Eenling worden
in een Schijn-Democratie


Hysterie en Gezond Verstand
Over de elementaire beweging
van het Telegraaf-conservatisme


1. E.G.H.J. Kuipers over het werk van Harry Mulisch:

"De gemiddelde Mulischhater kan vaak de neiging te gaan proesten niet onderdrukken, wanneer de naam Harry Mulisch in verband gebracht wordt met filosofie. Ongetwijfeld schiet hem W.F. Hermansĺ omschrijving van De compositie van de wereld te binnen: Ĺfilosofische onzinturfĺ.." E.G.H.J. Kuipers

Het bemiddelingsproces van zichzelf met zichzelf is een handelen oftewel artistiek produceren", dat Harry Mulisch samenvat in de term 'elementaire beweging'.

Naar mijn weten gebruikt de auteur deze term voor het eerst in 'Chantage op het leven'.
"Jammerlijk hij, die niet kan meedeinen in de elementaire beweging van het leven en de dood, die heengaan door in zichzelf terug te keren en zich te hervinden door vaarwel te zeggen tot alles wat zichzelf toebehoort.'...
Met dit begrip karakteriseert Mulisch zijn literaire produktie vanaf de roman Archibald Strohalm en hij introduceert het voornamelijk om zijn artistieke ontwikkeling te onderscheiden van het allegorisch-symbolische stadium van de roman 'De diamant', waarvan de grondgedachte stamt uit de tijd voor het romandebuut.

De auteur oefent kritiek uit op het jeugdwerk De diamant, omdat het slechts een allegorie is: 'het een neemt de plaats in van het ander'....
Mulisch wil de identiteit tussen beeld en werkelijkheid accentueren en probeert dat vanaf Archibald Strohalm te verwezenlijken door een reŰle wisselwerking tussen beeld en werkelijkheid te postuleren, ja zelfs door een zekere oorzakelijkheid op te stellen tussen het literaire werk en de werkelijkheid. Hij noemt dat een 'even psychologisch als mythologisch getinte personificatie, een omkering der oorzakelijkheid'.
Wat Mulisch in ieder geval afwijst is de opvatting, dat literatuur een realistisch-beschrijvende verdubbeling is van de werkelijkheid.

Het gaat bij de 'elementaire beweging' dan ook niet zozeer om de oorzakelijkheid tussen schrijven en externe werkelijkheid, maar om de imaginair-reŰle status van het literaire personage. En dus om autocreatie.
Dat blijkt uit het slot van de paragraaf 'De elementaire beweging':
'De relaties hiertussen [tussen verbeelding en werkelijkheid] pleeg ik voor mijzelf "de elementaire beweging" te noemen. Ik ben overtuigd van een zeer reŰle wisselwerking, welks verloop en wetten belicht kunnen worden.
"De slapenden zijn medescheppend en medewerkzaam aan wat in de wereld geschiedt", aldus Herakleitos.

E.G.H.J. Kuipers, in: ĹDat zijt gijĺ.
De filosofie van masker en niets van Harry Mulisch.


2. Hysterie & Gezond verstand
Zwolle, 31 maart 1996

De hoofdredactie van de Telegraaf laat de conservatieve ex-hoogleraar Bob Smalhout op een werkelijk hysterische wijze pleiten voor een 'Weg terug' - een weg naar een door hem zelf vorm gegeven verleden, waarin alles wat goed was wordt toegeschreven aan de joods-christelijke moraal
Als nuchter, zakelijk ingesteld mens lijkt het mij daarom een goede zaak de lezer een objectieve blik te gunnen op de harde werkelijkheid die verscholen gaat achter dat hysterische verlangen.

Hysterie, dat behoren we allemaal te weten, ligt ten grondslag aan alle niet op kennis en weten gebaseerde werkelijkheidsopvattingen. Hysterie brengt de meest slechte eigenschappen in de mens naar boven.
Hysterie doodt het individuele geweten en plaatst er een negatieve collectieve wil voor in de plaats.
Wie zich met spiritualiteit bezighoudt die weet dat hysterie in het verleden de gnosis heeft vernietigt. De gnosis aanbidt een verlosser die een 'Schitterend Verstand' bezit. Hysterie daarentegen - in welke vorm dan ook - is altijd de uitschakeling van het verstand.
Hysterische mensen haten de intelligente ander. Daarom willen ze elk vonkje wijsheidsverlangen in de mens vernietigen. Daarom nagelen ze ook in het heden de gnosis aan het kruis.
Hysterie is de voedingsbodem voor alles wat verrot, waanzinnig, benepen, vals en oneerlijk is in deze wereld. Hysterie doodt het verstand. Hysterie is de vijand van de waarheid.

Professor Smalhout van de Telegraaf is een conservatief in de slechte zin van het woord. Niet omdat hij ouderwets is, maar omdat hij hysterisch is.
Je hebt nuchtere, zakelijk ingestelde conservatieven, die er van uitgaan dat het weinig zinvol is om ideeŰn of voorwerpen die hun praktische nut bewezen hebben op een gedachteloze wijze te vervangen of te vernietigen. Zulke conservatieven heeft een maatschappij nodig. Zij staan voor continu´teit en flexibiliteit en zij zorgen er voor dat niet iedere generatie het wiel opnieuw hoeft uit te vinden.
Daar tegenover echter staan de Telegraaf-conservatieven, de hysterici, die op hun chaotische waanvoorstellingen het conservatieve begrip 'gezond verstand' proberen te plaatsen. Zulke conservatieven laten zich nooit leiden door het saaie, nuchtere adagium dat de praktijk ons de waarheid levert, want zo een nuchtere, zakelijke instelling tast hun conservatieve waarden aan, nee, zij aanbidden hun waarden, die een eigen, onaantastbaar leven behoren te leiden, zodat van enige continu´teit geen sprake meer is.
Dat is het verschil tussen een nuchtere conservatief en een hysterische conservatief. De nuchtere conservatief aanbidt het leven en brengt alleen aanpassingen aan waar dat nodig is, de hysterische conservatief daarentegen aanbidt zijn conservatieve waarden, en hij wil de praktijk van het leven aan die waarden ondergeschikt maken.
Zo een hysterische conservatief is de aan voetzoolschimmel en ouderwetse steunkousen verslaafde dokter Bob van de Telegraaf...

Ik houd niet van hysterische conservatieven die mij, hand in hand met de koningin, de paus en de rabbijn, terug willen voeren naar een wereld, die mijn wereld niet is.
Wat moet ik als nuchter mens beginnen met de hysterische waarden van een ander? Kan een mens daar iets wezenlijks mee doen, met hysterische waarden? Leer je er iets van? Steek je er iets van op? Word je er wijzer van?

Het antwoord op al die vragen verschaft ons de literatuur-analyticus E.G.H.J. Kuipers, in zijn monumentale bespreking van het even monumentale jaren-vijftig-werk van de aan hysterie verslaafde romanschrijver Harry Mulisch.
Het is net een lied, die naam... De komiek Andre van Duin zou er in een mum een heerlijke carnavalshit van kunnen maken: 'Het leven, ee-gee-ha-ju, is net een grote paraplu..." Zoiets, vermoed ik.. Niks dus voor een nuchter mens, die aan carnaval geen boodschap heeft...

Dokter Bob van de Telegraaf wil terug. Niks open en dicht. Niks nu... Nee...: Terug! Maar waar naar toe? Dat is natuurlijk de grote vraag.
Het begrip 'verleden' is een begrip waaraan een nuchter mens een betrekkelijke waarde toekent. Hij heeft het beleefd op zijn eigen wijze, maar hij realiseert zich heel goed dat andere mensen dat verleden op hun wijze hebben beleefd. De ervaringen van de een zijn in principe niet beter of slechter dan de ervaringen van de ander. Jij had ook die ander kunnen zijn, jij had ook in de buik van de moeder van een ander kunnen zitten. Jij zit hier, maar je had ook daar kunnen zijn. Je ontwikkelt je op een bepaalde wijze, maar je had je ook anders kunnen ontwikkelen. Het leven is geen zaak die je als enkeling kunt bepalen. Je maakt deel uit van een groter geheel, en je hebt er voor te zorgen dat het geheel niet beheerst wordt door mensen die de wereld bekijken door een bril die nog nooit is aangeraakt door een wezen dat bewogen wordt door de nuchtere wil de boel schoon te maken.

Terug? Is dat schoonmaken, of is dat de vervuiling in stand houden? Moet je iets dat vervuild is in stand houden? Of moet je iets vuils, dat vervangen is door iets dat nog veel vuiler is, vanuit het heden met terugwerkende kracht 'vuil' verklaren, om op die manier de continu´teit veilig te stellen?
De vraag van de continu´teit wordt door Kuipers aan de orde gesteld in zijn bespreking van het boek Chantage op het leven van Harry Mulisch.
Kernbegrippen daarbij zijn de uitdrukkingen 'elementaire beweging', 'autocreatie' en 'realistische verdubbeling van de werkelijkheid'.

Als magisch-realistische beschouwer van de werkelijkheid, een verteller dus, die de werkelijkheid door twee brillen bekijkt, de magische bril die de wetenschap der astrologie hem biedt en de nuchtere bril die zijn kritisch-analyserende verstand hem verschaft, breng ik de uitingen van mensen onmiddellijk terug naar de bronnen waaruit ze zijn ontstaan.
Wanneer Kuipers stelt dat de filosofische uitgangspunten van Mulisch terug te voeren zijn naar een reeks visionaire ervaringen in de jaren 1949 en 1950, dan weet ik als magisch-realist dat ik moet zien te achterhalen wat er in die periode is gebeurd. Welke krachten waren er toen werkzaam? Wat zijn de verborgen invloeden die op dat moment de schrijver hebben be´nvloed?
Magisch denken is geen ontkenning van de werkelijkheid. Magisch denken wil zien wat andere mensen weigeren te zien. Daarom is magie 'magisch'. Meer zien. Meer willen zien.
Magisch denken is daarom de ontkenning van het hysterische conservatisme dat professor Smalhout uitdraagt in de Telegraaf.

Dit staat er te lezen in de Telegraaf van zaterdag 30 maart:
Ons beleid is een product uit de jaren zestig. in de culturele revolutie die toen plaats vond werden alle bestaande normen en waarden omver geworpen en werden onze burgerlijke deugden en tradities, als zijnde verouderd en belachelijk, overboord gegooid.. Krachtig optreden werd toen als autoritair, rechtsreactionair, asociaal en verwerpelijk beschouwd...

Die stelling is, op deze hysterische en volstrekt ongenuanceerde wijze geformuleerd, onwaar. Het wezenskenmerk van de jaren-zestig-revolutie is niet de morele verwording, maar de verwerping van het immoralisme! De schrijver Albert Camus geeft een treffende omschrijving van de verschrikkingen van die tijd, wanneer hij in een kritische bespreking van de tot het marxist bekeerde filosoof Jean-Paul Sartre verzucht:
"O god, wat een ellende. Sartre is moralist geworden..."

Van Mulisch kan hetzelfde gezegd worden.
De bronnen van zijn moralisme kunnen gezocht worden in de periode die de criticus Kuipers als bepalend voor de geestelijke ontwikkeling van Harry Mulisch beschouwt: de perioden februari-juni 1949 en mei 1950 tot oktober 1951, die gekenmerkt worden door een chaotische veelheid aan ervaringen, die we achteraf 'visioenen' noemen, omdat ze een literair werk hebben opgeleverd, maar die we natuurlijk ook een andere naam kunnen geven, een naam, die niet wordt bepaald door een uit het product afgeleid moreel derivaat.


Astrologie kent in zekere zin ook het begrip 'elementaire beweging' waar zij er vanuit gaat dat na de geboorte een wisselend spel van planetenaspecten wordt gevormd die het leven in sterke mate beinvloeden: de zogenoemde progressieve aspecten. Het is een zeer wonderlijk verschijnsel dat volgens wetenschappers onmogelijk kan bestaan, omdat het uitgaat van een denkbeeldige beweging van planeten in de geboortehoscoop. Het bijbelse gezegde: "Ik geef u een dag voor een jaar" wordt daarbij als uitgangspunt genomen. De eerste paar maanden van een mensenleven geven op die manier een draaiboek voor wat gebeuren gaat.
De link hierboven laat progressieve aspecten zien die werkzaam waren in de periodes die hierboven worden aangegeven.


Binnen de wereld van de hysterische conservatief wordt het bestaan bepaald door het morele derivaat. Dat is een waarheid die we goed onder ogen moeten zien. Wie namelijk op zoek gaat naar de waarheid, zal zich moeten realiseren dat het wezenskenmerk van een derivaat is dat het is afgeleid uit een werkelijkheid die niets zegt over de waarde van de bron waaruit het is ontstaan. Integendeel juist. Het derivaat verbiedt ons de bron te beschouwen. Het derivaat brengt ons niet naar de bron, brengt ons niet 'terug', zoals professor Smalhout het ons wil doen geloven, nee, het derivaat brengt ons naar een heden dat bepaald wordt door mensen die de continu´teit afwijzen, in dienst van een conservatisme dat, juist omdat het de beweging afwijst, geestdodend is.

Harry Mulisch is een conservatief die zichzelf heeft vastgepind aan het verleden, maar die desondanks waarde hecht aan de zijnswerkelijkheid beweging. Hij definieert dat begrip als een wisselwerking tussen twee werkelijkheden: de wereld buiten jezelf en de wereld binnen in jezelf.
Dat een mens een geheel eigen wereld heeft, die zijn eigen wetten kent, heeft de schrijver Mulisch op een zeer duidelijke wijze ervaren. De visioenen waar Kuipers over spreekt zijn psychische (aan de psychose grenzende) ervaringen die een mens losmaken van een wereld die als stabiel en ordelijk wordt ervaren door de aangepaste anderen.
De aangepaste ander kent geen wisselwerking. Hij heeft geen visioenen, hij maakt niets, en als je niets maakt ben je geen schepper, tenminste, geen schepper van een orde die boven de platvloerse werkelijkheid van alledag uit stijgt.
Harry Mulisch ziet zichzelf als een schepper, een mens die de werkelijkheid niet wil beschrijven, maar veranderen.
De filosofie daar achter luidt als volgt: Door een roman te schrijven schep ik een geestelijke werkelijkheid die een eigen leven gaat leiden. De roman is niet een simpele, geordende verwijzing naar iets anders (een allegorie), waardoor mensen de chaotische werkelijkheid beter kunnen begrijpen, nee, de roman is een afsplitsing van mezelf, die van mij een groter, vollediger mens maakt. Ik schep mezelf. Ik breid mezelf uit. Ik word God.'
Kuipers noemt dat autocreatie.

Een bescheiden mens, die in zijn werk een belangeloze belangstelling voor anderen aan de dag legt, is Harry Mulisch zeer zeker niet. Dat betekent dat je als waarheidszoeker bij Mulisch weinig waardevolle ontdekkingen zult kunnen doen. Zijn beweging is een beweging waaraan jij geen deel hebt. Als je wordt bewogen dan is het een beweging waaraan je part noch deel hebt. Jij mag alleen maar toekijken hoe je door anderen bewogen wordt. Het enige wat Mulisch voor jou belangrijk maakt is zijn gebondenheid aan een chaotisch verleden, dat door literatuurbesprekers verheerlijkt wordt. En naar dat verleden keren we derhalve terug. Niet om het, zoals professor Smalhout het van ons eist, in ere te herstellen, want een mens met gezond verstand weigert de chaos te aanbidden, maar om het te bestuderen, als nuchter mens en als magisch-realist.

Twee magische zijnswerkelijkheden zijn bepalend voor de periode waarin de geestelijke vorming van Mulisch (die gestalte gekregen heeft in de persoon van de romanfiguur Archibald Strohalm) tot stand is gekomen: Een zich herhalend negatief Zon-Neptunus-aspect (februari 1949) en een zich herhalend negatief Maan-Neptunus-aspect (mei 1950).

Astrologen zijn het er over eens dat de planeet Neptunus een zeer verwarrende invloed kan uitoefenen op het geestesleven van een mens. Kenmerkende woorden voor een negatief geaspecteerde Neptunus zijn: 'verward innerlijk leven', 'te grote fantasie', 'ontkenning van de werkelijkheid', 'leugenachtigheid' en 'aanleg voor ernstige, nerveuze aandoeningen'.
In mijn eigen horoscoop is het negatieve Maan-Neptunus-aspect aanwezig en de negatieve uitwerking ervan op psychisch gebied heb ik aan den lijve ervaren. Waar ik echter uit die ervaringen de nuchtere conclusie destilleer dat we onszelf en onze opvattingen met een uiterste aan wantrouwen dienen te beschouwen, daar stellen Mulisch en zijn bewonderaars doodrustig dat de chaos serieus genomen dient te worden.
Als ernstig mens ben ik het daar niet mee eens. De chaos moet geuit worden, de chaos moet vorm worden gegeven, maar niet om er de op orde gerichte ernst mee te vermoorden. Wie chaotisch is moet daaruit de conclusie trekken dat hij de mindere is van de ernstige, ordelijke mens. De ernstige, ordelijke mens draagt een bril die schoongewreven is. De chaotische mens ligt in een bad vol troebel water, en wie vanuit dat water omhoogkijkt naar de wereld boven hem, die ziet, op zijn zachts uitgedrukt, een 'vertekend beeld'.

Vertekende beelden kunnen 'mooie kunstwerken' zijn. Ze laten ons iets zien wat er is en ze vertellen ons iets over de ander. Maar praktisch nut? Nee, dat hebben vertekende beelden niet. Wie met vertekende beelden in zijn hoofd achter de ontwerptafel van een vliegtuigfabriek gaat zitten, die kan er zeker van zijn dat hij een vliegtuig ontwerpt dat in feite niets anders is dan een vliegende doodkist. En ik denk dat geen lezer zich ertoe geroepen zal voelen een tocht te maken in zo een dodemansvoertuig. Ongetwijfeld zal hij bij zichzelf zeggen: "Ja, ik ben me daar gek, mijn leven is me toch echt te lief..."

Alles wat ik daarmee wil zeggen is dat we voorzichtig moeten zijn met het tot mythe verheven woordje 'kunst'.
Kunst in handen van opschepperige fantasten kan uitgroeien tot anti-kunst. Wie het boek 'De furie van het systeem' van Kuipers leest komt al snel tot de overtuiging dat hier iets mis is. Hier stelt een wetenschapper zijn denken in dienst van een wereld die anti-intellectueel is. Neptunus, zegt de astroloog, vertegenwoordigt het irrationele, anti-intellectuele denken in de mens. Neptunus (heerser van het dierenriemteken Vis) is de tegenpool van de eeuwig kritische en sceptische planeet Mercurius (heerser van het dierenriemteken Maagd).
De tekens Vis en Maagd zijn tegenpolen, die desondanks elkaar aantrekken. Ze hebben veel met elkaar gemeen en kunnen elkaar uitstekend aanvullen, zoals alle aan elkaar tegengestelde tekens dat kunnen doen.
Wie het woord 'aanvulling' serieus neemt kan het begrip 'elementaire beweging' van Mulisch werkelijk inhoud geven. Waar Mulisch het begrip volledig op zichzelf betrekt (hij is de mens die God wordt en als zodanig de wereld verandert, zonder dat een ander ooit in staat is die goddelijke status te bereiken, want het woordje 'ander' komt in het ego´stische vocabulaire van Harry Mulisch niet voor, alles staat in dienst van het begrip 'autocreatie'..), daar breidt de astroloog het begrip uit.
Dialectisch materialisme (alle vormen van autocreatie zijn gebonden aan de materie, de stoffelijke werkelijkheid van het beperkte eigen IK) wordt dialectische spiritualiteit, en je mag rustig zeggen dat alleen daar waar de dialectiek een spiritueel karakter krijgt, sprake kan zijn van beweging: 'elementaire beweging', in de goede zin van het woord.

Waar dialectische spiritualiteit werkzaam is wordt geen chantage meer gepleegd op het leven. Dialectische spiritualiteit chanteert niet, buit niet uit, neemt niet alles weg waar de ander voor gevochten heeft, nee, dialectische spiritualiteit schept ruimte voor de ander.
Het woordje 'teruggaan' kent de dialectische spiritualist niet. Het leven is beweging, continu´teit. These en anti-these monden uit in een synthese.

Professor Smalhout van de Telegraaf wijst het dialectische denken af. Hij is net als Harry Mulisch een autocreator, een man, die zichzelf tot centrum van het universum heeft uitgeroepen, een zich eeuwig herhalende oerknal, die volmaakt zinloos is, omdat het morele derivaat, dat zijn leven bepaalt, elke weg terug onmogelijk heeft gemaakt.