Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Oneerlijke Moralisten & Het Strafhof
VK-blog van dinsdag 14 juli 2009 door Wim Duzijn



Chabad & the Withe House

" As a tool of law enforcement, the ICC is absurd. The main point of the permanent criminal tribunal is to establish a platform for political spectacle.
From the Euro perspective, it has two advantages over the Security Council. First, the ICC is not subject to a U.S. veto. Second, action by the ICC requires no direct involvement by European governments.
Ostensibly, all decisions will be made by an independent prosecutor. But the prosecutor will be based in Europe (at The Hague, in the Netherlands). The prosecutor will be financed by European states and given credibility and prestige by the approving comments of European leaders.
So guess who the prosecutor will put in his sights as he tries to prove his value to his European sponsors? (Jeremy Rabkin, 29-4-2002

"In onze ogen zijn jullie (de Europeanen) niet alleen niet-bondgenoten, jullie behoren niet eens tot de beschaafde wereld" - Jeremy Rabkin, Volkskrant 13-7-2002.

Jeremy A. Rabkin (born July 15, 1952) is a professor of law at Antonin Scalia Law School at George Mason University. Prior to joining the George Mason faculty in 2007, he spent 27 years as a professor of government at Cornell University. He is a Chabad-oriented orthodox jew. At the American Enterprise Institute he was a protégé of John Bolton.


Chabad info: Moshiach (Messiah) and the Future Redemption


Wie Is Moreel?

Wetenschap en moraal, dat waren in de jaren zestig binnen de door linkse studenten gedomineerde universitaire wereld de twee polen waaromheen zich een verhitte discussie afspeelde.
De wetenschap wilde objectief zijn - de studenten wilden moreel (beter gezegd: moralistisch) zijn. Tegenstanders van de studenten verweten hen onkunde, onwetendheid en te sterke emotionele betrokkenheid bij problemen die zakelijke distantie vereisen. Wetenschap, zo stelden zij, dient zich af te spelen in een sfeer van vrijheid en individuele onafhankelijkheid.
De studenten wezen op de afhankelijkheid van wetenschappelijke onderzoekers van macht en kapitaal. Amerika werd afgeschilderd als een imperialistische natie (essentie van imperialisme is het ondergeschikt maken van moraal aan de wil macht over anderen uit te oefenen), die de totstandbrenging van een betere wereld onmogelijk wilde maken en daarom moest de wetenschap een anti-Amerikaans, marxistisch georiënteerd moreel bouwwerk worden: een links vrijheidsbeeld in een duistere Amerikaanse wereld die werd beheerst door geld en kapitaal.

Zowel het wetenschappelijke establishment en de studenten hadden gelijk. Wetenschap hoort onafhankelijk zijn en dat betekent dat wetenschap zich niet mag binden aan de wereld van macht en kapitaal.
Vrij wetenschappelijk onderzoek is een farce wanneer het bedrijfsleven gaat bepalen wat goed en wat slecht is. Universiteiten zijn in dat geval geen instituten meer waarin gedacht wordt, maar bedrijfsopleidingen, waaruit kader stroomt dat de bestaande orde dient.
Al in de prilste oudheid zagen wetgevers in dat een samenleving marginale figuren nodig heeft die zich onafhankelijk opstellen. In het Oude Testament wordt de Israëlieten de opdracht meegegeven een samenleving te vormen waarin een onafhankelijke groep wetsgeleerden bestaat, die zich niet identificeert met de machthebbers. Ze worden 'Levieten' genoemd - dienaren en hoeders van de Wet. Het is een enigszins elitaire opvatting, die uitgaat van de opvatting dat de grote meerderheid van het publiek - inclusief de overheid die is aangesteld om dat publiek te leiden - niet in staat is de Wet te respecteren, omdat voortdurend eigenbelang het naleven van de Wet bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt.

De Wet was in oude beschavingen vrijwel altijd in handen van mensen, die in sommige opzichten antikleinburgerlijk waren. Ze vertegenwoordigden met hum polytheistische wereldbeeld (dat in veel gevallen verwees naar de gebondenheid aan een groter kosmisch geheel) de anarchistische vrijheid: niet de groepsmoraal maar het eigen geweten (met een daaraan gekoppeld eigen godsbeeld) staat voorop.
Het Egypte uit de 14e eeuw voor Christus is een prachtig voorbeeld van een dergelijke liberale wereld waarin intelligentie, moraal en seksuele vrijheid op een harmonische wijze samengaan.
Ik wijd er hier aandacht aan, juist omdat conservatief-othodoxe gelovigen in Israel en Amerika de wereld willen dwingen een oud-testamentische visie op het bestaan (waarbij de bijbel als geschiedenisboek wordt gehanteerd) als 'absolute waarheid' te aanvaarden.

Spiritueel Liberalisme & Oud-Egypte

Eerbied voor de Wet - het koppelen van het begrip orde aan het begrip gelijkheid - was in sterke mate aanwezig in het oude Egypte, dat - op een welhaast onbegrijpelijke wijze - in de 15e en 14e eeuw voor Christus een bloeitijd beleefde.
Echnaton was de eerste farao die zich boven de Wet plaatste, niet door de Wet te verwerpen, maar door haar heilig te verklaren, waarmee ongelijkheid werd geschapen..
Hij riep zichzelf uit tot de plaatsvervanger op aarde van de enige, almachtige God. Zijn verlangens als oppermachtige heerser waren belangrijk. Met de verlangens en behoeften van de andere mensen kon geen rekening worden gehouden.
Het aangaan van een dialoog met anderen (het belangrijkste kenmerk van wat wij 'een liberale democratie' noemen) werd daarmee onmogelijk gemaakt. De onafhanelijke ander is binnen een ongelijkheidscultuur de tegenstander van God en daarmee de duivel, een wezen warmee je niet kan en mag samenleven.

Het liberalisme in Egypte (en ook in Canaan dat binnen de Egyptische invloedsfeer lag) ging zover dat ook seksualiteit deel ging uitmaken van de religie. Dat was een van de belangrijkste oorzaken van de rebellie van Echnaton en zijn aanhangers. Zij wilden een fatsoenlijke religie van 'reinheid' en 'zuiverheid' in het leven roepen.
De rituele wassing stond in hun eredienst daarom centraal. De mens was zondig en hij moest voortdurend bewijzen dat hij rein was.
Het besef van zondig te zijn beheerste het leven van de liberale elite in Canaan en Egypte absoluut niet.
Amenhotep III, de voorganger van Echnaton, was een levensgenieter, die zich liet leiden door de liberale gedachte: "Leef en laat leven".
Natuurlijk leidde die liberale instelling ook tot uitspattingen, zoals tempelprostitutie in sommige Mesopotamische koninkrijken, maar net zoals wij nu prostitutie beschouwen als een betrekkelijk ongevaarlijk 'kwaad' dat zelfs sociaal-nuttige kwaliteiten bezit - voorkomen dat mensen met sterke seksuele verlangens gefrustreerd raken - zo zagen ook de machthebbers in de oudheid de buitensporige gedragingen van sommige tempeldienaars als toelaatbare vormen van seksueel gedrag, die in dienst stonden van de orde en de stabiliteit in het rijk.

Uit het artikel The Gospel According to Egypt (waarin de hypothese wordt uitgesproken dat de naam 'Koning Salomon' in feite verwijst naar de Egyptische Farao Amenhotep III) is de volgende passage gelicht:
"The court of Amenhotep III was an extremely liberal one, and reflected every possible excess of an affluent and secure kingdom. Eroticism in art and court life reached its height during the reign of Amenhotep."


"Amenhotep III, king of Egypt (1386-1349 BC), of the 18th Dynasty, was the builder of extensive architectural works, including portions of the temple of Luxor and the so-called Colossi of Memnon. His reign was one of peace and prosperity, when Egyptian power was at its height. Amenhotep's diplomatic correspondence is preserved in the Amarna Letters, a collection of some 400 clay tablets found in Tell el-Amarna in 1887."
"No reign has ever produced such an abundance of outstanding sculpture and fine art, which can be seen today in museum collections around the world."
"Amenhotep III was the greatest builder and patron of the arts in Egyptian history. During his long and peaceful reign, Egypt reached the pinnacle of wealth and splendor through trade and mining, and his name is a byword for artistic taste, elegance, and quality."
"Amenhotep was the wealthiest pharaoh ever. He liked to be comfortable. He built a private lake for his wife Tiy and built a second home on the western banks of the Nile. His life began to be an endless pursuit of pleasure and happiness so that his home glittered with wealth. Archeologists called him "Amenhotep the Magnificent," for his wonderful homes, monuments, and his endless life of delight."

Amenhotep III - de ruimhartige levensgenieter, ook wel 'de zonnekoning' genoemd - werd opgevolgd door de eenzelvige, wereldvreemde fantast Echnaton - uitvinder van een dictatoriale vorm van onverdraagzaam monotheisme.

In het boek "Out of Egypt, The Roots of Christianity Revealed" van Ahmed Osman wordt de Egyptische farao Echnaton vereenzelvigd met Mozes. Ook Sigmund Freud wijst er in zijn boek "De man Mozes en de monotheïstische religie" op dat de naam Mozes verwijst naar de monotheistische opvattingen van Echnaton. Mozes was volgens hem een ambtenaar aan het hof van Echnaton en een aanhanger van de Aton-religie.
Echnaton werd door de Egyptische priesters en intellectuelen gezien als een gevaarlijke, extremistische aan godsdienst verslaafde zonderling, die alle liberale verworvenheden die onder zijn voorganger tot stand gekomen waren wilde afschaffen (tegen het veelgodendom, tegen astrologie en magie, tegen sexuele vrijheid...).
In een poging het Egyptische rijk te beschermen werd het besluit genomen hem te verbannen (1334 v. Chr.). Die verbanning, samen met een groep vrienden en aanhangers, was (volgens de theorie van Ahmed Osman) het begin van de geschiedenis van 'het joodse volk'. (Osman stelt dat verbanning aannemelijk is omdat de lichamen van Echnaton en zijn vrouw Nefertiti nooit zijn gevonden. Ook wijst hij op het feit dat Echnaton - net als Mozes - gesteund werd door zijn broer: Smenchkare. Smenchkare werd door Echnaton in een vlaag van woede vermoord.)


Echnaton schafte alle godenbeelden af. Het volk mocht de tempels niet meer bezoeken en moest ook de eigen huisaltaren afbreken. God mocht niet langer afgebeeld worden. Alleen de farao mocht aanbeden worden. De farao werd beshcouwd als het ‘levende beeld van Aton (= de Zon)'. De Maan, vertegenwoordiger van het algemeen vrouwelijke, niet gericht op heersen (Leeuw), maar op dienen (Kreeft), speelde geen rol van betekenis.
Voorafgegaan door soldaten en hovelingen passeerde de koninklijke strijdwagen het volk op weg naar een werkpaleis of tempel. Toeschouwers wierpen zich in het stof voor de farao. Bij bijzondere gelegenheden voer de koning in zijn statiebark op de rivier. Bij dit soort openbare optredens viel de leden van de koninklijke familie dezelfde verering als goden ten deel.
Je zou Echnaton daarom de eerste Arabische dictator kunnen noemen - iemand die niet als autoriteit tussen het volk staat (een Maan- of Kreeftpersoonlijkheid), maar als goddelijke uitverkorene er ver boven (Leeuw). Autoriteit zegt: Wij zijn er voor het volk (Kreeft). Een dictator zegt: Het volk is er voor mij (Leeuw).

Echnaton was (in fysiek opzicht) een mismaakt mens. Men vermoedt dat zijn grootheidswaan en zijn verlangen de mens als een gebrekkig, verdoemd schepsel af te beelden (mede) daaruit voortvloeien.

Echnaton was getrouwd met Nefertite. Nefertite was de belangrijkste raadgever van Echnaton. Zij was bijzonder bazig en nam als het ware de farao-rol over van de fanatiek-religieuze, maar wel bijzonder poetisch ingestelde Echnaton (sommige psalmen zouden geschreven zijn door Echnaton - 104 en 118).

"There are images of Neferneferaten smiting enemies of Egypt with mace and axe, wearing the blue war crown of Pharaoh. These images are traditionally reserved for male kings; fighting battles was not the role of a Queen. It is unlikely that Neferneferaten ever fought in battle, but the artistic representation of her doing so confirms that she was now quasi-kingly, semi divine and adopting the roles of a male King. There is some evidence to imply that Neferneferaten was in fact running the country while Akhenaten remained at Akhetaten, choosing to worship the Aten and neglect the rest of Egpyt."

Ze was geen Egyptische prinses. Er zijn vermoedens dat Nefertite uit Palestina afkomstig was (mogelijk uit een van de Noordelijke koninkrijken - haar vader, Aye, die na de dood van TutAnkAmon de macht naar zich toetrok - werd een vreemdeling genoemd).
Over de dood van Nefertite is niets bekend. Zij verdween op een gegeven moment uit de geschiedenis, een argument dat de verbanningshypothese van Osman versterkt.

"The story of Akhenaten and his name itself was erased efficiently from Egyptian history, and he was referred to as 'that heretic' or 'rebel' if necessary. An intriguing mystery remains about the bodies of Akhenaten and his family. Though he did begin building a royal tomb, it appears to have been left unfinished, and only one of Akhenaten's daughters was buried there, Meketaten." (Osman)

Van Mozes wordt gezegd dat hij als banneling leefde in Midian, waar hij trouwde met een van de dochters van Rehuel, Zippora. Zijn persoonlijke problematiek spreekt uit de verzuchting: "Een inwonende vreemdeling ben ik geworden in een vreemd land" (Exodus, 2:22)

Zie ook: Unesco & de Tempel


Het religieuze fanatisme van Echnaton leidde tot grote politieke, administratieve en economische problemen. Het land raakte in verval. Het volk werd uitgebuit. Door het ontbreken van adekwaat reagerend centraal gezag en het vervangen van autoriteiten door loyale politiefunctionarissen die de strenge, religieuze wetten van Echnaton dienden uit te voeren heerste er absolute willekeur. Terwijl de koning psalmen schreef crepeerde zijn volk.
Toen Echnaton van het toneel verdween werd zijn plaats een tijd lang ingenomen door zijn broer, Smenkhkare. Die bleek geen sterke figuur te zijn. Hij stond onder invloed van Echnaton en durfde geen radicale hervormingen door te voeren. Na zijn plotselinge dood werd het bestuur overgedragen aan de jonge farao Tutankhamon.

Tut-Ank-Amon, werd lange tijd door de verbannen Echnatonaanhangers gezien als een Messias-figuur, de man die Echnaton en zijn religie weer aan de macht zou brengen. Volgens veel Egyptologen was hij de zoon van Echnaton - 'de zoon van God' - de Messias. De droom werd echter niet waargemaakt, en daardoor werd het besluit genomen hem te vermoorden (de eerste Messias-moord), een daad die de chaos in het land alleen maar groter maakte.
De vernietiging van Hazor, door Jozua (een boezemvriend van Mozes), hangt samen met de teleurstelling over het verraad van Tut-Ank-Amon (de ongehoorzame verlosser). Alle steden werden gespaard. Maar Hazor, symbool van het decadente Egyptische rijk, moest volledig vernietigd worden.

Het herstel van de orde in het Egyptische rijk werd in gang gezet door Horemheb, de laatste farao van de 18e dynastie (1323-1295). Voor pracht en praal was geen tijd meer. Horemheb, die jarenlang de aanvoerder van het leger was geweest, moet derhalve gezien worden als een overgangsfiguur die zich gedwongen zag op hardhandige wijze orde te scheppen.

Nette Aangepaste Mannen

Het zal duidelijk zijn dat in onze moderne samenlevingen er niet zoiets bestaat als een onafhankelijke groep wijzen en geleerden, die op een openlijke wijze hun liefde voor erotiek en sexualiteit tot uitdrukking brengen.
Het economisch nut en de gebondenheid aan kleinburgerlijke, veelal preutse en vrouw- en homovijandige religieuze systemen bepalen ons bestaan. Wie geen geld opbrengt is nutteloos en wordt weggeworpen.
Je mag alleen een (schijn)marginale positie innemen wanneer je dominee, priester, rabbijn of imam bent. Dan behoor je bij de gevestigde kerken en die kerken mogen zich de behoeders van 'het geestelijke leven' noemen - ook al zijn die kerkelijke gezagsdragers in geestelijk opzicht 'wandelende doden' (een uitdrukking die de hoofdpersoon van het christelijke evangelie gebruikt...), die onafhankelijk denken als een doodzonde beschouwen.
Men weigert in te zien dat moraal niet het bezit is van theologen en kapitalisten.
Die merkwaardige opvatting (de als noodzaak ervaren verwevenheid van moraal, god en kapitaal) die door linkse studenten werd aangevallen, maar tegelijkertijd ook verdedigd via hun slaafse overgave aan de marxistische theologie, moet overboord worden gezet.

Moraal is altijd wetenschap (gezien als: verlangen naar kennis, zoeken naar nieuwe werelden - geen geestelijke stilstand, maar beweging) en daar waar wetenschappers weigeren in morele kwesties wetenschappelijke distantie op te brengen (je opstellen aan 'gene zijde van goed en kwaad' stelt Nietzsche) hebben ze niet meer het recht zichzelf wetenschapper te noemen. Wetenschap met andere woorden schept (morele) verplichtingen..
Waar gebrek aan wetenschappelijke distantie toe leidt kunnen we zien in het theocratische Israël en het christelijk-messsianistische Amerika, waar best wel intelligente, maar aan een beperkende ideologie gebonden intellectuelen een moralistische wereld proberen op te bouwen, waarin de heilig verklaarde (joods-christelijke) staat tot morele leider van de wereld wordt uitgeroepen, een daad die weinig meer inhoudt dan zeggen dat je als half-goddelijke heerser maling mag hebben aan iedereen die het niet met je eens is.

Juist dat geloof in de alles goed makende heilstaat (Cuba en China werden in de jaren 70 gezien als 'concrete utopieën') maakte de op zichzelf zinvolle kritiek van de linkse studenten zinloos.
De kritiek was zinvol (imperialisme - gebaseerd op het verlangen anderen te onderwerpen - is verwerpelijk), maar ze werd ondergraven door de keuze voor een oplossing (het Stalinistisch-Mao-istische imperialisme) die in feite het spiegelbeeld was van de wereld die werd aangevallen.
In Palestina gebeurde tijdens de tweede intifada (2000-2005) hetzelfde met diegenen die zelfmoordaanvallen uitvoerden in Israël. Hun kritiek was juist, maar via hun aanvallen ondermijnden ze hun eigen morele rechtspositie en stelden ze moreel onjuist handelende mensen in staat de eigen zwartgeldpolitiek wit te wassen. Uiterst dom en het gevolg van de onwil een verbond aan te gaan met pragmatische, verstandig handelende mensen.

Wetenschappers en/of intellectuelen zijn niet per definitie pragmatisch en onafhankelijk.
Dat is een misverstand dat door linkse studenten in de jaren zestig terecht werd aangeklaagd. Het is erg leuk om met een stel oogkleppen voorgebonden wetenschap te bedrijven, maar dat betekent wel dat je het lot van de mensheid in handen legt van mensen die dom (in de zin van 'onwetend' zijn).
Domheid is altijd moraalloos en empathieloos - wil niks weten en voelen en kent derhalve niet zoiets als een corrigerend geweten. Intelligentie daarentegen schept verplichtingen.
Onafhankelijke intelligentie zou daarom bewonderd en aangemoedigd moeten worden. Wie er blijk van geeft intelligent te zijn zou subsidie moeten krijgen. Dat is de logische consequentie van een morele politiek die geweten schept.
Het tegendeel is vaak het geval, vooral in een wereld waarin de domheid 'religie' (dus onaantastbaar) is geworden....

In Amerika laait al jaren het conflict tussen objectieve wetenschappers en aan de ideologie gebonden wetenschappers hoog op.
Aan de ideologie gebonden joden en christenen willen 'goed' zijn in een slechte wereld. Wat slecht is wordt niet bepaald door het individuele geweten maar door een gemeenschappelijke, gelijkschakelende moraal - die je beter 'groepscode' kunt noemen.
Waarheidlievende wetenschappers kennen geen groepscode. Alles wat een waarheidlievend mens nastreeft is het zoeken van waarheid in een leugenachtige wereld.

Echte moraal wil niet goed zijn. Echte moraal wil waarheidlievend zijn.
Echte moraal wil daarom ook niet in de eerste plaats mensen bestraffen, want met zinloos strafgeweld is de waarheid niet gediend, maar ze wil mensen waarheidliefde - en daarmee rechtsgevoel bijbrengen.
Aan een groepscode gebonden ideologen zien de uitdrukking 'rechtsgevoel bijbrengen' als een bedreiging.
Die uitdrukking veronderstelt onzekerheid, aantasting dus van het heilige geloof in de onaantastbare juistheid van de eigen principes, en daarom wijzen zij al datgene dat twijfel kan oproepen af.
Het Internationale Strafhof wordt door hen afgewezen omdat het een bron van onzekerheid is.
Je kunt niet zomaar meer wat doen, je wordt gedwongen na te denken voordat je wat doet en dat maakt het beoefenen van dom makende machtspolitiek moeilijk.

De kritiek is niet afkomstig van domme mensen. Het hierboven weergegeven betoog van Jeremy Rabkin laat zien dat wetenschappers doodgewone domme borreltafelfilosofen worden, zodra de eigen geloofsovertuiging in het geding is.
Weg zijn ineens alle mooie wetenschappelijke waarden, en de vrijgekomen plaats wordt ingenomen door een fanatieke gelovige die met behulp van quasi-wetenschappelijke argumenten zijn ideologische gelijk probeert te behalen.
Rabkins argumentatie is simpel: Het strafhof is (in zijn ogen) een Europese constructie, wordt niet geleid door pro-Israel- en pro-Amerika-rechters en daarom kan er nooit iets goeds uit komen, waarbij het woordje goed verwijst naar 'datgene wat goed is voor het geloof in de eigen superioriteit.
Het feit dat Rabkin 'hoogleraar is moet daarbij aan zijn uitspraken een 'autoritair of gezaghebbend tintje verlenen.
Dat door en door onlogische, want autoritaire, denken (via een indrukwekkende titel je ideologische wijsheden wetenschappelijk gezag verlenen) beheerste ook het denken van de marxistische jaren 60/70 generatie. Alles wat niet in hun ideologische straatje paste werd afgedaan als 'pseudo-wetenschap' of 'moraalloze wetenschap' (slechte wetenschap die in strijd is met een onaantastbare 'goede' moraal).

Jeremy Rabin is een conservatieve joods-orthodoxe ideoloog. Hij noemt zich 'wetenschapper' maar hij is niet in staat zich los te maken van het niet-wetenschappelijke ikje dat (hoewel het nooit in zijn wetenschappelijke bijdragen wordt getoond) in feite als 'echte, onaantastbare identiteit' wordt beschouwd.
Zijn 'wetenschappelijke' uitspraken zullen nooit die eigen identiteit aantasten en staan daarom altijd in dienst van het conservatief-autoritaire 'ik-heb-altijd-gelijk-denken'.
Daarom mag je hem geen echte, onafhankelijke wetenschapper noemen, een man dus die de wil tot weten boven de ideologie plaatst.
Rabkin heeft zich in Amerika opgeworpen als een fel bestrijder van het Internationale Strafhof (dat door hem een 'kangoroo court' wordt genoemd). Hij weigert in te zien dat het een tamelijk absurde zaak is dat een hoogleraar in het internationale recht een internationale rechtsinstantie afwijst, alleen maar omdat zo'n instituut een bedreiging zou zijn voor de twee staten die hij heilig en onaantastbaar heeft verklaard: Israël en Amerika.
Elke instantie die Israël en Amerika wil confronteren met kritisch-morele waardeoordelen is in zijn ogen een slechte instantie, een oordeel dat serieus genomen dient te worden omdat hij een hoogleraar - en daarmee een wetenschappelijke autoriteit - is.
Het oordeel van Islamitische critici daarentegen wordt schertsend van de hand gewezen. "Dat zijn domme mensen, zonder wetenschappelijke opleiding, cultuurloos en zonder moraal..."
Dat zogenaamd morele oordeel is echter - wanneer je het objectief bekijkt - helemaal niet juist. Islamisten hanteren dezelde morele groepscode als de door Jeremy Rabkin verdedigde goede mensen. Ze voeren gewelddadige acties uit en ze wensen daarbij het morele gezag van een boven hen gestelde autoriteit niet te aanvaarden.

Het is daarom merkwaardig dat een hoogleraar in het internationale recht pleit voor een wereldgemeenschap, waarin geen enkele staat verantwoording hoeft af te leggen aan een boven de partijen geplaatste vorm van toezichthoudend gezag.
Israël en Amerika mogen, zo stelt Rabkin nooit door anderen veroordeeld worden. Staten moeten hun eigen burgers ter verantwoording roepen en zonodig straffen. Recht en politiek kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Soms wegen nationale politieke belangen zwaarder dan het internationale recht.
Vanuit die redenering (nationaal belang staat boven internationaal recht) is het absurd het gedrag van anderen terreur te noemen, en ook de wil om als bevooroordeelde buitenstaander de Irakese leider Saddam Hoessein af te zetten verliest daarmee elke morele grondslag.

Jeremy Rabin wijst het Internationale Strafhof af, omdat hij de mening is toegedaan dat niemand het recht bezit Amerikanen te onderwerpen aan een moreel beoordelingsproces. Amerika is de morele leider en Amerikanen kunnen daarom niet aangeklaagd worden - zij vertegenwoordigen 'de moraal' en daarom zullen zij altijd het onschuldige slachtoffer zijn in een wereld die volgens hem - gedreven door afgunst - de ver boven hen staande goede morele mensen wil vernietigen.
Dat is ideologisch antiwetenschappelijk denken, dat thuishoort in een door gelovigen gecontroleerde ideologische wereld.
Mensen op weten gebaseerd rechtsgevoel bijbrengen wordt niet belangrijk gevonden in een primitief-ideologische wereld. Binnen zo'n wereld wil men zich 'goed' kunnen wanen, zodat er niet meer nagedacht hoeft te worden over lastige morele kwesties.

Jeremy Rabkin is daarom het tegendeel van een wetenschapper. Wetenschap is namelijk nooit conservatief.
Wetenschap is altijd beweging (theoretisch denken is geen theologisch denken) en eist van de beoefenaar een beweeglijke open geest, niet op een klein gebiedje, maar op alle gebieden.
Dat is de reden waarom moderne wetenschap in feite geen wetenschap meer is. We willen de wetenschapper niet meer zien als een vertegenwoordiger van een onafhankelijke groep intellectuelen die universaliteit nastreeft.
Alles wordt in dienst gesteld van een blinde, atomiserende jacht op economisch succes. Spiritueel ingestelde mensen - mensen die geestelijke vrijheid nastreven - mogen alleen werkzaam zijn binnen het individu-dodende kader van conservatieve, rechts-extremistische machtsblokken.
Heel de wereld wordt daarmee conservatief, bekrompen en door en door kleinburgerlijk. 'Links', in de zin van progressief en 'open-minded' bestaat niet in zo'n wereld.

Alles wat niet om- of opkoopbaar is wordt binnen een wereld waarin de moraal 'bezit' geworden is gehaat.
Daarom worden antikapitalisten (mensen die de macht van het kapitaal afwijzen) gemeden en daarom ook worden rechtsinstanties die buiten de machtsinvloed van rijke moralisten worden geplaatst afgewezen.
Wie wetenschappelijk is ingesteld en voorzien van een hart dat de moraal niet wenst te zien als een hoopje kille goudstukken, zal weinig anders kunnen doen dan een dergelijke rechts-extremistische levensvisie met kracht veroordelen.


Toelichtende info

Aanleiding voor plaatsing van dit artikel is het bezoek dat Jan-Peter Balkenende brengt aan Amerika. Daarbij zou hij volgens critici de merkwaardige wet (in de media 'de Haagse invasiewet' genoemd) die een gewelddadige bevrijding van Amerikaanse burgers in andere landen mogelijk maakt - ook wanneer zij volgens internationale normen misdaden hebben begaan - ter discussie moeten stellen...

"De voorstellen van de Verenigde Staten bevatten de volstrekt verwerpelijke boodschap dat sommige mensen boven de wet staan." - Paul Heinbecker, Canadees UN-ambassadeur.

"American exceptionalism is currently in fashion in some circles.... American exceptionalism has been in some cases exceptionally beneficial. But when American exceptionalism has come to mean that the U.S. expects one law for the goose and another for the gander, “when the United States actually uses its exceptional power and wealth to promote a double standard” to quote Harold Koh of Yale, it is not benign.
American exceptionalism with respect to the court became American exemptionalism. Most fundamentally, we disagreed with the U.S. position because we thought it meant that all people were not equal and accountable before the law, a principal we could not accept...

Paul Heinbecker: The US the UN and the International Criminal Court,
Duke University, July, 2005