Eenling worden in een
Schijn-Democratie



IJdelheid en Anarchisme
VK-blog van vrijdag 22 januari 2010 door Wim Duzijn


"It remains true, as it has through all progress, that only the libertarian spirit and method can bring man a step further in his eternal striving for the better, finer, and freer life...
The authoritarian method has been a failure all through history and now it has again failed in the Russian Revolution. So far human ingenuity has discovered no other principle except the libertarian, for man has indeed uttered the highest wisdom when he said that liberty is the mother of order, not its daughter.
All political tenets and parties notwithstanding, no revolution can be truly and permanently successful unless it puts its emphatic veto upon all tyranny and centralization, and determinedly strives to make the revolution a real revaluation of all economic, social, and cultural values.
Not mere substitution of one political party for another in the control of the Government, not the masking of autocracy by proletarian slogans, not the dictatorship of a new class over an old one, not political scene shifting of any kind, but the complete reversal of all these authoritarian principles will alone serve the revolution..." Emma Goldman, in: My Disillusionment in Russia (1923)

"Soviet Russia, it must now be obvious, is an absolute despotism politically and the crassest form of state capitalism economically." Emma Goldman, April 1935.


Over ijdelheid, Jan Blokker en het najagen van de wind
een duik in een calvinistisch verleden - Zwolle, 13 januari 1985


JAN BLOKKER is journalist, een schrijver, die voornamelijk kleine, literair getinte stukjes in de krant plaatst, en die daaraan de titel ‘columnist’ heeft ontleend.
Dat is een beroep, 'columnist', een zogenaamd 'vrij beroep', waarmee een beroepsschrijver als een soort kleine hardwerkende ondernemer de kost verdient, en als zodanig eigenlijk een bestaansvorm die niet de moeite van het vermelden waard is. Want zeg nu zelf: wie besteedt er in grotemensenland (de wereld van de bobo's) nu aandacht aan de waarde van het werk van 'de kleine ambachtsman'?
Is zo een man niet vrijwel altijd bezig met zwart werk? Iemand die op de markt gaan staan met een kraam vol onbestemde handelswaar waarvan niemand de herkomst weet, ook de belastingdienst niet..
Dat kan toch eigenlijk geen zuivere koffie zijn...?

Opmerkelijker is daarom het feit dat JAN BLOKKER ooit adjunct-hoofdredacteur was van de van oorsprong katholieke Volkskrant, en dat hij zich in latere tijden ontpopte als een anarcho-liberaal, die - naar eigen zeggen - het liefst gekleed zou willen gaan in een degelijke, zwarte ‘calvinistenjas’.
In die tijden was het namelijk mode in het wereldje van zich links noemende intellectuelen om jezelf af te zetten tegen alles wat vrolijk, zweverig, frivool en anti-calvinistisch was.
Het woordje ‘calvinist’ werd een soort eretitel. Je telde mee, als calvinist, en daarom kon je - wanneer je tenminste de moeite wilde nemen de hoofdstad van ons land te bezoeken - aan linkse dagbladen verbonden intellectuelen regelmatig aantreffen op de ernstig afgesleten trappen van het grote verzetsmonument op de Amsterdamse Dam, temidden van andere vooraanstaande vertegenwoordigers van de Hollandse kunstwereld, alwaar zij enigszins mismoedig de bijbelse zinsnede: "Alles is ijdelheid en het najagen van de wind...", voor zich heen fluisterden.., een adembenemend duistere intellectuelen-mantra, die stil en eindeloos omhoog cirkelde langs het door zure regen aangetaste gesteente van het verzetsmonument..., om uiteindelijk langzaam te vervagen - verstikken, beter gezegd - in het monotone geraas van auto’s, bromfietsen en ‘wil-je-een-nummertje-maken?’-schreeuwende Amsterdamse hoeren, die nu eenmaal overal opduiken waar goede handel te verwachten valt...

En omdat de Volkskrant ook handel is (hoe meer kranten de hoofdredacteur verkoopt, des te belangrijker hij wordt, volgens de wet van de CEO die hij als loopjongen te gehoorzamen heeft...), daarom heeft Jan Blokker, die merkwaardige anarcho-liberale kleine zelfstandige dus die zo graag calvinist wil zijn, het besluit genomen in een van de jongste afleveringen van de krant (VK 13-1-85) een artikel te schrijven over wat hij noemt 'de vruchteloze agitatie van de anarchiste Emma Goldman', niet vanuit persoonlijke gedrevenheid - omdat gedrevenheid in het pessimistische wereldbeeld van een calvinist niet thuishoort - maar omdat de hoofdredacteur - in opdracht dus van de CEO - twee boeken op zijn kleine eikehouten schrijfbureau heeft neergelegd, die hij - tegen een fikse vergoeding natuurlijk, want in het door CEO's geregeerde calvinistenland gaat alleen de zon voor niks op - ten behoeve van ons allemaal moet gaan bespreken.
Het betreft de boeken 'Emma Goldman, an intimate life', verschenen bij Pantheon Books, en 'Love, anarchy and Emma Goldman', uitgegeven door Holt, RhineHart en Winston.

Je zou het, om het calvinistisch uit te drukken, een tragische en aangrijpende gebeurtenis kunnen noemen, deze boekbespreking, alsof er een gigantische wolk van immense zwaarte neerdaalt over de wereld van de lezer. Dat noemen calvinisten 'de hand van de Heer', die hoog boven in de hemel ons lot bestiert... (bestiert? ja, zo zeggen ze dat in calvinistenland..)
Zo heel ineens gaan we beseffen hoe wreed het Noodlot de mensheid bij tijden kan treffen...
Als een moderne ‘Job uit het Oude Testament’ verschanst een journalist zich in de wankele ruïne die het anarcho-liberalisme voor hem geworden is, en hij is als neo- of wedergeboren-calvinist zo cynisch geworden dat hij achter iedere 'goede' bedoeling van de mensheid een 'kwade genius' vermoedt..., hetgeen niet helemaal onzinnig is natuurlijk, omdat daar, waar het 'goede' tot norm wordt verheven, het kwaad als een verborgen, geniepige en oncontroleerbare kracht het handelen van de mensheid gaat bepalen.

Dat geheimzinnige, eeuwig in stand gehouden sadisme, dat door alle grote volksmenners uit de geschiedenis van de mensheid is aangewend voor het nastreven van hun boosaardige, op vernietiging en destructie gerichte doeleinden, moet worden blootgelegd, ook al zal de 'goede' mens alles op alles zetten om te voorkomen dat hij door de waarheidlievende enkeling als 'beul' wordt aangewezen.
Ja, je kunt rustig stellen dat de zich 'goed' wanende burgerman werkelijk voor niets zal terugdeinzen wanneer het erop aankomt zijn 'goede' zaak te verdedigen.
Moorden, vergiftigen, vernietigen, het doet er niet toe wat, alles zal hij doen om te voorkomen dat de mensen zijn ware gezicht zien. Alles kan en alles is geoorloofd, wanneer het er op aankomt intelligente, waarheidlievende enkelingen uit te schakelen.
In een democratische samenleving is dat geen gemakkelijke zaak, omdat ketters, buitenbeentjes en andersdenkenden niet zonder meer in de kerker geworpen mogen worden, zoals dat vroeger wel kon, en het spreekt dan ook vanzelf dat valse moralisten naar andere middelen gaan zoeken, geraffineerde onderdrukkingstechnieken, die zijn verpakt in een gouden omhulsel van mooie woorden, niet te doorgronden hypocrisie en zalvend idealisme, wapens die het de tegenstander bijzonder moeilijk moeten maken zichzelf te verdedigen.

Heeft een vrijheidlievend mens in dictatoriaal geregeerde landen een duidelijk aanwijsbare tegenstander - de geheime politie, het bureaucratische partijapparaat, en meer van dergelijke door uiterst grove potentaten beheerste regeringsinstellingen - in een democratisch land heeft hij een 'onzichtbare vijand', zodat hij gedwongen is een 'stille oorlog' te voeren, een oorlog die zich voornamelijk afspeelt in zijn eigen hoofd - niet omdat hij een arme schizofrene gek is, maar omdat hij iets ziet wat de meeste anderen niet willen zien.
Wie in een democratische samenleving zegt dat de wereld hem wil vernietigen, die wordt zonder meer naar de bureaucratische wereld van de psychiater verwezen, waar men hem maar al te graag duidelijk zal maken dat niemand in een democratisch geregeerd land er op uit is een ander te vernietigen, zodat het tijd wordt dat er binnen de niet al te gezellige entourage van een psychologisch behandelcentrum een fikse 'gesprekstherapie' in gang wordt gezet, waarin kan worden afgerekend met het vreemde idee dat goede mensen 'slecht' zouden kunnen zijn...
En toch doet zich het vreemde feit voor dat werkelijke schrijvers en kunstenaars, onaangepaste eenlingen en vrijdenkers die geen deel willen uitmaken van het op aanpassing en onderdrukking gerichte collectief dat altijd en eeuwig als een troep onderdanige harlekijnen neerhurkt aan de voeten van de machthebbers, hun lezers wijzen op het bestaan van sadistische, vernietigende impulsen, waaraan zij ten onder dreigen te gaan.
Vooral de schrijver Franz Kafka is een meester in het beschrijven van de geheimzinnige, vijandige wereld waarin een enkeling terecht kan komen.
Zonder dat hij iets heeft gedaan wordt hij door een vreemde, anonieme overheidsinstantie ter verantwoording geroepen, omdat er beschuldigingen tegen hem ingebracht blijken te zijn - zo vreemd en onverklaarbaar en volstrekt abstract ook, dat er maar één enkel woord op van toepassing verklaard kan worden: het vreemde, duistere woordje 'absurd'.

Een zinloze, volstrekt absurde wereld, waarin onschuldige, eerlijke en integere mensen zichzelf plotseling aantreffen als 'beklaagde', dat is de wereld van Franz Kafka.
Wat altijd verborgen was openbaart zich ineens: een primitief collectief systeem dat zondebokken nodig heeft, onschuldige mensen die bestraft moeten worden en die daarom worden opgenomen in registers, waarvan de inhoud niet te achterhalen valt, hoeveel moeite men ook doet.
Protesteren is zinloos. Vluchten is niet mogelijk. Heel alleen staat de enkeling tegenover de aanklagende instanties en geen mens zal het wagen hem te hel-pen, omdat men bang is dat het systeem ook de hulpverlener in staat van beschuldiging zal stellen.
Zinloze, absurde beschuldigingen en onverdiende straffen, meer heeft de wereld de intelligente, gevoelige mens niet te bieden. Dat, zo stelt Franz Kafka, is het lot van de enkeling - een schandalig lot, waar hij zich eigenlijk tegen te weer zou moeten stellen, ware het niet dat hij achtervolgd wordt door een gruwelijke zwakte - een ontwrichtend gevoel van hulpeloosheid, machteloosheid en uitputting.
Alles wat lomp en sterk is staat tegenover hem. Onbevreesd staren de sterken hem aan en ze barsten in luid lachen uit wanneer hij hen confronteert met woorden als 'recht', 'eerlijkheid' en 'waarachtigheid', omdat de sterke mens alleen zichzelf kan handhaven in een wereld waarin chaos, willekeur en zinloosheid de hoogste waarden zijn.

Kleingeestige mensen, het doet er niet toe of ze 'links' of 'rechts' zijn, willen die harde werkelijkheid ontkennen, gedreven door angst en doodgewone lafheid, en ze proberen daarom vluchtroutes in het leven te roepen die de existentiële vragen naar de zin van het leven overbodig moeten maken.
Jan Blokker wijst in zijn recensie op het conflict tussen het individu dat 'mens' wil zijn en de kleinburgerlijke wereld van de algemeenheid, waarin van een mens wordt verlangd dat hij zichzelf blindelings opoffert, in dienst van het ideaal, de 'grote zaak', die altijd een zaak van 'het volk' is: 'Ein Volk, ein Land, ein Führer...'
Het is die 'grote zaak', die in burgermansland het individu bestaansrecht geeft.
De mens is alleen dan belangrijk wanneer hij bereid is de zaak van 'het volk' te dienen - het Duitse Volk, het Joodse Volk, het Iraakse Volk - en enkel en alleen het dienen van dat 'volk' verschaft zijn leven zin.
Daarbuiten, in het niemandsland waar niet wordt gestreden voor algemene doeleinden, is het stiller. Daar heersen eenzaamheid, kilheid en leegte, omdat de aangepaste mens dat gebied verlaten heeft.
De aangepaste mens is een soort 'robotmens', die gehoorzaam de wetten van het Noodlot volgt. Hij is een korte tijd kind, hij wordt zo heel ineens volwassen en als hij oud geworden is dan sterft hij, zoals planten en dieren dat ook doen - geen enkel verschil - en dat hoeft natuurlijk ook niet, omdat de 'grote zaak' altijd blijft bestaan...

De enkeling die anders wil zijn staat daar veelal uiterst alleen tegenover en zelden lukt het hem te ontsnappen aan de ijzeren wetmatigheid van een zinloos burgermansbestaan.
Jan Blokker ziet de tragiek van zulke mensen, en hij verbindt daar de conclusie aan dat een mens maar beter niks kan doen, hetgeen nu precies datgene is wat een kleinburgerlijke orde wil bereiken: De aanbidding van het Niets - een ander woord voor 'grote zaak'.
Hij verwijst naar een uitspraak van Alexander Berkman (een marxistisch georienteerde anarchist die bevriend was met Emma Goldman), waarin deze als stelling poneert dat de 'ware revolutionair' alle gewone menselijke gevoelens moet opofferen, zodra de 'zaak van het volk' hem roept:

"Het leven van de ware revolutionair heeft geen ander doel, geen enkele andere zin dan het te offeren op het altaar van het dierbare Volk. Revolutionair, dat betekent [..] iemand zijn zonder persoonlijke belangen of verlangens die uitgaan boven hetgeen de Zaak eist: Iemand die zich bevrijdt heeft van het uitsluitend menselijke en daarboven staat."

"Vervang de Zaak door God of Allah", concludeert Jan Blokker, "en je hebt een christelijke kruisridder aan het woord gehoord, of een Iraans jongetje dat met alle geweld wil sneuvelen voor de Islamitische revolutie..."
En hij heeft gelijk natuurlijk, want de gemiddelde revolutionair is voortdurend bezig met het vernietigen van simpele, doodgewone menselijkheid, vanuit een primitief, egoïstisch geluksverlangen, dat 'idealisme' wordt genoemd: Het collectief dienen in dienst van egoistisch eigenbelang.
Jan Blokker vergeet dat laatste feit te vermelden. Hij maakt de opvattingen van een aantal aan het collectief gebonden anarchisten belachelijk (heel vreemd wanneer je het werk van de naar het libertarisme neigende anarchiste Emma Goldman bespreekt), zonder de lezer duidelijk te maken dat deze zogenaamde anarchisten doodgewone groepsegoisten zijn, te vergelijken met Iraakse, Iranese, Joodse en Marxistische gelukszoekers, die de lasten van een individueel bestaan niet kunnen dragen.

De anarchist Berkman (die in tegenstelling tot Emma Goldman meer marxist dan anarchist was) vernietigt in feite het anarchisme door het te koppelen aan een abstract (d.w.z. individu ontkennend) ideaal. Hij gaat er van uit dat iemand die volledig mens wil zijn zichzelf uit moet leveren aan 'het volk' (het collectief), en hij weigert in te zien dat 'het volk' een onmenselijke abstractie is, een opeenhoping van onredelijke wezens, die veelal geen eigen identiteit bezitten.
Binnen de overkoepelende entiteit 'volk' ontlenen individuen hun identiteit aan de groep. Zij plaatsen een Leider op de troon - een machtige (absoluut goede) Messias-figuur - die alle ellende af zal wentelen op degenen die 'slecht' en 'verdorven' zijn (de vreemde anderen) - en zij weten dat zij daarmee ook 'goed' zijn, omdat de zaak waar de goede en zeer morele machthebber voor staat 'absoluut goed' is.
Dat primitieve volgelingen-principe, dat gericht is op het ontlopen van de eigen verantwoordelijkheid, zit er ingegoten bij mensen (democratisch of niet democratisch) en de werkelijke gezagsdrager zal daarom nooit dat principe aanmoedigen, laat staan bevestigen, bij zijn aanhangers.
De werkelijke gezagsdrager is een man die waarlijk anarchist is, een man die zijn volgelingen van zich afstoot en ze belachelijk maakt, wanneer ze zijn verlangen naar vrijheid en liefde belachelijk proberen te maken.
Zo iemand praat niet over de 'zaak van het volk', maar over de zaak van de vrijheid, die in de eerste plaats zijn eigen vrijheid is, zijn eigen kleinmenselijke verlangen naar wat warmte, wat liefde en geluk, geestelijke zaken die met geld niet te koop zijn.
Een kleinburgerlijke diealist dient de vrijheid niet. Hij wil de zinloosheid en de absurditeit van zijn 'idealistische handelen' niet inzien en hij probeert daarom zichzelf materiele veiligheid te verschaffen via zijn baan, zijn gezin en zijn geloof.
Soms, wanneer hij alleen is, wordt hij geconfronteerd met vreemde, ontwrichtende gevoelens, gevoelens die pijn doen, gevoelens die als het ware tegen hem zeggen dat het anders moet, dat het leven meer moet zijn dan de kille sleur die het geworden is, en op zulke momenten denkt hij vol heimwee terug aan vroegere tijden, toen alles nog eenvoudig was, vol kinderlijk en simpel geluk.
Die gevoelens, die weliswaar mooi zijn, maar die vanwege het mooie karakter zeer ontwrichtend kunnen werken, probeert de niet-anarchistische revolutionair weg te stoppen. Zijn revolutionaire bezigheden worden een vlucht uit de werkelijkheid en daarmee ontkracht hij zijn aanvankelijke doelstellingen en groeit hij uit tot een 'revolutionaire kleinburger', die in feite alleen maar een platmaterialistische burgermaatschappij dient.

De grote fout die dergelijke revolutionairen maken is dat zij niet zichzelf tot 'grote zaak' verheffen, maar dat zij zichzelf ondergeschikt maken aan het 'idool', dat hun een illusie van volledig menszijn moet verschaffen door het doden van de als 'kleinmenselijk' ervaren gevoelens in henzelf.
Het anarchisme verwordt daarmee tot een kleinburgerlijk streven, en de 'mens', die men zegt te dienen verdwijnt als een hoopje afval op de grote mestvaalt die de kleinburger van het bestaan heeft gemaakt.
Wie zichzelf tot 'grote zaak' uitroept zal nooit de zinloosheid van het burgermansbestaan accepteren, een zinloosheid die alleen bestreden kan worden door de volledige onderwerping aan het idool.
Wie zichzelf belangrijk vindt, wie de kilheid en de leegte als probleem ervaart, die zal op zoek gaan naar lotgenoten en die zal tekeer gaan tegen die mensen die willen verhinderen dat je werkelijk contact legt met anderen.

Dat niet aan enig idool gebonden verlangen brengt een mens in conflict met een onderdrukkende, de eenzaamheid aanbiddende collectivistenmaatschappij (een maatschappij waarin eenlingen altijd ongelukkig moeten zijn), en daarom wordt hij, zonder dat hij daar bewust voor gekozen heeft, een 'vrijheidsstrijder', alleen maar omdat hij toe wil geven dat hij zwak, eenzaam en ongelukkig is in een wereld die de vrije, kinderlijke liefde ontkent.
Dat is het verschil tussen de eenvoudige, gewoon-menselijke anarchist en de aan grootse idealen gebonden kleinburgerlijke idealist.
De kleinburgerlijke idealist wil groot en sterk en machtig zijn - daarom kiest hij voor de 'Grote Zaak', de zaak van het volk - terwijl de anarchist alleen zichzelf - en dan met name het kind in zichzelf - wil dienen, en daarmee de zwakke, eenzame en ongelukkige anderen...


At the same time came the disciples unto Jesus, saying, Who is the greatest in the kingdom of heaven? And Jesus called a little child unto him, and set him in the midst of them, And said, Verily I say unto you, Except ye be converted, and become as little children, ye shall not enter into the kingdom of heaven. (Matthew's gospel, chapter 18)
Het sociaal-zijn van de anarchist is een diepmenselijk gebeuren dat daarom zo 'groot' is, omdat het naast de 'Grote Zaak' van de idealist zo ontroerend 'klein' is.
Zijn kinderlijke egoïsme lijkt zo zinloos, want iedereen dient het grote-mensen-ideaal. Maar juist de tragische zinloosheid van zijn hardnekkige verlangen naar de realisering van iets kleins maakt van hem de echte revolutionair.
Hij vindt zijn vrijheid, zijn kinderlijke gevoelens en zijn verlangen naar liefde en geluk belangrijk en daarom gaat hij te keer tegen die mensen, die een vereenzaamde, ontmenselijkte wereld in het leven willen roepen, een samenleving waarin de eenvoudige enkeling, ongelukkig moet zijn...

Egoïsme kan dus, hoe paradoxaal het ook mag klinken, binnen de wereld van het anarchisme een uiterst sociaal gebeuren zijn. Waar de anarchist 'a-sociaal' is, daar ontstaat, juist omdat hij het kleinburgerlijke zondebokdenken afwijst, een sfeer van waarachtige menselijkheid.
Waar de kleinburger daarentegen met veel poeha en aplomb een 'sociale werkelijkheid' in het leven roept, daar verdwijnt de menselijkheid, omdat de kleinburger een gespleten wezen is dat alleen sociaal kan zijn wanneer hij zijn asociale eigenschappen blindelings kan uitleven op onschuldige slachtoffers.
Dat is de reden waarom in oude wijsheidsleren de mens een 'machine' wordt genoemd, een wezen dat niet in staat is zichzelf te controleren...

Dat inzien, dat beseffen, is niet gemakkelijk. Veel mensen vragen zich af: "Wat kan ik als enkeling vinden in deze wereld? Hoe vul ik mijn leven? Hoe verklaar ik het ongeluk dat me heeft getroffen? Hoe kan ik een zinvol bestaan leiden wanneer ik alle idealen overboord gooi?"
Je kunt daar alleen maar een simpele tegenvraag tegenover stellen: Waar vult een kind zijn leven mee?
Het kind dient geen grote zaak. Het leeft zijn eigen leventje en het blijft temidden van de puinhopen van een verpauperde, door en door asociale volwassen idealistenwereld een wonder van schoonheid en ontroerende eenvoud...
Eigenlijk is een kind een zeer asociaal wezen wanneer je de burgerlijke normen en waarden erop van toepassing verklaart. Het kind heeft geen 'economisch nut'. Het is geen factor van belang in het spel van macht en kapitaal.
En toch denken de meeste mensen met heimwee terug aan die kindertijd en zouden ze het liefst weer heel eenvoudig 'kind' willen zijn.
Dat betekent dat de eenvoud van het kind-zijn veel groter en belangrijker is dan de ingewikkelde grootheid van het volwassen-zijn. En toch heeft een kind geen macht, geen geld en eigenlijk maar erg weinig kennis..

Hoe zou dat komen?
Is de toestand van kind-zijn dan toch een gebeuren dat ‘zinvol’ is, in de letterlijke zin van het woord: Vol zin...?
De calvinistische anarcho-liberaal Jan Blokker zal ongetwijfeld moeite hebben met het formuleren van een intelligent antwoord op die vraag.
Hij wijst regelmatig op de 'calvinistische' impulsen in zijn eigen karakter, zonder zich te realiseren dat het calvinisme de 'kinderlijkheid' in de mens ontkent.
De calvinist zit met een zuur gezicht in de kerk, getooid in deftige kledij, of omhangen met gore, ongewassen lappen en andere religieuze of quasi-religieuze schertsartikelen, en hij slaat je bont en blauw wanneer je die absurde vertoning belachelijk maakt..
De calvinist haat kinderlijke grappenmakerij, spot en scherts, omdat dergelijke 'onvolwassen' zaken een bedreiging vormen van zijn wereldbeeld.
"Ik laat niet met me spotten", zegt de calvinist, en daarmee wordt hij een zeer gevaarlijke man in een wereld waarin anarchistische buitenbeentjes zichzelf willen bevrijden.
Een calvinist wil niets te maken hebben met schrijvers die de zwaarte bespottelijk en belachelijk maken. De boeken van de kinderlijke satiricus Heinrich Heine zul je in zijn boekenkast dan ook niet aantreffen.
Heinrich Heine mocht in de grote-mensen-wereld van de kleinburger wegrotten op een ziekbed, dat hij, met de ontroerende moed van een wanhopige, spottend 'mijn matrassengraf' noemde.

Heine ging vechtend ten onder.
Zijn schrijvende collega Friedrich Nietzsche, die Dionysos tegenover de Gekruisigde Christus plaatste, eveneens...
En de zachtmoedige Franz Kafka, de man die het leven beschouwde als een duistere samenzwering van aangepaste, kleinburgerlijke bureaucraten....
Ach, die verdween heel stilletjes, ongemerkt bijna - als een onbeduidend vogeltje dat, als zijn tijd gekomen is, heel pardoes van zijn tak af valt...
Je ziet zo'n vogellijkje liggen. Stijf. Koud. En dood.... En je huivert...
Want er kijkt geen mens naar om....

Wim Duzijn, anarchistisch schrijver
Zwolle, 13 januari 1985
Ooit bedoeld als brief aan de redactie van de Volkskrant


Emma Goldman: “Anarchism alone stresses the importance of the individual, her/his possibilities and needs in a free society. Instead of telling him that he/she must bow and worship before institutions, live and die for abstractions, break his/her heart, and stunt his/her life for taboos, anarchism insists that the center of gravity in society is the individual - that he/she must think for himself, act freely, and live fully.”
Called “The Most Dangerous Woman in America” by President Woodrow Wilson, she was arrested and deported for supporting labor and protesting World War I. Above all, Goldman was expelled for her words and ideas..."


Reacties

martin- 22-01-2010 13:48
Calvinisme betekent ook iets van je leven maken; eruit halen wat erin zit. Daar is volgens mij niets mis mee, al kan je de nadruk daarbij wellicht wat anders leggen dan gebruikelijk was.

Wim Duzijn 22-01-2010 14:24
De wereld van 'vrijzinnige protestanten' is in Nederland nooit bijzonder groot geweest, MARTIN. Calvinisme werd in Nederland altijd gekoppeld aan de gierige zuinigheidsfilosofie van 'de kleine luyden' - een woord dat weinig te maken heeft met het vrijheidsverlangen van rebelse enkelingen.
Mensen zijn nu wat vrijer geworden maar nog niet zo lang geleden heerste er binnen die wereld een star soort fatalisme dat er van uitging dat een mens die pech heeft daar maar dankbaar voor moest zijn.
'Dank U God dat ik lijden mag' - ik zie de tekst uit een zangboekje van een vriendin van me nog voor me...
"Nee" zeggen tegen mensen die je willen laten lijden, en je zelfs gaan bestraffen als je zegt dat jij net als alle anderen recht op liefde en geluk hebt, lijkt me daarom geen rare gedachte...