Eenling worden in een
Schijn-Democratie



ALLEEN IN DE MASSA

Willem Oltmans en de collectieve illusie
VKblog van 19 september 2008 door Wim Duzijn


Wie vandaag de dag de Amerikaanse politiek bekijkt, die wordt daar niet vrolijk van.
Wat we zien is in feite bijzonder on-Amerikaans. Je zou het Hollandse jaren '50 kneuterigheid kunnen noemen, de mentaliteit van gezellig voor de kachel zitten met de poes op schoot en dan net doen alsof alles pais en vree is - wegdommelen dus in een mooie collectieve illusie, waarin geen plaats is voor mensen die 'anders' zijn.

IK, wit, geboren half twee, ascendant Weegschaal. HIJ, rood, de wilde jongen, geboren op dezelfde dag half vijf, ascendant Schorpioen

Als kind heb ik dat illusiedenken maar zijdelings ervaren. Ik was een eenzelvig kind, zo iemand die altijd op een soort onbewoond eilandje leeft, en daarnaast had ik een stel brutale vriendjes die ‘kattenkwaad uithalen' als het hoogste ideaal zagen, hetgeen betekende dat de liefde in mijn jongensleven een zeker tegenwicht vormde tegen een manier van denken die je - zoals links dat in de jaren zestig en zeventig stelde - ouderwets, oubollig en regentesk zou kunnen noemen.
Het verschil tussen mij en het jaren-70-links echter was dat ik gewoon het eenzelvige, afstandelijk mannetje bleef dat alleen dan met anderen buiten speelde wanneer een bezorgde moeder mij de straat opschopte, onder het motto: "contact met anderen is beter dan altijd maar boeken lezen en met je bouwdozen spelen" (meccanoprojecten ontwerpen en uitvoeren was een ware passie voor mij in die jaren), terwijl de zogenaamde protestgeneratie het brutale kwajongensgedrag domweg verving door de zinloze oubolligheid van de wilde linkse illusie (‘de concrete utopie') - hetgeen mij als nuchter studentje ertoe bewoog in zeer extreme mate het eenzelvige kind te zijn dat ik altijd was geweest, een lezende eilandbewoner in een wereld zonder lieve wilde vriendjes, omdat de wilde brutale eigenzinnige jongens uit mijn jeugd zo heel ineens 'deel van een collectief' geworden waren - aangepast dus, gecastreerd, ontdaan van hun individuele eigenheid en derhalve niet meer in staat een ander die op zijn eigen kleine eilandje woont lief te hebben.

Dat is de reden waarom ik machtsdenken ben gaan haten, omdat ik heb ontdekt dat macht berust op het collectiviseren van mensen, een politiek die de liefde in mensen doodt en vervangt door schijnliefde - een volstrekt liefdeloos omgaan met verdingde mensen, die - alleen maar omdat men deel uitmaakt van een op illusies gebouwde wereld - 'liefde' kan worden genoemd.
In een wereld waarin mensen zich inbeelden dat ze de liefde verdedigen wordt de enkeling die een beetje echte liefde zoekt (liefde dus niet niet gebonden is aan een ideaal) gehaat. Echte liefde bestaat tussen kinderen, die nooit de illusie zoeken, maar die zich puur laten leiden door de werkelijkheid van zichzelf en de ander.



sint antoniusschool zwolle & zuster alphonsa


Als jochie van 5 was ik verliefd op een non. De vrouw was 40 jaar, droeg een lange zwarte nonnenpij, terwijl haar hoofd was voorzien van een kap, waarbij vergeleken je de hoofddoek van religieuze moslimvrouwen een wonder van vrouwelijke elegantie moet noemen...
Als kind trok ik me daar niks van aan. Ik zag geen pij of kap of leeftijd, maar alleen de liefde die in de ander schuilging, zoals ik op de lagere school de liefde in mijn wilde brutale vriendjes voelde, waardoor het afstandelijke kind, dat elk jaar als beste van de klas het oude schooljaar verliet, in staat was na schooltijd de wilde wereld van de ander in te duiken, waar niet het intellect telt, maar het primitieve genot dat je ervaart wanneer je mensen op een kinderlijke wijze achtervolgt met pesterijtjes.
Ik heb ‘mensen pesten' eigenlijk altijd als een normale vorm van gedrag ervaren. Belletje trekken, rare, ontheiligende grappen verzinnen in de kerk, te hoog gestapelde bussen 'per ongeluk' omduwen in winkels.., het zijn tegen ‘de orde' gerichte gedragingen die de politiek-correcte intellectuelen onder ons met afgrijzen vervullen, maar die ik als volwassen man op een liefdevolle wijze koester als waren het juwelen en diamanten, omdat ze me als ordelijk mens verbonden met een wilde jongenswereld waarin liefde en vriendschap mogelijk was.
Wie verliefd is op een wilde jongen, die wordt zelf ook een beetje wild, dat is de les die kinderlijke verliefdheid je leert, en geen enkele moralist - hoe vroom en politiek correct hij of zij ook moge zijn - kan daar iets aan veranderen.

Daarom verafschuw ik het collectivisme, omdat collectivisme de liefde voor de individuele ander in mensen doodt.
Collectivisme sluit de mensen op in een geestelijk getto waarin alleen mag worden omgegaan met soortgenoten.
Wilde mensen sluiten zich af van serieuze intellectuelen, kunnen daar niet meer op een normale, liefdevolle wijze mee omgaan en roepen daarmee een liefdeloze wereld in het leven waarin de intelligente, ordelijke mens gedwongen wordt het wilde deel in zichzelf als een last te gaan ervaren. De wildheid wordt een primitief ziekmakend mechanisme, omdat het dierlijke instinct ontdaan is van de kinderlijke liefdesimpulsen die het dierlijke gedrag ontdoen van zijn liefdeloze onmenselijkheid.

De jaren zestig generatie was op een zeer extreme wijze wild en vrij. Ik was op een even extreme wijze niet wild en niet vrij. Dat was de reden waarom ik mijzelf als buitengesloten enkeling stortte op de massapsychologie en mezelf voornam van mijzelf een deskundige te maken op dat gebied.
Ik besloot politicologie te gaan studeren in Amsterdam - met de bedoeling de nadruk te leggen op het vak massapsychologie, een noodlottige daad, die me eind 1969 in het duistere hart van de revolutie plaatste: het politicologisch instituut van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam.
Bestudering van het onderwerp 'massapsychologie' was daar niet mogelijk, omdat het kenmerk van de linkse revolutionairen was dat ze als ‘collectief' een immense hekel hadden aan alles wat met 'psychologie' te maken had.
Men hield zich liever bezig met de pyschologieloze ‘praxis' - men bouwde 'concrete utopieën' en men verdiepte zich in duistere lectuur - zoals 'Het Cuba-Bulletin' en 'Het China Bulletin'...
Marxistische collectieven rezen als paddestoelen omhoog uit de drassige bodem, die voor mij doodgewoon drijfzand bleek te zijn, en terwijl de rode vlaggen mij vriendelijk toelachten vanaf de door langharige studenten bezette universiteitsgebouwen zag ik al mijn simpele intellectuelendromen in vale rook vervliegen.
Het wilde links schiep op een dualistische wijze een monocultuur. Links hield van links en wie niet links was werd gehaat en opgesloten in de wereld van 'de onbereikbare ander'.
De liefde was dood en wat alles zo verschrikkelijk sadistisch maakte was het feit dat men op die liefdeloze monocultuur de vlag van het 'Flower Power denken' probeerde te plaatsen..., een New Age achtig sausje dat werd geproduceerd door uiterst lieve en naďeve, maar wel zeer blinde, mensen die tegenover het collectivisme van de linkse zelfaanbidders hun eigen narcistische collectivistenwereldje plaatsten, waarin voor nuchtere, alles en iedereen analyserende denkers volstrekt geen plaats kon (en mocht) worden ingeruimd.

Juist daarom, omdat ik de vereenzamende effecten van het collectivisme aan den lijve heb ondervonden, vind ik het opmerkelijk dat op de website van Willem Oltmans een artikeltje is geplaatst waarin de psychologie van de massa centraal wordt gesteld.
Dat artikel voert me terug naar het jaar 1969, waarin ik mijn sociologiestudie een definitief vaarwel toezegde met een scriptie die de titel 'Sociale verandering, sociale beweging en marginaliteit ' droeg.
Het werkstuk werd door mijn studiegenoten erg gewaardeerd ("jij kunt alles zo goed uitleggen") terwijl de projectbegeleider er het nietszeggende cijfertje 9 aan toekende, een waarderingsgetal dat ik daarom 'nietszeggend' noem, omdat het geen enkele deur voor me heeft geopend in dit merkwaardige psychologieloze collectivistenland.
Het artikeltje van Willem Oltmans is een soort brug in de tijd, die het psychologieloze heden waarin mensen zomaar blindelings wat doen koppelt aan de tijd waarin ik als serieus studentje mijn omgeving duidelijk wilde maken dat je altijd na moet denken voordat je welke actie dan ook onderneemt...

Het volgende citaat uit het werk van Sigmund Freud, waarmee ik dit blogje afsluit, is afkomstig van de website van Willem Oltmans:
"Groups never thirst after truth. They demand illusions, and cannot do without them". (Pharao, Pope, King, Queen, Fuhrer, Generalissimo). They constantly give what is unreal precedence over what is real. They are almost as strongly influenced by what is untrue as by what is true. They have an evident tendency not to distinguish between the two". (The madness of crowds - Willem Oltmans 2003)

"Of all the offspring of Time, Error is the most ancient, and is so old and familiar an acquaintance, that Truth, when discovered, comes upon most of us like an intruder, and meets the intruder's welcome."

"Men, it has been well said, think in herds; it will be seen that they go mad in herds, while they only recover their senses slowly, and one by one."
"We find that whole communities suddenly fix their minds upon one object, and go mad in its pursuit; that millions of people become simultaneously impressed with one delusion, and run after it, till their attention is caught by some new folly more captivating than the first"
Uit: Extraordinary Popular Delusions and the Madness of Crowds, van Charles Mackay

Wim Duzijn, Zwolle, Nederland