Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Astrologie en Pessimistisch Eenlingschap
VK-blog van maandag 22 juni 2009 door Wim Duzijn



Astrologie is een pessimistische wetenschap, hetgeen niks anders wil zeggen dan wat de uitdrukking wil zeggen: willen weten zonder dat daar de noodzaak van een positieve uitkomst aan wordt verbonden, een morele eis die vrijwel altijd wordt gekoppeld aan al die vormen van menswetenschap die 'officieel' worden genoemd, een woord dat impliceert dat alle uitkomsten die positief dreigen uit te vallen voor de niet-officiëlen (al diegenen die worden beschouwd als 'a- of immorele 'ondermensen') dienen te worden onderdrukt.

Wetenschap tot bezit verklaren van een heersende klasse is gevaarlijk.
Wetenschap - met name menswetenschap - en staat horen niet bij elkaar. Net zoals er een scheiding behoort te bestaan tussen religie en staat, zo hoort er een scheiding te worden aangebracht tussen menswetenschap en staat.
Bètawetenschap kan - mits goed gecocntroleerd - een staatsbedrijf zijn. Bètawetenschap is namelijk (vanuit spiritueel oogpunt bezien) geen echte wetenschap, maar weinig meer dan het bedrijven van kunstjes door mensen die geestelijk dood of inactief kunnen zijn.
Dat is een werkelijkheid die echt bestaat. Je kunt volmaakt imbeciel en geestelijk gestoord zijn en toch een geniale technische constructie ontwerpen.
Maar omdat kunstjesmakers vaak ijdele lieden zijn die het niet uit kunnen staan dat hun domme bezigheden 'dom' zijn, daarom richten ze allerlei praat- en werkgroepjes in het leven, waarop zij het etiket 'cultureel' plakken, waarmee ze aan willen geven dat ze meer zijn dan de gemiddelde putjesschepper, die ook kunstjes heeft aangeleerd en daar zijn brood mee verdient.

Waarom mensen niet toe willen geven dat ze weinig meer doen dan aangeleerde kunstjes ten uitvoer brengen op het grote kitscherige podium dat 'maatschappelijk leven' wordt genoemd is mij een raadsel.
Ik hou niet van aangeleerd gedrag. Ik ben anarchist geworden omdat ik een nuchter en eigenzinnig karakter heb, dat naar onafhankelijkheid verlangt. Als student weigerde ik marxist te zijn, omdat marxisme van mensen eiste dat ze de eigen persoonlijkheid ondergeschikt maakten aan het 'linkse kunstje'.
Harry Mulisch (‘ik schrijf geen romans meer’) en zijn ijdele Amsterdamse stratenmakersopzee-aanhang (deftige dames die scheten laten, omdat scheten laten een links kunstje is - een soort initiatierite zou je kunnen stellen...) waren allemaal marxist, vaak helemaal niet uit overtuiging, maar omdat marxisme nu eenmaal de mode was (geestloos gedoe dus).
De paus van Rome was in die jaren de grote Satan, vooral ook omdat de paus in die tijd weigerde de zionistische staat Israël te erkennen, hetgeen hem door links, dat in die jaren nog zionistischer was dan de zionistische paus (Joop den Uyl was een fanatieke Israëlverdediger) zeer kwalijk werd genomen, hetgeen betekende dat elke vorm van samenwerking met de Katholieke Volkspartij werd afgewezen.
Protestant zijn was toegestaan. Protestanten werden gezien als echte joodse christenen. Katholieken niet, dat waren rechtse antisemieten, die bestreden dienden te worden door zich 'antipapist' noemende linkse luitjes in de randstad - die vreemde plek waar alles wat niet deugt in dit land in elkaar wordt geflanst in duistere werkplaatsen, waar niemand echt het fijne van afweet..
Bijzonder kinderachtig natuurlijk, omdat de katholieken in die jaren veel progressiever waren dan in deze tijd, waarin ex-marxisten paus Johannes-Paulus de 2e - een conservatieve man die Israel heeft erkend - 'een eminente denker’ noemen, hetgeen je rustig een merkwaardige omschrijving mag noemen, omdat de man weliswaar niet dom was, maar de absolute tegenpool van 'de denker', een begrip dat je op iedereen van toepassing kunt verklaren, behalve op conservatieve mensen die via hun geloofsdogma's niet in staat zijn door te denken tot aan de wortels van het bestaan, hetgeen toch algemeen wordt gezien als het kenmerk van ‘de filosofische levenshouding’, die juist daarom - vanwege het overschrijden van grenzen die binnen een kleinburgerlijke wereld als juist en passend worden ervaren - door de officiële wetenschap wordt afgewezen.

Officiële wetenschap kent geen filosofen, omdat officiële wetenschap van medewerkers eist dat ze hele simpele waarheden vertalen in ellenlange onbegrijpelijke betogen, die alleen maar de bedoeling hebben de gewone man ervan te overtuigen dat hij met zijn simpele gewone mensen woorden weinig meer is dan een achteloos op straat gedeponeerde hondendrol.
Dat constateren noemt men pessimisme - mogelijk zelfs cynisme - en wie het door mij geschetste sombermansbeeld goed bekijkt die ziet onmiddellijk in dat deze kritische vorm van pessimisme weinig te maken heeft met het zwaarmoedige gezever van zeurpieten die zich 'kunstenaar' noemen - luitjes die altijd en eeuwig aan de drank zijn verslaafd en die zich uiteindelijk, wanneer ze zich half dood gezopen hebben, op een droefgeestige wijze van kant maken, waarna het hele volkje van rechtse en linkse stratenmakers zichzelf vol optimisme in beweging zet, teneinde op gewild droefgeestige wijze (niks heerlijkers dan doen alsof je een lijdend wezen bent) het volk duidelijk te maken dat men zichzelf verbonden voelt met deze 'lijdende verdoemde'…
Ordinair boerenbedrog dus, omdat de drankzuchtige tobber binnen het geheel van de culturele stratenmakersopzeeshow altijd de zondebok is, een soort bliksemafleider, die het culturele grauw dient te beschermen tegen al die hinderlijke vurige vonken die bij tijden uit Gods hoge hemel op de mensheid nederdalen.
Waarmee ik duidelijk wil maken dat kritisch, op relativering gericht pessimisme nooit bijzonder op prijs wordt gesteld door stratenmakers, hoeveel aan stukken geknipte autobanden ze zich ook voor de knieën gebonden hebben.., zodat mensen die met alle geweld op culturele wijze scheten willen laten maar beter dit kleine pessimistische verhaal niet kunnen lezen.

Ik ben een pessimist van nature. Ben altijd een eenzelvige zonderling geweest in een wereld die zich op zinloze wijze druk zit te maken over niks.
Op een dag – dat herinner ik me nog heel goed - werd ik door mijn moeder, die een zeer ijverige en rumoerige vrouw was die nooit eens de mond kon houden als er stilte in het leven nodig was, een bus ingeduwd vol schreeuwende en handtastelijke roomse kinderen: leden van het zangkoor.
Er was een jongen ziek geworden en daarom mocht ik gratis mee. Huilen dus, want ik haatte rooms-katholieke zingende kinderen, vooral wanneer ze ook nog ‘misdienaar’ waren – en dat kwam verschrikkelijk vaak voor, en ik ging dus nooit naar missen waarin gezongen werd - maar die rebelse kinderdaad van me bleek volmaakt zinloos te zijn - moeders wil was immers wet – zodat ik me uiteindelijk geduldig schikte in mijn lot, stilletjes lijdend temidden van rumoerige roomse misdienaars die in plaats van een onbegrijpelijk heilig lied (latijns was mode in die jaren), het ordinaire, door mij als kind al als volstrekt clichématig en ranzig ervaren 'potje met vet' ten gehore brachten.
De dagtocht, die mij dwong deel uit te maken van aan zingen verslaafd grauw, werd besloten met een verloting.
Hoofdprijs was een grote voetbal, een echte leren bal, die iedereen graag wilde winnen, hetgeen onmogelijk werd gemaakt door wat ik achteraf ervoer als het ingrijpen van God hoogstpersoonlijk, een wonderbaarlijke daad die ertoe leidde dat mij - de uitzondering, de hater van het vrolijke lied - het winnende lot in handen werd gegeven, zodat ik na aankomst in Zwolle triomfantelijk het schreeuwende gezelschap verliet met in mijn armen de grote dure leren voetbal die zij wilden winnen…

Een zwaar pessimistische rebel dus, als kind al, omdat de bal het symbool was van de terreur van de eeuwig zingende massa, waar ik als voetbalhater op neer blikte, zodat het winnen van hun grote kostbare bal mij met intense trots vervulde.
Ik had als rustige zwijgzame eenling de massa verslagen, hen het idool ontnomen en hen duidelijk gemaakt dat je helemaal geen lid hoeft te zijn van een rooms kinderkoor wanneer je de hoofdprijs in het leven wilt winnen.

En zo zit ik nog altijd in elkaar. Alles wat op een antipessimistische wijze religieus is kan voor mijn part naar de hel lopen, niet omdat ik atheïst ben, want waarom zou ik als anarchist niet een vriend mogen zijn van God?, maar omdat ik een pessimist ben, en een pessimist is iemand die God niet zoekt bij de potjes met vet verkopende massa, maar bij alles wat hem in contact kan brengen met een wereld die pessimistisch is. Zo simpel is dat.
Het feit dat pessimisme niet in tel is, bewijst dat we in een massasamenleving leven, een wereld waarin massamensen altijd het kwaad neerleggen bij als gevaarlijk beschouwde eenlingen, mensen die juist helemaal niet gevaarlijk zijn, omdat een eenling altijd de vijand is van bedillerige bemoeizicht en geestelijke terreur, zaken die nu juist het grote kwaad vertegenwoordigen in een optimistische, anti-anarchistische samenleving.

Waarmee ik terechtkom bij het begin van dit betoog, namelijk de stelling dat astrologie een eenlingenwetenschap is die de ontkenning is van kleinburgerlijk optimisme, zodat een astrologische benadering van de werkelijkheid een mens kan doen inzien dat het stellen van positieve daden in een wereld die niet positief is vaak tot gevolg heeft dat je de negatieve ander (die je in jezelf in feite nooit hebt overwonnen) sterker maakt, juist omdat je als enkeling deel uitmaakt van een groter kosmisch geheel waarin zoiets bestaat als de wet van behoud van energie, een wetmatigheid die heel duidelijk zichtbaar wordt in Israël waar momenteel (dit artikel is geschreven in het jaar 2005) Ariel Sharon, die altijd de grote vriend van ultra-rechts was, zichzelf op een sciencefictionachtige wijze heeft getransformeerd in Benjamin Netanyahu, die het als rechtse man nu als zijn taak ziet de rechtse wereld die door Sharon werd afgewezen opnieuw op te bouwen (denk aan 'de wet van behoud'), waardoor de vijanden van ultrarechts (inclusief Sharon) worden gereduceerd tot 'zonderlinge pessimisten' die de goede optimistische joodse jongens hun mooie voetbal af willen pakken - een vreemde situatie waar ik als raspessimist, die ooit als kind een stel roomse zangers hun hoofdprijs heeft afgenomen, met een mengeling van verbazing en sympathie naar zit te kijken..

Toelichtende info:
'Eind 2005 stapte Ariel Sharon uit de Likoed-partij - een partij die volgens hem te extreemrechts was - en richtte hij Kadima (Hebreeuws voor Voorwaarts€) op.
Netanyahu nam het leiderschap van de Likoedpartij over in december van het jaar 2005 en maakte daarmee van Sharon een pessimistische rebel, iemand die niet langer in de absolute goedheid van de Likoedniks geloofde.
Veel plezier heeft de pessimist Sharon niet beleefd aan zijn beslissing...

Op 17 december 2005 kreeg Sharon een lichte beroerte, en werd hij voor korte tijd opgenomen. Nog geen maand later, op 4 januari 2006, werd hij nogmaals opgenomen in het Hadassah-ziekenhuis in Jeruzalem, ditmaal met een ernstige hersenbloeding.
Twee dagen later, op 6 januari, kreeg Sharon opnieuw een hersenbloeding en werd hij geopereerd. Sharon onderging een nieuwe operatie op 15 januari, waarbij hij een tracheotomie onderging. Sindsdien is hij niet meer bij kennis geweest, maar hij werd wel in leven gehouden.
Ehud Olmert nam zijn taken sinds 4 januari waar.
Op 11 april 2006 werd door de Israëlische regering officieel besloten dat het premierschap van Sharon eindigde. Hij werd permanent ongeschikt verklaard om zijn ambt uit te oefenen... (Wikipedia info)


Reacties

Jos_in_Hangzhou 22-06-2009 16:15
Astrologie is niets anders dan prietpraat, slechte astonomie.
En dan ook nog denigrerend en neerbuigend over de massa (het 'grauw') schrijven. Ik zou me schamen!

Wim Duzijn 22-06-2009 17:22
Humorloze luitjes die vol poeha iets veroordelen waar ze helemaal niks van af weten vertegenwoordigen precies dat deprimerende, alles en iedereen gelijkschakelende, vals-moralistische grauw dat ik verafschuw.
Iemand die niet grauw wil zijn verheerlijkt in feite alles wat zonnig, fleurig, liefdevol en hartverwarmend is. Als het koud is ga je niet voetballen maar bij de kachel zitten. Dat is de boodschap van de anti-grauw-mens. Wees blij dat er nog zulke mensen bestaan...

Wim Duzijn 23-06-2009 12:40
Schelden en vals moraliseren is een gecombineerde eigenschap die zich wetenschapper noemende psychologen, psychiaters en andere wetenschappelijke kwakzalvers niet kunnen verklaren - laat staan begrijpen en/of aanvoelen.
Er wordt wat aangeklungeld met een reeks verzinsels die 'wetenschappelijke hypothesen' worden genoemd, maar dat is dan ook alles.
Niemand durft die verzinsels verzinsels te noemen uit angst voor 'de chaos'. "Wat moeten we doen als duidelijk wordt dat onze elite een schijn-elite is?"
Astronomen bemoeien zich niet met die vreemde sadistische alfa-wereld die ze als zogenaamde 'beta-mensen' aan hun borst koesteren.
Ze hebben zich verschanst in een schijnwereld waarin alles 'MEETBAAR' moet zijn, want dat is hun toverwoord. Is iets MEETBAAR dan is het wetenschap.
Als iemand dirftig een ander op vals-moralistische wijze vermoordt kijkt hij er een beetje wezenloos naar. "Die drift is niet meetbaar, dus die bestaat niet", mompelt hij.
En de moralisten van de hele wereld grijnzen wellustig.
"Lang leve de wetenschappers die het morele sadisme dienen", roepen ze. Met astrologen die het in een goede jas gestoken morele kwaad gewoon 'aanwijsbaar kwaad' noemen willen ze niks te maken hebben...

Verschil tussen astronomie en astrologie is de keuze voor het formaat van het menselijke denkraam.
De astronoom kiest voor een klein denkraampje dat de wereld van de geest - vaak met behulp van de meest ingewikkelde quasi-wetenschappelijke fomules - verkleint tot het formaat van een fruitvliegje.
De astroloog kiest - vaak op een simpele wijze - voor het grote denkraam, dat zowel positieve als uiterst negatieve wonderen ziet.

Over de Deftige Dame & De Straat, een serie waar ik als pessimistische anti-grauw man altijd met veel plezier naar heb gekeken:
Van oktober 1972 t/m december 1974 zond de VARA de kinderserie De Stratemakeropzeeshow uit, een serie vol vreemde types, vieze woorden en onvolwassen rebellie.
Aart Staartjes, die het programma ontwikkelde, speelde de Straat, Wieteke van Dort was de Deftige Dame, die altijd windjes liet, en Joost Prinsen was Erik Engerd, die iedereen vergeefs probeerde te laten schrikken. Doordat er veel poep en pies in voorkwam, viel de serie erg in de smaak bij kinderen - en natuurlijk ook bij die mensensoort, waarvan men zegt dat ze hun kinderlijke onbevangenheid niet verloren hebben...