Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Er Zijn Ook Goede Duivels
VK-blog van woensdag 3 maart 2010 door Wim Duzijn



"Er zijn ook 'goede' Duivels. Zij vormen een soort officiele oppositie, die per se niet meer gevaarlijk kan zijn, want ook in de oppositie dienen de brave Duivels de goede God, die de wetten van de maatschappij in stand houdt, opdat iedereen braafjes zijn werk zou doen.
Heden zijn de brave Duivels zeer talrijk. Uiterlijk bevestigen zij heel graag hun onafhankelijkheid en spreken zij veel over vrijheid, terwijl zij feitelijk braafjes uit de hand van hun machthebbers eten.
Zij zullen trouwens de eersten zijn om de boze Duivels, die nutteloze onrust in de Staat verwekken, te veroordelen en als misdadigers te brandmerken...

Leopold Flam, in: Ontbinding en Protest, 1967


Intro:

De wereld verandert. Dat is lastig wanneer je een verhaal wilt vertellen, dat sterk autobiografisch van aard is. Wat je de ene dag overkomt is men de volgende dag vergeten.
Gebeurtenissen die ingrijpende invloed hebben op het wereldgebeuren verliezen snel hun betekenis. En omdat mensen in een moralistisch universum een selectief geheugen hebben - dat wil zeggen: alleen datgene wordt onthouden wat de 'morele meerderheid' goed maakt - daarom vind ik het belangrijk mijn in briefvorm opgetekende gedachten en ervaringen hier weer te geven, zodat ik, wanneer ik mensen aanval, niet compleet voor gek sta - gewoon, omdat men niet begrijpt, of - beter gezegd - niet wil begrijpen waar ik het over heb.

Onderstaand artikel werd geschreven in december van het jaar 1989, in een periode waarin krantenkoppen als 'Het einde van de ideologie' de lezers probeerden wijs te maken dat we nu een tijdperk zouden binnentreden waarin ideologiegebonden warhoofden niet langer het recht zouden hebben alles wat intelligent en onafhankelijk is te vernederen en weg te werken...


Een gevangene van goed bedoelende idealisten
Wim Duzijn, 1989

Het communisme heeft mijn leven ingrijpend beinvloed. Een normale geestelijke ontwikkeling in samenwerking met stimulerende gelijkgestemden binnen een inspirerend academisch klimaat werd mij door het marxisme onmogelijk gemaakt.
Eind jaren 60 - na de beruchte ''tegen de oude moraal gerichte Mei-revolutie van 1968'- koos het studentendom massaal voor KARL MARX. Marx, zou je kunnen stellen, werd ineens een toonaangevend artikel in een zich links noemende modebeweging.
VVD-voorman GERRIT ZALM formuleerde het zo: "Iedereen was marxistisch, dus ik ook" - een anti-liberale, op aanpassing gerichte gedachte die het leidende principe van een intellectuelengeneratie geworden is - een generatie die niet begreep dat je helemaal niets kunt veranderen met behulp van een beweging die 'mode' is geworden.
De mode bepaalt dit jaar dat je rode broeken hoort te dragen, maar volgend jaar is rood uit en dan draagt de hele goegemeenschap groene broeken en witte schoenen.. ; en wie dan nog rood is, die is gewoon een ouwe, ouderwetse lul...

Nu, aan het einde van de jaren 80, is de invloed van het dwingende, gelijkschakelende socialisme binnen Europa aan het afnemen. Communistische regimes verdwijnen. Mensen die nooit marxistisch zijn geweest kunnen weer gewone mensen worden, en mensen die marxistisch waren kijken zwijgend toe of passen zich domweg aan.
Ook de medewerkers van de Volkskrant - een krant die jarenlang op een fanatiek-humorloze wijze het linkse geloof uitdroeg - merken de veranderingen in de Oost-Europese landen op en via de bespreking en de doordenking van de gebeurtenissen veranderen zij zichzelf, beter gezegd: passen zij zichzelf aan, want wie de moeite wil nemen om de geschiedenis van de Volkskrant van de afgelopen veertig jaar te bestuderen, die zal ontdekken dat de Volkskrant een krant is die werkelijk met alle ideologische winden heeft meegewaaid.

Bij het woordje meewaaien moet je denken aan een grote boom, die met een stel dikke wortels stevig verankerd staat in de grond. Die boom verandert niet. Die boom denkt: "IK ben een boom, God heeft mij tot boom gemaakt, dus ik blijf altijd een boom... Wat moet een boom anders denken?"
De bladeren van die boom vinden dat eigenlijk helemaal niet leuk. Zij weten niks af van de wet die bepaalt dat een boom geworteld is in de grond en zij denken dat zij als vrolijke schepseltjes door de lucht mogen dartelen...

Een triest verhaal eigenlijk, het verhaal van de blaadjes van een boom. Zij worden groen, zij dartelen door de wind, zij koesteren zich in de zon, zij laten wellustig het koele regenwater over hun ranke lijfjes stromen, maar als het herfst is, dan verkleuren zij, dan wordt de band met het grote moederlichaam ineens verbroken en dan vallen zij zomaar pardoes van de boom af, om als verlepte, onbeduidende voorwerpjes opgenomen te worden in een zich eeuwig herhalend ontbindingsproces, dat er voor moet zorgen dat er morgen weer nieuwe blaadjes aan de boom verschijnen, die ook zingen en dansen en meewaaien met de wind.
Het is wel een mooi en leerzaam verhaal, dat verhaal van de massieve boom met zijn beweeglijke blaadjes. Ik ben er dan ook erg trots op dat ik het heb geschreven. Omdat ik op die manier de lezer duidelijk kan maken dat het woordje 'verandering' betrekkelijk is in een wereld waarin de mensen blaadjes zijn, die via dunne voedingskabeltjes gekoppeld zijn aan een onveranderlijke boom.
Verandering die zich beperkt tot het blazen van wat lucht door de bladeren van een boom is zinloos. Je moet de boom aanpakken, hem met een grote bulldozer uitgraven en verpoten, of hem met behulp van een kettingzaag afzagen en hem vervangen door een nieuwe, jonge boom.

Ik heb in een ver verleden ooit opgemerkt dat je in dit land eerst de Volkskrant moet vernietigen wanneer je het verlangen koestert de verbeelding aan de macht te brengen.
Zo'n uitspraak word je niet in dank afgenomen. "Wie denk je dat je bent?", voegen ze je venijnig toe, niet omdat je onzin uitkraamt, want zijzelf wilden in de jaren zestig en zeventig ook de verbeelding aan de macht brengen, maar omdat je alleen staat en geen onderdeel bent van de een of andere modebweging. Dan ben je een lachwekkende figuur, een Don Quichot, die tegen windmolens vecht.


Info: In het algemeen spraakgebruik verstaat men onder een Don Quichot een goede, maar onpraktische en zich door dolle daden voor een misschien goede zaak min of meer belachelijk makende persoon ( ‘ridder van de droevige figuur’).

Het is erg vervelend om dat negatieve gedrag te ervaren, maar tegelijkertijd ook bijzonder komisch en leerzaam, terwijl vage gevoelens van wraakzucht er door bevredigd worden:
Provoceren, om te zien hoe kritische, agressieve mensen reageren wanneer ze zelf aangevallen worden. Kijken of ze eerlijk zijn, of ze in de protestfiguur die tegenover hen staat iets herkennen van zichzelf. Want als dat niet zo is, dan zul je moeten konkluderen dat ze in het verleden in feite geen principes verdedigden, maar dat ze op een tamelijk willoze wijze meededen met een beweging die toevallig in de mode was. Blaadjes aan een grote boom, die meewaaien met de wind...

Zonder enige schroom plaatste ik in het verleden mijzelf daarom een van hoorntjes voorziene pet op het 'duivelse' hoofd, en ik zei als recalcitrante, 'zeer maatschappijkritische' brievenschrijver wat ik te zeggen had, niet altijd op een parlementaire wijze, en soms ook op een wat wilde, ruwe en ongepolijste wijze.
Wat wil je? Je hoort er niet bij en ook al ben je intelligent en kritisch, zij hebben de macht - en daarmee 'de moraal'...
Internet bestond nog niet. En je wilt toch wat doen, ook als je op een heel bizarre en geheimzinnige wijze deel bent gaan uitmaken van een mensengroep die niet mag bestaan in een wereld die ooit maatschappijkritiek tot doel van het bestaan verheven had.

Nu ben ik in een wat serieuzere stemming ('older, sadder and wiser' noemen ze dat) en daarom probeer ik allerlei uitspraken die ik de afgelopen jaren gedaan heb wat te nuanceren, te verfijnen en te polijsten, of zelfs te verdiepen.
Dat sommige mensen ook die serieuze nuancering als beledigend ervaren is mijn probleem niet. Wie mensen aan het denken wil zetten die kan niet de stroopkwast hanteren, nee, die moet shockeren, emotioneren, gevoelens los roepen, want het kenmerk van een verstarde, door en door oppervlakkige samenleving is nu juist dat de mens niet meer in staat is op een authentieke wijze mens te zijn - volledig, als een kind, dus in staat te huilen, kwaad te worden en lief te hebben.

Het nadeel van uitgesproken standpunten is dat je er heftige emoties mee op kunt roepen. Sommige mensen houden van je. Anderen haten je. En weer anderen halen onverschillig hun schouders op, mompelend: "Die heeft ze niet alle vijf op een rijtje", alsof het gek verklaren van de ander de eigen standpunten heilig en onaantastbaar maakt..
Maar wat men ook zegt en doet, ik laat het allemaal rustig gebeuren en wandel glimlachend verder op een pad, dat in ouderwetse wijsheidsboeken 'het pad des levens' wordt genoemd, stil en onverstoorbaar, want wie een kritische geest wil zijn, die weet dat een mens die anders dan anderen is in een dorp onvermijdelijk de rol van dorpsgek wordt toegekend.
Daar hoeft een mens die kritisch wil zijn zich niet voor te schamen. Het is geen schande om 'gek' te zijn in een oppervlakkige, liefdeloze wereld. Integendeel, je moet degenen die je tot 'gek' uitroepen dankbaar zijn. Een grotere eer kan je niet bewezen worden.

Ik durf zelfs te stellen dat een schrijver die weigert de vererende rol van dorpsgek te spelen niet deugt.
Zo iemand is in diepste wezen asociaal. Hij wijst de grootste onderscheiding die je in het leven kunt krijgen af. Nooit zal hij iets van betekenis schrijven. De goede man is in geestelijk opzicht dood. Een afschuwelijk leeghoofd. Hij is normaal!

In het citaat dat hierboven staat afgedrukt wijst de door het Belgische establishment afgewezen filosoof LEOPOLD FLAM er op dat de werkelijk kritische schrijver en denker nooit de zijde van de machthebbers zal kiezen.
Hij staat voor vrijheid, persoonlijke groei en ontwikkeling en juist daarom is hij een maatschappijcriticus die iedere vorm van totalitarisme fel veroordeelt, omdat overal waar mensen een machtsmonopolie voor zichzelf opeisen de vrije ontwikkeling van anderen wordt afgeremd.
Een repressieve maatschappij probeert altijd kritische geesten te annexeren, 'brave Duivels' van hen te maken, zoals Flam het uitdrukt.
Daarom zijn mensen ook zo onbetrouwbaar, en daarom moet je uiterst voorzichtig zijn bij omwentelingen, die allerlei mensen naar voren brengt die kritisch lijken, maar in feite vertegenwoordigers zijn van het systeem.
In Oost-Duitsland bijvoorbeeld is de macht van de communistische partij gebroken, maar de mensen die deel uitmaakten van het onderdrukkende systeem zijn natuurlijk niet verdwenen, en daarom moet je als kritisch schrijver op je hoede zijn.
Je denkt aan de boom met zijn vele blaadjes, en je vraagt je af wat er nu werkelijk in Oost-Duitsland gebeurd is. Hebben we een boom omgezaagd? Of hebben we gewoon met behulp van een grote heggenschaar de blaadjes van de boom geknipt, zodat over een jaar de oude boom weer in oude glorie is hersteld?
Nieuwe blaadjes maken de boom niet nieuw. Dat denken we, maar het is niet waar.
Je kunt het egoïsme en de liefdeloosheid een andere naam geven, maar een boom blijft een boom.
Wie dat niet wil inzien, die kan maar beter loodgieter worden en met een grote stalen veer verstopte afvoerbuizen doorprikken - erg nuttig en nog gericht op werkelijke verandering in de maatschappij ook, want een buis kan niet net doen alsof hij niet verstopt is. Als je er een stalen veer doorheen trekt, dan is hij schoon.
Het leven is echter geen verstopte afvoerpijp. Het leven leeft. Het leven zit vol vreemde, onverklaarbare krachten. Het leven kan zich anders aan je voordoen dan het is. Het leven is lieflijk soms, maar ook wreed en bedrieglijk op andere tijden, en vaak doen zich ogenschijnlijke veranderingen voor, die later helemaal geen veranderingen blijken te zijn geweest. Daarom is de vergelijking met een boom zo gek nog niet.
In Oost-Duitsland zijn de blaadjes van de bomen geknipt, maar tegelijkertijd worden ze er met lijm weer aangeplakt. Dat is het wonder van de kleinburgerlijke verandering. Je kunt het leven er af knippen en het er ook weer aan plakken. Daarom is het leven ook geen gewone boom, maar een Levensboom.

In het commustische Oost-Duitsland waren er kunstenaars die in het Westen werden gezien als dissidenten. Ze waren tegen het communisme, maar voor het socialisme, dat in feite ook doodgewoon communisme was.
De wind waait door de bomen. Het stormt. De blaadjes vallen af. Dat noemen we herfst. Maar als de blaadjes gevallen zijn, dan zijn er mensen die zeggen "dat is niks, die herfst" en die rapen de gevallen blaadjes op en plakken ze met wonderlijm op de kaalgeplukte boom.
Dan zeggen ze: "Het is lente. Mooi, die frisse jonge blaadjes...", en jij staat op de grond en alles wat je ziet is de verweerde bast van een ouwe afgeleefde boom...
De Duitse liedjeszanger Wolf Biermann is zo'n fris groen blaadje, dat met behulp van een pot houtlijm aan de grote levensboom is geplakt. Hij is een socialistische 'Liedermacher', zo iemand die we hier protestzanger zouden noemen. Vroeger, toen protesteren nog in de mode was, toen de namen Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh nog in staat waren een 'aha'-effect in mensen op te roepen.
Vroeger.., alsof je een versleten ouwe lul bent die in een ouderwets prentenboek aan het bladeren is, treurig natuurlijk, omdat echt protest nooit kan en mag veranderen, omdat echt protest eeuwigheidswaarde bezit - dus mensen jeugdig houdt.

Biermann valt in het nieuwe Duitsland de oude partijbonzen aan: 'Ich wil dich nicht in's Verderben sturtzen, du bist schon verdorben genug'.
Ik zag hem op de televisie en hoorde hem vol overtuiging praten over de Franse Commune, een volksopstand die bijzonder bloederige en sadistische aspecten bezat, en die eigenlijk nooit tot echte vrijheid heeft geleid, omdat in die tijd het socialistische begrip 'klassetegenstelling' werd ontwikkeld.
Socialisme is proletarisch. Wie niet proletarisch is moet gezien worden als de vijand van het proletariaat.
Als vertegenwoordiger van het anarchistische Midden huiverde ik dan ook, toen ik dat woord 'Franse Commune' hoorde, en ik dacht bij mezelf: "Mijn hemel, een 'goede' socialist - een 'brave duivel', alsof gewone mensen met gewone mensenverlangens daar op zitten te wachten..."

De Tsjechische schrijver Vaclav Havel is ook een man die in de tijd van de communistische overheersing in Oost-Europa tot de dissidente kunstenaars behoorde. Hij is intelligenter dan de socialistische 'Liedermacher' Biermann, wijst iedere vorm van totalitarisme af en weigert een ideologie, doctrine of vastgelegde wereldbeschouwing uit te dragen.
(Zijn geboortehoroscoop bevestigt dat gematigde beeld: Zon Weegschaal, ascendant in het softe teken Vis, Saturnus en Jupiter dominant geplaatst)
Je zou hem een pessimist kunnen noemen, bepaald geen scheldwoord in een wereld waarin mensen door een gruwelijk gebrek aan ernst en degelijkheid te gronde dreigen te gaan.
In tegenstelling tot Biermann weigert Havel het woord 'socialisme' te gebruiken. Dat woord zou eerst opnieuw gedefinieerd moeten worden, stelt hij, omdat het een magische formule is geworden. Alles wat slecht was werd anti-socialistisch genoemd, terwijl men zichzelf, via de identificatie met het socialisme, uitriep tot de vertegenwoordigers van de 'eeuwig goede moraal'.
Het enige politieke antwoord daarop is volgens hem democratie en pluralisme, waarmee hij aan wil geven dat mensen moeten leren zich als vrije mensen te gedragen, zonder daarbij de belangen van de ander uit het oog te verliezen.
Nieuw sociaal denken dus, humanisme, afstand doen van een sadistische zwart-wit-moraal, het scheppen van sociale voorwaarden die groei en ontwikkeling van het individu mogelijk maken.

Groei en ontwikkeling van het individu. Wat klinkt dat hopeloos idealistisch.
Zover zijn we in het Westen nog lang niet. We worden hier klaargestoomd voor de 'vrije markt', niet voor de wijsheidsschool waar geestelijke groei wordt nagestreefd...
Wij zijn in feite nooit grote idealisten geweest. We waren als pathologische meelopers en aanpassers op een primitieve manier anticommunistisch. Dat konden we ons permitteren, omdat we rijk waren en juist vanwege die rijkdom keken de anderen tegen ons op.
Na de omwenteling in Oost-Europa zijn we niet bijzonder meer. We zijn rijk, en omdat we niet bereid zijn de rijkdom te delen met anderen, daarom zien die anderen niet meer tegen ons op.
Je zou dus kunnen zeggen dat we door de mand gevallen zijn. De val van het communisme is ook de dood geworden van het (zogenaamd) vrije westen. We dragen geen vrijheid uit. We zijn alleen maar rijk en daar is onze vrijheid op gebaseerd.
Hebzuchtige mensen komen op die rijkdom af. Niet op onze vrijheid, die interesseert hen niks. Niet onze cultuur, maar onze rijkdom maakt ons groot. En dat is natuurlijk een trieste zaak. Omdat onze mooie Westerse, liberale waarden er glansloos door worden gemaakt.
In feite hebben we met onze geldcultuur de dissidenten in Oost-Europa in hun hemd gezet. Zij waren ongelooflijk idealistisch. Zij zagen in het Westen het symbool van de vrijheid. Maar nu is het communisme verdwenen en nu staan we met lege handen tegenover al die 'vrijgemaakte mensen'.
Hier zijn we dan, zeggen we, wij geven jullie geen vrijheid, nee, wij geven jullie het kapitalisme - alsof het kapitalisme met zijn primitieve 'vrije-markt-denken' de bindende kracht in een samenleving kan zijn.
Erg sadistisch eigenlijk, als je er goed en ernstig over nadenkt...
Gedurende een kort moment voel ik me Wolf Biermann, die de vertegenwoordigers van een geestloos kapitalisme een cynisch liedje toezingt: 'Ich wil dich nicht in's Verderben sturtzen, du bist schon verdorben genug'.
Ik kan dat rustig doen, omdat er in mijn vrije wereld geen plaats is voor Franse Communes.
Ik ben geen socialist en geen kapitalist. Ik verdedig als vertegenwoordiger van het 'vrije westen' het vrije individu, dat meer is dan een zakje vol water en botten, dat met een touwtje aan een sadistische burgermansgod bevestigd is...
"Het collectivisme is dus verdwenen?", zeg ik, "welnu, dan is het onze plicht op te komen voor het individu..."
Hij daar, is individu. En die daar, die in lompen loopt, die is ook individu. En die zonderlinge gek… Waarom wil je daar geen individu in zien…?

Het verdedigen van de vrijheid is geen peulenschilletje. Vooral niet wanneer het geld de maat van alle dingen is. In een geldwereld moet alles zo economisch mogelijk gebeuren. Daarom sjouwen we ieder jaar met bloemen en kransen door de straten om op een goedkope, routineuze wijze de bevrijding te herdenken.
Een beetje gemakzuchtig, dat mag je rustig zeggen. Ik noem het pronken met de veren van anderen. Want hebben we in ons leven echt daadwerkelijk de vrijheid van een ander mens verdedigd?

Laat beelden zien van de jongens die in Normandië hun leven gaven voor de vrijheid. En zet daar op bevrijdingsdag de tekst onder:
"Is het juist dat de opofferingsgezindheid van jongens die voor de vrijheid wilden sterven belachelijk wordt gemaakt?"
Dat vind ik mooier dan het luiden van klokken en het sjouwen met grote bloemenkransen en het uitspreken van redevoeringen door mensen die zelf in feite hartstikke fout zijn geweest...
Wie zijn wij, dat wij zalvend en moraliserend de opofferingsgezindheid van anderen door het slijk mogen halen.
Zijn zij gestorven om ons in staat te stellen naar vrijheid hunkerende mensen de liefdeloze wet van het Grote Geld aan te bieden?
Kapitalisten offeren zichzelf toch nooit op? Ze bieden anderen als offer aan. Ze verdienen geld aan het slachtofferschap van mensen waarin ze weigeren een 'individu' te zien. Zulke mensen roep je toch niet uit tot vertegenwoordigers van een wereld die vrij wil zijn?

In een vrij land horen mensen niet kapitalistisch te zijn. In een vrij land horen mensen vrijheidslievend te zijn.
Dat betekent dat je in principe niemand in een kamp, een gekkenhuis of een inrichting wilt zetten, geen Duits kamp, geen Russisch kamp, geen Iraans kamp en natuurlijk helemaal geen Joods kamp.
De jongens die in Normandië voor hun leven knokten lieten de joden toch ook niet wegrotten in het concentratiekamp, ook al waren ze door de Duitse overheid tot 'staatsgevaarlijke misdadigers' uitgeroepen? Ze weigerden akkoord te gaan met de opvatting van de Nationaal-Socialisten dat slechte mensen in een goede staat eeuwig moeten lijden en creperen.
"Jullie hebben het recht niet mensen zo barbaars te behandelen", zeiden ze, en terwijl de bommen en granaten hem om de oren vlogen, stelden zij een verzetsdaad.
Mogen wij hen belachelijk maken? Mensen die echt daadwerkelijk hun leven wilden geven voor de zaak van de vrijheid? Hebben we respect voor doodgewone jongens die uit naam van de vrijheid kanonnenvoer moesten zijn?
Aangepaste, aan de macht en het grote geld vastgebakken mensen praten lukraak over zaken als goed en kwaad, zonder zich ooit te realiseren dat die begrippen binnen een ernstloze, moralistische wereld volstrekt inhoudsloos zijn.
Binnen het strafrecht is datgene goed wat niet in strijd is met de Wet en al het andere is kwaad.

De vraag naar het waarom van het 'kwaad' wordt weliswaar ter sprake gebracht, maar omdat die vraag beantwoord moet worden door psychiaters en psychologen, die zelf deel uitmaken van een blind handelend systeem, daarom zal er nooit echt sprake zijn van een objectief oordeel.
Men weet domweg niet wat 'goed' en 'kwaad' is. Men gist er een beetje naar, laat zich vaak leiden door de waan van de dag en als je maar gezamenlijk stelling tegen neemt tegen 'de ander' dan zit je waarschijnlijk wel goed.
Elke sadistische staatsorde - een orde waarin het collectief boven het individu wordt geplaatst - is gebaseerd op gezamenlijkheid. Wij samen tegen de slechte ander. Maar op een dergelijk primitief machtsprincipe kun je geen rechtstaat bouwen.
Recht laat zich nooit leiden door de waan van de dag. Recht weigert de wraakzucht van burgers te homoreren.
Recht is een van de fundamentele principes in een democratie die niet met pek besmeurd mag worden...
Ook astrologen erkennen de waarde ervan. Astrologisch gezien valt het recht onder de planeet Jupiter, een van de drie astrologische koningen.

Wanneer je het woord 'moraal' wilt bespreken dan moet je je heel goed voor ogen houden dat er verschil bestaat tussen de moraal van de algemeenheid en de moraal van het individu.
Het individu zegt: er moet met mij rekening worden gehouden en daarom zal de algemene moraal een zodanige vorm gegeven moeten worden dat mijn bestaan er niet door wordt ontkend. Het individu schept daarmee een 'neutrale, objectieve moraal'.
Het collectief daarentegen zegt: er is maar een moraal, de moraal van de meerderheid, en ieder individu is verplicht zich daar aan te onderwerpen, ook al gaat dat ten koste van zijn recht op vrijheid en geluk.
Het collectief is de ontkenning van het anarchistische begrip 'familie'.
Iedereen die opgegroeid is in een groot gezin weet dat het gezin geen collectivistische eenheid is. Vader en Moeder houden het gezin bij elkaar en de leden van dat gezin zijn in feite autonome, zelfstandige eenheden, die elkaar soms hartelijk tegemoet treden, maar die elkaar bij tijden ook op een hele gewone en ordinaire wijze kunnen haten.
Toch blijft het gevoel bij elkaar te horen voortbestaan. Begrippen als Liefde en Haat, of Goed en Slecht, worden als het ware opgeheven binnen het gezin. Het gezin is een pluriforme eenheid - en zelfs de heftigste ruzies leiden er niet toe dat de ander wordt verketterd en gedemoniseerd, wordt uitgeroepen tot een Duivel, een volstrekt vreemde, die bestraft moet worden met de eeuwige kwellingen van de totalitaire Hel.
Gebeurt dat wel, dan zeggen we: "Dat is een probleemgezin", "Die zijn asociaal", en we weten allemaal hoe verschrikkelijk het is, wanneer je buurman tot de groep van asocialen behoort...
Dan denken we diep in onszelf: "Een grote bom op die lui... Of anders maar een hartberoerte... Als ik maar van dat schorem af ben..."

Wanneer Egyptische geschriften daarom stellen dat Jezus van Nazareth een astroloog was, die de mensheid het anarchistische ideaal van de grote familie voor wilde houden, dan mag je dat rustig als een plausibele (geloofwaardige) stelling aannemen.
De 'Twaalf Apostelen', zo kun je in veel astrologieboeken lezen, zijn (net zoals de twaalf joodse stammen uit het oude testament) verwijzingen naar de Twaalf Dierenriemtekens.
Binnen de cyclus van dierenriemtekens is niemand slecht. Wel wordt gesteld dat sommige mensen agressiever en gewelddadiger zijn dan anderen, en dat zijn dan volgens de astrologie vooral die mensen die sterk onder invloed staan van de agressieve en destructieve planeten Mars (oorlog en haat) en Pluto (macht en wraak).
De 'goede Duivel' lacht schamper wanneer iemand praat over denkwijzen die niet passen in een wereldbeeld waarin de macht heilig is verklaard.
Hij is dan ook een brave, aangepaste Duivel. Hij dient het systeem en het systeem wil niet dat iemand 'het kwaad' rationeel benadert - er een gewone, normale menselijke eigenschap van maakt.

Ik zie het als de taak van de astrologie de werkelijkheid te rationaliseren en te ontmythologiseren. De mythe van het kwaad mag daarbij niet over het hoofd worden gezien. Het lijkt me goed om daar nog eens duidelijk de nadruk op te leggen.
De astrologie voert automatisch naar een pluriforme maatschappijopvatting: omdat zij de mensheid als familie voorstelt, omdat zij de mensen inzicht geeft in het karakter van andere mensen en omdat zij de mensen respect bijbrengt voor gezag en autoriteit: het beroemde triniteits-beginsel, dat katholieken hebben vastgelegd in het ritueel van het kruisteken, waar vanuit gnostisch standpunt gezien de volgende tekst bij hoort: "In de naam van de vader, de moeder en de vrije, bruggenbouwende geest".
Binnen deze astrologische definitie krijgt de Vader (Saturnus) een vrouwals partner (de Maan) en wordt de figuur van Jezus omgevormd tot een gnostische wijsheidleraar (Jupiter) die de waarde van het verstand (Mercurius) benadrukt. De Drie-Eenheid is dus in feite een Vier-Eenheid.

De 'anarchistische chaos' (waar burgers zo graag denigrerend over spreken) is niets anders dan een ander woord voor pluralisme. Wie het anarchisme belachelijk maakt, die verwerpt de naar pluriformiteit strevende democratische mens.
De totalitaire mens (socialistisch of kapitalistisch) is altijd een anti-anarchist.
Binnen een totalitaire samenleving is de anarchist de slechte Duivel. De anti-anarchistische schrijver is in zo'n samenleving de goede Duivel. Hij zet de anti-anarchisten op de troon en hij nodigt de vertegenwoordigers van een onderdrukkend totalitair systeem vriendelijk uit de sleche Duivels te vernietigen.
"Die hebben geen respect voor de hogere waarden die wij verdedigen, dus stuur die maar weg!", roepen ze.
Zijzelf zijn de goede Duivels en zij genieten volop van het goede leven. Een goed glas wijn, een goed boek en wat goede muziek, mijn liefje wat wil je nog meer?"
Ze zijn natuurlijk heel kritisch, want een ouwe lul willen ze niet zijn, maar ze vallen in feite niks en niemand aan. Blaadjes aan een boom dus, die zachtjes wiegen in de wind...

In Normandië was het leven minder mooi.
Waarom zijn die jongens eigenlijk gesneuveld of verminkt geraakt?, vraag je jezelf af. Om een sadistisch maatschappijsysteem af te schaffen? Of om het ongewijzigd door te geven aan een troep huichelaars, die in vrijheid alleen maar een mooi woordje willen zien?
In het 'bevrijde' Tsjecho-Slowakije spreekt Vaclaw Havel over 'de liefde'. De liefdevolle weg, zo noemt hij zijn levensprogramma.
Ik vind zoiets bijzonder sympathiek, hoewel ik altijd met enig wantrouwen andere mensen het begrip 'liefde' hoor gebruiken. Liefde, dat is in burgermansland veelal net zoiets als 'socialisme': weinig meer dan een magische formule, die in dienst staat van de algemene moraal.
Wie werkelijk lief wil hebben, die zal voortdurend het woordje 'ik' moeten gebruiken. Ik heb lief. Ik wil goed doen. Ik wil helpen. En ook als iedereen het laat afweten, dan nog heb IK lief - en niemand heeft het recht mij mijn liefdesverlangens af te pakken.
"Je moet eerst een egoïst worden, voordat je werkelijk kunt liefhebben", stelt Gurdjieff in het boek 'Op zoek naar het wonderbaarlijke' van P.D. Ouspenski.
"Dan pas kan er een situatie ontstaan waarin een mens alleen datgene doet wat noodzakelijk is, terwijl hij die activiteiten staakt die volstrekt nutteloos voor hem zijn."

Het kenmerk van socialistische en kapitalistische staten is dat mensen hun energie veelal in volstrekt nutteloze ondernemingen moeten steken.
Je koopt van al je spaargeld een kleine computer en een jaar later kun je hem op de vuilnisbak gooien omdat er een andere 'standaard' is ontworpen. Dat is niet erg als je zwemt in het geld, maar ik ben er zo eentje die nooit veel geld heeft gehad. En dan vind je het wel erg.
Ik ben een zuinig mens. Ik verafschuw verspilling. Daarom zal mijn moraal (met de nadruk op het woordje 'mijn') regels uitvaardigen die verspilling van geld, energie en talent kunnen voorkomen. Ben ik zelf immers niet het talent, dat zomaar werd weggegooid...?
Die eigen 'moraal' maak ik tot voorwerp van een algemene discussie, die leg ik niet dwingend aan anderen op. Dat kan ook niet, omdat het geen objectieve moraal is? immers: ik heb weinig geld en ik heb daarom geen oog voor het argument dat vernietiging van het concurrentieprincipe de technische vooruitgang kan tegenhouden.
De bereidheid een discussie aan te gaan maakt van mij een 'goede moralist'. Want goed is al datgene dat rekening wil houden met anderen.
Daarom kan ik weinig sympathie opbrengen voor de Socialistische Eenheidspartij van het voormalige Oost-Duitsland, die helemaal geen rekening wil houden met de gevoelens van onderdrukte anderen.
In plaats van zichzelf op te heffen wil de partij zichzelf vernieuwen…
Ze houden daarom een congres en na afloop daarvan hoor je de deelnemers dezelfde versteende frasen gebruiken die het socialisme tot nu toe zo onuitstaanbaar maakten. Dat afgrijselijke boeventaaltje bijvoorbeeld - dat spreken over kameraden ('Genossen') - dat roept de slechtste instincten in mij wakker. Niet omdat ik tegen kameraadschap ben, maar omdat ik tegen een systeem bent dat het woord kameraad alleen maar gebruikt om de ander buiten te sluiten.

"Vrijheid", stelt Gurdjieff, "is vooral vrijheid van identificatie!" Men moet voorkomen dat men wordt tot datgene wat men kan of moet zijn."
Ik heb mijn leven lang gevochten tegen mensen die van mij iemand wilden maken die ik niet was en ook niet wilde zijn, en tegelijkertijd ben ik voortdurend op zoek geweest naar mensen, waar je op een gewone, simpele manier van kunt houden, mensen die je niet tot hun bezit uitroepen, mensen die je niet willen misvormen, nee, mensen die in staat zijn in een ander een gelijke, een geestverwant te zien.
Als kleuter al bewonderde ik in mensen de liefde. Soms liep ik van huis weg, omdat ik de katholieke zuster van de kleuterschool zo graag wilde ontmoeten. Die vond ik zo lief, daar wilde ik met alle geweld naar toe.
Dat simpele, kinderlijke verlangen naar liefde, dat neemt een gezond mens mee naar de wereld van de 'Grote Mensen'. Tenminste, dat zou je verwachten...
Het tegendeel is vaak het geval. Men wil helemaal nergens meer naar toe. Men ontkent zelfs dat er aardige mensen zijn waar je naar toe zou kunnen gaan: "Eenmaal kom je tot de conclusie, vriendschap is een illusie", zingt het 'Het Goede Doel'.
En met die mentaliteit stappen we naar de Tssjechische schrijver Vaclaw Havel toe, die op zo'n naieve wijze voor de Weg van de Liefde pleit...

In Normandië klinkt het angstaanjagende gehuil van bommen en granaten.
Gruwelijk om in zee te moeten stappen terwijl er een sadistische vijand tegenover je staat die je alleen maar kapot wil maken.
Blijf staan, ga niet door, fluisteren wij hen in de oren, vriendschap is een illusie.
En toch vochten die soldaten voor hun leven, strijdend met andere mensen die ook voor hun leven vochten. Zo zit de soldatenwereld in elkaar. Je gooit een hoop mensen in een wolvenkuil en je hoopt maar dat hun egoistische wil om te overleven jou de overwinning oplevert.
De moraal achter dat verhaal deugt natuurlijk niet, mensen horen niet voor de wolven geworpen te worden, maar als het dan gebeurt en de mensen knokken voor hun leven (hun eigen egoïstische leventje, dat op wonderbaarlijke wijze ons leven wordt...), dan vind ik dat je niet het recht hebt die mensen belachelijk te maken.
Als we het gewoon vinden dat mensen hun bloed geven voor de vrijheid dan moeten we dat woordje vrijheid ook serieus nemen. Dan is het niet juist om andere mensen tot pechvogel uit te roepen en ze op te sluiten in getto's, opvangkampen en gekkenhuizen, waar ze triestig voor zich uit staren en zich afvragen waarom zij gevangenen zijn.

Het leven hoort geen gevangenenkamp te zijn.
Daarom gingen die jongens in Normandië de zee in. Daarom trotseerden zij het gruwelijke, onmenselijke geweld dat over hen werd uitgestort en daarom mogen wij hen helden noemen. Echte helden, die heel even uit het collectief traden en als enkeling het kruis van een waanzinnige sadistenwereld moesten dragen. Navolgers van Christus, die ook een eind wilde maken aan de waanzin van een wereld die het medelijden in de ban heeft gedaan.
Wie hen wil eren, die moet niet op een zinloze wijze met woorden gaan leuren. Die pakt een grote bijl, en die hakt - zonder zich te storen aan het meedogenloze geweld om hem heen - op een resolute wijze al die vermolmde moralistenbomen om, die door het virus van de liefdeloosheid zijn aangetast...


Reacties

Wim Duzijn 03-03-2010 13:21
Leopold Flam (Antwerpen, 16 maart 1912 – Vilvoorde, 29 september 1995) was een Belgische filosoof, essayist en vrijgeest. Als existentiefilosoof was hij een uitgesproken onafhankelijk denker en één van de vooraanstaande Belgische filosofen, vooral vanaf einde jaren vijftig tot midden jaren tachtig.
Schrijven was voor Leopold Flam een vorm van zelfbehoud en geestelijk in leven blijven.
Als atheïst en vrijmetselaar streefde hij naar individuele bewustwording en een bezinning over sterfelijkheid en zingeving. Met zijn diep borende gedachten en provocerende levenshouding wist hij generaties leerlingen en studenten te boeien maar ook te confronteren. (WIKIPEDIA info)

Wim Duzijn 03-03-2010 13:31


ik, amsterdam, jaren 70
"Uitgesloten zijn, zich afgekeurd weten, bij niemand op goedkeuring kunnen rekenen, bij elke ontmoeting met anderen de veroordeling in hun ogen lezen, dit alles schept een geestelijke atmosfeer van wanhoop en fierheid.
Wie zichzelf zo ver kon gebracht hebben dat de uitsluiting hem wel pijnlijk, maar anderzijds een aansporing werd tot verder werken, heeft het pad van de vrijheid betreden. Door niemand voor ernstig genomen worden is al erg genoeg, maar daarbij nog de moorddadige en vriendelijke haat van hoogstaande en wijze lieden ondergaan, dit heeft menige enkeling rechtstreeks naar de krankzinnigheid geleid.
Doorstaat iemand ook dit, dan heeft hij een hoogte bereikt van waaruit hij veel kan denken en voortbrengen en in zeker opzicht gelukkig zijn. Op zulk punt geraken betekent geen god meer nodig hebben.
De moordenaar van God van Nietzsche heeft Hem vermoord omdat Hij alles zag. Hij heeft zich bevrijd van de afhankelijkheid van de goedkeuring der anderen, van het geweten, van elke verplichting om rekenschap aan de anderen te moeten geven.
De onafhankelijkheid van de zogenaamde vrijdenkers is niet echt. Zij vormen een nieuwe kerk, een kliekje.
De eigenlijke onafhankelijkheid begint wanneer iemand de moed heeft gehad de uitgestotenheid te aanvaarden en niet op de vlucht te slaan, zich op niemand meer te beroepen, noch op een liefhebbende God of een rechtvaardige Vader, noch op de toekomst...."

LEOPOLD FLAM in De Marginale Enkeling

"Wat wij het kwaad noemen is relatief. Het tegenovergestelde van het leven is niet de dood, maar de onverschilligheid."
Leopold Flam - Oorlogsdagboek