Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Ben-Gurion en Het Imperialisme
VK-blog van dinsdag 27 november 2007 door Wim Duzijn


Cambridge dictionary: "Imperialism is the attempt of one country
to control another country, esp. by political and economic methods:"


Hoewel de strijd tegen wat 'de wetteloosheid van imperialistische machthebbers' werd genoemd centraal stond in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, een periode waarin een rebelse studentengeneratie als minderheid de macht van de meerderheid wilde breken, sta je momenteel als eenling, d.w.z. iemand die altijd en eeuwig de minderheid vertegenwoordigt, in een soort geestelijke lege ruimte wanneer je probeert een generatie die 'de verandering' zegt te vertegenwoordigen op een zodanige wijze te beÔnvloeden dat ze bereid is de geestelijke lamlendigheid - waaraan ze zich in de zeer kille jaren 80 (de neoliberale jaren van HET WERK en HET GELD) volmaakt willoos overgeleverd heeft - overboord te zetten.

"Marcuse denkt dat het van groot belang is om de heersende maatschappelijke belangen nŪet te accepteren. Om vragen te stellen, om het in twijfel te trekken, om verzet uit te oefenen."
Geestelijke lamlendigheid wordt daar zichtbaar waar een eerlijke enkeling het lef opbrengt zichzelf strijdbaar op te stellen.
Dat is altijd en eeuwig de instelling geweest van niet aan een geloof of ideologie gebonden intellectuelen, en omdat intelligente mensen dat weten is het niet zo vreemd dat de filosoof Herbert Marcuse (wiens boek 'De eendimensionale mens' een soort bestseller werd binnen de links-marxistische studentenwereld) in zijn werk uitdrukkelijk stelt dat elke wezenlijke verandering binnen een vastgeroest systeem alleen uit kan gaan van onaangepaste eenlingen, een anarchistische gedachte in feite, die mij als anti-ideologisch buitenbeentje best wel kon boeien, ware het niet dat de grootmeester van de individuele revolte op een welhaast negatief-magische wijze de marxistisch-collectivistische opstand van een naar ideologisch conformisme neigende studentenbeweging tot 'eenlingenopstand' uitriep, hetgeen tot gevolg had dat alles wat werkelijk alleen stond binnen een op aanpassing gericht collectief systeem naar de marge van de samenleving werd gedrongen en eigenlijk geen andere keus had dan zich uit het maatschappelijke leven terug te trekken, juist ook omdat een van de weinige vrijplaatsen voor eenlingen, de universiteit, een plek waar rare, eenzelvige eenlingen altijd een soort toevluchtsoord konden vinden, voor hen ontoegankelijk werd gemaakt, omdat als onmaatschappelijk ervaren hobbyisme en andere sociaal niet relevante activiteiten in dienst zouden staan van 'een imperialistisch systeem' dat door democratische idealisten hervormd diende te worden.

Heel hard gesteld kun je dan ook zeggen dat in de jaren zestig en zeventig de marxisten de universiteit als liberale vrijplaats hebben vernietigd.
Pas eind jaren 70 begin jaren 80 verdween het marxisme en trad er een kentering op, waarbij het materialisme van de marxisten werd vervangen dor het economisme van de neoliberalen, een omslag die van weinig betekenis was voor diegenen die zich binnen een vereconomiseerde wereld (of die nu links of rechts is) volstrekt niet thuis voelen.
De universiteit werd ontromantiseerd, zou je kunnen stellen, is daarom geen broedplaats meer voor rare, eenzelvige eenlingen, maar een keurig, op ideologisch conformisme gericht verlengstuk van een systeem, dat ooit om zeep geholpen moest worden omdat het een primitieve antidemocratische burgermansmoraal in stand zou houden.

Juist omdat conformisme de opdracht is die wetenschappers wordt meegegeven is het verklaarbaar dat aan primitief ideologisch denken gebonden neoliberalen en neoconservatieven de dienst uitmaken binnen de academische wereld, mensen die het als hun taak zien het eigen EGO om te zetten in op conformering gericht ego-isme, een streven dat daarom geestelijk onproductief is, omdat elke vorm van uitbreiding van het eigen ego leidt tot beperking van de bewegingsruimte van mensen die EEN SOCIAAL EGO proberen op te bouwen - kiezen voor wat vrijzinnige protestanten in de jaren 50 PERSONALISME noemden.

Kritiek op 'het systeem' is altijd een strijd geweest tegen asociaal gedrag van egoistische mensen, geen 'slechte mensen', omdat de vertegenwoordigers van 'het systeem' altijd de moraal bezietten, maar 'goede' mensen die blind zijn voor het onrecht dat hun egoisme in het leven roept.
Wat dat betreft kun je maatschappijcritici die primitief egoÔsme aanvallen verlichte 'messianisten' noemen, mensen dus die de uitvinder van het messianisme, de Perzische profeet ZOROASTER, serieus nemen.
Binnen het Zoroastristische Messianisme (dat in een primitieve, want aan de eigen etnische groep gekoppelde, vorm, is overgenomen door de EZRA-isten in Judea), wordt verwezen naar een soort eindtijd waarin er strijd zal worden geleverd tussen vertegenwoordigers van de rechtvaardige 'god' AHURA MAZDA (astrologisch Jupiter= Vuur en Neptunus=Water) en de onrechtvaardige anti-god' AHRIMAN (Leeuw-Schorpioen).

De noodzaak onrecht en arrogantie van machthebbers te bestrijden werd door de Perzen gekoppeld aan een utopisch toekomstbeeld, waarin de aarde verlicht zal worden door vertegenwoordigers van een Messiaanse beweging die het kwaad totaal zal vernietigen, hetgeen vanuit astro-anarchistisch oogpunt bezien een vals-morele gedachte is die haaks staat op het holistische, liberale en daarom in zeker opzicht immorele, eenheidsdenken van de Babyloniers en de Egypenaren, een manier van denken die niet gericht is op vernietiging van de ander maar op het inpassen van de ander in het grotere geheel van wat je 'de onvolmaakte samenleving' zou kunnen noemen.

Wie dan ook probeert te begrijpen waarom een filosoof als HERBERT MARCUSE (individualist, maar geestelijk geworteld in een joods-Messiaanse heilstraditie) een plat-materialistische beweging als het aan geestelijke dictatuur gekoppelde marxisme verdedigde, die zal moeten inzien dat het aan eenlingen gebonden begrip 'geestelijke verlichting' door het joods-christelijke Messianisme (waar met name exceptionalistisch Amerika de vertegenwoordiger van is) gereduceerd is tot een simplistisch machtsgebeuren.
Het probleem van theocraten en exceptionalisten (mensen die natie en god aan elkaar gelijk stellen) is altijd dat ze zichzelf een goddelijke status hebben toegekend en daarom nooit bereid zijn de ander als gelijke te zien.
Verlichting is binnen dat machtgebonden Messianisme niet de taak van de intelligente enkeling ( de persoonlijkheid), die daarvoor ruimte moet krijgen van een verlichte overheid, maar verlichting is een van bovenaf opgelegd dictaat, dat alleen maar daarom 'goed' is omdat het machtswoord wordt uitgesproken door een of meer afgezanten van God, die zichzelf voorzien van het etiket 'Messiaans'.

Dat het streven naar politieke macht die het mogelijk maakt een schijnorde in het leven te roepen via de een of andere vorm van dictatuur een essentieel element is van het Oud-Testamentische Messianisme bewijst onder meer de vestiging van de Islamitische republiek in Iran door de aan vroomheid en politieke strijd gebonden geestelijke leraar Khomeini en de vestiging van een Joods-theocratische staat in het Arabische Palestina - in beide gevallen (en dat mag je best ironisch noemen) door toedoen van mensen die van oorsprong socialist en anarchist waren.
Iran en Israel zijn in diepste wezen gelijke grootheden. Beiden vertegenwoordigen een vorm van Messianistisch denken die de werkelijkheid van het leven ontkent, omdat het de taak van elke Messianist is een wereld te scheppen waarin de Messianist als vertegenwoordiger van God absoluut goed behoort te zijn, een vertegenwoordiger dus van een soort moreel superras, die als taak heeft de wereld van de anderen te verlichten. Het spreekt dan ook vanzelf dat ze elkaar zien als vertegenwoordigers van 'het asbolute kwaad'.

Een belangrijk vertegenwoordiger van de gedachte dat IsraŽl een Messianistische heilstaat dient te zijn was de eerste premier van IsraŽl David BEN-GURION, een man die altijd de aan de Hebreeuwse bijbel ontleende gedachte heeft gekoesterd dat IsraŽl als ĎJoodse staat' de leidende natie van de wereld (Ďhet licht van de wereld') moet worden - hetgeen blijkt uit de citaten hieronder, die afkomstig zijn uit een boek dat in het jaar 1972 werd gepubliceerd.


BEN-GURION LOOKS AT THE BIBLE
JONATHAN DAVID PUBLISHERS New York 1972

1. Het IsraŽlische leger heeft een speciale educatieve taak die ontbreekt - en ook niet nodig is - in andere legers. Het IsraŽlische leger kan niet tevreden zijn met de onderwijsmethoden die in elk regulier leger worden aangeboden - ik bedoel superieur modern onderwijs - maar vereist aanvullende, speciale instructies vanwege de historische uniciteit van zijn mensen...
Met historische uniciteit bedoel ik de intellectueel-morele strijd die ons volk met zijn buren heeft moeten voeren sinds het een natie werd, een strijd die voortduurt tot op de dag van vandaag; gedragen door de Messiaanse visie die generaties lang levend werd gehouden in de harten van de mensen...

Commentaar: De nadruk wordt gelegd op een superieur leger, die een morele strijd moet voeren, en op de noodzaak als volk uitzonderlijk te moeten zijn, in die zin dat het de taak van een geheel volk is zich gereed te maken voor de Messiaanse eindtijd.

2. We zijn alleen vrij - in de zin dat we de controle hebben over ons eigen lot - als we zelf oordelen en beslissen wat goed en wat slecht is (dat is iets wat iedereen wil, maar seculier monotheÔsme - het opleggen van een enkele reeks waarden door een seculiere, boven on staande instantie - bedreigt dat streven..; waarom - bijvoorbeeld - zou de VN in staat moeten zijn om elke regering terzijde te schuiven die sodomie verbiedt...?).
Iedereen die de jurisdictie van een vreemde mogendheid accepteert doet afstand van zijn vrijheid en onafhankelijkheid.
De essentie van de spirituele strijd van het Joodse volk nadat het een natie werd, is de weigering elke vorm van buitenlandse heerschappij te aanvaarden, die in strijd is met ons geweten, zelfs wanneer ons volk wordt geconfronteerd met een superieure fysieke macht.

Commentaar: Uitdrukkelijk wordt hier gesteld dat een joodse staat vanwege zijn unieke karakter niet-joodse wetgeving die als 'slecht' wordt ervaren dient af te wijzen. Er kan binnen die visie niet zoiets bestaan als internationaal, voor allen geldend recht. Een vorm van politiek anarchisme dus, maar wel een zeer negatieve vorm die weigert wetgeving te accepteren die als gevaarlijk worden beschouwd voor de eigen groep.

3. Een van de eerste mondelinge boodschappen die Mozes hoorde uit de mond van zijn God, na de uittocht uit Egypte, was dat het Joodse volk een volk zou zijn "dat meer gekoesterd zou worden dan enig ander volk, een koninkrijk van priesters en een heilige natie".
De zegeningen die Mozes God hoorde uitspreken - mits de IsraŽlieten bereid waren de stem van God te gehoorzamen - waren het zegenen van de velden en de woonplaatsen, het zegenen van de baarmoeder en de aarde, de nakomelingen, de runderen en schapen, de fruitmanden en de deegbakken..
Ik twijfel niet aan het gegeven dat het volk van IsraŽl, vanaf het begin tot aan vandaag, door alle generaties heen, een natie was die wat geest en lotsbestemming betreft anders was dan alle andere naties op deze aarde...

... Er zijn, zoals Maimonides uitlegt, mensen die superieur zijn op grond van hun intellectuele, spirituele en morele eigenschappen<; ze horen Gods stem in hun hart of in een droom, en ze handelen in overeenstemming met deze innerlijke stem...
De joodse visie op verlossing heeft twee aspecten: het bijeenbrengen van ballingen en de voortbestaan van het Joodse volk in zijn eigen land als een uitverkoren volk, en als een licht voor de naties.

Commentaar: Opvallend is dat David Ben-Gurion er vanuit gaat dat een volk dat zich boven alle wetten plaatst in staat is een licht voor de wereld te zijn, een tamelijk gevaarlijke gedachte, omdat elke poging van andere mensen een situatie te scheppen waarin wordt aangetoond dat joden (gezien als een collectief van zomaar wat willekeurige mensen) helemaal geen superieure wezens zijn - dat ook niet mogen zijn in een wereld waarin via universele wetgeving alle mensen gelijke rechten gekregen hebben - gezien wordt als een poging 'de vrijheid en de Messiaanse taak van 'het joodse volk' te vernietigen...


Wikipedia info

David Ben-Gurion (Plonsk, Wijselland, 16 oktober 1886 Ė Ramat Gan, Tel Aviv District, 1 december 1973) was een IsraŽlisch politicus en de eerste premier van IsraŽl van 1948 tot 1954 en van 1955 tot 1963.
Ben-Gurion was de drijvende kracht achter de IsraŽlische onafhankelijkheidsverklaring en een van de belangrijkste grondleggers van IsraŽlische Staat.
Gedurende zijn jaren in Palestina, tot het moment dat hij de staat IsraŽl uitriep, vertegenwoordigde Ben-Gurion de hoofdmoot van het Joodse establishment. Hij speelde een hoofdrol bij de immigratie van Joden naar Palestina, en bij politieke activiteiten van de Zionistische Arbeiders Organisatie (de latere Mapai). Vanaf 1935 was hij voorzitter van de Jewish Agency for Palestine, de latere Jewish Agency for Israel.
Van 6 tot 11 mei 1942 nam Ben-Gurion deel aan de zionistische Biltmoreconferentie in de stad New York.
De deelnemers begrepen wel dat de VS een supermacht in opkomst was en dat de Amerikaanse joden een belangrijke rol te spelen hadden. Ben-Gurion won op de conferentie het pleit. Hij en de zijnen zouden het Biltmoreprogramma gaan uitvoeren: o.a. joodse kolonisatie in hťťl Palestina...

In het Biltmoreprogramma werden resoluties aangenomen waarin de MacDonald White Paper van 1939 werd afgewezen( omdat het de rechten van joden zou beperken) en men voornam om van Palestina een Joodse commonwealth te maken.
Het Britse rijk zou daardoor niet langer als een bondgenoot worden beschouwd. Het was een eerste poging aansluiting te zoeken bij de Verenigde Staten als aankomende wereldmacht.
Dit nieuwgevormde beleid week sterk af van de traditionele zionistische politiek, waarin de vestiging van Joden in Palestina centraal stond, niet de heerschappij over land en volk.
Het Biltmoreprogramma werd het nieuwe officiŽle standpunt van de zionistische beweging.
Gematigde zionistische leiders werden vervangen door daadkrachtiger personen, allereerst David Ben Gurion, waardoor de vergadering volgens historici het karakter kreeg van een staatsgreep binnen de zionistische beweging.