Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Politicus Zonder Partij
over anarchisme en aristocratisch machtsverlangen
VK-blog van 12 februari 2011 door Wim Duzijn


In religieuze kringen wordt anarchistisch bevrijdingsdenken (vertegenwoordigd door de gnosis) veelal gezien als een puberale misvatting, geen bijzonder intelligente opvatting naar mijn mening, maar wel een begrijpelijk standpunt.
Anarchisme is namelijk de vijand van het monothe´sme en daarmee de ontkenning van al die vormen van religieus en ideologisch denken die de ene mens op grond van irrationele argumenten boven de andere mens plaatst.
Anarchisme kortom is anti-dictatoriaal (niet hetzelfde als anti-autoritair) verlichtingsdenken en hoort als zodanig thuis in een wereld die zichzelf 'democratisch' noemt.
Niet het zogenaamde verlichtingsdenken van socialistische en liberale machtsdenkers, dat alleen diegene 'verlicht' noemt die voor de machtige 'partij' of 'de machtige eigen groep' kiest, maar het op bevrijding gerichte denken van de mens die elk individu (dus ook het machteloze individu) belangrijk vind, zodat hij weigert het recht van de een de ander de onderdrukken (een recht dat ingebakken zit in elke vorm van kleinburgerlijk denken) te erkennen.
Anarchistische democratie is niet in de eerste plaats kijken naar het welzijn van de meerderheid, maar vooral kijken naar de wijze waarop mensen die macht bezitten machteloze minderheden (niet hetzelfde als machtige minderheden) en buitenstaanders behandelen, met het doel te voorkomen dat meerderheden (ook zich moreel noemende meerderheden) een gebruikscultuur in het leven roepen.

Er zijn maar weinig mensen die het begrip 'individuele vrijheid' echt werkelijk serieus durven te nemen. Altijd dringen naar geld en macht verlangende potentaten en morele dictators zich naar voren met de eis dat een mens eerst een knieval moet maken voor de partij, voor God en voor het kapitaal, voordat hij mag spreken.
Een partijloze enkeling die weigert mee te doen met het spel van leugen en bedrog dat vals-moralistische dwingelanden vaak op een ronduit sadistische wijze 'democratie' noemen kan op weinig meer rekenen dan afkeer en uitstoting.

Politicus Zonder Partij ander woord voor anarchist

Dat de afkeer van anarchisme niets anders is dan de afkeer van het partijloze denken dat de literaire beweging FORUM in de jaren dertig van de vorige eeuw voor ogen stond, wordt in zich cultureel noemende wereld door weinig mensen ingezien.
Ter Braak met zijn op de gewone, vitale ander gerichte intellectualisme is trouwens uit. Intellectuelen zijn partijdige schijnintellectuelen geworden en zij zoeken op een 'volwassen' wijze alleen zichzelf - beter gezegd, dat deel van zichzelf dat bereid is aan de kant van 'de goede meerderheid' te gaan staan...


Wikipedia info: Forum werd opgericht door de Nederlandse auteurs Menno ter Braak en E. du Perron en de Vlaamse schrijver Maurice Roelants. Met hun personalistisch standpunt keerden zij zich tegen het heersende ingeslapen estheticisme, tegen het 'verliteratureluren' van met name de poŰzie van die tijd. In plaats daarvan wilden zij vooral de 'persoonlijkheid' van de schrijver terugzien, weten waarvoor deze stond en wat hem of haar dreef.
Het blad propageerde essay en polemiek (dat wil zeggen het met argumenten bestrijden van tegenstanders) en ging maatschappelijke debatten niet uit de weg...


In de jaren dertig publiceerde Menno ter Braak het boek 'Politicus zonder partij'.
In dat boek verzet hij zich (vaak - en behoorlijk paradoxaal - op een nogal hoogdravende wijze) tegen opschepperij, vals pretentieus gedrag en het overwaarderen van 'de zucht naar geestelijke en culturele beschaving'.
Tegenover de door hem geconstateerde 'culturele en politieke onoprechtheid' plaatst hij simpelheid, kinderlijke eenvoud en humor, zaken die er toe moeten leiden dat binnen een verstarde, ontvitaliseerde maatschappij een nieuw levens-elan kan opbloeien.

Waar 'gewoonheid' en 'humor' de toon aangeven, daar zullen rancuneuze dwaalleren geen kansen krijgen zichzelf te ontplooien.
De wezenskenmerken van een fascistische heilsleer zijn namelijk een verstikkende humorloosheid en het onvermogen het eigen gedrag op een kinderlijk-spontane wijze te relativeren.

Het fascisme is de ontkenning van de dichter in de mens en het is een bekend feit dat juist de dichter voor spontaniteit, kinderlijkheid en gevoel staat.
Een dichter is geen intellectueel, en wanneer hij dat wel wil zijn, wanneer hij van zijn gedichten pompeuze, kleinburgerlijke frasen wil maken, die ingepast kunnen worden in de door conventies ingeperkte levensruimte van de kleinburger, dan mag je hem geen dichter meer noemen.
Het fascisme kent geen spontane gevoelens. De fascist is altijd een een moralist. Het leven is voor hem een film: je hebt niet te maken met echte mensen, maar met acteurs.
De moralist is de regisseur die tegen de mensen zegt: 'Zo' moeten jullie voelen, en daarmee maakt hij zichzelf tot een vertegenwoordiger van wat religieus ingestelde mensen de 'duisternis' noemen, een wereld waarin de band met alles wat kinderlijk is in de mens verbroken is.
Je zou kunnen stellen dat een moralist binnen een gnostisch-mystiek scenario de geestelijke dood (de verdrijving uit het paradijs) vertegenwoordigt, terwijl de dichter of de gevoelsmens het Leven symboliseert.

De dichter vernietigt de door kleinburgers vastgestelde grenzen, omdat zijn gevoelens te groot zijn voor enge, beperkende burgerlijke kaders.
De fascist vernietigt soms ook een aantal burgerlijke vormen, maar hij vervangt de oude vormen en gedachten door een nieuwe, alleenzaligmakende vorm, waarin alleen zijn gedachten belangrijk zijn.
"Een (burgerlijke) beeldenstorm", merkt Ter Braak in zijn boek 'Het carnaval der burgers' op, "geldt altijd de beelden der anderen..." De eigen beelden worden als onaantastbare grootheden gehandhaafd!
Ter Braak pleit daarom voor een geesteshouding, die zijn oorsprong dient te vinden in de kinderlijke rebellie van de puberteit.

Volwassen, aangepast gedrag dat haaks staat op de kinderlijke gedragswijze en er vaak een ontkenning van is, alsof de een of andere godenhand op wrede wijze een breuk bewerkstelligd heeft, is in zijn ogen een vloek voor een maatschappij die menselijk wil zijn, een maatschappij waarin geen plaats is voor enige vorm van dictatuur, een open samenleving, waarin de 'elite' niet vervreemd is geraakt van de levenswil van de puber.
Ter Braak merkt op dat er een diepe kloof gaapt tussen diegenen, die zich vertegenwoordigers noemen van 'de culturele elite' en de vitale, levenslustige, niet aan vormen gebonden jongere.
Het onvermogen van de elite in contact te treden met de ongepolijste, vitale krachten en emoties van de rebellerende puber, ziet hij als een bedreiging voor de cultuur.
Een 'ontvitaliseerde' kultuur verliest zijn grenzenstellende, beschavende functie.
Zij heeft geen greep op het vitale geweld van de jongere, zodat zij zichzelf verzwakt en derhalve noodzakelijkerwijs te gronde gaat aan uitputting en geestelijke inteelt.

Het klinkt allemaal wondermooi, maar wat Ter Braak niet besefte was dat hij zijn oproep 'kinderlijk' te worden - kiezen voor de spelende mens (de homo ludens) - uitte op een manier die je het tegendeel van kinderlijke spontaniteit zou kunnen noemen.
Zijn taalgebruik is bij tijden zo elitair ('muf' zou ik bijna willen zeggen) dat je bij jezelf denkt: Wie heeft dit geschreven, het kind in jezelf, of een rare ouwe lul, die alleen maar schrijft voor een zielloze elite?
Want dat zie je vaak gebeuren in literaire kringen die zichzelf gewichtig en belangrijk willen maken. Honderden pagina's worden volgeschreven over de noodzaak dwars en opstandig en rebels te zijn, maar als er dan een puberaal persoontje hun wereld binnen stapt en met omhooggestoken middelvinger "Ik vind jullie poep" roept, dan staren ze vol afschuw de vreemde binnendringer aan, en dan slaan ze hem met hun literaire essays op zeer onkinderlijke wijze hun literartuurwinkeltje uit.
Wat dat betreft zou je Menno ter Braak een 'eenooog in het land der blinden' kunnen noemen.
Die terminologie heb ik ontleend aan het werk van Willem Frederik Hermans die een soort haat-liefde-verhouding met Ter Braak onderhield.
Best wel merkwaardig, want Hermans bracht in zijn polemische werk (denk aan Mandarijnen op Zwavelzuur) bij tijden 'de puber' in zichzelf naar boven, precies datgene dus wat Forum ook na wilde streven.
'Serieuze' (d.w.z. verliteratuurde) persoontjes ergerden zich daar aan, dat er kinderachtige grappen werden gemaakt. Die werden als antiliterair beschouwd.
Het probleem met al die schrijvende mensen is dat ze - wat ze ook beweren - steeds de slaaf zijn en blijven van 'de vorm'.
Ter Braak wilde weliswaar 'de puber' toelaten in zijn schrijverswereld, maar tegelijkertijd wilde hij een literair blad maken dat een zekere 'aristocratische uitstraling' diende te hebben, een blad, waarin alleen de beste schrijvers zouden worden toegelaten, een houding waarmee je nu juist de puber van jezelf vervreemdt.

Wie in de jaren derig wel de puber in de mens wist te bereiken was de partijpoliticus Adolf Hitler, een man die als nationalist voor aristocratie koos (liefde voor grote persoonlijkheden binnen de wereld van de Duitse cultuur), maar die het gewone volk aan zich wilde binden met behulp van een partij-organisatie die doelbewust socialistisch-populistische trekjes vertoonde: geen benadrukking dus van 'de persoonlijkheid', maar van de kracht van de massa, het volk...
Dat socialisme werd in de beginjaren van de Nazi-beweging uitgedragen door de SA, de Sturmabteilung, geleid door Ernst R÷hm (1887-1934), een man die er uitgesproken socialistische idealen op nahield, zo uitgesproken dat Hitler zich er na de machtsovername in 1933 van distantieerde, omdat hij als kanselier niet de middengroepen en de industriŰlen van zich wilde vervreemden.
Het scheldwoordje 'bruinhemden" verwijst naar die groep mensen, socialistische anti-intellectuelen die het gewone volk vertegenwoordigden, mensen waar Menno ter Braak - ondanks zijn liefde voor 'de puber' - geen goed woord voor over had.
Waar Hitler na 1933 koos voor de 'zwarthemden' (de SS, het elitekorps van Heinrich Himmler, een man die deel uitmaakte van een aristocratisch, esoterisch genootschap) daar koos Ter Braak voor 'de aristocratische schrijver' - woorden die astrologisch gesproken verwijzen naar de planeet Saturnus, de zwarte planeet, die bij uitstek de klassieke vorm en het politiek-religieuze formalisme of vormdenken vertegenwoordigt.

Een band met de wereld van de puber heeft Ter Braak nooit echt opgebouwd.
Het noodlot maakte hem dat ook onmogelijk, want in mei 1940 werd Nederland bezet door Nazi-Duitsland. Dat land koos niet voor de aristocratische literatuurwereld van Forum, maar voor de Nationaal-Socialistische beweging van Anton Mussert, een politicus die doelbewust koos voor 'de partij'.
Menno ter Braak wilde in die wereld niet leven en nam het besluit een einde te maken aan zijn leven...