Eenling worden in een
Schijn-Democratie



De verkleinde of ontnaamde God
VK-blog van zondag 3 januari 2010 door Wim Duzijn


"I look into a mirror to remain afloat - And talk an endless soliloquy.
This entire torrent of words is - A great yes to life - A yes indifferent to good and evil, A self-regarding, prudent, avid, Generous, stupid, cosmos yes,
A yes of acceptance - That in its monotonous flow - Fuses and confuses Past, present and future
What I was, remain - And will become,
Everything and Everyone together In a great exclamation - Like a sea surge - That rises, falls and jumbles All things together in a whole - That has no beginning or end."

Gedicht van Niran Abbas,
geplaatst in het BAATH-partijblad Iraq Daily op 18 oktober 2002

In de oudheid kenden alle volkeren (inclusief de Hebreeuwse nomaden die zich later 'het volk van Israël' gingen noemen) meerdere goden.
Waar wij monotheisme gewoon zijn gaan vinden, daar was in het verleden polytheisme de norm.

In het Oude Testament, het heilige boek van de Hebreeuwen (joden is eigenlijk een verkeerd woord, omdat het woord 'jood' verwijst naar een klein stukje grond dat volgens de overlevering het eigendom was van twee van de twaalf Israëlische stammen: die van Judah en Benjamin) heeft men al die verschillende goden domweg hun persoonlijke namen afgenomen en ze samengebracht onder de ene noemer 'Jahweh' - die zowel een god van het leven ('Ik ben Ik ben) als een jaloerse, oorlogszuchtige God is, die maar een enkel verlangen kent: zijn eigen volk rijk en machtig maken, ook al gaat dat ten koste van het recht op leven van anderen.

Historische Info:
De Hebreeuwen of Hebreeën zijn in de Hebreeuwse Bijbel de voorlopers van de Israëlieten en later hun nakomelingen, de Joden.
Hebreeën is een synoniem van "Hebreeërs", het meervoud van "Hebreeër". De Hebreeën zijn de afstammelingen van Heber, het betachterkleinkind van Sem, de zoon van Noach.
In het Oude Testament is "Hebreeën" een benaming van de Israëlieten. Jozef verklaart tegenover Egyptenaars dat hij is ontvoerd “uit het land van de Hebreeën”. In het land Kanaän woonde zijn familie, die Jozef “Hebreeën” noemt.
God noemt Zichzelf 'de God der Hebreeën'. Hij zei tot Mozes (Ex 3:18): Dan zullen zij naar uw stem luisteren, en u zult gaan, u en de oudsten van Israël, naar de koning van Egypte, en u moet tegen hem zeggen: De HEERE, de God van de Hebreeën, is naar ons toe gekomen. Nu dan, laat ons toch drie dagreizen ver de woestijn intrekken, opdat wij de HEERE, onze God, offers brengen.
Volgens de Joodse Encyclopedie (Jewish Encyclopedia) verwijzen de termen Hebreeën en Israëlieten naar hetzelfde volk, Pas na de verovering van het land Kanaän werd gesproken over Israëlieten.
Voor die tijd waren de Hebreeuwen nomaden, rondtrekkende stammen, tentbewoners, die zich niet permanent vestigden in steden of dorpen.
Abraham, Isaac, Jacob en andere helden (patriarchen) uit het Oude Testament waren nomaden.
In de bijbel wordt vermeld dat de eerste poging zich permanent te vestigen in Kanaan de aankoop (door Jacob) was van een gebied aan de rand van de stad Jeruzalem, een stad die toen de naam Salem of Shalem droeg.
Het begrip jood verwijst naar de priesterreligie die rond het haar 400 voor Christius in de provincie Judea in het leven werd geroepen door volgelingen van de schriftgeleerde Ezra (die een geheel eigen religie had ontwikkeld in Babylon).
Waar de Hebreeën en/of Israelieten Aramees spraken (Jezus als inwoner van de provincie Galilea sprak Aramees) daar hanteerden de joden (bewoners van Judea) het Hebreeuws als voertaal.

Miljarden mensen buigen zich in het stof en aanbidden die 'ene god' (door mij 'de God van Ezra' genoemd), die in feite weinig meer is dan een soort kunstmatige, zelf in elkaar geknutselde, schijngod, die verwijst naar de veelheid aan goden die op een tamelijk domme wijze werden 'ont-naamd' door ijdele, ingebeelde, aan macht verslaafde dromers die zichzelf via het scheppen van een eigen God een 'goddelijke' status wilden geven.
Wie zich bewust is van dat (in wezen erg infantiele) ontnamingsproces kan het woordje 'God' dat hij gebruikt met goed fatsoen niet meer serieus nemen.

Stel je eens voor dat je een roman uit de kast pakt en dat je alle namen van de er in voorkomende personen gaat vervangen door het woord 'JAN'. Is die roman dan nog leesbaar? Is er nog sprake van een verhaal dat een zinvolle boodschap door kan geven?
JAN is getrouwd met JAN. Hij heeft drie kinderen: JAN, JAN en JAN. In het buitenland woont een duivelse man: JAN. JAN voert oorlog met JAN, en na veel ellende en gedoe wint JAN... En daarmee is JAN GOD geworden.
Begrijpt u nu wie GOD is?

Ik begrijp religieuze mensen niet zo goed.
Zou het niet eens tijd worden - denk ik bij mezelf - dat we God zijn namen teruggeven? Dat we gewoon terugkeren naar de oudheid waarin meerdere Goden bestonden, die niet zomaar verzinsels waren maar verwijzingen naar de tekens van de dierenriem, die op hun beurt verwijzen naar fundamentele morele principes en menselijke gedragingen?
Niet langer ontkennen dat onze cultuur geworteld is in het pluriforme Orientaals-Astrologisch-Fatalistische denken, dat ons leert dat wij nooit goden zullen worden, maar heel bescheiden het feit aanvaarden dat wij niet de scheppers van deze wereld zijn.
Het lijkt natuurlijk erg leuk om jezelf verlicht en wijs te noemen en net te doen alsof die ene onverdraagzame, naar macht verlangende God die via kleinburgerlijke religies de wereld terroriseert niets te vertellen heeft, maar dat is zelfbedrog.
Die op eigenwaan gebaseerde God heeft wel wat te vertellen, juist omdat ze aanbeden wordt door religieuze mensen die heel veel macht beziten. En dat is erg gevaarlijk, want de God van de Bijbel is niet zo maar een onbeduidende God. Nee, het is in de eerste plaats (juist omdat hij een soort stamgebonden Monster van Frankenstein is) een wraakzuchtige, egoïstische oorlogszuchtige God die jaloers is en niemand naast zich duldt, zodat ieder mens die intelligent en onafhankelijk is in zijn wereld moet vrezen voor zijn leven.
Alsof er (ook) niet geschreven staat dat elke menselijke schepping die zich boven het recht op leven plaatst ('alles is zijn en zijn is alles') een vorm van godlastering is.

In de oudheid was niemand zo dom om de Goden van de oorlog op de troon te zetten. De Perzen, de Babyloniers en ook de Grieken en de Romeinen plaatsten niet de oorlogsgod MARS, maar JUPITER, de god van het recht en de waarheid, op de troon.
JUPITER werd door de Grieken aangeduid met de naam ZEUS, en hij was de allerhoogste God. In Perzie werd die levensgod AHURA MAZDA genoemd, in Babylon MARDUK.
Christenen hebben JEZUS ('ik ben de weg, de waarheid en het leven') een Jupiter-rol toegekend, en - zoals hierboven aangegeven - de joden (Ezra-isten) hebben de profeet MOZES een Egyptische God gegeven die met de naam 'Ik ben Ik ben' naar de liberale levensgod JUPITER verwijst - een beeldgeworden gedachte die daarom liberaal kan worden genoemd, omdat aanbidding van het leven altijd 'LATEN LEVEN' is.

Je zou dus kunnen stellen dat de ene God die we behoren te aanbidden in feite een pluriforme of veelvormige God is (uit het Oude Testament kun je diverse Godbeschrijvingen destilleren) maar dat we uiteindelijk, onder invloed van het politiek-gebonden Messiaanse machtsdenken, maar voor een enkele definitie hebben gekozen: God als mannelijk persoon van oorlog, die geen andere goden naast zich duldt - in het geval van de joden zelfs niet zijn eigen broeders - want van de twaalf Israëlische stammen zijn er tien, naar men zegt, verloren gegaan. Alleen Judah (de Leeuw) en Benjamin (de Wolf) hebben volgens de algemeen geaccepteerde mythologie de strijd om de macht overleefd...

Waarom intelligente mensen op zo'n slaafse wijze een dergelijke versimpeling van het bestaan aanvaarden is mij een raadsel.
Waarom, zo zou een eerlijke rabijn zich moeten afvragen, noemt een staat zich 'joods' in plaats van Israëlitisch? Israël moet het land van de twaalf stammen zijn en niet van de ene stam Juda, die zichzelf tot 'het volk van god' heeft uitgeroepen.
We moeten, zo zou de intelligente rabbijn verder moeten redeneren, het feit onder ogen zien dat er in de loop van de geschiedenis van het volk van Israël een vervalsing van de waarheid is opgetreden, die ertoe heeft geleid dat onze geschriften onzingeschriften zijn geworden. God heeft niet een naam, God heeft, juist omdat hij via de keuze voor de Egyptische Mozes niet 'het hebben' maar 'het zijn' vertegenwoordigt, meerdere namen en dat is ook heel begrijpelijk omdat God alleen dan een God voor alle mensen is, wanneer hij veelvormig is.

Monotheïsme en polytheïsme hoeven geen tegenstellingen te zijn. De begrippen een en veel vallen samen wanneer je gaat inzien dat het volk van Israël niet uit een stam bestaat, maar uit twaalf stammen, waarbij we tevens moeten inzien dat het woordje 'stam' binnen de ruime grensverleggende wereld van 'het leven' ontdaan kan worden van de bezitsclaim die het machtsbeluste 'hebben' eraan gekoppeld heeft.
Terugkeer dus naar het beeld dat verwijst naar iets anders, het symbool, de allegorie, het sprookje, de parabel, en jezelf afwenden van het beeld dat 'God' geworden is.

Religieuze Joden hebben gekozen voor woorden die ze in feite niet mogen gebruiken omdat het de veelvormigheid van God ontkent. God is een omdat hij er voor velen is.
Zodra je hem zijn veelvormigheid afpakt is hij er niet meer voor allen en verwordt hij tot een dom, egoïstisch groepsgodje, een idool, een wrede afgod, die je groot maakt door hem een groot kanon in handen te geven: "Ik ben NIET het leven, ik ben de MACHT!"
Wie God echter een groot destructief leven-vernietigend wapen in handen geeft aanbidt niet god, maar het kanon.
Dat realiseren de meeste joden, moslims en christenen zich niet. Zij aanbidden via de keuze voor een machtige God een groot kanon, dat volstrekt geen respect heeft voor het leven van andere mensen...
En dat doen zij omdat zij weigeren in te zien dat bazige, onvrije geesten in de oudheid een liberale veelvormige ('leef en laat leven') God zijn vele namen hebben afgenomen...


Zie ook: De 99 Namen Van Allah

Prophet Muhammad said, “Allah has ninety-nine names, i.e. one-hundred minus one, and whoever knows them will go to Paradise.” (Sahih Bukhari 50:894)

Reacties

Cat 03-01-2010 12:56
Mooi stuk Wim! Groet,

lidy broersma 04-01-2010 09:35
Inderdaad, interessant om te lezen.