Eenling worden in een
Schijn-Democratie


Marjolijn Drenth en het verschraalde menselijke zelfbeeld
VKblog van maandag 29 maart 2010 door Wim Duzijn



Dat astrologie met zijn benadrukking van het meervoudige (dus uiterst gecompliceerde) mensbeeld de vijand is van het op kapitalistisch machtsdenken gebaseerde economische mensbeeld (economie is omgekeerde alchemie - goud omzetten in lood - en daarmee weinig meer dan verschraling en ineenschrompeling van de menselijke geest) is een gedachte die nauwelijks serieus genomen wordt wanneer je haar uitdraagt in de hoedanigheid van 'astroloog'. De gemiddelde mens denkt en praat namelijk vanuit een houding van bevooroordeeldheid.

In de jaren 50 spraken vijanden van het sovjet-marxisme over 'de geprogrammeerde mens', die de tegenpool zou zijn van het vrije individu dat met name door Amerika verdedigd zou worden. Geprogrammeerd zijn betekent dat alle meningen die je uitspreekt, ook de meningen waarvan je denkt dat je ze zelf hebt bedacht, uit de koker van een programmerende instantie komen.
De vertegenwoordiger van de programmerende elite is altijd een heilige (heilig verklaarde) en onaantastbare 'partij', een groep van elkaar naar de mond pratende bobo's die gedreven worden door maar een gedachte: alles en iedereen gelijk schakelen, zodat niemand ooit op de gedachte komt via het poneren van afwijkende meningen de macht van de partij-elite te breken.

Dat die partij niets moet hebben van zaken die tot het gebied van het mysterie, het geheimzinnige of het wonderbaarlijke behoren zal duidelijk zijn. Wie als superbaas denkt dat hij de waarheid in pacht heeft kan onmogelijk het feit accepteren dat er binnen dat mooie gesloten wereldbeeld dat hij uitdraagt zoiets zou kunnen bestaan als 'uitzonderingen'.
Een mens die apart is, uitzonderlijk of gewoon eigenzinnig breekt met de wet van de geestelijke programmering.
Als er wonderen mogelijk zijn, zo luidt de achterliggende filosofie, hoe kun je dan de macht van de eigen groep in stand houden?
Het wonder schept chaos, wordt gezien als een anarchistische aanslag op de van boven af opgelegde orde en wordt daarom afgewezen.
Een astroloog, simpel gesteld, kan binnen de autoritaire wereld van de bazige beterweters nooit gelijk hebben. Wie alles beter weet dan een ander jaagt alles wat onzekerheid schept weg.
En ja, omdat ik zowel astroloog als anarchist ben, daarom laat ik in dit blog, dat toch echt een serieuze bedoeling heeft, mijn eigen gedachten uitspreken door een vertegenwoordiger van 'de gevestigde macht', Volkskrantcolumniste Marjolijn Februari (geb. Drenth), een vrouw die door lid te zijn van 'de eigen groep' (we spreken hier over cultureel tribalisme) per definitie goed is, wat zij ook zegt.

Zoals blijkt uit onderstaand tekstfragment - waarin het verschraalde economische mensbeeld wordt aangevallen - zou het gecompliceerde astrologische mensbeeld sterk bij haar moeten leven, maar desondanks wordt de door astrologen gepredikte veelvormige mens in haar columns nooit ter sprake gebracht, waarschijnlijk vanuit de redenering dat het geprogrammeerde lezerspubliek geen werkelijk diepgaande kritiek op het verschraalde economische mensbeeld verdraagt, omdat alleen een elitaire verschraling en versimpeling van de werkelijkheid de journalistieke ontkenning ervan mogelijk maakt.
Journalistiek, met andere woorden, is in haar ogen de verborgen aanbidding van datgene wat je met de mond verwerpt:
Je uit kritiek op zo een wijze dat je nooit met je kritiek uit de toon valt.

Wanneer Marjolijn haar eigen gedachten serieus zou nemen (maar welk mens doet dat binnen een wereld waarin de groepscontrole elke vorm van eigenheid onderdrukt?) zou ze een vriend zijn van de astrologie en het daarbij behorende spirituele anarchisme, maar omdat ze in de eigen groep (sociologen gebruiken dure woorden als ‘referentiekaders in het leven roepende sociale groeperingen’) geen steunende aanhang aantreft kan ik alleen maar concluderen dat zij zich er bij heeft neergelegd dat de gemiddelde lezer tevreden dient te zijn met het verschraalde economische mensbeeld, waar zij zich op tamelijk elitaire wijze een tegenstander van toont.
Het volgende fragment (waarin haar kritiek op het verschraalde mensbeeld ter sprake wordt gebracht) is afkomstig uit een artikel van Rob van Erkelens, dat verscheen in De Groene Amsterdammer van 20 mei 2000.
Het is geen gemakkelijk leesbare tekst, maar dat wordt ook niet verwacht van mensen die 'schrijven' en 'filosoferen'. Wie daar anders over denkt stelt zich op als 'anarchist' - en ja, wie anarchist is, die is in moralistenland per definitie de vijand van de elite. Zijn lot is beslist - de dobbelstenen zijn geworpen - en naar hem zal niet worden geluisterd!


DE GROENE AMSTERDAMMER

"Drenth von Februar", zo lezen we in De Groene, "is filosofe" - dat is dus een van de persoonlijkheden binnen de complexe wereld van Marjolijn - "en Februari" - een ander door haar verzonnen personage - "is schrijfster."

"Filosoof en schrijver zijn hier als dag en nacht: anders maar onscheidbaar. Als links en rechts, twee zijden van hetzelfde wezen. Als mens en schaduw. Wetenschapster en kunstenaar.
In haar voorwoord schrijft Marjolijn Drenth: Denk niet dat ik het formele onderscheid tussen dag en nacht nodig heb gehad om te beseffen dat er verschil is tussen de methodologie van de wijsbegeerte en de methodologie van de roman. (…) In feite wist ik al jarenlang dat de wetenschap haar tegenhanger heeft in de antimonde van de literaire kunst", een mededeling die weinig mensen zullen begrijpen, omdat het woord 'antimonde', gewoon een onbegrijpelijk woord is (letterlijk vertaald 'anti-wereld') dat waarschijnlijk alleen maar de bedoeling heeft een nieuwe artistieke persoonlijkheid te scheppen, een bezigheid die je zou kunnen zien als een van de hoofddoelstellingen die het meisje Marjolijn zich heeft gesteld: de literatuur, gezien als een gigantisch - tegen de wereld gericht - poppenhuis...

Het Groene verhaal gaat verder: "De symbiose van filosoof en schrijver" (symbiose is een aan de biologie ontleend begrip, WD), "is ook onderwerp van haar proefschrift", lezen we. "In haar poging het mensbeeld te bekritiseren dat de economische wetenschap hanteert, belandt Drenth na verloop van tijd op het kruispunt waar literatuur en wetenschap elkaar snijden.
Het individu is een verzameling zelven. De meervoudige persoonlijkheid is ook een meervoudige besluitennemer.
Maar hoe neemt hij besluiten? Wie kampt met verscheidene zielen in één borst, wie wordt verscheurd door tegenstrijdige verlangens moet een keuze maken op basis van alle afzonderlijke keuzes van al zijn afzonderlijke zelven.
'Zoals in de maatschappij een sociale keuze wordt afgeleid van alle individuele keuzes van de burgers, zo moet ook in de innerlijke republiek een overkoepelende beslissing worden genomen na afweging van alle voorkeuren van het individu in zijn verschillende rollen', schrijft Drenth.
Het denken over de meervoudigheid van het individu staat in een lange filosofische traditie die teruggaat tot Plato. ...
Echter, in de economie, en dat is waar Drenth naartoe wil, wordt het individu weergegeven door 'één enkele, complete, transitieve voorkeursordening; als er al ‘veel zielen’ zijn, als er innerlijk conflict en tegenspraak zijn geweest, dan is dat overwonnen en het individu wordt weergegeven door de uiteindelijke verenigde ordening'.
Dat economische mensbeeld is veel te beperkt. Toch wordt het aanvaard, al sinds lang, soms met de erkenning dat het een wetenschappelijke fictie is." (einde Groene citaat)

Het is heel erg duur geformuleerd allemaal en - zoals gezegd hierboven - wanneer de schrijver een vertegenwoordiger van 'het occulte' zou zijn geweest (een wereld die vanwege een gebrek aan simpel realisme 'het kruidenvrouwtjeswereldje wordt genoemd) dan zou niemand er waarschijnlijk serieus aandacht aan willen besteden.
Hoogstwaarschijnlijk zou haar mening kotsend en brakend terzijde worden geschoven als zijnde 'hopeloos verouderde vage bagger', waar de moderne, aan de techniek vastgekoppelde mens niks mee kan beginnen...
Gelukkig is Marjolijn onderdeel van de elite, een positie die haar veelvormigheid onschadelijk maakt, zodat zij nimmer 'een kruidenvrouwtje' zal worden genoemd.

Het individu is een verzameling zelven

Als astroloog en anarchist trek ik me van de uitspraken van bevooroordeelde mensen gelukkig weinig aan. En omdat ik een man ben zal niemand er over peinzen mij 'een kruidenvrouwtje' te noemen, hoewel ik best wel vrouwelijke eigenschappen bezit, maar die worden allleen erkend wanneer een man zichzelf castreert en hormonen slikt.
Erg serieus kan ik de moraal van elitair Nederland daarom niet nemen. Men wil dolgraag bewijzen dat men niet van de straat is en daarom probeert men het begrip elite te koppelen aan wat wordt gezien als 'modern'. Kosmopoliet zijn bijvoobeeld, de taal van de 'monde' spreken, en meer van dat soort opschepperige gedoe, terwijl het toch echt zo is dat het woordje 'modern' volmaakt zinloos is wanneer je jezelf beweegt op het terrein van de menselijke zelfkennis.
Het woord modern zou moeten verwijzen naar vernieuwing, openheid, afstand doen van beperkend formalisme, maar het tegendeel is vaak het geval.

Wie als vernieuwer in een mens een gecompliceerd wezen wil zien komt onmiddellijk in aanvaring met wat Ter Braak en Du Perron 'de vormdenkers' noemen.
Een vormdenker is - simpel uitgedrukt - een mens die orde in en om zichzelf wil aanbrengen - hetgeen op zichzelf gezien een positief gegeven is - maar die dat op zo'n beperkte, werkelijkheidontkennende wijze doet dat de vorm een eigen leven gaat leiden, zodat het mensen onmogelijk wordt gemaakt de gecompliceerde werkelijkheid die achter de vorm schuilgaat (de persoon, de vent, de geest, etc.) waar te nemen.
Juist omdat astrologie de anarchistische ontkenning is van 'de vorm' vormt zij een gevaar voor al diegenen die aan 'de vorm' hun bestaansrecht als 'individu' ontlenen.
Je bent iemand omdat je behoort tot een categorie vormen. Neem je als tegenstander van het formalistische denken iemand zijn vorm af, dan is hij niemand (denkt hij), en omdat hij niet ‘niemand’ wil zijn zal hij al zijn energie in dienst stellen van destructieve mechanismen die de anti-vormdenker kunnen vernietigen.
Dat noemden filosofen in de jaren zestig 'het systeem' en het is dat op handhaving van het vormdenken gerichte systeem dat de tegencultuur (die haaks stond op het marxisme - dat strengformalistische systeemdenken is) probeerde te hervormen.
Toegegeven, marxisten gebruikten de tegencultuur als bron van hun strijdleuze ('grijp de macht en hervorm het systeem van binnen uit'), maar wie als formalistische machtsdenker eenmaal deel uitmaakt van het systeem zal van alles doen, behalve de poten wegzagen onder de gemakkelijk zittende troon waarop hij plaats genomen heeft - Marcel van Dam die als rebellerende straatjongen een eigen 'herenclub' in het leven riep vormt daar het tragische bewijs van...; tragisch omdat het een verloochening van het eigen gedachtegoed was, en tragisch ook omdat de echte heren door hem en zijn geestgenoten de herenclub uit werden gemept...

Macht, met andere woorden, zal nooit iets hervormen, omdat blinde, niet aan relativerende gezagsdragers gebonden, macht weinig meer is dan op dierlijke zelfhandhaving gericht vormdenken, dat alleen dan zin krijgt wanneer het in dienst wordt gesteld van het hervormende persoonlijkheidsdenken, dat bij de (autoritaire, dus heer-achtige) wereld van het gezag behoort.
Gezag erkent de complexiteit, kijkt over het beperkte vormdenken van de machtdenker heen, en is daarom in staat menselijke besluiten te nemen die, juist omdat ze de complexiteit van het bestaan erkennen, in strijd zijn met het economische denken dat altijd zal proberen de gecompliceerde enkeling te reduceren tot de machine, die hij in het economische productieproces behoort te zijn.
Die gedachte, mensen zijn machines, moeten ook machines zijn en moeten daarom gedwongen worden de eigen identiteit te ontkennen, is de drijvende kracht achter dat wetenschappelijke denken dat het wetenschappelijke ordeverlangen in dienst stelt van de ideologische fictie, die orde voorwendt en daarom noodzakelijkerwijze chaos is, omdat ‘orde voorwenden’ niks anders is dan een continu proces van leugens in het leven roepen om te voorkomen dat er een waarheid wordt ontdekt die verschralend fictief denken onmogelijk maakt.

Marjolijn Drenth (soms 'von Februar', dan weer gewoon februari) is geboren in Coevorden op 23 februari van het jaar 1963.
Het is een plaats die ikzelf goed ken omdat mijn moeder daar gewoond heeft. Ik heb er als kind bezoekjes gebracht aan een tante die een zoon had die net zo oud was als ik, maar - ik kan het ook niet helpen - oneindig dommer.
"Gao maor met-hem op de bult'n speul'n", zei ze dan (of zoiets, want ik ben als eind-december-mens helaas geen talenwonder) en dan sjokte ik maar een beetje achter de jongen aan, en dapper en moedig onderdrukte ik tegelijkertijd de sterke depressieve gevoelens die het lompe Drentse woordje BULT'N opriep in mijn gevoelige kinderziel...
Marjolijn praat daar eigenlijk nooit over, over het meisje dat mogelijkerwijze ook in de bult'n moest spelen. Wie zij nou werkelijk is weten we niet en daar praat ze in haar colums ook niet over. En dat mag misschien ook niet, omdat zij door de linkse redactie ingehuurd is als filosofe en schrijfster.
Ze vertelt weliswaar veel over zaken die 'ze' (maar wie is zij in godsnaam?) in het verleden heeft gedaan - maar pas na lezing van het artikel in De Groene Amsterdammer weet je iets meer over de persoon achter de zichzelf voortdurend verschralende vorm 'Marjolijn'.
Hetgeen aantoont dat haar kritiek op 'het verschraalde economische mensbeeld' weinig inhoudelijke betekenis heeft, juist omdat haar wereld door en door ver-intellectualiseerd is, zodat je alleen maar mag hopen dat ze ooit eens de moed zal durven op te brengen in haar columns wat meer licht te werpen op het gecompliceerde anarchistisch-astrologische mensbeeld, dat al duizenden jaren lang door niet aan de moderne economie gebonden zonderlingen wordt uitgedragen.
Dat haar collega's haar vervolgens - voorzien van het etiket ' kruidenvrouwtje' - de redactielokalen uit zullen zetten zal haar dan verder een zorg zijn...
Want zeg nou zelf, wat is er mooier voor een meervoudige persoonlijkheid dan het scheppen van een nieuwe - maar toch zeer ouderwetse en degelijke - persoonlijkheid?


Marjolijn Frebruari - Wikipedia info 2021

Marjolijn Februari noemt zich nu Maxim Februari, pseudoniem van Maximiliaan (Max) Drenth.

Februari debuteerde in 1989 onder de naam M. Februari en publiceerde later onder de naam Marjolijn Februari. Over genderidentiteit als auteur en het gebruik van de naam Marjolijn zei Februari in 2007 in een interview in het NRC Handelsblad door Elsbeth Etty:
“Ik heb me vroeger beijverd voor geestelijk hermafroditisme. In mijn eerste roman, gepubliceerd onder de naam M. Februari, komt voortdurend de auteur aan bod die nu weer vrouwelijk, dan weer mannelijk is. Er kwamen zes voornamen in voor, drie manlijke en drie vrouwelijke. Op verzoek van de hoofdredactie van de Volkskrant die blij was met een vrouwelijke columnist, heb ik de M. vervangen door Marjolijn. Op 15 september 2012 berichtte NRC Handelsblad dat Februari voortaan onder de naam Maxim Februari zou publiceren. Hij had de krant laten weten in het voorjaar van 2012 te zijn begonnen met het gebruik van mannelijke hormonen. „Dit om lichamelijk te transformeren en vanaf nu verder te leven als man.”

Zie ook het andere VKblog: M. Februari & Vandalisme