Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Mens of Kunst-mens?
VK-blog van vrijdag 26 maart 2010 door Wim Duzijn



Ik heb het in mijn blogjes al vaker gezegd: ik ben als anarcholiberaal bloggertje in diepste wezen een uiterst katholiek persoontje.
Ooit was ik Rooms-Katholiek, kerkelijk dus, maar omdat Rome de ontkenning is van het anarchistische, anticlericale Christusprincipe, een principe dat naar universele, voor iedereen geldende waarden verwijst, daarom heb ik gekozen voor het katholiek zijn, want het niet religieuze woordje 'catholicas' betekent in mijn aan geen enkele kerk gebonden 'Grote Familie wereld' (de geestelijke wereld van het anarchisme) heel gewoontjes: universeel, allesomvattend, en grensoverschrijdend...
En juist omdat ik als anarcholiberale schrijver ergens voor sta, daarom erger ik me aan mensen die nergens voor willen staan, vooral wanneer die principeloze weigeraars net doen alsof ze wel ergens voor staan.

Opportunisme, hypocrisie en intellectuelenhaat zijn het gevolg van de weigering van mensen principes te verdedigen.
Wanneer moslims weigeren universele waarden te verdedigen, dan val ik als katholieke principeman de moslims aan, zijn het de homoseksuelen, die alles en iedereen ondergeschikt willen maken aan een liefdeloze, egoïstische jacht naar lustbevrediging, dan val ik homoseksuelen aan, en zijn het de joden, die het idool (afgoderij) boven Mozes (gezien als symbool voor de strijd tegen principeloze afgodenaanbidding) plaatsen, dan val ik joden aan (niet alle joden dus, zoals joodse ideologen dat altijd suggereren wanneer een ander kritisch is, maar diegenen die niet katholiek willen of durven zijn...)

Universele waarden mogen nooit ondergeschikt gemaakt worden aan kille, egoïstische groepsverlangens, die zich altijd uit kristalliseren in idolen, waarvan het kenmerk is dat de vorm, de buitenkant, het onechte, belangrijker is dan de inhoud.
Zodra een groep, uit naam van het egoïsme, de kilheid, de liefdeloosheid, het onrecht en de principeloosheid gaat verheerlijken leven we niet meer in een beschaafde wereld, maar treden we het tijdperk van de dierlijke, onbeschaafde, cultuurhatende mens binnen, die omdat hij dodelijk eenzaam is alles wat waardevol en beschaafd is gaat vernietigen - vaak zonder het zelf te beseffen...
We realiseren het ons niet, maar we leven in een tijdperk waarin de eenzaamheid tot God is uitgeroepen.
We geven elkaar geen liefde, maar we zijn op zoek naar zondaars (zondebokken). We willen weten hoe slecht een ander is en als we dat weten gaan we op jacht.

Dat is een absurde toestand die alleen bestreden kan worden wanneer we het anarchistische begrip 'Liefde' serieus gaan nemen, niet de liefde van de familielozen (die altijd anderen buiten sluiten) maar de liefde van de familiemens.
Dat vind ik een doodnormale zaak, zo katholiek als de pest dus.., maar als anarchistisch buitenbeentje dat pleit voor tederheid, liefde en romantiek heb ik ontdekt dat een dergelijke Liefdesopvatting (te vergelijken met de stelling van Jezus dat een mens zelfs zijn vijanden lief moet hebben) bij veel mensen alleen maar haat, afschuw, weerzin en spotlust oproept.
Dat is een teken aan de wand. Wanneer mensen de Liefde gaan ervaren als een zaak die alleen maar verdedigd wordt door kneusjes en halvegaren, dan is er iets mis met onze cultuur. Dan wordt onze cultuur bepaald door gemakzuchtige opportunisten die liefde gelijk stellen aan macht en geld, zodat de mensen die niet rijk en niet machtig zijn altijd genoegen moeten nemen met de niet bepaald vererende positie van 'kneus' en 'halvegare'...

Het probleem is natuurlijk altijd dat de liefdeloosheid zo sterk, rijk en machtig is dat ze op kunstmatige wijze een 'mooi masker' in het leven kan roepen, waarachter de liefdeloosheid verborgen wordt. In het evangelie wordt die werkelijkheid op welhaast poetische wijze 'de wereld van het witgepleisterde graf' genoemd.
De mens wordt binnen zo een leugenwereld een toneelspeler, een robot, een lege, inhoudsloze machine die alleen maar opdrachten uitvoert, niet om zichzelf te ontwikkelen, niet omdat hij moet leren een mens te zijn, maar omdat hij gemaakt is om een gehoorzame, mooi ogende pop te zijn.
Opportunisme, zo kun je dan ook stellen, is weinig meer dan poppenspel.
Een mens met principes daarentegen, iemand die geen harlekijnfiguur wil zijn, zal elke politieke en religieuze beweging die mensen hun principes af wil nemen bestrijden. Het kan hem daarbij niet schelen uit welk soort mensen die bewegingen bestaan.

Binnen het religeus-mystieke jodendom (een term die niet verwijst naar joods-afgodisch nationalisme maar naar het zijnsmysterie G'd) wordt een dergelijk robotachtig wezen aangeduid met de naam 'Golem'.
De Golem is een kunstmatig wezen dat via allerlei magische technieken vervaardigd wordt uit een hoopje klei. Hij krijgt zijn instructies en hij voert de gegeven opdrachten gehoorzaam uit.
Geleidelijk aan wordt hij iets intelligenter, vooral wanneer men hem in staat stelt zelfstandig informatie tot zich te nemen.
Alles gaat goed tot hij ontdekt dat zijn leven vlak, saai en leeg is. Hij ziet kinderen spelen, lachen en lief zijn en hij vraagt zich af waarom hij die werkelijkheid nooit heeft gekend.
Hij is een bediende, hij werkt, hij voert opdrachten uit en hij kent de boeken die hij lezen moet, maar hij heeft nooit geleefd zoals die simpele doodgewone kinderen leven. Hij kan niet lachen, niet liefhebben en niet spelen, en hij mist het vermogen op een naïeve, onschuldige wijze lief te zijn.
Kinderen hebben vriendjes, maar hij heeft niets. Hij is volwassen geboren en hij moet volwassen sterven, en dat is zo'n verschrikkelijke waarheid dat hij er niet mee leven kan. Daarom vlucht hij weg, en gaat hij op zoek naar een andere wereld, waarin hij geen kil gehoorzamende robot hoeft te zijn.

Dat ogenschijnlijk simplistische verhaal van de Golem is hoogst actueel in een tijd waarin zich intellectueel noemende joden niet meer in staat zijn op een volwassen, onafhankelijke wijze intelligent te zijn.
Wie bijvoorbeeld op een eerlijke, liefhebbende wijze het gedrag van zionistische ideologen bekijkt (een zionist is iemand die de tot idool uitgeroepen staat Israel belangrijker vindt dan het voor hem betekenisloze mysteriebegrip G'd), die kan alleen maar in janken uitbarsten. Want het is werkelijk diep- en dieptragisch dat een politieke ideologie mensen zo diep kan vernederen dat ze niet meer in staat zijn de leugen van de waarheid te onderscheiden.
Binnen de wereld van de afgodendienaren mag een intellectueel alleen nog maar een aan de ideologie gebonden robotmens zijn, en juist omdat hij ontpersoonlijkt is bezit hij domweg niet meer het vermogen weg te vluchten uit zijn liefdeloze, ontkinderlijkte ideologenwereld, waarin hij geen kinderlijk mens (lees: 'vrije geest') mag zijn.
Zonder de aanwezigheid van religieuze autoriteiten voelt hij zich machteloos, een niemand, ook al vertel je hem dat hij een gevangene is van een heilig woord dat nooit werkelijk betekenis zal krijgen in zijn wereld.

De meeste mensen proberen literatuur en werkelijkheid van elkaar gescheiden te houden. Zij splitsen de wereld op in twee delen: de echte wereld die met spiritualiteit weinig te maken heeft en de literair-spirituele wereld, waarin je op een vrijblijvende wijze, via bluf en opschepperij de rol van vergeestelijkte intellectueel kunt spelen.
Het is die schizofrene wereld, die via het verhaal van de Golem in feite wordt aangeklaagd.
De Golem is geen echt mens, maar een kunstmatig mens die in feite het eigendom is van een boven hem staande ander.
Hij doet iets, en zolang hij gedachteloos doet wat hij doet is er niets aan de hand. Maar wanneer hij weg wil stappen uit die kunstmatige wereld en echt wil zijn, onafhankelijk, zoals de kinderen om hem heen, dan ontdekt hij dat hij in feite helemaal niets is. Hij ontdekt dat hij een gevangene is en daarom loopt hij razend van woede zijn liefdeloze leugenwereld uit.

Weinig mensen beseffen dat de tegenstelling 'echtheid-kunstmatigheid' niet zomaar een raar verzinsel is van een zonderlinge rabbi. Het is een werkelijkheid waar over nagedacht moet worden. Juist om te voorkomen dat principeloze opportunisten een lege, kille, liefdeloze schijncultuur in het leven roepen, waaruit de eerlijke mens die liefde zoekt verwijderd wordt.
Daarom volgt hier wat meer info over een literair fenomeen dat binnen de wereld van gepolitiseerde leeghoofden nooit serieus genomen zal worden...


De GOLEM
kunstmens van rabbi Löw

De Praagse rabbijn Jehuda Löw ben Betsalel (1520-1609) vormde het middelpunt van de legenden rondom de Golem.
Golem is oorspronkelijk een Hebreeuws woord, dat voorkomt in Psalm 139:16 en vertaald wordt met klomp, leem of embryo.
Volgens de legende, gebaseerd op kabbalistische geschriften is de golem een kunstmens (vergelijkbaar met het alchemistische begrip homunculus).
Jehuda Löw wekte deze uit leem vervaardigde golem tot leven door hem een strookje perkament met de mystieke en onuitsprekende naam van God (de 'sjem') in de mond te steken. Dankzij dit strookje kwam de golem tot leven, zonder deze ‘sjem’ werd hij weer een levenloze lemen figuur.

De legende van Jehuda Löw en zijn golem houdt nauw verband met de geestelijke sfeer van zijn tijd, waarin de toenmalige keizer Rudolf II meer belangstelling toonde voor de occulte 'wetenschappen', voor alchemie en astrologie, dan voor de regeerkunst. (info gevonden op de site www.tsjechisch.nl/portret2)