Eenling worden in een
Schijn-Democratie



De Onfatsoenlijke Anne Frank
VK-blog van vrijdag 12 juni 2009 door Wim Duzijn


Ik kan er niets aan doen,
schrijft Jan Arends in een door Remco Campert uitgekozen reeks gedichten,
maar
ik
zie alleen maar een grote grauwe troep
naar het einde vluchten.

Jan Arends verafschuwde het Amsterdamse schrijverswereldje.
Hij was het buitenbeentje, de zondebok.
Wat denk je dat voor hem de essentie was van literatuur?
Lege, inhoudsloze mooischrijverij?
Zeer zeker niet.
Literaire critici als Jaap Slegtegebuure en Arnold Heumakers zouden grote bewonderaars van Jan Arends moeten zijn.
"We hebben straatrumoer nodig in onze verkalkte vaderlandse literatuur", heb ik ze in het verleden vaak horen roepen.
En mijn god, dan verschijnen ze in een literair praatprogramma voor de televisie en dan noemen ze zichzelf niet 'straatjongen', maar 'professor' en dan komen ze aanzetten met een brievenboek van de Franse schrijver Flaubert. Echt zo een sjiek en gepolijst kakboekje, waarmee je goede sier kunt maken op 'de Kring' ("een sociëteit voor kunstenaars, wetenschappers en kunst & cultuurminnende leden..")

Op de kring.
schrijft Jan Arends,
komen nette mensen niet.

Daar gaat de taal
als goedkope handel
van tong tot tong.

Daar komt laster
vandaan
en kwaad.

Daar komt het geweten
bij het lichten van de dag
beschonken naar buiten.

Je kunt de nette en fatsoenlijk ogende boeken van Flaubert en Tutjebroek daarom maar beter weggooien en je tijd besteden aan het maken van geweten scheppend rumoer.
Je kritisch opstellen dus. Gewoon opmerken dat er in onze vrije wereld helemaal geen sprake is van echte vrijheid..., omdat niemand naar echte liefde, echte vrede of werkelijke bevrediging mag streven. Omdat alleen op de hel van tot vijand uitgeroepen anderen een hemel kan worden gebouwd...

Het lijkt er soms wel eens op dat alleen de onredelijkheid in deze wereld wordt beloond... Zo zijn er in Holland niet-religieuze mensen die zichzelf 'jood' noemen, mensen die heel erg kwaad worden wanneer je als vrije humanistische denker het 'jodendom' - gezien als aan een heilig verklaarde staat gebonden collectivistische, dus anti-intellectuele massabeweging - belachelijk maakt.
Dat zijn waarschijnlijk mensen die nog nooit het dagboek van Anne Frank gelezen hebben.
Dat dagboek gaat over een meisje dat door een ongelukkige samenloop van omstandigheden (eerste wereldoorlog, Hitler, frustraties, racisme, Duitse bezetting) de gevangene wordt van een bekrompen joods milieu.
Dat millieu heeft ze niet zelf gekozen, zoals niemand de plek kiest waar hij of zij geboren wordt, maar ondanks dat harde feit mag je niet zeggen dat een ogenschijnlijk simpele daad als 'geboren worden' heel vaak een wrede grap van het noodlot is. Protest aantekenen en zeggen dat je ergens anders geboren wilt worden is er helaas niet bij...

Slechte Duitsers komen er in het dagboek van Anne niet voor, en dat kan ook niet, omdat Anne tesamen met haar familie en een aantal goede en minder goede kennissen is ondergedoken, om te voorkomen dat ze door de Duitse bezetters op transport wordt gezet naar een 'vrij' makend werkkamp.
Drie jaar lang bewonen ze met z'n allen een etage in een woning, die men nu 'het Achterhuis' noemt, en gedurende die saaie, lange jaren probeert Anne haar op levenslust, blijheid en vrolijkheid ingestelde karakter te verdedigen tegen de moralistische aanvallen van haar bekrompen omgeving, die, omdat ze allemaal joden zijn, 'joods' genoemd moet worden. Daar kan zelfs de meest fervente anti-semieten-bestrijder niets aan veranderen.

Wanneer je het dagboek goed leest dan valt het je op dat er een welhaast permanente sfeer van conflicten en ruzies bestaat.
Anne voelt zich voortdurend de onbegrepen zondebok. Ze is een flapuit, ze wordt snel driftig, ze is weetgierig en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. En ze kent maar één verlangen: Vrij zijn, onafhankelijk zijn, mens zijn.
Wanneer je dat dagboek leest, dan krijg je bepaald geen medelijden met de groep mensen waar zij deel van uitmaakt.
Integendeel: je leest het verslag van een naar vrijheid verlangend meisje, dat tot de ontdekking komt dat het leven niets anders is dan een kooi, waarin het Noodlot een willekeurig aantal mensen, die absoluut niet in staat zijn elkaar in het leven vooruit te helpen, bij elkaar heeft gebracht.

"Ik ga me de laatste tijd zo verlaten voelen, schrijft Anne: er is een te grote leegte om me heen..."
Dat is niet bepaald een compliment voor al die ideologen die zich tot taak hebben gesteld het goede (morele) voorbeeld voor de mensheid te zijn. Integendeel: de ironie van het Noodlot wil dat juist het verlangen van religieuze joden om alle aanhangers van het joodse geloof om te smeden tot goede mensen, die een voorbeeld voor anderen moeten zijn, van de rebelse, eigenwijze Anne een eenzame figuur maakt:

"Heus, je moet niet denken dat het gemakkelijk is het onopgevoede middelpunt van een bedillerige onderduikersfamilie te zijn", schrijft ze op 28 november van het jaar 1942.
Op 30 januari 1943 noteert ze: "Ik damp van woede, maar ik mag het niet tonen.. Iedereen vind me aanstellerig als ik praat, belachelijk als ik zwijg, brutaal als ik antwoord geef, geslepen als ik een goed idee heb, lui als ik moe ben, egoďstisch als ik een hap te veel eet, dom, laf, berekenend, enzovoort, enzovoort..."
En op 24 december 1943: "Fietsen, dansen, fluiten, de wereld inkijken, me jong voelen, weten dat ik vrij ben, daar snak ik naar..."
"Zou iemand me hierin begrijpen, heenzien over Jood of niet-Jood, alleen maar in me zien de bakvis, die zo'n behoefte heeft aan uitgelaten pret? Ik weet het niet, en zou er ook met niemand over kunnen spreken, want ik weet dat ik dan ga huilen..."

Tja, daar zit ze nu als doodgewone levenslustige puber in haar kleine kooi, die volgepropt is met goede mensen.
Met haar zus Margot, die haar voortdurend als een 'goed voorbeeld' wordt voorgehouden.
Met de prekerige onderduiker, mijnheer Dussel, de man van wie altijd gezegd was, dat hij uitstekend met kinderen kan opschieten, en die zich volgens Anne ontpopt als "de meest ouderwetse opvoeder en preker van ellenlange manierenreeksen..."
Met haar sterke (onorthodoxe) verlangen ook naar een vriendin....


Venus is de Romeinse godin van de liefde. In vroegere tijden was ze ook de godin van de vegetatie (planten), waardoor ze de beschermster van de tuinen en wijngaarden was. Later werd ze gelijk verklaard aan haar Griekse versie, Aphrodite.


"Ik raak elke keer in extase als ik een naakt vrouwenfiguur zie, zoals bijvoorbeeld een Venus.
Ik vind het soms zo wonderlijk en mooi, dat ik me moet inhouden om mijn tranen niet te laten rollen..."
En met de voortdurende drang naar onafhankelijkheid: "Ik voel me mens, meer dan kind, ik voel me helemaal onafhankelijk van welke andere ziel dan ook..."

Zo iemand, die zich 'mens' voelt, en 'volkomen onafhankelijk', kun je moelijk een joods meisje noemen... Ik vind het zelfs een belediging haar als zodanig te stigmatiseren... Daar doe je haar naar vrijheid verlangende geest onrecht mee aan...
Anne Frank, denk ik, als ik het dagboek lees, die zou nooit van haar leven in een joodse staat willen wonen. Want wat is dat, een joodse staat?
Een gevangenis? Een mensenkooi?
Precies. Een getto. Geen gewoon huis, maar een achter-huis, een pakhuis, waarin je mensen opslaat, zoals je oude meubelen opslaat, net zo lang tot de dag aanbreekt dat je ze weer nodig hebt.
Zo laten zich 'jood' noemende mensen zich behandelen: Als meubelstukken, rekwisieten in een chaotische klucht die verdwaasde religieuze warhoofden in een ver verleden hebben opgebouwd rondom een Messias die als slaaf van nationalistische ideologen, die precies hebben aangegeven wie en wat hij moet zijn, geen vrij en onafhankelijk Mens mag zijn...

"Ik geloof nooit", schrijft Anne op 4 mei 1944, "dat de oorlog de schuld is alleen van de grote mannen, van de regeerders en de kapitalisten. O neen, de kleine man doet het net zo graag...
Er is nu eenmaal in de mensen een drang tot vernieling, een drang tot doodslaan, tot vermoorden en razen en zolang de gehele mensheid, zonder uitzondering (let goed op wat Anne hier zegt: 'zonder uitzondering'...), geen grote metamorfose heeft ondergaan, zal de oorlog woeden..."
Wat die metamorfose inhoudt zal iedereen die zijn verstand gebruikt duidelijk worden:
De weigering je als slaaf te laten behandelen en de intense wil een leven te leiden dat in overeenstemming is met je eigen karakter, dat niet door dwingelanden - hoe goed hun bedoelingen ook mogen zijn - kapot mag worden gemaakt.

"Ik wou niet als meisje-zoals-alle-anderen, maar als Anne-op-zich-zelf behandeld worden", schrijft Anne Frank op 15 juli 1944, drie weken voor haar arrestatie door de Grüne Polizei.
En op 1 augustus: "Zie je wel, dat is er van je terechtgekomen: slechte meningen, spottende en verstoorde gezichten, mensen die je antipathiek vinden... Ach ik zou wel willen luisteren, maar het gaat niet... Als er zo op me gelet wordt, dan word ik eerst snibbig, dan verdrietig en ten slotte draai ik mijn hart weer om..., zoek aldoor naar een middel om te worden zoals ik zo erg graag zou willen zijn en zoals ik ook zou kunnen zijn, als... er geen andere mensen in de wereld zouden wonen."

Wie het Dagboek op deze manier leest, die verafschuwt het bedillerige clubje moralisten dat de ontberingen van gevangen gezette mensen probeert uit te buiten, de club van potentaten en starre, onbuigzame zedenprekers, die zich verschuilen achter eerlijke, vrijheidslievende mensen, die zich nooit thuis zouden voelen in een collectivistische wereld die zij, met het dagboek van een onafhankelijke geest in de hand, aan het opbouwen zijn.
Anne Frank zou nooit de zijde van een stel rechtse, door en door verideologiseerde moralisten gekozen hebben. Ze wilde leven en ze had daarom het leven lief. Ze wilde zich kritisch en onafhankelijk opstellen. Dat zag zij als haar grote persoonlijke opdracht. Vragen stellen aan zichzelf, haar familie en het traditionele jodendom...:
"Hoe lang zal het nog duren of ik ontmoet het verhaal van de badende Suzanna?", schrijft ze in haar dagboek.
"En wat bedoelen ze met de schuld van Sodom en Gomorrah...? Is het werkelijk een goede eigenschap dat ik me niet laat beďnvloeden?
Is het wel goed dat ik haast uitsluitend de weg van mijn eigen geweten volg?"

Wie zich zo opstelt, die zal nooit klakkeloos een rare, in veel opzichten zinloze, onderneming - het vergoddelijken van een rechts-nationalistische beweging - uitroepen tot een rechtvaardige zaak.
Anne wilde ngeen beperkte geest zijn. Nee, Anne wilde een wereldburger met een eigen geweten zijn..
"Het is ten enenmale onmogelijk alles op te bouwen op de basis van dood, ellende en verwarring", schrijft ze op 15 juli 1944, "ik zie hoe de wereld langzaam steeds meer in een woestijn wordt herschapen, ik hoor steeds harder de aanrollende donder, die ook ons zal doden, ik voel het leed van miljoenen mensen mee..."

Wereldburger zijn. Het leed van miljoenen mensen meevoelen. Dat is de weg die volgens Anne Frank de mens naar een humane, objectieve moraal kan voeren - een moraal die het eigen geweten van een mens niet wil vernietigen...

(Gedeelte uit een open brief van 8 maart 1991


De geboortehoroscoop van Anne Frank

De horoscoop van Anne laat verschillende onafhankelijk makende invloeden zien. Zo bevindt de Zon zich in het intellectuele, nieuwsgierig makende teken Tweeling. De Tweeling houdt van intellectuele discussies, laat zich niet graag met een ideologisch kluitje het riet insturen.
De Maan bevindt zich in het teken Leeuw dat altijd een sterke mate van egocentrisme geeft, het verlangen uit te steken boven anderen, ambitieus dus, willen stralen en schitteren binnen een wereld die de glansloosheid van gelijkschakelende ideologen opheft (in haar dagboek spreekt Anne over haar verlangen 'filmster' te worden - deel willen uitmaken van het mondaine, wereldse Hollywood, een oord dat de ontkenning is van het glansloze begrip 'getto' waar de orthodoxie voor staat).
De ascendant (het teken dat hoort bij het geboortemoment) bevindt zich in het vrouwelijk-emotionele teken Kreeft. Ondanks alle opstandigheid is er een sterke gebondenheid met alles wat zwak is. Het teken Kreeft staat voor empathie en zorgzaamheid, maakt medelijdend en haat daarom fundamentalistisch denken omdat fundamentalisme staat voor afvlakking van gevoel: de mens mag niet 'menselijk' zijn maar wordt gedegradeerd tot een slaaf van het etiket. En medelijden en menselijkheid passen niet bij 'het etiket'.

Drie opstandige planeten bevinden zich in een dominante positie (zie de witte velden in het plaatje): Pluto (rebelse, gepassioneerde eigenzinnigheid die alles wat saai en gevoelloos is verafschuwt) bevindt zich in het eerste huis.
Mars en Uranus beheersen het tiende huis, een huis dat laat zien hoe men zich graag publiekelijk opstelt. Mars maakt strijdbaar (is bereid te vechten voor idealen), Uranus geeft altijd een sterk verlangen naar individuele vrijheid, de wil je los te maken uit maatschappelijke structuren die als te eng, te bekrompen en te beklemmend worden ervaren...