Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Op Weg Naar Elkaar?
VK-blog van dinsdag 17 november 2009 door Wim Duzijn



Revolutie in Amsterdam

"Wisdom is better than strength. Nevertheless the poor man's wisdom is despised, and his words are not heard. The words of the wise heard in quiet are better than the cry of him who rules among fools. Wisdom is better than weapons of war." Prediker


Reactie n.a.v. een VK-artikel van Siep Stuurman
Zwolle, november 1989.

Het leven is zelden eerlijk.
Voor de een is het 'de hemel' en voor de ander 'de hel'.
Binnen onze mooie vreedzame en o zo burgerlijke samenleving bestaan er scherp afgebakende grenzen tussen de hemel van de een en de hel van de ander.
Hoe burgerlijker een samenleving is, des te scherper is de afbakening van het 'eigen' grondgebied.
Wanneer we het politieke gebeuren in ons land vanuit dat gezichtspunt bekijken dan moeten we constateren dat de Partij van de Arbeid en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (de een socialistisch en de ander liberaal) de meest burgerlijke partijen van ons land zijn, omdat zowel socialisme als liberalisme het universalisme, dat de mens beschouwt als deel van een grote mensenfamilie, ontkennen.

HET IS HET JAAR 1970
Het leven is een bizar sprookje,
vol met dwergen, heksen en gifitige appels

Ik ben Amsterdams ingezetene. Ik ben jong, en ik wil wat. Zo behoor je jong zijn te omschrijven - zeggen ze.
Ik stap uit de tram en loop naar de Dam.
Ik bekijk daar met een mengeling van nieuwsgierigheid en afschuw 'het monument'. Ik haat monumenten die je vast willen pinnen aan een verstard, onveranderbaar wereldbeeld.
Ik kijk ook naar de jongeren, die me volmaakt vreemd zijn, en ik ga verder, op weg naar het Politicologisch Instituut - waar ik als student sta ingeschreven.
Een smal gebouw dat uitkijkt op een smalle gracht. Voor de deur een smalle trap met een zwartgeschilderde ijzeren leuning, waar ik me aan vast moet houden. Ik geloof tenminste dat zoiets de bedoeling ervan zal zijn. Wie zich niet vasthoudt valt onherroepelijk dood...
Boven de deur hangt een spandoek. Het vertelt me dat het gebouw in bezit is genomen door een Boze Heks. De naam van die heks is geheim.
Maar ik ben helderziende, dus ik weet haar naam en haar naam is Vrouw Marx. Meer kan ik er niet over vertellen. Wat maakt het verder ook uit hoe boze toverkollen heten? Ze hebben een rare muts en een bezemsteel, en dan weten we genoeg...

Ik open de haveloze deur en betreed aarzelend een kleine vestibule, die via een openstaande deur verbonden is met een lange gang.
Jongens met grote stapels paperassen in de handen passeren me. Ze zien me niet. Ik geloof dat ik onzichtbaar ben.
Ik heb een afspraak met professor Daudt. Die is de baas van het instituut, maar de marxistische studenten hebben hem afgezet, zodat hij in feite onderbaas is, hetgeen me weinig kan schelen, omdat ik toch onzichtbaar ben.
Een boekenlijst moet samengesteld worden. Ik moet daarvoor de trap op.
Ik voel me klein en zwak. Dat heb ik altijd als ik me begeef in een vijandig milieu.
Ik wil wel iets presteren maar ik mag niks presteren. Dat is het werk van Vrouw Marx. Zij behekst de mensen. Zij wil niet dat de mens wat presteert. Daarom haat ik Vrouw Marx.
O, was ik maar Judie Garland in die prachtige sprookjesfilm 'The Wizzard of Oz'... Dan zou ik die boze heks d'r bezemsteel in brand steken en dan zou ik een emmer water over haar heen werpen, zodat zij totaal en volledig zou ineenschrompelen tot een wolkje niks.
Wraakzuchtig ben ik wel. Maar wel behoorlijk alleen - en nog onzichtbaar ook!.
Judie Garland bezat donkerrode toverschoentjes, die je maar tegen elkaar hoeft te klikken om huiswaarts - 'home sweet home' - te kunnen keren. Die bezit ik helaas niet.

Ik draag zwarte veterschoenen, die sterk afsteken bij de suedeleren sluiperschoentjes van de linkse studenten.
Ik heb eigenlijk een erg ouderwets en degelijk karakter en ik haat slordigheid. Daarom huivert het in mij, omdat het door linkse studenten bezette Instituut een sfeer van totale en allesomvattende slordigheid uitademt.
Vrouw Marx is een erg slonzige dame. Dat is altijd zo met boze heksen. Die wonen weliswaar in een groot paleis, maar dat paleis zit altijd vol met spinnewebben en vieze kruipende beesten en padden en het is er donker en nooit schijnt er de zon.
Mijn zwarte veterschoenen maken een hevig klossend geluid als ik de trap bestijg.
Professor Daudt wacht op mij met zijn boekenlijst.
Ook zoiets engs: 'een lijst' (ik haat lijsten, voor je het weet sta je zelf op een lijst...).
Professor Daudt zou eigenlijk de Goede Fee moeten zijn, zo eentje van wie je rode toverschoentjes krijgt, maar ach, ik ben een onnozele naÔeve hals die in een idealistenwereld eigenlijk niet thuishoort en alles wat ik krijg is een papiertje met een reeks titels er op en daar mag ik het mee doen.
Wie gelooft er in een linkse wereld nu in rode toverschoentjes?
Ik ben een vreemde schuwe jongen in de wereld van Vrouw Marx.
Vrouw Marx houdt niet van schuwe verlegen jongens. Die slaat ze met de bezemsteel haar slordige wereld uit.
Ik kijk zo hier en daar wat rond.
Daudt zit alleen in zijn werkkamer. De studenten verzamelen zich rond een dwerg, die draagt een rode puntmits - tenminste, dat zegt een stem in mijn hoofd - en zijn naam is Lucas van der Land.
Lucas van der Land is lector en ik mag hem niet. Dat komt omdat Lucas van der Land een collaborateur is (en ik haat collaborateurs).
Die studie hier, zo weet ik, in dit gevouw vol enge lijsten en rode puntmutsen, die wordt volledig niks. Ik hoor hier niet thuis. Alles ademt een sfeer uit die mijn werkelijkheid ontkent.
Ik houd van mooie, dikke, in een zilverkleurige kaft gebonden sprookjesboeken, vol met fraaie illustraties, plaatjes van ouderwetse degelijke en betrouwbare professoren die een stemmig grijs pak dragen en een bril met een gouden montuur. Ze mogen best een beetje vaderlijk zijn, dat stelt me op mijn gemak, waardoor de gevoelens van schuwheid en verlegenheid verdwijnen.
De linkse studenten weten niet wat dat is, 'iemand op zijn gemak stellen'. Sprookjesboeken lezen ze niet. Op het woord 'vaderlijk' schijten ze, want ze zijn 'anti-autoritair', en wat het woord 'verlegen' betekent snappen ze helemaal niet. Ze schreeuwen zich op een ruwe, wilde wijze omhoog naar de top.
Ze haten de woorden sfeer, gezelligheid, vertrouwelijkheid, huiselijkheid en romantiek. Ze filosoferen niet met de hamer, zoals de intellectueel Nietzsche dat wilde doen, nee, ze filosoferen met de botte bijl.
Vrouw Marx haat trouwens de filosofie. Het gaat er niet om, zo prevelt zij, de werkelijkheid te interpreteren, nee, het gaat er om de werkelijkheid te veranderen.
Het Marxisme is dan ook geen filosofie of een verwijzing naar een sprookje, maar een 'actieplan'.
Ik ben een stille, eenzelvige jongen en ik haat 'actieplannen'.
Ik draag zwarte veterschoenen en een grijze tweedbroek en een zwart colbertjasje. Dan ben je anders - zeggen ze.
Een van de rebelse studenten heet, zo hoor ik later, Siep Stuurman.
Siep draagt geen zwarte veterschoenen en ook geen zwart colbertjasje. Siep is een 'aktievoerder'. Siep wil de wereld veranderen. En Siep heeft succes.
Siep verandert mijn wereld. Niet in positieve, maar in negatieve zin!

Siep hoort bij de anti-universalisten.
Kenmerk daarvan is dat zij altijd de heks met de bezem verdedigen. Die heks verdedigt het verdeel en heers principe. Wie niet voor mij is is tegen mij.
Het universalisme echter, dat een bezemvrije vorm van sociaal denken propageert, een denken dat afstand doet van een primitieve burgermansmoraal, zonder daarbij te vervallen in een onverschillige houding van liberaal 'laissez faire, laissez aller'-denken, herkent zichzelf alleen in die politieke partijen die 'een partij van het Midden' willen zijn (een begrip dat duizenden jaren geleden al door de gnostici werd gebruikt).
Alleen binnen een op het 'Midden' gerichte partij kan het universalistisch humanistische triniteitbeginsel dat in de prille oudheid al bestond en dat via de christelijke triniteitsleer (vader|moeder, zoon en geest) op een wat misvormde wijze aan ons doorgegeven is zichzelf waarmaken.
Het gaat er binnen dat humanistische denken niet om een algemeen geldende moraal uit te dragen, nee, het gaat er om een zodanige atmosfeer te scheppen dat het sociaal ingestelde mensen (niet iedereen is in staat sociaal te zijn) mogelijk wordt gemaakt de plaats in te nemen die hen toekomt.
Niet kiezen voor macht dus (wie sterk is is 'goed', ook al is binnen die opportunistische wereld ontmenselijking en asociaal gedrag een normaal gegeven), maar voor het principe: wie 'goed' is - in humanistische, immorele zin wel te verstaan - wordt sterk gemaakt. Het tegenovergestelde van de vreemde, deerniswekkend-sadistische leuze dat alles van waarde weerloos is..., beter gezegd: weerloos moet worden gemaakt....

Het humanisme is pessimistisch, in die zin dat het aanvaardt dat niet iedereen een sociale instelling bezit, maar het is aan de andere kant ook optimistisch, omdat het er vanuit gaat dat er net zoveel 'goede' als 'slechte' mensen zijn, dat wil zeggen: tegenover degenen die er domweg op uit zijn anderen kwaad te berokkenen (en die zijn er - daar kan een kleinburgerlijke moraal niets aan veranderen) staan er even zovele anderen die het als hun taak zien andere mensen te helpen, aan te moedigen of bij te staan.
Sommige mensen hebben een behulpzaam karakter. Hun wil tot 'helpen' vloeit niet voort uit 'de moraal', nee, zij is louter en alleen het product van het eigen karakter.
Een primitieve moraal daarentegen (vooral de moraal van politieke messianisten die dwang om willen zetten in maakbaarheidsdenken) wil van iedereen, ook van de grootste boef een 'goed mens' maken en dat is een praktische onmogelijkheid. Het leidt er alleen maar toe dat doodgewone mensenhaters zich gaan verschuilen achter rare, idiote maskers, die elk werkelijk conact met andere mensen onmogelijk maken.

Zowel socialisme als liberalisme hanteren momenteel mensbeelden die vals-moralistisch van aard zijn.
De socialist wil de mens door dwang 'goed' maken. De liberaal gaat er vanuit dat de mens vanzelf wel 'goed' wordt wanneer je hem vrijelijk zijn gang laat gaan. Dwang staat hier tegenover vrijheid, een socialistische maatschappij tegenover een kapitalistische maatschappij.
Natuurlijk heeft geen van beiden het gelijk aan zijn zijde, wanneer je tenminste uit wilt gaan van het universalisme als 'objectieve norm'.
Socialisme en liberalisme verketteren elkaar en overal waar een blinde, irrationele verkettering plaatsvindt heerst niet het 'goede', maar het 'kwade'.
Dat wil dus zeggen dat niet alleen het communisme een 'rijk van het kwaad' is (uitspraak van Ronald Reagan). Nee, het kapitalisme is eveneens een 'rijk van het kwaad' en voor het kapitalisme geldt daarom in gelijke mate de opdracht die moralisten in het westen voortdurend de communisten meegeven: dat er ruimte moet worden gemaakt voor politici met een menselijk gezicht: geen ideologisch vormdenken, maar humanistisch ventdenken.
Waar er grenzen verdwijnen en er wordt gestreefd naar samenwerking, daar zal er gezocht moeten worden naar een nieuw sociaal denken, een denken dat helemaal niet los hoeft te staan van de traditie, een denken dat echter resoluut moet breken met het burgerlijke 'demoniseringsmechanisme', een handelwijze die er op is gericht een kunstmatig goede mens in het leven te roepen, ten koste van anderen.
Binnen een 'rijk van het kwaad' (of het nu socialistisch is of liberaal) is voortdurend de een de dupe van het handelen van anderen. De ondernemer wordt rijk, het milieu wordt verpest. De een krijgt macht en schept voor zichzelf een wereld waarin alles zinvol is, de ander moet als een zwakke, zielige figuur van zijn leven een zinloze kruistocht maken, met als enig doel een volmaakt zinloze dood.
De een zijn dood is de ander zijn brood. Meer valt er niet te zeggen over de burgerlijke 'rijken van het kwaad'.

In de op polarisering gerichte jaren zestig en zeventig wilde radicaal links de wereld veranderen.
Ik arriveerde in het jaar 1969 in Amsterdam en ik heb daar kennisgemaakt met wat politieke machtsdenkers op zo een arrogante wijze 'de revolutie' noemen.
De linkse studenten wilden op een volmaakt verbeeldingsloze wijze de verbeelding aan de macht brengen en vanaf een groot aantal universiteitsgebouwen wapperden derhalve de trotse rode vanen, als een teken van verandering, een teken ook van trotse, onverwoestbare vrijheidsdrang...., voor al diegenen die geloofden in de versleten, ouderwetse oudemannenretoriek van 19e eeuwse denkers die in alle opzichten de gelijken waren van de even ouderwetse rechtse koude oorlogdenkers....

Nu is Siep Stuurman hoogleraar en hij schrijft deftige stukjes in de Volkskrant, de krant die ooit katholiek was, maar dat al jarenlang niet meer is...
Autoritaire figuren omlaag halen en vernederen is niet meer belangrijk voor Siep. Wat wil je, wanneer je jezelf en je linkse, in brons gegoten familie op een groot marmeren, bijzonder autoritair ogend voetstuk hebt geplaatst?
In de Volkskrant van 29 november haalt Siep zijn oude stokpaardje ('de onmogelijkheid van een neutrale waardenvrije wetenschap') weer eens van stal.
Het is een nietszeggende stelling, echt zo een mededeling waarvan je kunt zggen. "Mijn god, wat een clichť,.."
Ik heb niks met clichť's. Ik streef gewoon naar nuchterheid en objectiviteit. Zo is mijn karakter nu eenmaal. Niks geen wilde revolutietroep.
Koelheid, objectiviteit, afstandelijkheid zijn eigenschappen die bij me horen, eigenschappen die er mede de oorzaak van waren dat mijn op die eigenschappen gebouwde ideaalbeeld van de 'ouderwetse professor' in botsing kwam met het moralistische ideaalbeeld van de linkse jaren '70 generatie.
Siep zag in mij geen mogelijkheid. "Kan niet. Bestaat niet". Siep bouwde het beeld op van de 'moderne' linkse jongen. Modern, maar in mijn ogen stokoud. Met zijn rode ouwemannenvlag en zijn vriendjes met kaboutermutsen...
Alles wat ook maar enigszins zou kunnen doen denken aan mijn fantasiebeeld van 'de ouderwetse professor' (de man die nimmer vaandelzwaaier op het een of andere dorpsplein zal zijn) werd op een radicaal-calvinistische wijze aan stukken geslagen.
Ouderwets zijn was uit. Modern zijn was in.
Vrouw Marx lachte in haar vuistje. "Hihihi", giechelde zij vanonder de klep van haar rode muts, "wat ben ik toch een slimme boze heks", en zij wierp vol sadistisch welbehagen een levende pad in een grote zwart-berookte pot vol dampend drab.
Ja echt, de wereld zag er in mijn ogen uiterst haveloos en verveloos uit.
Soms zie je van die mooie zakelijk ingerichte kantoorruimten, waar alles een sfeer van degelijkheid en efficiŽntie uitademt. Zo zag de wereld van de jaren 70 er niet uit. Het Politicologisch Instituut was veranderd in een Vesting van het Kwaad.

Toen ik weer buiten stond was het net alsof er grote slierten stof en spinrag om mij heen dwarrelden. Ik wankelde even en ik staarde omhoog naar de blauwe lucht.
"Haal mij hier vandaan", mompelde ik, ik geloof temminste dat ik zoiets dacht - en zeg nu zelf: als dit een deftige intellectuelenfilm was, met een depressief klinkend stukje klassiek erbij, zou het best wel mooi klinken...
Grote wolken dreven langs de hemel, maar God zweeg en vermoeid zakte ik ineen op de kade.
Ik geloof dat ik mij moeizaam voorwaarts sleepte naar de overkant van de straat, alwaar ik mij tussen wilde op elkaar gestapelde fietsen een plaats om te rusten zocht.
Daar lag ik nu, een arme eenzame strijder in een door linkse trollen en dwergen bezet Amsterdam. Tussen ouwe fietsen zonder achterlicht en zonder voorlicht, want licht aandoen als het donker is was streng verboden in links studentenland!
Wie had mijn mooie, moderne lasergeweer gestolen? Waar waren de robotten die mij de geheime opdrachten kwamen brengen van een buitenaardse, helpende Macht?
Achter een van de ramen op de eerste verdieping staat een kleine wilde jongen. Een beetje meewarig blikt hij op mij neer.
'Zwarte veterschoenen en een zwart colbertjasje', denkt hij, 'wat een sukkel, daar word je heus geen hoogleraar mee in Links Amsterdam!'
Het is Siep Stuurman - een dappere aktievoerder...
Nadenken wil hij niet, de wereld veranderen wel. En omdat ik voor het nadenken ben en tegen elke vorm van verandering die geen verandering is, daarom zit ik op de stoep en is hij dik bevriend met de collaborerende dwerg Lucas van der Land.

Siep beweert in zijn Volkskrantbetoog dat een 'liberaal geschiedbeeld' kan leiden tot een forse blikvernauwing.
In zijn artikeltje hutselt hij een groot aantal begrippen door elkaar om tenslotte te eindigen met een ingewikkelde duistere conclusie die volstrekt inhoudsloos is.
De ernst van 'ouderwetse professoren' had Siep niet nodig. Dat kun je wel merken ook. De belangrijkste fout die Siep maakt is dat hij het verfoeide begrip liberalisme gelijkstelt aan het begrip 'pluriformiteit'.
Wanneer hij daarna concludeert dat liberalisme kan leiden tot blikvernauwing en een ideologische kleuring, die voeren naar een toestand van egoÔsme waarin niemand zich verantwoordelijk voelt voor de ander, dan moet ik toch echt even glimlachen.
Juist de ontkenning van pluriformiteit, de weigering van ideologen om het recht van enkelingen een eigen boodschap uit te dragen te erkennen, leidt tot blikvernauwing en vernietiging van saamhorigheidsgevoel.

Gelukkig is het jaar 1970 verleden tijd geworden, een merkwaardige droom, waarin werkelijkheid en fictie op een rare wijze met elkaar verweven kunnen worden.
De wereld is veranderd en ik draag geen zwarte veterschoenen meer.
Het is alsof er een Goede Fee uit de Hemel is nedergedaald. Zij tikt met haar toverstaf op mijn computer en de woorden verschijnen als vanzelf op het beeldscherm.
Ja, soms lijken er stralen over het scherm te schieten, en dat zijn de flitsende lichtkogels van mijn moderne Laser-geweer.
Ik zit niet langer op de stoep. Ik haat de stoep...
Ik wil ook niet meer ineenzinken op de kille stenen van een Amsterdams trottoir, want ik voel mij een machtig strijder nu.
In mijn broekzak zit een kleine tactische atoombom. Die laat ik straks neervallen op het Politicologisch Instituut van Amsterdam.
Alles wat rest zal een zwarte dampende en rokende krater zijn.
Hoog in de lucht zweef ik, in een nauwsluitend rood-blauw Supermankostuum. O werkelijk, ik zie er bijzonder aantrekkelijk en charmant uit in mijn strakke maillot. Alle Amsterdamse homo's staren mij met geile blikken aan. Je zou me zo kunnen verkopen aan liberalen en Amsterdamse pornobazen...
Voor veel geld natuurlijk! Dat spreekt vanzelf.
Toch ben ik een universalist. Een ernstig mens die de zinloze geweldspiraal van verblinde ideologen wil doorbreken.
Ik ben niet links en ik ben niet rechts. Altijd het Midden. Dat is mijn devies! Ja, ik ben en blijf een nette katholieke jongen!

De linkse studenten moesten van 'het midden' niets, maar dan ook helemaal niets hebben.
D'66 (in die tijd nog een anarchistisch gekleurde partij die iets wilde verdedigen) was in hun ogen een verderfelijk partij, omdat het een partij was zonder ideologie, een partij van technocraten die kleurloos en passieloos door het leven gingen.
D'66 noemde zichzelf 'een redelijk en praktisch alternatief' en als de linkse studenten ergens een hekel aan hadden, dan was het wel aan 'redelijkheid'.
In zijn Volkskrantartikeltje waarschuwt Siep Stuurman tegen de onredelijkheid van een enge, liberale visie, ofwel een 'pluriforme visie'.
Je vraagt je af wat Siep verstaat onder pluriformiteit. Pluriformiteit behelst nu juist dat verschillende visies naast elkaar bestaan, die bevruchtend op elkaar kunnen inwerken.
Neutraliteit is niet statisch, nee, neutraliteit is een dynamische toestand die daar ontstaat waar verschillende visies op elkaar botsen (kunnen botsen - moeten bosten).
Zoals wit licht is opgebouwd uit een veelheid van kleuren, zo is neutraliteit opgebouwd uit een veelheid aan visies.
Neutraliteit is pluriformiteit, dat heeft radicaal links nooit willen inzien, omdat het op een blinde, primitieve en onnadenkende wijze de wereld wilde veranderen.
Pluriformiteit is dan ook geen liberaal principe maar een humanistisch principe, de hoeksteen van een op universalisme en menselijke groei gericht denken.
Pluriformiteit is geen ontkenning van de 'christelijke gewetensdrang'. Integendeel: pluriformiteit stelt zich ten doel een geweten te ontwikkelen bij mensen, ook bij diegenen die zich christelijk noemen, omdat het kenmerk van het conservatieve 'christelijke geweten' nu juist is dat het helemaal geen geweten is, omdat het de mens blinde gehoorzaamheid opdringt.
Het christelijke geweten noemt zichzelf 'de moraal' (catechismus of kerkelijke leer), dat wil zeggen, het is de ontkenning van het persoonlijke geweten.
De humanist wil de mens een persoonlijk geweten bijbrengen, en een van de hulpmiddelen die hem bij de verwezenlijking van dat verlangen ter beschikking staan is nu juist 'de pluriformiteit', die vreemde zijnstoestand, die door Siep Stuurman in een kwaad daglicht wordt geplaatst.

Pluriformiteit erkent de noodzaak van gezag en autoriteit, omdat zij zichzelf in stand moet houden, moet voorkomen dat naar weten verlangende mensen door blinde gelovigen worden weggejaagd.
Liberalisme dat een vorm van verdraagzaamheid predikt die zonder enige vorm van protest akkoord gaat met de eisen van dogmatische fundamentalisten roept een toestand van gezagsloosheid in het leven.
Het socialisme dat de macht wil veroveren en geen rekening wenst te houden met een realiteit die niet in een moreel kader te persen valt, vernietigt eveneens het gezag.
Daarom zal de humanist zich distantiŽren van elke ouderwetse vorm van ideologisch denken.
Wanneer hij een politieke keuze moet maken dan zal hij kiezen voor een Middenpartij.

Het CDA is geen middenpartij. Het CDA is een confessionele partij en binnen een confessionele partij is er geen plaats voor pluralisme (of pluriformiteit).
Een confessionele partij is per definitie een antipluriforme partij, omdat zij de wereld opsplitst in een partij van God en een partij van de Duivel.
Wie bijvoorbeeld 'stront' roept in een CDA-vergadering (de duivel, pervers als ie-is, schijnt verslaafd te zijn aan vieze, onfatsoenlijke woorden) zal nooit Ministerpresident van de natie kunnen worden.
Een echte Middenpartij demoniseert niet. Zij erkent het bestaan van 'het kwaad', maar zij ziet dat kwaad als een menselijk probleem dat op een menselijke wijze moet worden opgelost.
Iedereen is wel eens kwaad. Soms hebben mensen hele gegronde redenen om kwaad te worden en dan is het de taak van de humanist de oorzaken te achterhalen.

Wie de macht van de geloofspartij wil breken die moet tegenover dat geloof een echte Katholieke Middenpartij plaatsen, een anti-Roomse partij waarin socialisten en liberalen naast elkaar bestaan, zonder dat de een zijn wil kan opleggen aan de ander.
Zo'n partij is neutraal, kleurloos en juist daarom dynamisch, omdat niet de macht maar het argument binnen zo'n partij het beleid bepaalt. De vorming van zo'n partij is in principe al mogelijk binnen de bestaande politieke verhoudingen.
Alleen bekrompen egoÔstische partijbelangetjes houden de vorming van zo'n partij tegen.
De kiezer zal er geen bezwaar tegen maken. Hij wil alleen maar bekwame mensen in het staatsbestuur zien, positief-autoritaire mensen die te vertrouwen zijn.
Wanneer hij het gevoel heeft dat hij politici kan vertrouwen dan zal 'de op zinloos ouwehoeren gerichte inspraak' (het stokpaardje van activistisch links) hem verder een zorg zijn.

De gewone kiezer is vaak verstandiger dan de partijgebonden politicus.
De gewone kiezer kijkt naar Veronica en RTL en juist daardoor heeft hij het mogelijk gemaakt dat er tegenwoordig films op de beeldbuis verschijnen die jarenlang niet vertoond konden worden - erotische films, waarin mannen en vrouwen in alle onschuld hun naaktheid tonen, zonder dat het exhibitionisme gepaard hoeft te gaan met vreemde buitenissige kunstenaarsfantasieŽn.
Want dat was het kenmerk van de moderne intellectueel: die accepteerde naakt alleen maar wanneer dat naakt werd geplaatst in een 'raadselachtig artistiek kader', want als iets 'kunst' is, dan is het niet volks en ordinair...
Een naakte man moet daarom geheimzinnige, plechtige literaire teksten prevelen, liefst begeleid door een stel vreemd uitgedoste muzikanten die op trommels slaan en wild op een viool tekeer gaan, zodat je trommelvliezen aan flarden worden gescheurd.

Ik heb een populair-wetenschappelijk boekwerkje in mijn boekenkast staan, getiteld: 'Mšnner und Piss-Sex, ein Sachbuch van COQ-International'.
'Das totale Handbuch' staat er op het omslag, naast een foto van drie jongens die elkaar 'beplassen': Piss-Erlebnisse, Piss-Auskunfte, Piss-Stories, Piss-Fotos, Piss-Kult...
Zakelijker en informatiever kan het niet.
Toch wordt zo'n boek niet besproken door een linkse krant die het geven van zakelijke informatie op een zo breed mogelijk terrein van het menselijke leven centraal stelt.
Waarom niet? Plasseks is niet wreed, niet gemeen, niet boosaardig, integendeel, het is warm en nat en plezierig en je kunt er een hoop lol aan beleven, juist omdat er een sfeer van volstrekte gelijkwaardigheid kan worden gecreŽerd.
En toch hoef je zo een onschuldig boekje maar te tonen en alle schijnheilige eenheidszin verdwijnt als bij toverslag - alsof een boze kol met een mandje vol giftige appelen de ronde heeft gedaan.
Eng, roepen ze dan, iets voor vieze pisnichten, bah, trek snel je zwarte kousen aan...

Wilhem Reich died on 3 November 1957. He was found at 7 a.m. in his bed, fully clothed but for his shoes. The prison doctor said he had died during the night of "myocardial insufficiency with sudden heart failure". He was buried in a vault at Orgonon that he had asked his caretaker to dig in 1955. He had left instructions that there was to be no religious ceremony, but that a record should be played of Schubert's "Ave Maria" sung by Marian Anderson...

Het socialisme heeft nooit serieus aandacht besteed aan de onschuldig makende sexuele genoegens van de mens. Je mag wel schelden en schreeuwen en de ouwe adel naar het schavot dragen, maar gewoon in je broek pissen, nou ja, dat is vies hoor - dat doen wij socialisten niet. Zijn we te netjes voor!
In de landen waar het socialisme het voor het zeggen had in de jaren 70 was 'immorele sex' (sex die niet de dierlijke voortplanting diende) domweg verboden.
Het communisme was nog Roomser dan de Paus. Homosexualiteit was niet verboden, nee, homosexualiteit bestond helemaal niet in een communistisch land!
In het door linkse jongeren bewonderde Cuba zaten homosexuelen in het kamp, hoewel Harry Mulisch - een felle verdediger van Fidel Castro - op een volstrekt wereldvreemde wijze met het als decadent beschouwde werk van de zich 'marxist' noemende chaoticus Wilhelm Reich liep te zwaaien, een verwijzing naar het grenzenloze denken van 'de sexuele revolutie', die er onder meer toe leidde dat pedoseksualiteit (aanmoeding van seksuele gevoelens en verlangens in kinderen) heel gewoon werd gevonden in die tijd...
Allemaal erg antiburgerlijk natuurlijk en je zou denken dat we nu allemaal seksueel bevrijd zijn, maar het was volstrekt eenzijdig en voor vrouwvriendelijke romantiek en puberale vormen van verliefheid werd er binnen die zogenaamd vrije wereld geen plaats ingeruimd.
In de neoliberale jaren 80 werd trouwens de hele sexuele revolutie zonder enig pardon bij het grof vuil gezet...

Boerenbedrog dus. En wat koop je voor doodgewone nep?
"Mach' einen Geilrit auf der gelben Welle!", roept Victor Grell, de auteur van het simpele, niet aan enge ideologen gebonden 'Pies-boek', een boek dat fier staat te pronken in mijn boekenkast, omdat het ogenschijnlijk vieze woordje 'Pies' verwijst naar het astrologische element Water - en wie verstand heeft van astrologie, die weet dat het element water 'universalisme' symboliseert..., een ander woord voor katholiek, een begrip dat door Wilhelm Reich - die het orthodoxe jodendom omschreef als 'een donkere kerker' - positief werd beoordeeld; een feit waar zelden op gewezen wordt...

De onwil mee te werken aan de opbouw van een werkelijk pluriforme of katholieke samenleving houdt de macht van het negatieve conservatisme in stand.
Sociale vernieuwing ontstaat alleen daar waar mensen bereid zijn sociaal te denken. 'Mentaliteitsverandering' heette dat in de jaren zestig.
Je daar op richten, zie ik als de taak van diegenen die voor sociale vernieuwing pleiten.
Geld kost dat niet. 'The Best Things In Life Are Free', zo luidt de tekst van een Amerikaans liedje.
Laten we daarom alle holle politieke frasen vergeten en ons werpen op dat lied. Een anti-kapitalistisch lied. Een anti-burgerlijk lied. En ook een anti-pornobazenlied. Gewoon een lied dat door iedereen gezongen mag worden.
Op die manier herstellen we de romantiek, en dat is hard nodig, want we hebben de gratis zaken die belangrijk zijn afgeschaft, zodat we duur geld moeten neerleggen voor zaken die volmaakt onbeduidend en betekenisloos zijn.
Geen valse romantiek natuurlijk, van mensen die hun bek niet open wensen te doen, nee, de romantiek van mensen die zich niet laten overbluffen door gekken met een grote bek, rotzakken die alleen maar 'romantisch' willen zijn wanneer ze er rijk en beroemd mee kunnen worden in een wereld waaruit alles wat eerlijk en sociaal wil zijn weggeslagen wordt...

Via het toelaten van een tegengeluid kunnen we op weg gaan naar een plaats waar een mens in staat is een ander te ontmoeten.
Dat zou je, wanneer je met alle geweld wilt spreken over een revolutie, werkelijk nieuw kunnen noemen. Nieuw, omdat we eindelijk een samenleving kunnen opbouwen waarin het katholieke begrip 'plurifomiteit' - jezelf niet opsluiten in vals-morele, gewetenloze machtsblokken - werkelijk betekenis heeft.

Wim Duzijn, 1 december 1989,
Reactie n.a.v. een VK-artikel van Siep Stuurman.


Reacties

fred van der wal 17-11-2009 15:13
INTERESSANTE STORY GOED VERWOORD EINDELIJK IETS TASTBAARS EN REALISTISCH WERELDBEELD

Wim Duzijn 17-11-2009 23:41
REALISME is een tamelijk ongrijpbaar woord FRED.
Soms moet je er dicht boven op gaan zitten, soms moet je afstand innemen (naar een hoger abstractieniveau gaan). Met dat laatste heb jij soms moeite, hoewel je zonder enig probleem de werkelijkheid bij tijden verweeft met hard ogende fictie, waardoor die werkelijkheid voor anderen ontoegankelijk wordt...


Ter verduidelijking:
Vkblog-info over mijzelf:

Je zou mij een anarchistische vertegenwoordiger van het Midden kunnen noemen, iemand die het gelijkheidsdenken van het anarchisme koppelt aan het autoriteitsdenken van het Midden - waarbij autoriteitsdenken niet gezien wordt als kiezen voor opschepperij (astrologisch: Leeuw) en macht, dwang & jaloezie (Schorpioen), maar als een keuze voor het triniteitsdenken (Maan=Moeder, Saturnus=Vader & Jupiter= de verdraagzame bruggenbouwer), autoriteitsdenken dat niets te maken heeft met de christelijke drie-eenheidsgedachte, die weinig meer is dan een in heilige vormen gegoten pervertering of verkrachting van de waarheid - die op een welhaast evident te noemen wijze bij de astrologie ligt en niet bij de Perzisch-Rooms-Ezraistische priestercultuur die het beeldende, anarchistische symbooldenken ondergeschikt heeft gemaakt aan een verabsoluteerde (lees: heilig gemaakte) waarheid.