Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Utopisten en bruikbare dingen
VK-blog van dinsdag 6 mei 2008 door Wim Duzijn



marxistisch amsterdam


In het jaar 1969 (het jaar waarin ik het besluit nam over te stappen naar de door utopistische studenten bezette Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam) heb ik als Utrechtse student in de sociologie op een zakelijk-nuchtere wijze de problematiek van de enkeling in een veranderende en tegelijkertijd veranderingen afwijzende wereld onder woorden gebracht in een literatuurscriptie die de titel 'Sociale verandering, sociale beweging en marginaliteit' draagt.
Dat werkstuk heb ik gescand en het wordt in zijn geheel op het net geplaatst. Niet uit ijdelheid of eerzucht of zo, maar vanuit de gedachte dat altijd en eeuwig - wat er ook gebeurt - de enkeling in een kleinburgerlijke (lees anti-intellectualistische) maatschappij geslachtofferd wordt op het altaar van het meedogenloze (want aan blinde krachten uitgeleverde) collectivisme.

Hoe idealistisch men ook is - en hoeveel prachtige, goed klinkende leuzen er ook op de nieuwe wereld die men verdedigt plakt - altijd wordt binnen een collectivistische gebruikscultuur van de naar bewustwording verlangende eenling geƫist dat hij zichzelf reduceert tot een bruikbaar ding.
Een utopist ziet nooit mensen, hij of zij ziet altijd dingen die maakbaar - dus bruikbaar - zijn.
Wie niet bruikbaar is - of domweg niet als gebruiksvoorwerp wil fungeren binnen de wereld van de anderen - wordt minachtend terzijde geschoven. Hij is niet gewoon een ding tussen andere dingen. Nee, hij is veel minder: hij is een onding...

Voor wie niet op de hoogte is van het bizarre feit dat in de jaren 70 de universitaire wereld gedomineerd werd door linkse anti-intellectuelen wil ik hier ter toelichting vermelden dat het woordje 'utopisten' hierboven verwijst naar marxistische groeperingen die in de stad Amsterdam vooral actief waren op het instituut waar ik mijn studie wilde voltooien. Dat instituut moest 'gedemocratiseerd' worden, een uitdrukking waar je tegenwoordig alles mee 'goed' kunt praten. Bevalt iemand je niet dan zeg je, "u bent autoritair, wij gaan u democratiseren" - waarmee men alleen maar wil zeggen dat het 'wij' belangrijker is dan het 'ik'.
Het instituut (volg de link) werd dus bezet en voorzien van bloedrode vlaggen - die als symbool naar alles verwijzen, behalve naar het koele, nuchtere intellectuelenverstand...

Klik hier om door te schakelen naar de scriptie-pagina's


Reacties

fredvanderwal 11-05-2008 10:17
een prijzenswaardig initiatief! Aanbeffer!

Wim Duzijn 11-05-2008 10:38

"De eerste vereiste is dat mensen het een beetje leuk met elkaar maken. Constructief met elkaar bezig zijn en conserveren. Niet stuk maken, niet gaan schieten, niet gaan moorden."
"Mijn bijdrage daarin...? Dingetjes maken, niet alleen kunst."
Fred van der Wal Interview 2011

Dag FRED. De (anarchistische) problematiek van de enkeling staat centraal in het werk van W.F. Hermans, waar jij een grote bewondering voor zegt te hebben. Daarom begrijp ik niet zo goed waarom jij de zijde kiest van collectivisten (zionistische VK-bloggers) die me - vanwege het feit dat ik als niet aan een partij gebonden eenling het zionisme collectivisme (tribalisme) noem in de hoek van 'de psychisch gestoorden' willen plaatsen.
Ik verdedig simpelweg het anti-fascistische 'niet de vorm maar de vent' denken. Wie zichzelf identificeert met 'de vorm' (ook als die vorm rooms, of joods of islamitisch is) is 'vent' af.
Daar kun je ja of nee tegen zeggen, maar welk oordeel je ook kiest, het geeft je niet het recht een onafhankelijk buitenbeentje gek te verklaren, alleen maar omdat je 'een vormgebonden vent' wilt zijn...
Mijn negatieve ervaringen in het marxististisch-utopistische Amsterdam en het streng-gereformeerde Bedum hebben me geleerd dat je als naar liefde verlangende eenling jezelf stuk loopt op vormdenkers, mensen die de gevangene zijn van de een of andere ideologie en daarom niet meer in staat zijn je als simpele, doodgewone enkeling tegemoet te treden.
Ja. zeggen ze dan in idealistische kringen: "het gaat om het IK-GIJ-denken..."
Maar als marxisten en gereformeerden je tot duivel uitroepen (demoniseren, weet je wel..) dan is die mooie frase echt een lege, holle leus.



Ik en Marginaliteit

Het begrip 'marginaliteit' (simpel gesteld: 'randfiguur' of 'randgroep' moeten zijn) heeft in mijn leven een grote rol gespeeld.
De grote breuk met 'de anderen' vond plaats in het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw. Nog altijd ervaar ik die merkwaardige ingreep in mijn bestaan als een met raadselen omgeven gebeurtenis, een soort opgedrongen vreemdelingschap, dat gepaard ging met een bijzonder onaangenaam bestraffingsproces, waarvan de kerm was en is dat 'de buitenstaander' gehaat dient te worden.
\Wie zoiets meemaakt, wie een zee van blinde haat ontmoet die aangepaste anderen blindelings over hem uitstorten, die zal nooit meer begrip kunnen opbrengen voor wat aangepaste mensen 'de fatsoensmaatschappij' noemen.
Wie het uitstoten en haten van onschuldige mensen 'fatsoenlijk' noemt deugt niet. Hij is blind voor de krachten waaraan aan de groep gebonden mensen zich volkomen onwetend uitleveren.
Hetgeen voor mij de reden is in alles wat ik doe en zeg te wijzen op het belang van wat intellectuelen 'het relativeren' noemen.
Zo een relativeringsproces wilde de literatuurscriptie zijn die een driejarige sociologiestudie aan de Universiteit van Utrecht afsloot.