Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Kleine geesten, Astrologie en Existentialisme
VK-blog van vrijdag 16 januari 2009 door Wim Duzijn


de vier elementen - metrostations in dubai


ASTROLOGIE (een naar universaliteit strevende wetenschap die stelt dat mens en kosmos niet toevallig naast elkaar bestaan, maar een onverbrekelijke eenheid vormen) is daarom zo belangrijk, omdat het een wetenschap is die leidt tot het stellen van morele vragen.
Daarom zou je astrologie een morele wetenschap kunnen noemen, een geesteswetenschap (je zou zelfs de term 'spiritueel gebeuren' kunnen gebruiken) die mensen confronteert met vragen die de essentie van het menszijn betreffen - een existentialistische wetenschap dus, omdat existentie verwijst naar 'zijn', bestaan, existeren.

De tegenstelling 'existerend individu - vegeterende burgerij' (religieus: levend tegenover dood) neemt een grote plaats in binnen de denkwereld van het existentialisme.
Existentialisten zijn (of waren, want de glorietijd van het existentialisme is allang voorbij) protestfiguren die koketteren met het pessimisme, niet met de bedoeling een lusteloze, kleurloze, passieve vormen van schijnkunst in het leven te roepen, maar om tegenover de banaliteit van aangepaste mensen de ernst van de vrijgevochten, opstandige mens te plaatsen. Daarom is het onzinnig om het begrip existentialisme te koppelen aan een paar abstract denkende en handelende studeerkamergeleerden, zoals dat binnen zich 'academisch' noemende millieus de gewoonte geworden is.

Een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het opstandige existentialisme (dat in de jaren 70 tenonderging aan de uitlevering van de pessimistische mens aan het vals-optimistische veranderingsdenken van blind handelende utopisten) was de Belgische zanger Jacques Brel, een liefdesprofeet (sterk beinvloed door het Waterteken Vis) die met name het beestachtige vormen aannemende, banale en zelfs uitgesproken lompe gedrag van de liefdeloze kleinburgerij hekelde, op een welhaast extatische wijze, die zowel tragisch als romantisch was.
Je zou Brel daarom een moralistische weldoener kunnen noemen, een man die de ernstige, naar liefde verlangende mens het geestelijke voedsel verschafte dat hij nodig heeft om te kunnen overleven in een banale wereld, waarin alleen de verdommende, gelijkschakelende wetten van de middelmaat gelden.
Wanneer je een wereld wilt scheppen waarin mensen de lompheid en banaliteit van het bestaan willen ontstijgen dan zul je diegenen die ernstig zijn ernstig vermaak moeten geven.

Existentialistische kunst en moraal (gezien als gewetensvorming) zijn grootheden die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Zonder mensen die de 'waaromvraag' stellen zal nooit een wereld kunnen ontstaan waarin de een rekening zal houden met de ander, omdat de gemiddelde mens alleen maar het primitieve, dierlijke onwetende 'ik' verdedigt.
Schertsmoralisten, die nooit hun eigen primitieve ik overwonnen hebben, proberen altijd het filosofische egoïsme van de denkende mens in een kwaad daglicht te plaatsen. Zij haten de denkende egoïst die kan denken zonder zijn primitieve (dierlijke) ego te benadrukken.
De denkende egoist pakt zijn dierlijke ego beet en onderwerpt het aan zelfkritiek, zodat het dierlijke ego wat intelligenter kan worden. De banale mens wil helemaal geen intelligent (laat staan een gevoelig) ik hebben en hij kiest voor het infantiliserende geloof: de moraal van de groep, die - omdat het een groepsmoraal is - altijd banaal zal zijn.

Het verdedigen van een moraal die met iedereen rekening houdt werd in de oudheid altijd neergelegd bij 'wijze mannen', existentialisten die via niet aan onderbuikgevoelens gebonden vormen van religiositeit de banaliteit van het bestaan konden ontstijgen: onpartijdige mensen dus, die vanwege hun onafhankelijke opstelling bewonderd werden.
Daarbij gebruikten ze de astrologie (met zijn holistisch-kosmische werkelijkheidsopvattng) als een hulpmiddel om het bestaan te duiden. De astrologie wees hen op het dualisme van de wereld (de in het systeem verankerde wil om absoluut goed tegenover absoluut kwaad te plaatsen) en bracht hen ertoe verhalen in het leven te roepen die de mens wezen op de noodzaak dat dualisme te overwinnen of te begrijpen.

Het zal duidelijk zijn dat de intelligente mensen, die duizenden jaren geleden de voorlopers waren van een filosofische beweging die in moderne tijden met behulp van het begrip ‘existentialisme' werd weg geëtiketteerd, niet zouden kunnen gedijen in een neoliberale, d.w.z. extreem-kapitalistische, wereld waarin de zakenman de mens heeft verlaagd tot economisch ding.
Alles is binnen een vereconomiseerde wereld ding geworden en zelfs het denkende ding verdingt zich door te kiezen voor een filosofie die de ontkenning is van het ernstige denken waarvoor ooit de kosmische denkers kozen.

Dat de mens geen aan economische wetten gehoorzamend ding is laat de astrologie ons zien. De astrologie gaat er vanuit dat de mens een bundel kracht is, die bij verkeerd gebruik de meest rare dingen uit gaat halen, omdat we met zijn allen nu eenmaal deel uitmaken van een dualistisch systeem waarin zowel 'het goede' als 'het kwade' reëel bestaande grootheden zijn, die niet met geweld veroverd of vernietigd kunnen worden.
Het kwaad, met andere woorden, kan niet vernietigd worden, zodat het scheppen van niet op de realiteit gebaseerde utopieën zinloos is. Wanneer je een bepaalde vorm van kwaad vernietigt krijg je er automatisch een andere vorm van kwaad voor terug. Dat kan ook niet anders, omdat jijzelf als vernietiger een verlengstuk wordt van 'het kwaad'.
Binnen een met kracht gevulde kosmos wordt een mens voortdurend geconfronteerd met allerlei vormen van kwade energie. Die kwade energie maakt hem prikkelbaar, wraaklustig en zal hem bij irritatie noodzaken heftig te reageren.
Degene die hem irriteert is ook prikkelbaar en wraaklustig - met andere woorden: zowel dader als slachtoffer zijn onderdeel van een negatief krachtenveld dat hen tot gelijken maakt. De een is niet beter dan de ander.
In een kinderwereld gaan kinderen met elkaar vechten. De een roept ‘jij bent pies' en de ander geeft de piesroeper een mep en het resultaat is dat beiden huilend naar huis hollen, de een omdat de ander hem heeft geslagen en de ander omdat hij vereenzelvigd werd met een vies woord.
Thuis zijn er dan altijd ouderen die of wijs zijn - en het kind kalmeren - of nog dommer zijn dan de kinderen, zodat ze de politie gaan opbellen en er 'een zaak' van gaan maken.

In moralistisch Amerika is moreel zakendoen erg in trek. Van elk vies woordje, zelfs het onschuldige woordje poep, wordt ‘een morele zaak' gemaakt. Burgermansmoraal (moraal die in dienst staat van een kwaadscheppende God) schept namelijk geld. Daarom kun je als mens die zichzelf geestelijk wil ontwikkelen maar beter niet naar Amerika gaan. Geestelijke ontwikkeling betekent dat je poep en pies roept als het noodzakelijk is, omdat je het dierlijke Ik in jezelf moet leren kennen.

Intelligente kunstenaars die het niet meer wordt toegestaan het beest in de mens te ontdekken (met de bedoeling het wat menselijker te maken) worden in feite ter dood veroordeeld door de zich absoluut goed wanende kleinburgerij (je moet een levende, geld makende dode zijn...).
De handelende en moreel-zaken-doende kleinburgerij, die van de geestelijke dood een geestelijke kwaliteit heeft gemaakt roept vervolgens zondebokken in het leven, mensen op wie het eigen kwaad op goede wijze kan worden afgewenteld, en zij viert vol overgave een rumoerig dodemansfeest in een beestachtige moralistenwereld waaruit alle kritische opstandige, naar onpartijdigheid verlangende bestaansdenkers verdreven zijn.

Amerika en de Geestelijke Dood

Eind jaren vijftig werd de gnostische eenheidsgedachte, die tot uiting komt in de leuze E Pluribus Unum (uit veelheid eenheid scheppen) in Amerika vervangen door de theocratische leus: Een volk onder God.
Die omkeer, de wending van gnostisch eenheidsdenken naar theocratisch zwart-wit-denken, zou je kunnen zien als een aanval op het holistische gedachtegoed dat ten grondslag ligt aan het Handvest van de Verenigde Naties.
De VN, gezien als vertegenwoordiger van algemeen geldende rechtsprincipes, (en daarom afgewezen door theocraten, mensen die altijd een primitieve vorm van monotheïsme in stand willen houden) moet vernietigd worden en Amerika moet de morele leider van de wereld zijn - een verlangen dat domweg niet mogelijk is zolang niet gebroken wordt met het verdelende primitivisme van een Messiaans-utopistische (aan het Judaisme ontleende) groepsmoraal.


Kosmisch of universeel eenheidsdenken

Cosmic religious feeling...is very difficult to explain...to anyone who is entirely without it, especially as there is no anthropomorphic conception of God corresponding to it...
How can cosmic religious feeling be communicated from one person to another, if it can give rise to no definite notion of a God and no theology?" Albert Einstein (Lecture on "Religion and Science" in The World as I See It, p. 27)

"A human being is a part of a whole, called by us 'universe', a part limited in time and space. He experiences himself, his thoughts and feelings as something separated from the rest... a kind of optical delusion of his consciousness. This delusion is a kind of prison for us, restricting us to our personal desires and to affection for a few persons nearest to us.
Our task must be to free ourselves from this prison by widening our circle of compassion to embrace all living creatures and the whole of nature in its beauty." Albert Einstein (Zon in het Waterteken Vis, Maan in Boogschutter, Ascendant in Tweeling)

A universalist religion is one that holds itself true for all people; it thus allows all to join, regardless of ethnicity.
In contrast, ethnic religions, like ethnicity itself, can be determined not just by genealogy, but by geography, language, and other social boundaries.
In that sense, Islam, Christianity, and Buddhism are universalist religions. Judaism and Hinduism would be ethnic religions. (Wikipedia)


Reacties

map 14-12-2009 19:39
Maar gaat existentialisme niet over het ' bestaan' dat aan de wezensbepaling vooraf gaat? Eerst bestaat de mens, doet zich voor, verschijnt in de wereld en daarna bepaalt hij zich nader. Hij kan alleen iets worden en dan zal hij zijn wat hij van zichzelf maakt. Dus geen vooraf bepaald lot, geen god, en geen 'in de sterren geschreven'.
De mens is wat hij van zichzelf maakt en is ten volle verantwoordelijk, voor zichzelf en allen.
De essentie van het existentialisme is de onmogelijkheid voor de mens om de menselijke subjectiviteit te boven te komen dat lijkt eng en negatief maar uiteindelijk gaat het erover dat ze aan de mens de mogelijkheid over laat een keuze te doen.
Tenminste, zo heb ik het altijd begrepen.

wimduzijn, 14-12-2009 22:40
Onze standpunten verschillen niet zoveel hoor...
Het hangt er vanaf hoe je existentialisme definieert. Zoals in elke filosofische stroming wordt de groepsnaam gekoppeld aan individuen die helemaal niet dezelfde filosofische uitgangspunten hebben. Wat ze gemeen hebben is de aandacht voor de zijnsproblematiek (existentie).
In dit blog wijs ik op het existentialisme van denkers en filosofen in de oudheid. Astrologen, wijsheidverkondigers, gnostici, etc.., noem ik de voorlopers van het moderne existentialisme - zoals in de moderne tijd denkers als Kierkegaard (christelijk) en Nietzsche (anti-clericaal) voorlopers kunnen worden genoemd.

Op het net tref ik de volgende definitie aan: "Het existentialisme is een 20e-eeuwse filosofische en literaire stroming die individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit vooropstelt. Het existentialisme beschouwt iedere persoon als een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot.
De uitdaging van ieder individueel mens is om - in afwezigheid van een transcendente god - binnen zijn absurd en zinloos bestaan zijn vrijheid te gebruiken om een eigen ethos op te bouwen en zijn bestaan zodoende zin te geven."

Deze definitie term koppelt de term existentialisme aan een pessimistische levenshouding (genoemd worden absurdisme en zinloosheid, astrologen spreken over noodlot en blinde krachten, die niet altijd zinloos zijn), maar voegt er (op optimistische wijze) aan toe dat het streven er op is gericht de individuele, vrij gemaakte mens (uniek en onafhankelijk dus) in staat te stellen een eigen moreel bestaan op te bouwen, precies datgene wat de gnostici in de oudheid ook nastreefden: pessimist worden om de onzin te kunnen ontdekken en ndat je hebt gezien hoe onzinnig - en zelfs kwaadaardig - heel veel zaken in het leven zijn proberen er als onafhankelijk individu iets zinvols tegenover te plaatsen.
Het zal duidelijk zijn dat een christelijke existentialist andere antwoorden zal kiezen dan een existentialistische astroloog, maar wat ze verbindt is het inzicht dat je niet klakkeloos jezelf moet uitleveren aan negatieve, blind makende flauwekul en dat het je morele plicht is negatieve zaken (hoe 'goed' ze ook worden genoemd) 'negatieve rotzooi' te noemen - immoreel durven zijn dus...
Het feit dat astrologen uitgaan van een 'groot existentieel plan' verandert niets aan de geestelijke-spirituele opdracht die ze zichzelf als existentialist meegeven. Het blinde noodlot is net zo bedreigend als de nihilistische leegte, waar absurdisten van uitgaan.