Eenling worden in een
Schijn-Democratie




Democratie en Obscurantisme
hier geplaatst n.a.v. de oproep van Geert Wilders de Koran te verbieden.
VK-blog van zondag 2 september 2007 door Wim Duzijn


Het is 5 april 1992.
"Democratie versus obscurantisme", luidt de in vette letters afgedrukte kop die de opmaakredactie van de Volkskrant boven een artikel van Volkskrant-medewerkster Anet Bleich heeft geplaatst.
Erg mooie woorden natuurlijk. En zo dik en heerlijk duur..., want daar houden linkse mensen tegenwoordig van.
Het is een vorm van cultureel veganisme volgens mij, geen vis, geen vlees, en daarom - vanuit een schrijnend verlangen naar een bevredigend surrogaat - kiezen voor het grote godgeworden woord, zonder daar ooit een simpele daad van doodeenvoudige twijfel aan te verbinden.
Maar heeft het zin? Hebben al die grote, dure woorden inhoud? Hebben ze ‘body’?, om het eens duur uit te drukken...
Dat zijn de vragen die ik me als nuchtere, naar gewoonheid verlangende buitenstaander voortdurend stel.

Anet Bleich maakte in het verleden (jaren 60 en 70) deel uit van een linkse generatie die gedreven werd door het verlangen binnen een negatieve wereld een strijdbare en zeer 'goede' politieke voorhoede te zijn, een verlangen dat zo fanatiek, bezeten en ondoordacht werd nagestreefd, dat er geen plaats meer was voor nuchtere geesten: pessimisten, objectieve wetenschappers en andere 'defaitistisch ingestelde' figuren.
Nuchtere geesten relativeren, want ze denken na. Maar 'goed' en 'kwaad' zijn veelal verabsoluteerde begrippen waarover helemaal niet nagedacht mag worden.
Voor de meeste mensen is 'het goede' weinig meer dan een geloofsartikel, en daarmee een slaaptablet, dat de mens in staat moet stellen de kwellingen van de slapeloosheid te bestrijden: heel merkwaardig natuurlijk, omdat je zou verwachten dat moralisten alles op alles willen zetten om de wereld wakker te schudden.
De kleinburgerlijke moralist is echter een gelovige. Hij gelooft om niet te hoeven weten. Daarom wordt een geestelijk (intellectueel) proces van ontwaken niet op prijs gesteld in zijn wereld.
In die wereld is slapeloosheid een kwelling, die met behulp van opiaten bestreden dient te worden. En geen mens vraagt zich af waarom wakker zijn als een kwelling wordt ervaren, waarom, met andere woorden: de slapeloze mens een zielig geval moet zijn.
Toch moet die vraag gesteld worden in een wereld die niet obscuur wil zijn.
Waarom zijn mensen die niet kunnen slapen zielig? Waarom worden ze voortdurend gekweld door negatieve gevoelens en verwachtingen?

In het donker van de nacht, terwijl alles stil en eenzaam is om me heen, denk ik daar vaak over na.
"Waarom is het altijd nacht als een mens niet kan slapen?", vraag ik mezelf dan af, "Waarom schijnt de zon niet? Waarom lig ik met mijn overvloed aan heldere, wakkere gedachten niet in een hangmat ergens aan de kust van een tropisch eiland bruin te bakken in de warme zon, zodat ik op een kalme, lome wijze kan genieten van het schitterende uitzicht dat de natuur me daar gratis en voor niets verschaft?"
Zou Volkskrantmedewerkster Anet Bleich zich dat in een stil ogenblik wel eens hebben afgevraagd? Waarom de slapende altijd in het heldere daglicht leeft en waarom de slapeloze voortdurend wordt geconfronteerd met de kwellende zwaarte van de duisternis, die hem het licht van de dag doet vergeten?
"Democratie versus obscurantisme", staat er boven haar artikel. Het is welhaast een esoterische mededeling... Licht versus Duisternis. Weten tegenover Niet-Weten. Wakker zijn in een wereld die is ingeslapen..


Wikipedia info: Het begrip esoterie verwijst naar de studie van alternatieve of gemarginaliseerde religieuze bewegingen of filosofieën waarvan de aanhangers in het algemeen hun eigen overtuigingen, praktijken en ervaringen onderscheiden van de publieke, geďnstitutionaliseerde religieuze tradities.
Tot de onderzoeksgebieden van esoterie behoren alchemie, astrologie, gnosticisme, hermetisme, kabbala, magie, mystiek, neoplatonisme, nieuwe religieuze bewegingen die verband houden met deze stromingen, negentiende-, twintigste- en eenentwintigste-eeuwse occulte bewegingen, rozenkruisers, geheime genootschappen en christelijke theosofie.


Bekrompen mensen - vooral diegenen die doen (actie) boven denken (twijfel) plaatsen - wijzen esoterisme altijd af, noemen het gewauwel of elitair gezwam, maar toch is dat ogenschijnlijk zo elitair ogende, vaak obscuur genoemde, begrip weinig meer dan een verwijzing naar mensen die intelligent willen zijn in een religieus-politieke wereld die weigert haar verstand te gebruiken.
Stralend middelpunt van die spiritueel-religieuze wereld die we "westers' noemen is de figuur van 'de verlosser' (ook wel Messias of Mahdi genoemd), die door zowel joden, christenen en moslims (met name de sjiieten) wordt aanbeden, hoewel geestelijke verlossing, gezien als overwinning van de domheid, weinig te maken heeft met ordinaire machtspolitiek en een keuze voor inhoudsloze religieuze rituelen.

Binnen de anti-clericale wereld van de Gnosis (een stroming die vaak het originele christendom wordt genoemd) is de Messias de intelligente enkeling, die andere enkelingen oproept te ontwaken uit de slaap waarin de kwaadaardige heerser van de aarde (Demiurg genoemd) hen geworpen heeft (denk aan de slang in het paradijs, die de onschuldige mens ertoe gebracht heeft een vrucht van de 'Boom der kennis van goed en kwaad' te plukken, zodat de heldere onschuld van simpele, naieve mensen vertroebeld wordt door de zwaarte van een slecht geweten.)
Uit een door Hans Jonas geschreven boek (Het Gnosticisme) heb ik de volgende wekroep gelicht:
"Ontwaak en sta op uit uw slaap en herinner u dat ge een koningszoon zijt, aanzie de mens die gij in knechtschap thans dient.."
Die wekroep richt zich tot enkelingen, niet tot de massa. Dat is het grote verschil tussen het gnosticisme en de religieuze massabewegingen die er op zijn gefundeerd.
De intelligente enkeling, die onwetend de duisternis (Anet Bleich spreekt over obscurantisme) dient, moet zich ervan bewust worden dat hij - als puntje bij paaltje komt - weinig meer mag zijn dan een willoze pion in een kwaadaardig heersersspel.
Binnen het spel van de een vals moralistische (d.w.z. aan het dualisme gebonden) God, 'de god van je tante', noemde Gerard Reve hem ooit..., is de enkeling een onbeduidende factor, weinig meer dan een lastig 'geval', omdat hij eist dat er met individuele, naar weten en geweten verlangende, mensen rekening wordt gehouden, hetgeen voor blinde, zich absoluut goed wanende machtsdenkers het ergste is wat er bestaat.
Zodra mensen zich als individu gaan manifesteren verliest de kille machtsdenker zijn 'machtsbasis'. Zijn macht is namelijk gebaseerd op blinde gehoorzaamheid, blinde volgzaamheid en blind vertrouwen, dat wil zeggen: op de uitschakeling van de persoonlijke gewetensfuncties van de mens.
Die collectieve blindheid is levensgevaarlijk, dat spreekt vanzelf, omdat iedereen die deel uitmaakt van een groep er door wordt getroffen.
De enkeling onderwerpt zich als deel van de groep aan de groepscode. Alles wat 'goed' is voor de groep is 'goed' voor hem, alles wat 'slecht' is voor de groep is 'slecht' voor hem.
Die uitschakeling van persoonlijke gewetensfuncties maakt het obscurantisme obscuur.
De mens is niet meer geďnteresseerd in de pijn en de mateloze ellende die hij in het leven roept, nee, het enige wat belangrijk is of hij voldoet aan de morele standaard die door de anderen in het leven is geroepen.
Binnen die door de moraal afgeschermde wereld mag hij een 'goed' bestaan leiden, mits hij bereid is alles wat zich buiten die veilige wereld afspeelt te negeren. Goed zijn is dus in feite 'blind willen zijn'.

Anet Bleich heeft als overtuigd moralist, iemand die 'goed zijn' als een soort plicht beschouwd, jarenlang die vorm van obscurantisme gediend.
Goed moeten zijn werd een soort obsessie voor haar. Ze wilde als marxist (Marx was toevallig in de mode eind jaren 60) de wereld verbeteren, maar juist vanwege dat pathologische willen diende ze, op een volstrekt gedachteloze wijze, de kille, keihard-nivellerende conservatieve machtsdenkers die binnen de wereld van het marxisme in de jaren zestig en zeventig de dienst uitmaakten.
In de jaren zeventig wilde ze een pacifist zijn (ze koos voor pacifistisch socialisme), maar tijdens de Koeweit-crisis leverde ze zichzelf zonder enig voorbehoud uit aan de kille, keihard-moralistische 'god' van de Amerikaanse morele meerderheid, die onder leiding stond van Billy Graham en het joods-christelijke zionisme, dat alles wil aanbidden behalve het vrije, onafhankelijke, alle kleinburgerlijke cliche's verachtende individu.
Die vreemde schizofrene levensinstelling, het 'goede' dienen door de meest kille en harde machtsdenkers vrij spel te geven, typeert de obscure moralist, de onverbeterlijke verslaafde, die nooit zijn les wil leren, hoe wreed en onverdraaglijk de werkelijkheid ook is die hij in het leven roept.
De goede maar helaas vaak blinde moralist wil het persoonlijke gevecht met 'het kwaad' niet aangaan. Hij wil niet inzien dat hij zelf het kwaad schept en in stand houdt.
Zijn eigen innerlijke demonen wil hij niet onder ogen zien. En daarom kiest hij voor de slaap. Omdat slaap rust schenkt en omdat slapeloosheid wordt ervaren als een kwelling.

Wie als intellectueel het begrip 'democratie' (positief volk) tegenover het begrip 'obscurantisme' (negatief volk) plaatst, die zal die twee begrippen - dus ook het begrip 'obscurantisme' - concrete inhoud moeten geven. Dat zou je zijn intellectuele plicht kunnen noemen.
Maar wil een linkse Volkskrantmedewerker - iemand die als democraat in de eerste plaats met een beschuldigende vinger naar andere mensen wil wijzen - werkelijk ‘intelligent ‘ zijn?
Tot nu toe wilden linkse intellectuelen alleen maar 'goede mensen' zijn. En met dat woordje 'goed' koos men voortdurend de zijde van het 'kwaad': de duisternis, de onwetendheid, het extreem-rechtse nationalisme en de kille fatsoensrakkerij, de sadistische culturele revolutie in China, de homohaat in Cuba, de vrouwenhaat van de conservatieve Islam in het Midden-Oosten, etc.., etc..

Alles wat linkse intellectuelen in het verleden hebben bewezen is de waarheid van de esoterische theorie dat de goede mens heel vaak het kwaad schept om het als 'goed mens' daarna te kunnen veroordelen.
De goede mens bestrijdt daarom in feite niets. Hij wil ook helemaal niets bestrijden. Ja, erger nog: hij haat mensen die het kwaad via het bestrijden van vals moreel gedrag op willen heffen. Omdat hij zonder het kwaad niet leven kan.
Binnen het conservatieve rijk van de kille partijman Leonid Brezjnew die in de jaren zeventig samen met de Chinese leider Mao Zedong (beter gezegd: zijn fanatieke vierde vrouw Jiang Qing of Li Yunho) het wereldcommunisme aanvoerde, heerste het kille, nivellerende fatsoen, het oerconservatieve, kleinburgerlijke moralisme dat altijd en eeuwig op zoek is naar zondebokken, waarop de blinde moralist volstrekt gewetenloos zijn duistere driften kan uitleven.
De slapende mens (de obscurantist, zou Anet Bleich zeggen) wil van dat zich eeuwig herhalende kleinburgerlijke drama niets weten.
Wijs je zo iemand op zijn negatieve verleden, dan haalt hij simpelweg de schouders op: "Pfff wat een onzin, dat is mijn verleden helemaal niet..; dat verzin je maar...."

Het obscurantisme onderwerpt zich (volgens esoterische theoretici) aan de grillen van negatieve kosmische krachten, die de benepenen, de bekrompenen en de kille conservatieven zoveel energie geven, dat de intelligente, vrijheidslievende enkeling wordt doodgedrukt.
Dat kille conservatisme kan volgens hen alleen worden bestreden wanneer mensen bereid zijn elementaire zaken als liefheid, warmte, vrijheid en emotioneel contact met anderen serieus te nemen: Intelligentie niet koppelen aan 'goedheid' (moraal) maar aan doodgewoon sociaal gedrag.

De slapeloze, de wakende mens die probeert contact te maken met mensen die zijn bestaan het liefst ontkennen, is veelal een eenzaam mens (denk aan het verhaal over Jezus in de Hof van Olijven).
Wanneer hij in het donker voor zich uit ligt te staren is hij dodelijk alleen met zichzelf. Geen straaltje licht dringt tot hem door. Daarom voelt hij zich ziek en van alles en iedereen verlaten. Hij ligt daar maar te woelen en een vloed van negatieve gedachten stormt op hem af. Heel eigenaardig is dat, die duistere stroom negatieve invloeden waarvan hij een willoos slachtoffer dreigt te worden. Waarom overkomt hem dat? Waarom zijn er zo verschrikkelijk veel negatieve krachten die hem lastig vallen, en waarom wordt hij niet geholpen door positieve liefdeskrachten?
Dat is een vraag die ieder intelligent mens zich dient te stellen. Want de kracht van het obscurantisme zal nooit gebroken kunnen worden, wanneer we weigeren een ander mens lief te hebben.
Mensen moeten een ander lief hebben. Niet als moralist. Niet als de eeuwige Judas, die niets anders kan dan zijn vrienden tegen betaling uitleveren aan de beulen. Nee, als bewust handelend Mens die bereid is op een niet opportunisische wijze te vechten voor een ander Mens, waarvan hij zegt: "Wat jullie ook beweren, die daar hoeft niet eenzaam te zijn.."

Alleen via het kiezen voor een eerlijke ander - hoe beroerd zijn of haar positie ook is - kan de macht van het obscurantisme gebroken worden en alleen dan zal er sprake zijn een echte democratie, een wereld waarin het volk niet dom wordt gehouden, maar waarin bewondering wordt opgebracht voor verstandige, bewust handelende enkelingen, die een liefdeloze, dom makende gebruikscultuur waarin denken en voelen verboden is afwijzen.

(bewerking van een open brief, gedateerd: 5 april 1992)


Reacties

pdestappert 02-09-2007 15:18
bravo voor mijn droom

Kanvas Tetrapool 03-09-2007 13:44
Ik kan hier en daar wat zout op slakken leggen, maar in zijn algemeenheid vind ik dit een sterk stuk. Maar vanwaar die fascinatie met 1992? Bent u soms ook tijdreiziger?

Wim Duzijn 03-09-2007 16:36
Fascinatie is overdreven, zo vaak verwijs ik er niet naar. 1992 is een jaartal dat ik hier gebruik omdat ik toevallig in dat jaar een reeks gedachten op papier heb gezet die nog altijd actueel blijken te zijn.
Reizen in de tijd is een zinloze bezigheid wanneer de tijd stil staat of stil wordt gezet.
Je zou de onwil om te reizen de kern van het pessimistische denken kunnen noemen. Alles herhaalt zich voortdurend. Alleen het feit dat de mensen weigeren in te zien dat ze zichzelf blindelings uitleveren aan de zinloze herhaling voorkomt dat ze zich los maken van het waanidee dat je als een soort almachtige god de tijd overwinnen kunt.
Een klein beetje fatalisme zou het leven in een aan grootheidswaanzin lijdende wereld een stuk aangenamer maken.
Waarom iets nieuws verzinnen dus? Wanneer ik 15 jaar geleden datgene wat ik nu wil vertellen als reactie op een in mijn ogen obscure daad al heb gezegd?