles meepraten:
"Weet je nog tante Bet, dat we een mooi cultureel plaatsje hebben bezocht waar een grote schrijver op een houten ton zijn behoeften heeft gedaan...?
Ja, want ze hadden nog geen moderne closetpotten in die dagen. 'tis me wat ..."

En zo keuvelen ze verder, deze 'groten der geest', en ze schrijven dikke boeken waarin erg veel geleden wordt, dat spreekt vanzelf, want ze zijn niet van de straat hoor, deze 'grote geesten', maar als je ze dan vraagt wat ze er nu daadwerkelijk tegen doen, tegen het lijden waaraan de Nietzsches en de Kafka's worden onderworpen, dan hoor je ineens niets meer, dan zink je weg in een peilloos diepe put van eeuwig zwijgen, en dan constateer je dat ze doodgewone aangepaste kleinburgers zijn, die maar een enkel verlangen kennen: nietsdoen, stilletjes vegeteren en wegkwijnen in een dure stoel, waar ze als rechtgeaarde tante betjes tegen elkaar zeggen: "Alles is zoals het is."
Beter gezegd: "Zoals het het beste voor ONS is..."

(uit een brief aan Ben ten Holter, geschreven in het jaar 1981)


Reacties

Marie-Bernadette Engering 13-04-2009 16:06
Wim gelezen en van iedere zin genoten! Ik vind het een wonderschone analyse van onze gedegenereerde wereld. Groet!

Wim Duzijn 13-04-2009 16:51
Ik zag de hele club weer in de Telegraaf van zaterdag. Lachend en zingend en knabbelend op koekjes, op weg naar 'DE MATTHEUS-PASSIE'....
Alleen het woord al 'PASSIE'.... En dan die hollebollegijzensmoelen erbij. Niks begrijpend van een verhaal waar zij EEN INSTITUUT van hebben gemaakt.
Geformaliseerde passie. Als mijn naam GEERT WILDERS was geweest had ik hier het woordje 'knettergek' neergekalkt...

Marie-Bernadette Engering 13-04-2009 18:20
Ja knettergek en op sterven na dood................

Cat 13-04-2009 20:49
Knettergek. En aanbevolen natuurlijk, Groet,


Info:

Ben ten Holter (in Amsterdam groot geworden met zijn befaamde kroegenboek) is de man die in de tijd dat hij werkzaam was bij uitgeverij ELSEVIER (midden jaren 70) mij ontdekte als schrijver.
Het was een heel vreemde periode in mijn leven. Maandenlang werk opgestuurd naar uitgevers. Een paar semi-positieve reacties, zoals 'best wel goed maar het past niet in ons fonds', een heel erg negatieve reactie van Geert van Oorschot die me - ik blijf me er over verbazen - finaal de grond inboorde en zijn brief eindigde met de opbeurende zin "stopt u maar want het zal nooit iets met u worden", en tenslotte de positieve reactie van Elsevier, waar Angèle Manteau in die periode het literaire fonds beheerde.
Ik heb haar nog ontmoet in Amsterdam. Een bijzonder aardige mevrouw. Ben was onbereikbaar - zat waarschijnlijk in de kroeg. Wij dronken koffie. Mijn werk, zo vertelde ze mij, zou uitgegeven worden, we maakten een afspraak over de verschijningsdata...
Maar het noodlot sloeg toe. Ik was al een beetje ziek en werd steeds zieker. En zij werd ook ziek, schortte haar werkzaamheden op en vertrok uiteindelijk uit Amsterdam. Haar baan werd overgenomen door een zure zakenman - Wim Hazeu, groot gegroeid in de positief-christelijke wereld van de NRCV - die niks zag in mijn werk en alle manuscripten terug stuurde.
AMOR FATI, zeggen ze dan. Maar mijn god, wat heb ik in mijn leven het noodlot vaak vervloekt...