Eenling worden in een
Schijn-Democratie



Slaaf van de leugen
VK-blog van maandag 5 april 2010 door Wim Duzijn



"Onwetendheid omtrent de Vader bracht angst en vrees teweeg en de angst verdichtte zich tot een mist, zodat niemand kon zien. Hierdoor werd de Dwaling eigenmachtig, zij bracht in leegte haar materie tot stand, zonder kennis van de waarheid. Zij maakte een schepping die in kracht en schoonheid de Waarheid moest vervangen.
Dit was echter geen krenking van Hem, de Onvoorstelbare, Onbevattelijke, want de angst, de vergetelheid en de schepping der leugen, waren niets, terwijl de vaststaande waarheid onveranderlijk, onverstoorbaar en perfect in schoonheid is.
Veracht daarom de Dwaling die aldus geen wortel heeft; want zij was in een mist gehuld ten opzichte van de Vader, toen zij bezig was gewrochten en vergetelheden en angsten te bereiden, opdat zij hiermee de mensen van het midden zou verleiden en tot haar gevangenen maken.

Uit Het Evangelie der Waarheid
een gnostisch geschrift, ontdekt in Nag Hamadi (Egypte), 1945


Wanneer je serieus wilt nadenken over moraal dan kun je onmogelijk ons religieuze verleden negeren, gewoon vanwege het feit dat God en Moraal door veel invloedrijke - en vaak uiterst conservatieve - mensen gezien worden als synoniemen.
Vooral binnen het Amerikaans-Christelijke denken zijn religieuze mensen zichzelf gaan beschouwen als vertegenwoordigers van een moraal-gevende God. Met andere woorden: de gelovige mens krijgt van God 'de moraal' en als bezitter van die Goddelijke moraal meent hij het recht te hebben andere mensen zijn eigen gewoon-menselijke wil op te leggen.
Dat is het wonderlijke van conservatief-religieuze bewegingen: de morele mens kent God niet, wijst elk individueel kontakt met God af (want mystiek wordt gezien als de vijand van de algemene groepsmoraal), maar hij achtervolgt andere mensen wel met door hemzelf bedachte voorschriften en geboden die via het lid zijn van 'het religieuze collectief' goddelijke kwaliteit gekregen hebben.

Het citaat uit het Evangelie der Waarheid spreekt over 'de Dwaling' die in het leven is geroepen door angstige mensen niet in staat zijn de wereld op een eerlijke en waarachtige wijze te bekijken.
Een van de belangrijkste thema's van de Gnosis is dan ook dat de mens van zichzelf vervreemd kan raken. Wie zichzelf kwijt is, leeft als een slaaf van onpersoonlijke machten. Deze staat van vervreemding van het ware zelf wordt in de gnostische teksten met velerlei verschillende termen beschreven, zoals slavernij, vergetelheid, slaap, dronkenschap, blindheid en dood.
De meest algemene term die daarvoor vaak wordt gebruikt is 'de dwaling', in de betekenis van 'verdwaald zijn'.


Cultuur wordt gebouwd op leugens en angsten

De Westerse cultuur, de Westerse politiek en de Westerse religie zijn gebouwd op leugens en angsten.
Dat is een stelling die niet zomaar uit de lucht wordt geplukt door mij. Het is een opvatting die deel uitmaakt van al die stromingen die pessimisme en absurdisme, maar ook realiteits- en waarheidszin centraal stellen.
Weinig mensen willen die niet al te fraaie werkelijkheid onder ogen zien, helemaal al niet wanneer ze deel uitmaken van de 'gevestigde orde' of 'de geslaagde meerderheid', maar er zijn gelukkig uitzonderingen, en een van die uitzonderlijke figuren is de Belgische moraalfilosoof Jacques Leclercq, een 'ouderwets-Roomse' man - dat wil zeggen: lui en wars van Calvinistische regels en strukturen.., een 'kanunnik' zelfs, die een alleraardigst filosofisch boekje heeft 'geschreven' (in feite is het een bundeling van toespraken), getiteld: 'Over de luiheid en andere goede dingen', een boekje dat de moeite van het lezen best wel waard is, hoewel het van tegenspraken aan elkaar hangt...
Het is een van de weinige boeken uit mijn Roomse jeugd die ik af en toe herlees. De meeste boeken uit dat leesverleden hebben hun betekenis verloren en als ik ze bewaar dan alleen maar omdat ik het 'zo zonde vind' om ze weg te gooien - niet bepaald een deugdelijk en solide argument, dat geef ik grif toe...

Luiheid - Onwetendheid - Fantasie

Het boekje van Leclercq is daarom zo'n sympathiek boekje, omdat het de lof bezingt van allerlei zaken die ondergewaardeerd worden in de moderne maatschappij, te weten: Luiheid, onwetendheid en fantasie.
Leclercq - in 1891 te Brussel geboren en aktief betrokken bij de oprichting van de Christelijke Volkspartij in Belgie - wijst op het verlangen van mensen om 'in tel' te zijn.
Binnen de maatschappij moet je, om mee te kunnen tellen, voldoen aan een aantal voorwaarden: Je moet hard willen werken (je mag niet lui zijn), je moet veel diploma's bezitten (afstand nemen dus van de onwetendheid) en je mag niet langer geloven in sprookjes en dromen (en dan met name die dromen die gericht zijn op het bewerkstelligen van veranderingen).
In het opstel 'De lof der fantasie', geschreven toen de jaren-zestig-generatie nog in de luiers lag (1948), spreekt Leclercq over een bepaalde droom, die eigenlijk (naar hij zelf zegt) onbetamelijk is, maar die hij desondanks uitspreekt, omdat, zoals hij het noemt, "de winter van mijn leven nadert", met andere woorden: hij heeft nu weinig meer te verliezen, zodat hij de sprong in het ongewisse nu wel kan wagen.
De droom waar hij op doelt is in feite niets meer dan het uitspreken van het verlangen de beperkte tijd die hem nog rest niet meer te verdoen met liegen.
Stomverbaasd moet je hier konstateren dat deze religieuze man daarmee toegeeft dat hij eigenlijk zijn hele leven lang gelogen heeft en dat hij nooit de moed heeft kunnen opbrengen om de waarheid te spreken. Luister naar zijn 'bekentenis':

"Het leven is een weefsel van leugens: Men liegt uit eigenbelang, uit eerzucht en uit vrees, om de machtigen te ontzien; men liegt eenvoudig uit snobisme, omdat je moet praten zoals iedereen dat doet, of uit conventionalisme, omdat het algemeengebruikelijk is om zo te spreken; men liegt uit beleefdheid en men liegt uit liefde. En zo is de hel los..."
En nu, aan het eind van zijn levensweg gekomen.., nu droomt hij dat hij alleen nog maar de waarheid zal vertellen, maar het is enkel een droom, een fantasiebeeld dat nauwelijks kontakt heeft met de 'harde' werkelijkheid, en hij betwijfelt of hij ooit de moed zal kunnen opbrengen die droom te verwerkelijken.
"Misschien", zegt hij, "is dit een goede gelegenheid daartoe. (Het betreft hier een rede, uitgesproken in Leuven op 9 december 1948). Een keer in mijn leven de waarheid spreken... (..) Een keer, zou dat te veel zijn? Een keer maar?"
En kijk: het ongelooflijke gebeurt. Deze katholieke kanunnik waagt het kritiek uit te spreken en hij laat zijn fantasie werken:

"Toen ik in Leuven aankwam en mij mengde tussen de academische senaat (..) bestudeerde ik de nobele gezichten (..), de machtige voorhoofden van de denkers en zoekers, en ik kreeg aanstonds een visioen. Op slag verdwenen de rector-magnificus, de pedellen, de bescheiden gebiesde toga's voor mijn blik en ik zag niets anders dan enorme hersenen, monsterachtige hersenen met heel kleine beentjes en heel kleine armpjes, hersenen die werkten en maar werkten.. Ik zag de hersenkronkelingen bewegen; ook de armpjes en de beentjes waren in schijnbaar doelloze beweging; het was tegelijk treffend, subliem en schrikwekkend..."
En hij vervolgt:
"Als ik mijn venster open - tenminste, als ik er een heb - dan hoor ik soms een luid, dof lawaai op de wereld, een rumoer, waaruit zich kreten losmaken: De wetenschap, de wetenschap: de mens slaaf van zijn schepping; de machine doodt, inplaats van te bevrijden, de wetenschap verstikt en de wanorde neemt toe..."

Is de wetenschap er voor de mensen of zijn de mensen er voor de wetenschap? Dat is de vraag die Leclercq bezighoudt en hij geeft eerlijk toe dat hij bij de poging die vraag te beantwoorden bevangen wordt door hevige twijfels.
Hij gelooft eigenlijk niet meer zo erg in de 'menselijkheid' van de wetenschap, want hij beseft, nu hij zijn fantasie laat werken, dat de wetenschapper alleen dan de mensheid kan dienen wanneer hij voor alles 'Mens' wil zijn:
"Geheel en al mens zijn betekent veelzijdig zijn. Ik heb altijd een vrij groot medelijden gehad met onze H. Vader de Paus, omdat allen die hem bezoeken hem eenparig verklaren wat zij in hem vereren, namelijk dat hij is de stedehouder van Jezus Christus en de opvolger van Petrus, wat kan inhouden dat zijn eigen persoonlijkheid van geen belang is en dat men zich er weinig om bekommert of hij er een heeft. (..)
Mij zou dat vernederen. (..) Ik vlei mij met de gedachte onvervangbaar te zijn en wanneer ik dood ben dan zal men tot mijn opvolger niet hetzelfde kunnen zeggen wat men tegen mij zegt."

Dat is behoorlijk harde kritiek uit de mond van deze 'aardige' kanunnik, want met die uitspraak toont hij aan dat het katholicisme in feite het failliet betekent van de christelijke boodschap (d.i.: boodschap van Christus). Niet de mens staat centraal binnen het katholicisme, nee, de functie, de vorm, het instituut.
Luister naar een volgend fragment:
"Men moet eerst mens zijn, dan pas geleerde. (..) Mens zijn is het doel; mens zijn is de grootste grootheid. (..) Man van wetenschap, goed - maar eerst mens, daarna komt pas de wetenschap. Wetenschap ten dienste van de mens in elke zin des woords. (..) Altijd de mens!"

Altijd de mens..., kon het maar zo zijn, dat is de verzuchting van deze katholieke kanunnik, die voor een keer de waarheid wil zeggen en daarbij droomt van een menselijke wereld, waarin de mensen de boodschap van Jezus werkelijk serieus nemen en de verwezenlijking ervan niet verschuiven naar een imaginaire wereld, 'het hiernamaals', zoals het katholicisme dat wel doet.
Leclercq geeft toe dat het katholicisme de boodschap van Christus 'onschadelijk' maakt door een dergelijke (leugenachtige) verschuiving tot stand te brengen.
Wanneer hij het totalitarisme veroordeelt, dan maakt hij een uitzondering voor het katholicisme, dat ook, hij geeft het grif toe, een totalitair systeem is.
In tegenstelling tot het communisme, zo voert hij als rechtvaardiging aan, wil het katholicisme de heilstaat niet hier op aarde verwezenlijken. Het katholicisme moet de boodschap van Christus bewaren en behoeden, maar aan de verwezenlijking van 'het Koninkrijk Gods' kan het katholicisme niet meewerken, omdat het werkelijke heil achter de horizon van het sterven ligt, na de dood, in het hiernamaals...

Leclercq geeft daarmee toe dat hij uit zwakheid heeft gekozen voor het instituut 'kerk' en dat zijn leven, ondanks de fraaie uiterlijke schijn van de katholieke eredienst, izich afspeelt rondom een ingewikkeld systeem van leugens, waarin alleen dan plaats is voor een enkel moment van waarheid, wanneer die waarheid wordt gegoten in de vorm van een visioen, een droom, een onschuldige fantasie, die men aanhoort, waarover men spreekt en discussieert, maar waar verder geen enkele consequentie aan verbonden hoeft te worden.
Want ja, zeg nu zelf...: het leven is hard: Er moet gewerkt worden, kennis is macht en dromers vormen het afval in de grote vuilverwerkingsfabriek die een op economisch nut gerichte maatschappij in feite is.
'Luiheid is des duivels oorkussen', zo luidt een aloude zegswijs. Kennis geeft macht en dromen zijn bedrog.
Dat is altijd de filosofie geweest van de gevestigde orde. Het is de (impliciete) boodschap van wat linkse mensen de 'bourgeois-schrijver' noemen. Het is het evangelie van de priester, de dominee en de gearriveerde politicus (of hij nu links is of rechts).
Alles is in die wereld belangrijk., men steekt overal energie in, investeert in alles, behalve in het niet aan een kerkelijk instituut gebonden spirituele ideaal van de 'volledige mens', want als puntje bij paaltje komt is het toch echt zo dat in onze samenleving de mens klein moet blijven, iets onbeduidends, iets waarover je spreekt, zoals men spreekt over kroketten en gehaktballen.

Een volledig mens worden, individu, enkeling zijn...? Mijn God, wat is daar het economisch nut van? Waarom zou je je druk maken over een enkel mens? Er zijn toch zoveel mensen? Daar draait de economie toch om?
Miljarden mensen bevolken de wereld. Waarom dan dat vreemde begrip 'menswording' in de mond nemen?
Nee, het is beter om te spreken over 'strukturen' en kwantiteiten. Daar kan een modern mens wat mee beginnen. Met behulp van die kille, klinische begrippen kan de mens veranderen, kan hij richtingen aangeven waarin processen zich dienen te ontwikkelen, zonder dat hij zich daarbij druk hoeft te maken over psychologische consequenties, dat wil zeggen: de konkrete gevoelens en emoties van diegenen die het object van het wetenschappelijk handelen zijn.

Stel je toch voor dat een mens werkelijk zou moeten leven vanuit het Evangelie? Dat zou rampzalig zijn.
Een mens zien als een spiritueel wezen dat ontwikkeld dient te worden, dat is een absurditeit in een wereld waarin economen de beschermende liefde en de verlossende vrijheid hebben afgezworen. Daarmee ontwricht je toch het maatschappelijke leven?
De christelijke boodschap, in zijn zuivere vorm, is in feite een radicale boodschap, die weinig te maken heeft met de leugenwereld die religieuze mensen rondom hun mooie idealen hebben opgebouwd.
Zij zien het 'leven' van de mens als een onwerkelijk sprookje, waarbij men op een lege manier glimlacht en zingt en zegent en halleluja roept, om tegelijkertijd een man te prijzen die als een soort zoenoffer voor de hele mensheid lijden moet, terwijl Christus juist tegen de mensen zegt: "Neem je eigen kruis op je schouder, want pas wanneer je dat gedaan hebt, kun je mij volgen... " Met andere woorden: wentel niet de rotzooi af op anderen (ook niet op God), maar probeer bewust de boodschap van een spiritueel leider in je eigen leven te realiseren, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn.
Er kan niet altijd geglimlacht en gebeden worden in een liefdeloze wereld. Er zal bij tijden gevloekt moeten worden en juist nu, in deze glansloze moderne tijd, heeft de wereld behoefte aan mensen die protesteren, mensen die vloeken, omdat ze niet akkoord gaan met de harteloze leegheid van een op 'het imaginaire' gericht schijnbestaan, dat geen oog heeft voor de harde werkelijkheid van een mechanische, vereconomiseerde wereld, die de waarde van het volledige menszijn niet meer belangrijk vindt.

De zachtheid, de liefheid, de warmte, die rijkelijk aanwezig zouden moeten zijn in een door 'idealisten' beheerste wereld, zijn met een vergrootglas nog niet te zien.
Zacht en lief en lui en kinderlijk willen zijn is een schande in een wereld, waarin de aan lawaai verslaafde discobezoeker en de militaristische zakenman tot God zijn uitgeroepen.
Er gaapt een diepe kloof tussen de wereld van de vloek en de wereld van de zachtheid, en die kloof moet worden gedicht.
Daarvoor is het nodig dat de zachtheid zich niet langer verstopt. De zachtheid heeft zichzelf laten opsluiten, zoals ook het verstand zichzelf liet opsluiten.
Wie inziet dat het leven volledig moet zijn zal daar niet mee akkoord gaan. Zonder volledigheid is het leven namelijk geen leven meer.
Zonder volledigheid wordt het leven een hel, een geestelijke hel, waarin een anarchistische verlosser (gezien als algemeen menselijk symbool van het verlangen naar ongelijkheid opheffende liefde en vrijheid) eeuwig aan het kruis moet blijven hangen..

"Veracht daarom de Dwaling die aldus geen wortel heeft", zegt de schrijver van het Evangelie der Waarheid, "want zij was in een mist gehuld ten opzichte van de Vader, toen zij bezig was gewrochten en vergetelheden en angsten te bereiden, opdat zij hiermee de mensen van het midden zou verleiden en tot haar gevangenen maken..."

Het gebruik van het begrip 'midden' is opmerkelijk. Dat begrip (dat ook in de politiek gebruikt wordt) verwijst naar opheffing van primitieve vormen van dualistisch (polair) veroordelingsdenken.
Ook binnen het Boeddhisme wordt gesproken over een 'weg van het midden': het afwijzen van extremen en het ontwikkelen van een levenshouding die gebouwd is op mededogen en compassie.
Mensen blijven alle eeuwen door gelijk aan zichzelf, altijd en eeuwig de gevangene van krachten waar moeilijk greep op te krijgen is. De boodschap dat we op zoek moeten gaan naar een middenweg die toegang geeft tot een waarachtig bestaan blijft dus altijd aktueel.
Ook in een wereld die op een krampachtige wijze het Noodlot met zijn op verdeling en versplintering gerichte negatieve invloeden ontkent.

Afwijken van de norm is in Nederland een misdaad
Geert van Istendael, schrijver, dichter,
in gesprek met Marc Peeperkorn, VK 3 april 2010

"Nederlanders hechten krampachtig aan consensus. Afwijken van de norm, vooral binnen de elites, geldt als een misdaad. ...
Na provo schoot de elite naar links, iedereen was plotsklaps 'socialisties'. Daar mocht je natuurlijk weer niet van afwijken. Anderen die niet onmiddellijk volgden, zoals wij Belgen, waren niet genoeg voorgelicht...."
"Jullie zijn collectivisten: allemaal tegelijkertijd, allemaal hetzelfde. Vrijheid in gelijkheid, vooral gelijkheid. Kijk naar de snelweg naar Lyon aan het begin van de vakantie: allemaal dezelfde Nederlandse caravans op weg naar dezelfde camping waar ze straks allemaal dezelfde pot meegenomen pindakaas opendraaien... "
"Ik liep jaren geleden op de Lijnbaan in Rotterdam: tot zover het oog reikte pastelkleurige trainingspakken. Heel eigenaardig. Ik praat met mensen aan de tapkast. Allemaal bezweren ze: 'Ik doe mijn ding'. Maar 'mijn ding' is het ding van iedereen."
Wij Belgen zijn burgerlijke anarchisten. We zeggen het niet luidop maar ondertussen doen we wat we willen."


Jan Brger: Kies niet voor het denken van Jan en Alleman

"Het vrije denken is het denken, wat werkelijk drdenken kan; wat derhalve de werkelijkheid kan doordenken en doordenkt, en daarmede ook zichzelf doordenkt, want het denken zlf behoort k tot de werkelijkheid.
Het vrije denken is dus niet een denken, wat zich de werkelijkheid denkt, zooals het de werkelijkheid het liefst ziet; f zooals het zich de werkelijkheid op haar mooist voorstelt; f zooals het de werkelijkheid het liefst zou willen hebben.
Zoo stellen zich n.l. de meeste menschen het vrije denken voor. Ongeveer ieder meent, dat hij kan denken en het recht heeft, om te denken, wat hij maar wil; en dat denken wordt dan gewoonlijk vrij genoemd. Dat is het denken van Jan en Alleman."