Eenling worden in een
Schijn-Democratie



De Weg, de Waarheid en het Leven
VK-blog van zondag 16 september 2007 door Wim Duzijn


Jezus zeide tot zijn Joden: 'De Wet was er voor de knechten - hebt God lief zoals ik hem liefheb, als zijn zoon! Wat hebben wij zonen Gods met de Moraal te maken?' (FRIEDRICH NIETZSCHE in: 'Voorbij goed en kwaad')

"Weer namen de joden stenen op om hem te stenigen. Jezus antwoordde hun: 'Ik heb u vele voortreffelijke werken getoond. Om welke van die werken stenigt u mij?'
De joden antwoordden hem: 'Wij stenigen u niet om een voortreffelijk werk, maar om lastering, ja, omdat gij, hoewel gij een mens zijt, uzelf tot een god maakt'.
Jezus antwoordde hun: 'Staat er niet in uw Wet geschreven: "Ik heb gezegd: 'Gijlieden zijt goden'"?'. (JOHANNES, 10, 31:34)


Wijsheid (gezien als niet aan moraal gebonden verlangen naar kennis) is een groot goed, omdat het, zoals hierboven wordt aangegeven, van onafhankelijke eenlingen 'goden' maakt die in staat zijn liefdeloze letterknechterij te overwinnen.
Wie echter werkelijk op zoek gaat naar een beetje goddelijke wijsheid, die wordt onvermijdelijk geconfronteerd met de vraag waar men in een wereld die beheerst wordt door religie, wetenschap, politiek en kleinburgerlijke alledaagsheid mensen kan vinden, die in navolging van Jezus van Nazareth een eigen weg willen bewandelen, de waarheid willen spreken en dat wat ze zijn willen leven en beleven.
De weg die de gemiddelde mens bewandelt is een uit gruis en teer opgebouwde grauwe asfaltweg, de weg van primitief, anti-intellectualistisch geloof, middelmatige, inhoudsloze politieke leuzen en starre, wetenschappelijke dogmatiek.
Een dergelijke weg, die gekenmerkt wordt door een intense, dodelijke saaiheid, is zorgvuldig afgebakend door allerlei op geestelijke aanpassing gerichte voorschriften: regels die er zorg voor dienen te dragen dat een mens steeds dezelfde antwoorden krijgt op steeds dezelfde vragen.

Monotonie is noodzakelijk binnen een kleinburgerlijke wereld, en wie de geestdodende herhaling van het grauwe asfaltwegennet beu is, die zal noodgedwongen het een of andere modderige zijweggetje in moeten slaan - omdat alleen daar de mogelijkheid van 'het wonder', dat wil zeggen: het onverwachtse en onalledaagse, nog bestaanbaar is.
Een grauwe asfaltweg voert een mens overal naar toe, behalve naar een plaats waar iedereen toch zo graag eens zou willen vertoeven, een plaats waar men oog in oog komt te staan met het 'goddelijke', dat - naar men zegt - alleen maar Liefde is.
De asfaltweg, een weg die wordt bewandeld door mensen die steeds dezelfde vragen stellen, zodat je verplicht bent steeds dezelfde antwoorden te geven, is een kleinburgerlijke weg, en diegene, die de monotonieverkondiger verwijt dat hij nooit eens iets nieuws verzint wordt simpelweg genegeerd.
In het land van de monotonen weigert men zijpaden in te slaan. Men zoeft in een kleinburgerlijke wagen over het asfalt, en desondanks eist men van een kritische ander dat er voor afwisseling en doorbreking van de saaiheid wordt gezorgd - een wens die alleen dan in positieve zin gehonoreerd kan worden, wanneer men bereid is op een stoere en mannelijke wijze stil te blijven staan.

Kleinburgers (een ander woord voor 'aangepaste mensen') zullen, hoe wild en ordinair ze zich ook hebben uitgedost, nooit de pas inhouden. Ze kijken verbolgen naar het STOP-bord dat je als vernieuwingsgezinde man omhoog houdt - het symbool van wat zij 'saaiheid' noemen - en met stijf dichtgeknepen ogen verkondigen zij hun eeuwige waarheden, al dan niet samengevat in leuke teksten die in grote, fosforescerende letters op de talloze richtingwijzers staan afgedrukt.
Voor de een is de waarheid een politiek ideaal, een ander vereenzelvigt de waarheid met een heilig verklaard boek, en weer een ander verkondigt de eeuwenoude leugen dat de waarheid besloten ligt in het collectief, de volksgemeenschap, en nooit, nee nooit, zal zo een snelheidsduivel op de gedachte komen Jezus van Nazareth na te volgen die zei: De waarheid, dat ben ik..., een uitspraak die verwijst naar een God die je volgens het Oude Testament alleen maar kunt vinden in de steile, eenzame hoogvlakten, waar waarheden niet als bliksemschichten langs je heen flitsen, maar stilletjes gebeiteld worden in stenen tafelen, die het symbool zijn van waardigheid, rust en duurzaamheid.
God is volgens die verhalen dus niet op weg zijn van niets naar nergens, maar gewoon 'jezelf zijn', jezelf verwezenlijken door te bouwen aan een wereld waarin stilstand en creativiteit een verbond met elkaar aan kunnen gaan...

Binnen de wereld van de kleinburgerlijke moraal, een wereld van algemeenheid, massaliteit en kuddegeest, moet de waarheid gezocht worden in de wereld van de anderen, al die mensen die gehoorzaam de aanwijsborden op de snelweg volgen, en nooit en te nimmer zal er gekozen worden voor een eigen wereld, die vreemde, duistere (vaak doelbewust duister gemaakte) wereld die bepaald en begrensd wordt door dat gevaarlijke en boosaardige woordje Ik.
Ik ben de waarheid, dat is een uitspraak die aangepaste mensen al snel belachelijk maken, omdat binnen hun werkelijkheid de mens verplicht is zichzelf ondergeschikt te maken aan het ideaal, de gemeenschap, de wet of God, begrippen die één eigenschap gemeen hebben: hun gebondenheid aan de gelijkschakelende collectiviteit.
God en het Ik, dat zijn twee begrippen die niets met elkaar te maken mogen hebben, die zelfs zorgvuldig van elkaar gescheiden moeten worden, omdat God iets verhevens is, iets dat op een hoger plan staat, iets anoniems ook, waarin alles verloren gaat, terwijl het Ik daarentegen onbeduidend, laag en egoïstisch is, iets wat nooit mooi en goddelijk gevonden kan worden.
'Ik', zegt de burgerman, 'dat is niets. God daarentegen is alles... En wanneer je dan vraagt of jij als Ik-bevestigend wezen binnen dat alles past, dan zegt hij: "Nee, het alles is alleen alles, wanneer het Ik niets is..."

De meeste schrijvers en politici kunnen gezien worden als de exponenten van een dergelijke wereld, waarbinnen alleen de wetten van de algemeenheid heersen.
Ze noemen zichzelf 'ik' maar als je dan op kritische wijze verder vraagt, dan merk je al snel dat het woordje 'ik' gevolgd wordt door toevoegingen als 'lid van een club', 'lid van een groep'. etc..
Niemand wil echt iemand zijn. En waar iedereen is onderworpen aan de gelijkschakelende terreur van een moraal die de menselijke vrijheid ontkent, daar bestaat alleen maar een gruwelijke, geestdodende toestand van slaafs nihilisme, waarin 'ikdenken', weinig meer mag zijn dan primitief egoïsme, dat op geen enkele wijze verwijst naar geestelijke creativiteit..

Sommige intellectuelen ontkennen dat er een verband bestaat tussen moraal en nihilisme. Zij haten het eigen Ik, kunnen niets beginnen met zichzelf en zoeken daarom hun toevlucht in de wereld van het 'men', waar iedereen elkaar begrijpt en waar iedereen controlerende macht kan (en moet) uitoefenen op de ander.
Vrijheidslievende (beter gezegd: vrij latende) zonderlingen zal men in een dergelijke wereld niet aantreffen.
Het begrip zonderling (of outsider) is binnen die wereld verworden tot een angstaanjagend scheldwoord, een aanduiding voor onzinnig, asociaal en gek gedrag, terwijl het toch in de eerste plaats een verwijzing is naar iemand die gewoon zijn eigen leven wil leiden, iemand die begrepen heeft wat het wil zeggen wanneer in het Evangelie een rebelse zonderling zegt dat hij de waarheid is.

Die zonderling zegt niet: "God is de waarheid". Evenmin zegt hij: "De bijbel is de waarheid". Welnee, die bijbel, dat zogenaamde heilige boek dat ijverig werd bestudeerd door een groep masochistische, in gebedsriemen vastgesnoerde farizeeërs en schriftgeleerden (brave, godvrezende mensen, die desondanks gifslangen en addergebroed worden genoemd, witgepleisterde graven, die alleen maar oog hebben voor de uiterlijke facetten van het bestaan...), was hem een doorn in het oog, omdat het de mensen slavernij bracht, een toestand van geestelijke afhankelijkheid, waar volgens hem een sfeer van vrijheid zou moeten bestaan, innerlijke vrijheid, de goddelijke vrijheid van het naar Liefde, Vrijheid en Waarheid verlangende Ik.
Die benadrukking van de waarde van het onaangepaste eigen Ik leidde ertoe dat de uiterst vrome joodse hogepriesters in Jezus van Nazareth een gevaarlijke misdadiger gingen zien, iemand die weigerde respect te tonen voor wat zij 'de hogere waarden van het leven' noemden.
Niet het domme, achterlijke plebs dreef Jezus de dood in, nee, het waren de heilige (goddelijk verklaarde) wetten van uiterst geleerde mannen die hem naar het schavot voerden, diezelfde wetten, die op het ogenblik op een slaafse en brave wijze worden bestudeerd door theologen, politici, dagbladredacteuren en hun onbeduidende vriendenkliek: de schrijvers van het 'positieve boek'.

Het positieve boek, de uitvinding van farizeeërs en schriftgeleerden, is een boek dat alles positief vindt, behalve het naar zelfverwezenlijking verlangende Ik.
Wie in zo een positief boek zegt: 'Ik ben de waarheid', die is ofwel een ketter, een duivel of een waanzinnige gek, iemand dus die evident slecht is, ofwel hij is die sullige, brave man van Nazareth, die arme gecastreerde stakker met zijn frigide, onbevlekte (d.w.z. niet door mannelijke zaadvlekken getroffen) moeder, die door de katholieke kerk werd uitgeroepen tot Heilige Maagd.

'Ik ben de waarheid', dat mag volgens positieve schrijvers alleen een van god vervulde heilige man van zichzelf zeggen, en wie is er in burgermansland een 'god'?
De schriftgeleerden veroordeelden Jezus van Nazareth omdat hij als verwerper van de wet (hetgeen een ander woord is voor sacraal gezag) zichzelf goddelijkheid toekende, en evenzeer doen dat de schrijvers van het zogenaamd positieve boek, door domweg te weigeren het verweer van Jezus serieus te nemen, een verdedigingsrede die heel duidelijk in het Evangelie staat opgetekend, en waarvan de kern luidt: "Er staat toch geschreven: Gijlieden zijt goden?"

Positieve schrijvers liegen er lustig een eind op los en iedereen die het niet met hen eens is veroordelen zij, op grond van dezelfde argumenten die de joodse schriftgeleerden gebruikten.
Naar hun idee is het uiteindelijke doel van de mens het creëren van een situatie waarin hij zegt: 'Ik ben er om de ene algemene waarheid te dienen, om zodoende op te kunnen gaan in de heilige wereld van het eeuwig goede en volmaakte', een opvatting die in lijnrechte tegenspraak is met de stelling van Jezus van Nazareth, die zegt: 'Ik ben de waarheid', met andere woorden: ik ben niet bereid een waarheid te dienen, die mijn eigen, persoonlijke werkelijkheid ontkent.

Alles wat de godsdienstige mens uit het Evangelie tevoorschijn wil halen is 'de eeuwige algemene waarheid', een waarheid die het respect voor de individuele ander doodt.
Het naar respect verlangende Ik vergeet hij, dat laat hij liggen, met een vieze trek rondom de lippen, alsof het een restje donker drab betreft dat is achtergebleven in een niet geheel leeggedronken koffiekop.
Wie echter de waarheid buiten de respectvolle wereld van de Individuele Mens plaatst, die maakt het Christus-principe (waarvan Jezus de vertegenwoordiger is) belachelijk en die schaart zich aan de zijde van die schriftgeleerden, die niet willen inzien dat het Evangelie de profane Mens boven de sacrale Wet plaatst. Jezus van Nazareth noemde zichzelf niet voor niets de Zoon des Mensen...

Wie ook maar een greintje gezond verstand bezit die begrijpt dat het volstrekt onmogelijk is een gelijkschakelende godsdienst te bouwen op het Evangelie. Het Evangelie, dat in diepste wezen een personalistische, d.w.z. heiligschennende boodschap is, kan alleen tot humanisme leiden: Christusdienst of Mensendienst, waarin 'god' degene is die bewijst dat hij er is...
Die theologen, die de heiligschennende boodschap van Christus tot fundament van een heilige-mannen-religie willen uitroepen, maken zichzelf tot handlangers van een geniepig kleinburgerdom, dat alleen maar kan op een blinde, gedachteloze wijze kan vernietigen, omdat het de slaaf is van een chaotisch krachtenspel waarmee nooit de strijd aangebonden wordt, omdat de algemene moraal die ingewikkelde werkelijkheid ontkent.
Want dat is de functie van een kleinburgerlijke moraal: de waarheid buiten de deur houden, het leven op zo'n wijze versimpelen, dat alleen de aangepaste mens die het beste kan liegen en bedriegen aan de top komt te staan.

Binnen de wereld van de kleinburger bestaan er geen waarheidlievende Ik-lingen of Eenlingen, omdat het de plicht van elke burger is de op leugens gebouwde algemeenheid te dienen.
Wetenschap, politiek en religie hebben zichzelf tot doel gemaakt in een op algemeenheid gebaseerde wereld, en hij die beweert dat het doel toch altijd de Mens moet zijn, die wordt bespuwd en bespot, omdat hij zich niet op een sullige, laffe en hypocriete wijze op wil stellen achter de mooie, grootse wereldse idealen van de burgerman.
Het positieve boek (waarin 'goed' en 'kwaad' nooit samenvallen), is altijd een boek, waarin moralisten andere mensen helpen, ook als er niemand is die geholpen wil worden.
In zo'n boek werken de mensen aan het totstandkomen van een leidende kaste van heiligen, 'hoge schepselen', die de anderen tot voorbeeld dienen - niet door zichzelf te zijn, maar door 'goed' te zijn.

Tegenover dat giftige en verdorven 'goede' boek staat het 'slechte' boek.
Het slechte boek is een negatief boek. In zo een slecht boek tref je mensen aan die voortdurend pech hebben, mensen die steeds maar wanhopig zijn en naar de dood verlangen, mensen ook, die aan werkelijk niets in het leven meer waarde hechten.
De mensen in het negatieve boek spreken graag over de dood van god, of over het belang van de wetenschap en de onzinnigheid van de mystiek.
Ja werkelijk, in het negatieve boek is heel veel te vinden, maar wat men in een dergelijk boek niet aantreft, dat zijn mensen die geloven in zichzelf, en die op grond van dat geloof bereid zijn alle noodlotslagen van het leven te weerstaan.
Wat dat betreft is het negatieve boek het tweelingbroertje van het positieve boek. Ook in het negatieve boek wint de verstikkende wereld van de algemeenheid het van de eenling en is er niemand te vinden die zegt: De waarheid, dat ben ik...en wat ik ben dat verdedig ik, wat er ook gebeurt...

De negatie van het individu en de capitulatie voor de algemeenheid, die een mens op de meest slimme en uitgekookte manieren aan zich weet te onderwerpen, dat is de filosofie die momenteel door de meeste naoorlogse schrijvers wordt uitgedragen.
Wanneer een man in een wijsheidboek zegt: 'Ik ben de waarheid', dan vindt hij in het rijk der naoorlogse Nederlandse letteren niemand die hem navolgt, en vanuit een christelijk standpunt bezien bestaat er daarom ook geen serieuze Nederlandse literatuur, want waar Christus - de man die volgens zijn geleerde tijdgenoten niet goed wijs was - opkomt voor het Goddelijke Individu dat in staat is de vrijheid te verdedigen, daar komen de doorsneeschrijvers slechts op voor de moraal van de algemeenheid, een moraal die op een schijnheilige wijze zegt op te komen voor de Rechten van de Mens, maar die in feite niets anders doet dan het belachelijk maken van de Vrije Mens.

Waar mensen elk gevoel voor eigenwaarde verloren hebben en waar zij niet meer durven op te staan tegen een gewetenloze moraal die stelt dat het doel alle middelen heiligt (zelfs een gewetenloze exploitatie van menselijke leed..), daar heersen willekeur, leugen en bedrog.
De wijsheid van de uitspraak 'Ik ben de waarheid' wordt verworpen en het woordje Ik wordt vervangen door de hoogstaande woorden rabbi, dominee, of paus, woorden (soms voorzien van het voorvoegsel 'wetenschappelijke') die verwijzen naar hoogstaande mensen (valse moralisten willen altijd 'hoog' zijn) die, juist omdat zij het eigen Ik ontkennen, een wereld van grenzeloos egoïsme in het leven roepen: omdat een Ik-loos wezen geen Liefde kent.
Een Paus blijft in het leven altijd alleen. En juist omdat hij alleen moet zijn, zal hij in een kritische ander nooit een 'man van liefde' willen zien. Anders gezegd: hij is zelf alleen en hij maakt de mens waar hij voor op zou moeten komen ook alleen: Jezus hangt in zijn wereld voor altijd eenzaam en alleen aan het kruis...

Een Ik-loze (en daarmee liefdeloze) wereld roept de domheid tot waarheid uit.
Een Ik-loze wereld voert de mensen altijd naar de afgrond van het fascisme, en het is dan ook geen vreemde zaak dat de gemiddelde Nederlandse schrijver niet in staat is de gevaren van het fascisme te begrijpen - laat staan daadwerkelijk te bestrijden.
Hij staat aan de kant van de heiligen. Een godslasteraar die zegt: 'Ik ben de waarheid' begrijpt hij niet.
De Weg, de Waarheid en het Leven..., wat moet een Ik-loze schrijver beginnen met die vreemde, merkwaardige uitspraken, die door zo weinig mensen op een betekenisvolle wijze gehanteerd worden?
De meeste mensen kennen geen weg, ze scharrelen maar wat rond, als loopse leghennen die hun ei niet kwijt kunnen, de waarheid spreken ze niet, ze liegen er fluitend en zingend een eind op los, en Leven? Leven ze dan tenminste, zijn ze als zogenaamd sociale wezens in staat in contact te treden met anderen...?
O, ze weten hun mondje zo goed te roeren als er moedige eenlingen kapot gemaakt moeten worden. Dan staan ze schreeuwend en lachend tussen de stenen gooiende anderen en dan hebben ze de mond vol over 'de wil tot leven', maar tegelijkertijd jagen ze kritische buitenbeentjes voortdurend weg, omdat ze niet anders kunnen, omdat het hun sociale plicht is de liefdeloze wereld van de ik-lozen in stand te houden.

Christenen, mensen die op grond van het godslasterlijke nieuwe testament alleen maar humanist mogen zijn en die zich derhalve verre moeten houden van een moraal die de mens ontgoddelijkt, doen veelal niets anders dan mensen beletten door te dringen tot hun eigen, innerlijke waarheid, een waarheid die hen in staat stelt op een Liefdevolle, d.w.z gevende wijze het bestaan tegemoet te treden.
Schrijvers, creatieve mensen die in feite andere mensen dienen aan te sporen de wereld van de algemeenheid te verlaten, verheerlijken de vorm, bang als ze zijn voor de terreur van de kleinburgerij die altijd en eeuwig wil proberen de vorm heilig te verklaren.
Ieder contact met de wereld van het eigen Ik heeft de doorsneeschrijver verloren. Zijn waarheid is de heilige waarheid van het 'men'. Zijn boeken verkondigen de goddelijke tirannie van de domheid.
Niemand wordt daarin ooit zichzelf en niemand zal daarin ooit een ander ontmoeten.

De Nederlandse literatuur kan daarom gelijkgesteld worden aan de wereld van het graf, dat mooie witgepleisterde graf met zijn veelheid aan grafstenen, kruisbeelden en met goud ingelegde grafschriften: uiterlijkheden, die een mens wegvoeren van zichzelf, om hem in een toestand van slavernij te brengen, een situatie waarin geen echte menselijkheid meer bestaat, omdat iedere spontane menselijke uiting aan banden wordt gelegd door kille, hardvochtige moralisten, die voor het bouwen van hun hemel de wereld tot een hel moeten maken, een door collectivistische machthebbers bestuurde hel, waarin IK creperen mag.

(bewerking open brief van 23 februari 1991
hier geplaatst n.a.v. de oproep van Geert Wilders de Koran te verbieden)


Reacties

Mus 30-10-2007 14:42
Boeiend stuk om te lezen. dank je wel.
Je schrijft: "Christus zegt niet: "God is de waarheid". Evenmin zegt hij: "De bijbel is de waarheid". Welnee, die bijbel, dat zogenaamde heilige boek dat ijverig werd bestudeerd door een groep masochistische, in gebedsriemen vastgesnoerde farizeeërs en schriftgeleerden (brave, godvrezende mensen, die desondanks door Jezus van Nazareth gifslangen en addergebroed werden genoemd, witgepleisterde graven, die alleen maar oog hebben voor de uiterlijke facetten van het bestaan...), was hem een doorn in het oog, omdat het de mensen slavernij bracht, een toestand van geestelijke afhankelijkheid, waar volgens hem een sfeer van vrijheid zou moeten bestaan, innerlijke vrijheid, de goddelijke vrijheid van het naar Liefde en Vrijheid verlangende Ik. Die benadrukking van de waarde van het onaangepaste eigen Ik leidde ertoe dat de uiterst vrome joodse hogepriesters in Jezus van Nazareth een gevaarlijke misdadiger gingen zien, die weigerde respect te tonen voor de hogere waarden van het leven."

Dat is wel een beetje grappig. Je beweert hier namelijk het tegenovergstelde van wat Jezus zelf zei, volgens de evangelien althans.
Jezus haalde niet alleen voortdurend de Hebreeuwse geschriften aan (meestal uit de Griekse Septuaginta vertaling), maar moedigde ook anderen aan er geloof en vertrouwen in te stellen, net zoals in God. Daar zijn legio voorbeelden van te noemen, ik beperk me tot slechts enkele om het punt duidelijk te maken.

"Daarom werd hem de boekrol van de profeet Jesaja aangereikt, en hij opende de boekrol en vond de plaats waar geschreven stond: „Jehovah’s geest is op mij, omdat hij mij heeft gezalfd om de armen goed nieuws bekend te maken, hij heeft mij uitgezonden om de gevangenen vrijlating te prediken en de blinden herstel van gezicht, om de verbrijzelden in vrijheid heen te zenden, om Jehovah’s jaar van aanvaarding te prediken.” Hierna rolde hij de boekrol op, gaf ze aan de dienaar terug en ging zitten; en de ogen van allen in de synagoge waren oplettend op hem gevestigd. Toen begon hij tot hen te zeggen: „Heden is deze schriftplaats die gij zojuist hebt gehoord, vervuld.” " (Lukas 4:17-21)

"Maar hij [Jezus] gaf ten antwoord: „Er staat geschreven: ’De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.’” (Mattheüs 4:4)

Het ging Jezus er dus niet om dat God en de bijbel niet de waarheid zouden zijn, integendeel. Dat was het volgens Jezus zeker wel. Het ging om de wijze waarop de farizeeen en de schriftgeleerden er mee omgingen. Ze hadden eigen menselijke overleveringen en toepassingen bedacht, waarmee ze de mensen onderdrukten en de beginselen en geboden, die tot het welzijn van mensen door God in de bijbel waren verschaft, geweld aandeden, ja, zelfs krachteloos maakten. Ze begrepen de geestelijke essentie, de ware inhoud van de wet in feite niet, en concentreerde zich op uiterlijkheden en tradities, en daar sprak Jezus hen ferm op aan. Dat werpt toch wel even een belangrijk ander licht op de zaak.

Lees maar mee: "Hij gaf hun ten antwoord: „Waarom overtreedt ook gij het gebod van God ter wille van uw overlevering? Huichelaars, treffend heeft Jesaja over U geprofeteerd, toen hij zei: ’Dit volk eert mij met hun lippen, maar hun hart is ver van mij verwijderd. Tevergeefs blijven zij mij aanbidden, omdat zij mensengeboden als leerstellingen onderwijzen.’”(Mattheüs 15:3-9)

"Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars!, omdat gij het koninkrijk der hemelen toesluit voor de mensen; want zelf gaat gij er niet binnen, en degenen die op weg zijn er binnen te gaan, staat gij dit niet toe" (Mattheüs 23:13)

Wim Duzijn 30-10-2007 16:22
Ik zie het probleem niet MUS. Jij probeert mij opvattingen in de mond te leggen die helemaal niet de mijne zijn. De teksten die jij aanhaalt bevestigen alleen maar mijn gelijk, omdat ze duidelijk maken dat de schriftgeleerden twee werelden vertegenwoordigden: de wereld van de traditie, de rabbinale overlevering, die er op is gericht te voorkomen dat mensen er denkbeelden op na gaan houden die als gezagsondermijnend worden ervaren (Jezus werd verweten dat hij de eenheid van de groep bedreigde) en de wereld van de protesterende profeten, mensen die verwijzen naar universele, goddelijk genoemde principes (zoals naastenliefde, broederschap, barmhartigheid, etc), zaken die met onzinnige spijs- en kledingwetten (je mag geen melk drinken als je vlees eet en meer van dat soort onzin) helemaal niets te maken hebben.
Mensen denken dat ze goed zijn als ze idiote, door heilige mannen (in dit geval rabiijnen) verzonnen regels gehoorzamen, maar dat die idiote leefregels als gevolg hebben dat ze een man die bloedend aan de kant ligt laten creperen, alleen maar omdat die man een kopje melk drinkt tijdens het eten van een vette varkensbout, dat vinden ze volstrekt onbelangrijk..
Het evangelie is een een dialoog. Dat tweegesprek eist dat je mensen confronteert met zaken waar ze in zeggen te geloven. Dat betekent niet dat je er zelf in gelooft, want jij verdedigt als (rebellerende en profetische) eenling de mensvriendelijke principes, en niet het heilig verklaarde rabbijnenboek, dat alleen maar als functie heeft de macht van de clerus (en hun slaafse volgelingen) te bevestigen...