Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Over De Vijanden Van Het Noodlot
VK-blog van woensdag 16 december 2009 door Wim Duzijn


Het Noodlot is nooit een geliefd onderwerp geweest in een samenleving die wordt beheerst door mensen die een broertje dood hebben aan al diegenen die op een serieuze wijze na willen denken over het leven.
Vroeger, in de verre oudheid, maar ook gedurende een periode waarin Europa onder geestelijke invloed van de sterk fatalistisch ingestelde Islam stond, werd het Lot niet verketterd en belachelijk gemaakt. De mensen waren ook toen niet vies van geld, genot en vormgebonden religie, maar al die materialistische zaken, die in onze moderne samenleving tot taak hebben de mens onwetend te houden, stonden in die zogenaamd primitieve tijden in dienst van het pessimistische verlangen naar weten.

De oudste beschavingen waren - juist omdat zij het pessimisme (met het daaraan gekoppelde fatalisme) niet afwezen - gericht op de wil tot weten, terwijl onze moderne - optimistische (op maakbaarheid gerichte) - beschaving gericht is op het in standhouden en bevestigen van het niet-weten.
Vroeger noemden intellectuelen zich 'gnostici' (mensen die de waarheid boven alles plaatsen), nu noemen intellectuelen zich bij voorkeur 'agnosten' (liever kiezen voor de leugen van het niet-weten dan in een vals-morele wereld zeggen dat je iets beter weet).
We weten niks en we willen ook nooit wat weten, dat is de levensfilosofie van de zich 'modern' noemende intellectueel, een levensfilosofie die zich vertaalt in activiteiten die ons het gevoel moeten geven dat we ons leven in eigen hand hebben.

In mijn ochtendblad (de Volkskrant) lees ik de stelling van Kees Kraaijeveld dat de moderne mens verworden is tot een vijand van het lot:
"Met Cola en Microsoft hebben we uit Amerika de overtuiging ge´mporteerd dat willen ook kunnen is.
De Verenigde Staten zijn er zelf het levend voorbeeld van. De economische boom duurt daar nu al acht vette jaren..... Door die voorspoed groeit ons zelfvertrouwen"
"Ook de technologische vooruitgang geeft grip op het leven. Economie en techniek creŰren een illusie van controle waarin het lot geen plaats meer heeft."

Tegenover die angst voor het Noodlot plaatst hij de meningen van twee filosofen die weinig bekendheid genieten bij het grote publiek.
De een is een pessimist en vrouwenhater, die zich op een passieve, welhaast masochistische wijze uitlevert aan het Noodlot - het betreft hier de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, die in sterke mate het literaire werk van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans heeft be´nvloed...
De ander - de Duitse schrijver en levensfilosoof Friedrich Nietzsche - is een vechter, die weet dat het Noodlot op een zeer dwingende wijze in ons leven aanwezig is, maar die niet bereid is zich door dat dwingende Noodlot te laten degraderen tot slaaf.

Van Nietzsche (verdediger van het vitalisme) is de uitspraak afkomstig dat we het noodlot lief moeten hebben: 'Amor Fati'.
Het lot treft ons, maar we kunnen de slagen van het lot wat minder zwaar maken wanneer we het bestaan ervan accepteren en ons bevrijden van al die dwaalleren, die ons willoos uit willen leveren aan de negatieve uitwerking ervan.
Schopenhauer daarentegen was een pessimist: "We kunnen niks tegen het lot doen. We moeten alles accepteren wat ons overkomt - de enige positieve daad die we kunnen stellen is medelijden tonen met de slachtoffers van het Lot".

Nietzsche was een optimist, die vanuit een realistische levensbeschouwing, het Lot lief wilde hebben, niet passief, maar strijdbaar, gedreven door de wil de vijanden van het Noodlot met de hamer die zijn filosofische werk diende te zijn, te lijf te gaan.
De vijanden van het noodlot zijn volgens Nietzsche al diegenen die niet de moed hebben de realiteit van het bestaan onder ogen te zien. Hij noemt ze zwakkelingen, decadenten, huichelaars en wrede Godaanbidders, die tezamen de negatieve krachten van het Noodlot af willen wentelen op vrije, onafhankelijke geesten, die het Noodlot niet naar hun hand kunnen of durven te zetten, zodat het medelijden dat ze als afwentelaars tonen weinig meer is dan een vals-morele poging de eigen schuld te maskeren.

Medelijden, stelt Nietzsche op uiterst provocerende wijze, leidt alleen maar tot decadentie. En in een decadente wereld gaat alles wat vitaal en levenslustig wil zijn dood.
Hoewel de visie van Nietzsche extreem genoemd mag worden, omdat medelijden meer is dan een poging de realiteit van het leven te ontlopen, kan toch gesteld worden dat zijn visie aansluit bij de opvatting in oude beschavingen dat religie in dienst behoort te staan van het Noodlot..
Soms heeft een mens - zo luidt de onderliggende moraal - bittere ervaringen nodig om geestelijke groei mogelijk te maken, zodat gevoelens van medelijden, die voorkomen dat mensen zichzelf geestelijk ontwikkelen, misplaatst zijn.
Wie het Noodlot niet liefhad werd in de oudheid uitgesloten van belangrijke overheidsfuncties.

Een van de belangrijkste conflicten in de geschiedenis van het Midden- Oosten was de strijd tussen de Egyptenaren en de Babyloniers, mensen die het Noodlot lief hadden, en de door het Zoroastrische priesterdom beinvloedde Joden (aanhangers van de schriftgeleerde Ezra), die het onlosmakelijk aan het kosmische denken gekoppelde Noodlot ontkenden, door de werkelijkheid van het veelgodendom te vervangen door de monotheistische illusie van een eenzame God die een uitverkoren volk in het leven roept, dat door Hem persoonlijk (via een groepsgebonden verlosser) bevrijd zal worden van de slagen van het Noodlot - die volgens de (polytheistische) tegenpartij een onlosmakelijk deel van het leven zijn.
De moraal die uit deze utopistisch-Messiaanse illusie is ontstaan, is de moraal van de kil oordelende moralist die alle pech van een ander terugvoert naar persoonlijke slechtheid.
Wie pech heeft deugt binnen die wereld niet. Hij heeft gezondigd (de wetten van God overtreden) en hij wordt daarom gestraft.
De goede mens daarentegen - de mens die weet dat God aan zijn kant staat - heeft nooit pech. De goede mens wordt altijd beloond. En als hij al pech heeft (of kwaad heeft gedaan) dan moeten slechte (slecht gemaakte) anderen daarvoor aansprakelijk worden gesteld.

We leven op het ogenblik in een tijd waarin meerderheden het gewoon gaan vinden dat het Noodlot anderen treft - anderen..., nooit de gelukkige meerderheid....
We zoeken naar wegen die ons moeten bevrijden van de ernst en de realiteitszin die volgens Nietzsche hoort bij de vrije geest die het Noodlot lief heeft.
Nietzsche zou onze tijd daarom een decadente tijd noemen, niet omdat we willen genieten, maar omdat ons genot en ons (vaak misplaatste) medelijden ten koste gaat van de vrije, realistische ander, die vanwege onze onnadenkendheid op een verschrikkelijke wijze moet lijden.

Op het eind van zijn leven, toen de waanzin volgens velen zijn geest verduisterde, ondertekende Nietzsche zijn brieven met een verwijzing naar de aan het kruis gestorven levensleraar Jezus van Nazareth... Hij noemde zich 'de gekruisigde'....
In zekere zin terecht, zou ik willen stellen, want in een wereld die wordt geregeerd door vijanden van het Noodlot is elke persoon die de werkelijkheid van het bestaan onder ogen wil zien, gedoemd het kruis te dragen van al diegenen, die de mening zijn toegedaan dat je alleen maar plezier kunt maken, wanneer dat plezier ten koste gaat van een ander.
Medelijden tonen met mensen die om te kunnen leven voortdurend op zoek zijn naar zondebokken - mensen die via een leugenachtige moraal worden gereduceerd tot gebruiksvoorwerpen - leidt er alleen maar toe dat we een wereld scheppen waarin volgens Nietzsche alleen de decadente dwingeland overleven kan.


Uit het artikel van KEES KRAAIJEVELD:

Hoeveel blauw we ook op straat zetten, hoe goed we ons verzekeren en hoe braaf we voortaan met vuurwerk omgaan, het lot zal blijven toeslaan.
'We betreden de wereld vervuld met aanspraken op geluk en genot (. . .) tot het moment dat het lot ons hardhandig beetpakt en ons duidelijk maakt dat niets van ons, maar alles het zijne is', schrijft Schopenhauer. Wie gelukkig wil zijn moet zich hierbij neerleggen, zo weet de denker.
Dat valt voor moderne mensen niet mee. Massale woede, verontwaardiging en witte marsen laten keer op keer zien dat we ons geen houding weten ten opzichte van het lot.
Op vakantie in ontwikkelingslanden staan we doodsangsten uit, terwijl onze islamitische chauffeur zijn oude bus over zanderige bergwegen stuurt.
Idioot natuurlijk, om je lot in de handen van Allah te leggen. Maar eigenlijk is dat zo gek nog niet...
Toen we zelf nog een God hadden, viel er met het lot te leven. Al waren Zijn wegen ondoorgrondelijk, we wisten dat achter alle ellende een Goede Bedoeling school. Nu Hij dood is, blijkt het lot nog springlevend. Het heeft alleen zijn Goddelijke schaapskleren afgegooid. Wat rest is koude willekeur...


De vraag waar je mee blijft zitten na het lezen van dit fragment is of het accepteren van een God die je alleen maar 'goede bedoelingen' aanbiedt ons leven wat rationeler en zinvoller kan maken.
Het fatalisme waar de naam ALLAH naar verwijst is niet zozeer een verwijzing naar goedheid, naar een moraal dus die slechtheid veronderstelt, maar naar een geesteshouding die in feite amoreel is.
Erkenning van het (god geworden) noodlot maakt ons onschuldig, we mogen niemand de schuld geven van wat ons overkomt, en daarom kunnen we - wat er ook gebeurt - solidair zijn met elkaar.
Het is dat onschuldig makende fatalisme dat in een moderne samenleving ontbreekt. Juist omdat we niet in staat zijn het noodlot te aanvaarden gaan we op zoek naar schuldigen die bestraft moeten worden.
Als er dan ook voor een God gekozen moet worden, dan liever niet voor een God die alleen maar goede bedoelingen heeft, maar voor een God die het noodlot in dienst stelt van het verlangen naar menselijke solidariteit...
Dat zou de positieve boodschap van de Islam kunnen zijn...

(bewerking van een 31-8-2001 artikel)